Laatst bijgewerkt: 16 september 2025

In Nederland maakten in 2023 ruim 26.000 mensen gebruik van Beschermd Wonen op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo). Jaarlijks stromen er zo’n 5.000 mensen in en uit deze voorzieningen. Regelmatig horen we signalen dat mensen lang moeten wachten op hulp in een beschermde woonvorm. Onderzoek van Pointer (2024) en Mind (2024) laat zien dat veel regio’s of regio’s kampen met wachtlijsten voor Beschermd Wonen en  dat sommige mensen heel lang moeten wachten op passende ondersteuning.

De VNG heeft, op verzoek van gemeenten, aanvullend onderzoek gedaan naar aard, omvang, impact en mogelijke oplossingen van wachtlijsten en wachttijden voor Beschermd Wonen in het kader van de Wmo. We presenteren de resultaten, geven aanknopingspunten voor meer grip op de wachtlijst én een korte reflectie op het onderzoek.

Het onderzoek werd door de VNG uitgevoerd in de periode februari-maart 2025. Alle centrumgemeenten zijn, als vertegenwoordigers van de regionale samenwerking, benaderd met de vraag om een schriftelijk vragenlijst met kwantitatieve en kwalitatieve vragen in te vullen. De respons was 77%. De genoemde percentages betreffen de regio’s binnen deze groep respondenten, niet per se een landelijk percentage.  We spreken niet over centrumgemeenten, maar over regio’s.

Verantwoordelijkheid gemeenten

Volwassenen met psychische problemen die niet zelfstandig kunnen wonen, komen in aanmerking voor Beschermd Wonen. Dat zijn voorzieningen waar mensen 24-uursondersteuning krijgen bij het wonen en dagelijks leven. De ondersteuning richt zich op het maken van stapjes naar een meer zelfstandig leven en sluit aan bij het unieke herstelproces van iedere persoon.

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een deel van de Beschermd Wonen voorzieningen. Deze worden door de 44 ‘centrumgemeenten’ samen met de regiogemeenten regionaal georganiseerd. Zij ontvangen daarvoor ook middelen van het rijk.

Zorgkantoren en Justitie zijn financiers van een ander deel Beschermd Wonen, voor respectievelijk mensen met een levenslange ondersteuningsbehoefte en voor mensen met een forensische zorgvraag. Daarover gaat dit onderzoek niet.

Inhoud

Waar wachten we op?

Een inwoner met een hulpvraag krijgt te maken met verschillende processtappen voor het krijgen van passende ondersteuning. Vanuit het perspectief van de inwoner is het doorlopen van al die stappen de wachttijd. De oorzaken (en aanpak) van wachttijden zijn echter per processtap verschillend. Zo is er bijvoorbeeld een wachttijd voor het onderzoek dat gemeenten moeten doen om zorgvuldig te kunnen beoordelen of iemand in aanmerking komt voor Wmo ondersteuning (6 weken). En als Wmo ondersteuning niet passend is, dan kan het zijn dat iemand vervolgens een Wlz indicatie moet aanvragen bij het Wlz loket (CIZ). Ook daar krijgt iemand te maken met een wachttijd voor zorgvuldig onderzoek. En dan is er bijvoorbeeld nog de wachttijd voor het zoeken naar een passende zorgaanbieder en woonplek bij die zorgaanbieder.

We spreken over de wachtlijst en wachttijd vanaf het moment dat de gemeente heeft beoordeeld dat iemand in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening voor Beschermd Wonen in de Wmo.

 

Zicht op de wachtlijst

De Wmo stelt geen eisen aan (het beheer van) wachtlijsten. Gemeenten bepalen dus zelf op welke manier zij een wachtlijst beheren, wie er op die wachtlijst komen en hoe de (gecontracteerde) zorgorganisaties zich moeten verhouden tot deze wachtlijst.

