Laatst bijgewerkt:
4 december 2025
De regievoerder planketen zorgt dat de transitiefase van de planketen succesvol wordt doorlopen. De regievoerder zorgt dat keuzes worden gemaakt, verdeelt de totale opgave in behapbare projecten, faciliteert de projectleiders van die projecten, bewaakt de voortgang en resultaten ziet toe op de kwaliteit en consistentie van het geheel.
De precieze invulling van de rol verschilt per gemeente. Dat hangt af van:
- de omvang en inrichting van de organisatie van uw gemeente.
- de mate waarin de gemeente openstaat voor de organisatieveranderingen die met de transitie gepaard gaan.
Staat de omgeving minder open voor deze organisatieveranderingen? Dan ligt het accent vaak sterk op de technisch-juridische omzettingen.
De taken van de regievoerder zijn onder te verdelen in 6 hoofdtaken:
De regievoerder:
- zorgt dat strategische, tactisch-operationele en bedrijfsmatige keuzes in beeld zijn (zoals sturingsfilosofie) en stimuleert of faciliteert het proces om deze ambtelijke en bestuurlijke keuzes te maken.
- legt gemaakte keuzes vast en informeert interne belanghebbenden hierover.
- toetst deze keuzes op: uitvoerbaarheid (feedback uit transitieprojecten), draagvlak in de regio, consequenties, onderlinge samenhang en consistentie.
- bespreekt met de ambtelijk opdrachtgever de gevolgen van strategische keuzes en bereidt eventuele bijstelling van keuzes voor.
- zorgt dat de transitieprojecten in lijn zijn met de gemaakte keuzes en toetst of die keuzes (voldoende) verwerkt zijn in de (deel)producten uit de transitieprojecten.
- actualiseert de gemaakte keuzes periodiek, doet dit samen met de relevante afdelingen en medewerkers, zoals de coördinator omgevingsplan.
- geeft uitleg aan collega’s, bestuur en bestuurlijke partners over werkwijze, planningen en doorlooptijden.
De regievoerder:
- heeft een volledig overzicht van de lopende deelprojecten en de resultaten van deze deelprojecten. En een beeld bij de op te starten deelprojecten.
- vertaalt de transitie-opgave naar een portfolio van transitie-projecten.
- prioriteert transitieprojecten op basis van urgentie, afhankelijkheden en fasering.
- zorgt voor heldere projectdoelstellingen (programma van eisen of PvE), scope en kaders.
De regievoerder:
- stemt wederzijdse verwachtingen af met de projectleiders en legt die vast.
- maakt inzichtelijk welke middelen nodig zijn en wat beschikbaar is, om het project binnen de gestelde kaders (zoals planning, budget, scope) af te kunnen ronden. Let op: het vrijmaken van die middelen is de verantwoordelijkheid van de ambtelijk opdrachtgever.
- zorgt op middenmanagementniveau voor draagvlak en betrokkenheid binnen de organisatie en bij bestuurlijke partners in de regio.
- is het eerste aanspreekpunt bij eventuele knelpunten en blokkades in de projectvoortgang.
- is bevoegd om, binnen kaders, de opdracht aan projectleiders bij te stellen.
- bewaakt projectafspraken en spreekt projectleiders hierop aan, als dat nodig is.
- houdt een risicodossier bij of neemt beheersmaatregelen, met aandacht voor de onderlinge afhankelijkheden tussen de projecten.
- rapporteert aan ambtelijk opdrachtgever en bestuur over waar de gemeente staat in de transitie en de behaalde resultaten of voortgang (koppeling met P&C-cyclus).
De regievoerder:
- bewaakt de kwaliteit van de deelproducten en zorgt dat ze aansluiten bij de gemaakte keuzes.
- zorgt dat alle transitieprojecten die een continu en transitie-overstijgend karakter hebben, op elkaar zijn afgestemd. Denk aan gebiedsontwikkelingen en ontwikkeling van beleid.
- onderhoudt contacten met gemeenten en andere bestuurslagen in de regio om af te stemmen en ontwikkelingen mee te kunnen nemen.
- zorgt dat opgeleverde (deel)producten in beheer worden genomen (eigenaar) en goed gepositioneerd zijn in het geheel van rollen, processen en organisatie.
De regievoerder:
- creëert bewustzijn dat de transitie niet alleen instrumenteel en juridisch-technisch is, maar ook vraagt om organisatieverandering.
- helpt de lokale ‘waarom’-vraag te beantwoorden, zodat veranderbereidheid ontstaat.
- maakt het transitietraject zichtbaar en bespreekbaar binnen de organisatie. Ook bij afdelingen die niet direct te maken hebben met de fysieke leefomgeving, zoals sociaal domein, HR of financiën.