Laatst bijgewerkt: 11 mei 2026

Oud-burgemeester Eduard van Zuijlen bezoekt Nederlandse gemeenten als ambassadeur weerbaarheid van de VNG. Eerste stop: Súdwest-Fryslân. Hier spreekt hij met burgemeester Jannewietske de Vries over hoe een gemeente met maar liefst 89 kernen de weerbaarheid van haar dorpen en steden versterkt. 'Samen uitvinden is cruciaal.'

Toen Jannewietske de Vries in 2023 begon aan haar 2e termijn als burgemeester van Súdwest-Fryslân, besloot ze om de ‘Weerbare Mienskip’ als thema voor haar werk te kiezen. Het Friese woord ‘mienskip’ omvat zowel het Nederlandse ‘gemeenschap’ als ook - heel belangrijk - ‘gemeenschapszin’. Het vormt van oudsher het hart van de Friese manier van samenleven. In de qua oppervlakte grootste gemeente van Nederland, met zijn maar liefst 89 kernen, kun je als gemeentelijke overheid alleen effectief zijn als je op een passende manier inspeelt op die gemeenschapszin. Aan de slag gaan met de Handreiking Weerbaarheid en veerkracht op lokaal niveau van de VNG kan in Súdwest-Fryslân dan ook alleen maar betekenen: de kracht van de mienskip mobiliseren. Het top down inzetten van gemeentelijk beleid is geen effectieve route. Maar hoe dan wel?

Flinke voorraad diesel

Het begon allemaal in de kleine kern Reahûs (spreek uit: reehóes; 200 inwoners). Als vooruitgeschoven post van de gemeente ging programmamanager weerbaarheid Simon Dam in gesprek met lokale voorlopers. Onder wie de voorzitter van Dorpsbelang Reahûs (het bestuur van het dorpshuis), een voormalig militair en enkele andere bewoners van het rustieke dorpje. Dam: 'Ik daag jullie uit: wat gebeurt er in Reahûs wanneer de stroom 72 uur uitvalt?' Het dorp was niet onder de indruk. Wat wil je ook, wanneer alle agrarische bedrijven daar beschikken over noodstroomaggregaten en een flinke voorraad diesel? Na 2 weken, wanneer de dieselvoorraden op zouden raken, ja dan was Reahûs wel in last. En ja, over die situatie wilden ze zeker eens goed nadenken. En trouwens ook over andere scenario's, zoals een pandemie, uitval van de infrastructuur (waardoor het dorp geïsoleerd kan raken), tekorten aan drinkwater en voedsel en zelfs conflicten en oorlogssituaties. Bij de 2e bijeenkomst kwam de burgemeester zelf ook langs. Vervolgens gingen de mensen van Reahûs aan het werk met het versterken van hun eigen weerbaarheid als dorpsgemeenschap.

Competenties van de inwoners

Dat deden ze door zich voor te stellen wat er echt zou gebeuren bij een grote, langdurige crisis. Zouden ze kunnen rekenen op de hulpdiensten? Bij een landelijke calamiteit is een ding zeker: de hulpdiensten komen handen en materieel te kort om iedereen tegelijk te helpen. Het laat zich raden dat een kleine kern als Reahûs dan niet de allerhoogste prioriteit krijgt. 'Helpers weg!' werd dan ook het uitgangspunt, toen het dorp zijn eigen calamiteitenplan ging schrijven. Jawel, in Súdwest-Fryslân is het niet de gemeente die de lokale plannen schrijft, maar de mienskip zelf. Die plannen zijn dan ook allemaal verschillend, rekening houdend met lokaal aanwezige voorzieningen. Zoals een groot drinkwaterbassin in Reahûs of een werkende graanmolen in een naburig dorp. Maar de kracht zit vooral in het maximaal gebruik maken van de competenties en netwerken van de inwoners zelf. Overal wonen wel mensen die in de zorg werken of iemand die een verleden heeft bij defensie, politie of brandweer. Wie beschikt in het dorp over zwaar materieel? Wie heeft verstand van technische installaties? Waar wonen de kwetsbare dorpsgenoten die extra ondersteuning nodig hebben wanneer er iets aan de hand is? En wie kan goed omgaan met de stress, het verdriet of de boosheid van anderen? Mentale weerbaarheid mag niet vergeten worden.

10 A4-tjes

Er zijn inmiddels 6 coördinatoren benoemd in Reahûs. Voor de thema’s gezondheid, energie, wonen, levensbehoeften, mentale weerbaarheid en algemene coördinatie. Gewoon dorpsbewoners, die vanaf nu weten wat ze moeten doen bij een calamiteit en die de onderlinge hulpverlening door en aan alle inwoners van het dorp coördineren. Het dorpshuis functioneert als steunpunt en noodlocatie waar eventueel ook kinderen kunnen worden opgevangen. Wie de coördinatoren zijn? Een verpleegkundige, de lokale elektricien, de slager van het dorp, een leerkracht van de basisschool, de voorzitter van Dorpsbelang Reahûs. Het hele plan van Reahûs omvat niet meer dan 10 A4-tjes met lijstjes en schema's en dus ook heel veel wit. Geen beleidsproza maar praktische actiepunten. Al met al hebben 25 van de 90 huishoudens van Reahûs nu een concrete rol bij een eventuele crisis. Volgende stap: oefenen.

Bindende kracht

Jannewietske de Vries: 'Ik gebruik steeds het voorbeeld van de coronatijd. Ik heb gezien hoe zelfredzaam mensen kunnen zijn. Daarom zeggen we tegen de dorpen: we geven niks mee; júllie gaan uitvinden wat hier nodig is. Dan gaan wij als gemeente vervolgens na wat jullie nog van ons nodig hebben om dit voor elkaar te krijgen. We hebben het dus omgedraaid. Wat je dan meteen ziet gebeuren is dat van het proces om te komen tot een lokaal plan op zichzelf al een enorme bindende kracht uitgaat. Men heeft er gewoon zin in om het samen uit te vinden. Dat maakt ook dat andere dorpen niet zomaar het plan van Reahûs kunnen kopiëren: het samen uitvinden is cruciaal. Nu Reahûs in de media heeft gestaan, staan de dorpen in de rij: ‘dit willen wij ook!’ Zo vaak als mijn agenda het toelaat ga ik er dan als burgemeester zelf ook even langs. En in de begeleiding zetten we naast programmamanager Simon ook onze ambtelijke contactpersonen in. Zij kennen vanuit de gemeente de dorpen het beste.'

Terug naar het stille midden

Het proces mag dan kopieerbaar zijn, de schaalbaarheid is iets heel anders. Het maakt nogal wat uit of je werkt in een dorp met 200 inwoners of een stedelijke kern als Sneek, met 40.000 mensen. Of niet? In Súdwest-Fryslân zijn ze dat aan het uitvinden: er hebben zich inmiddels dorpen gemeld met meer dan 2.000 inwoners. Burgemeester de Vries: 'Daar geldt een andere dynamiek, misschien is er bijvoorbeeld een brandweerpost. Over Sneek en Bolsward, ook onderdeel van Súdwest-Fryslân, wordt nagedacht. 'Dan ga je opknippen in wijken en buurten. Ik zie de kracht in de samenleving en zeker in tijden van polarisatie moet je terug naar het stille midden – dat zijn de actieve mensen in de kernen en wijken die hun best doen. Ik ben in elk geval niet van het meteen een structuur opleggen. Laten we gewoon een eerste stap zetten en van daaruit verder werken.'

Meer informatie