Opvallend is dat het onderzoek laat zien dat slechts 70% van de regio’s een actueel beeld heeft van de wachtlijst voor Beschermd Wonen in de betreffende regio. Regio’s die geen actueel beeld hebben, benoemen daarvoor twee oorzaken. In de eerste plaats is niet overal sprake van centraal wachtlijstbeheer. Dan beheren Wmo- consulenten of zorgaanbieders zelf hun eigen wachtlijst en is er dus geen totaalbeeld. Ten tweede is de wachtlijst niet altijd zo ingericht, dat je eenvoudig de mensen die wachten op Beschermd Wonen naar boven kunt halen. Op de wachtlijst staan dan ook mensen die wachten op andere vormen van ondersteuning in de Wmo of mensen die wachten op een plekje in een bepaalde woonvoorziening vanuit een ander zorgdomein, zoals de Wet langdurige zorg.

Regio’s die wel een actueel beeld hebben van de wachtlijst, benoemen dat dit geen gemakkelijke klus is. Wachtlijstbeheer vraagt om een investering in tijd en kennis. Met het bijhouden van een wachtlijst ontstaan allerlei vragen over hoe je dat goed doet. Bijvoorbeeld hoe je omgaat met mensen die voor verschillende woonplekken zijn ingeschreven. Of hoe je inzichtelijk maakt dat mensen nog even niet geplaatst willen of kunnen worden, bijvoorbeeld omdat zij eerst nog behandeling krijgen. Veel regio’s werken met categorieën die ook in de (langdurige) zorg gebruikt worden, zoals actief wachtend en wenswachtend*. Dit onderscheid is voor hen helpend, omdat het beter inzicht geeft in de wachtlijst.

De wijze van beheer van de wachtlijst verschilt. Een gebruiksvriendelijk systeem en eenduidige werkwijze helpen daarbij. Sommige regio’s hebben een speciale applicatie. Andere regio’s werken met een Excel lijst. Beide kunnen goed werken.

*actief wachtenden: inwoners met een indicatie voor beschermd wonen die urgent geplaatst willen worden op een passende plek
wenswachtenden: inwoners met een indicatie voor beschermd wonen die een wens hebben om in een specifieke voorziening geplaatst te worden, als daar plek is
passief wachtenden: inwoners met een indicatie voor beschermd wonen die nog niet plaatsbaar zijn; bijvoorbeeld omdat zij nog niet beschermd willen wonen of nog in een klinisch behandeltraject verblijven

Tips van/voor gemeenten

  • Organiseer centraal wachtlijstbeheer voor jouw regio. Goed inzicht in wachtlijsten creëert gezamenlijk begrip en verantwoordelijkheid en helpt bij het bevorderen van doorstroom en passende inkoop. Voor goed wachtlijstbeheer heb je alle partijen nodig. Goed wachtlijstbeheer is nuttig, maar dit vraagt om een investering in tijd en kennis.

Zicht op wachttijden

Het zicht op wachttijden voor Beschermd Wonen is bij een groot deel van de regio’s beperkt. Op persoonsniveau is dat er wel, maar op totaalniveau niet. Een algemene uitspraak over wachttijden voor Beschermd Wonen zegt dan ook niet zoveel. Inzicht in wachttijden per woonvoorziening is relevanter, omdat dat een indicatie kan geven van hoe passend het zorglandschap in een regio is. Maar hoe tel je dan precies? Een richtlijn over hoe je dat zinvol doet ontbreekt.

De cijfers van regio’s die hier wel een uitspraak over konden doen zijn niet goed te vergelijken, omdat regio’s allemaal andere categorieën en telmethoden hanteren. Het beeld is wel dat wachttijden van 6 maanden vrij gebruikelijk zijn en dat wachttijden langer dan 1 jaar ook regelmatig voorkomen.

