Wouter Teer, Lid van Raad van Bestuur GGZ Friesland en psychiater

'Met volle aandacht voor de vraag van de persoon zelf moet de GGZ nog duidelijker worden in wat wel of niet kan/mag. Mijn persoonlijke drijfveer is om een stevige verbinding te realiseren tussen de verschillende partijen.'

 


Blog 19 juni 2017


De implementatie van de negen bouwstenen van het aanjaagteam krijgt steeds meer gestalte. Projectleiders uit de achttien regio’s benchmarken steeds meer met elkaar, wisselen uit. Veiligheidshuizen ontwikkelen door, crisiskaart voor heel Nederland, doorzettingskracht bij vastgelopen casuïstiek en 24/7 beschikbaarheid en bereikbaarheid van expertise krijgen steeds meer vorm.

We leren elke dag bij van best practices, innovatieve projecten en voorlopers.

Meer dan voorheen verschuift de aandacht van opsluiten, het duiden van mogelijkheden daartoe van nieuwe wetten (WvGGZ, WFZ, WZ&D) en discussies over eigenaarschap, ingrijpen en “doorzettingsmacht” naar vroegsignalering, vroeg adequate zorg bieden en preventie.

Gelukkig maar. De achterkant gaat om casuïstiek waar het vaak al mis is gegaan en naar individuele gevallen. Veel meer winst, zowel in kosten als in gezondheid, is te behalen uit investering in preventie, samenwerken, vroegsignaleren en accuraat handelen. De werkelijkheid is echter taai, laat me een aantal voorbeelden noemen.

Vroegsignalering en vroegbehandeling

Binnen de GGZ weten we al geruime tijd dat in de leeftijdsfase 15-25 zich de eerste tekenen  voordoen van een groot deel van de ernstige psychiatrische ziekten die zich later gaan manifesteren.

Steeds meer onderzoek wordt er gedaan naar stageren en profileren, naar vroegsignalering en vroegbehandeling, want we weten ook dat hoe eerder we er bij zijn hoe minder ernstig de ziekte uiteindelijk gaat verlopen.

Verzekeren voor ziekten die nog niet bestaan is echter een lastige zaak voor financiers en beleidsmakers. Preventie is geen zaak van de zorgverzekeraars, blijkbaar.

Complexe problematiek

We weten ook al dat het opgroeien in een veilige omgeving, gericht op ontdekken en leren, op het uitbreiden van autonomie en zelfvertrouwen, op het leren verdragen van frustratie en uitstellen van behoeften, kinderen maakt tot evenwichtige burgers. Dat sommige kinderen heden ten dage in Nederland opgroeien in gezinnen en omstandigheden waar deze ingrediënten ver te zoeken zijn is bekend.

Juist op de jeugdzorg is enorm bezuinigd, specialistische kijk op zich ontwikkelende problematiek is weggesaneerd. Financiering en indicatiestelling zijn nogal eens de verantwoordelijkheid van niet ter zake kundige ambtenaren.

Ondanks het mantra van één gezin, één plan, één regie zijn er meer instellingen dan ooit bij complexe problematiek betrokken en de administratieve druk is exponentieel gestegen omdat elke gemeente het wiel zelf uit vindt.

Case-finding

Indertijd is geld vrij gemaakt voor de bestrijding van dakloosheid in de vier grote steden middels een persoongerichte aanpak. Deze case-finding heeft geleid tot vele individuele zorgtrajecten voor mensen die niet alléén dakloos waren, maar ook psychisch en lichamelijk ziek en veelal verslaafd. Opbrengst: 2,14 euro per geïnvesteerde euro, met name voor politie en sociale zaken.

Nu de gelden voor de OGGZ onder de WMO vallen, dienen de instellingen aparte contracten per gemeente te sluiten. De gemeente die niet meer beschikt over een vangnet en advies team, koopt een begrensd aantal activiteiten in bij instellingen. Gevolg: als het budget op is stopt zowel de signalering, de vangnetfunctie en de doorstroom naar de instellingen. Erg duur voor politie, sociale zaken en de ziekenhuiszorg (SEH!).

Integrale verantwoordelijkheid

Waar is de GGD gebleven als verantwoordelijke voor publiek gezondheidsbeleid, dus ook voor publieke geestelijke gezondheid? Waarom zijn er zo veel verschillen tussen de GGD-en? Achter elk meldpunt behoort een team te staan dat ook daadwerkelijk aan de slag gaat, en toe leidt naar de juiste zorg.

Moet dit niet weer de integrale verantwoordelijkheid van de GGD zijn, die de beschikking heeft over middelen daartoe, met haar voelhoorns voor case-finding diep in de samenleving? Moet MHFA ook niet een zaak van de GGD zijn? En wat is de rol van de sociale wijkteams?

Verbindende institutie

Tot slot, er zijn heel veel prachtige projecten en initiatieven in Nederland. Maar daadwerkelijk de voorwaarden scheppen om datgene te doen wat werkelijk werkt in alle regio’s, dat is nog echt iets anders.

Het toverwoord is een verbindende institutie die vroegsignalerig en preventie daadwerkelijk uitvoert en een vraagbaken is van zowel vak- als  epidemiologische kennis. Die intensieve samenwerking tussen gemeenten, zorg, politie en financiers, binnen regelarme kaders van de overheid daadwerkelijk faciliteert en ondersteunt.