Achteruitgang tegengaan

Een wachtlijst hoeft niet erg te zijn. Soms kiezen mensen die al beschermd wonen ontvangen er bijvoorbeeld voor om zich vast aan te melden voor een plek die voor het vervolg nog iets beter bij ze past. Soms is de hulp ook nog niet direct nodig. Als een wachtlijst echter leidt tot een verslechtering van de situatie of zelfs dakloosheid, dan is dat wel een probleem. De meeste regio’s houden dit in de gaten en proberen in die situaties bij te sturen door de overbruggingszorg te intensiveren met creatieve oplossingen of prioriteit te geven boven andere mensen op de wachtlijst. Meestal is dat voldoende. Maar niet altijd. Zo’n 25% van de regio’s heeft een wachtlijst waar meer dan 5% urgent wachtenden op staan. In sommige regio’s loopt dit op tot meer dan 15% van de wachtlijst. Dat vinden regio’s onwenselijk.

Regio’s noemen twee belangrijke oorzaken van urgent wachtenden op de wachtlijst: het te laat aanvragen van een indicatie voor Beschermd Wonen en voorzichtigheid van zorgaanbieders om aan sommige ondersteuningstrajecten te beginnen. Deze twee oorzaken worden hieronder verder uitgelegd.

Tijdig aanvragen

Regio’s worden regelmatig geconfronteerd met situaties waarin vanuit aanbieders van Jeugdzorg, Forensische Zorg of de Zorgverzekeringswet (klinieken) pas heel laat wordt gemeld bij de gemeente dat een inwoner Wmo ondersteuning, zoals Beschermd Wonen, nodig heeft. Regio’s willen natuurlijk voorkomen dat inwoners op straat komen te staan als die voorliggende zorg stopt en dat daarom maar snel een Beschermd Wonen indicatie wordt aangevraagd. Hoewel de Wmo consulent zelf een beoordeling maakt of iemand inderdaad in aanmerking komt voor Beschermd Wonen, geeft dat in sommige regio’s extra druk op de wachtlijst. In veel gevallen kan dat voorkomen worden als zorgaanbieders de inwoner tijdig ondersteunen om zich aan te melden bij de centrumgemeente voor Wmo ondersteuning. Als iemand niet in aanmerking komt voor Beschermd Wonen, kan dan ook tijdig naar andere oplossingen worden gezocht.

Uit het onderzoek blijkt dat een meerderheid van de regio’s probeert situaties van urgent wachtenden te voorkomen door afspraken te maken met zorgaanbieders in de regio over het tijdig aanvragen van een indicatie voor Wmo ondersteuning, zoals Beschermd Wonen.

Voorzichtigheid bij zorgaanbieder

Een derde van de regio’s in het onderzoek geeft expliciet aan dat er in hun regio onvoldoende oplossingen zijn voor mensen met complexe multi-problematiek, waarbij de combinatie met verslaving vaak wordt benoemd. Dit zorgt er ook voor dat het aantal urgent wachtenden kan oplopen.

Dat betekent echter niet altijd dat er behoefte is aan nieuwe woonzorgvoorzieningen. De behoefte van zorgaanbieders om bepaalde problematieken binnen een voorziening te mijden met exclusie criteria speelt namelijk ook mee.

Regio’s die hierover in gesprek gaan met zorgaanbieders in hun regio, krijgen te horen dat zij het niet goed aandurven om deze mensen te plaatsen in bestaande voorzieningen, vanwege een gebrek aan expertise en de risico’s als het niet goed gaat. Daarbij kun je denken aan risico’s voor de persoon in kwestie, maar ook voor de mede bewoners of het personeel. Zorgaanbieders voelen zich daarin soms alleen staan. Een goede aansluiting van behandeling uit de Zorgverzekeringswet wordt, vanwege wachtlijsten daar, regelmatig gemist en is ook een factor die meespeelt in de voorzichtigheid die gemeenten soms bij zorgaanbieders proeven.

Tips van/voor gemeenten

  • Zet stevig in op partnerschap met en tussen zorgaanbieders (elkaar kennen en helpen). Zoek samen naar oplossingen vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid. Met aanbesteding of subsidie kun je met goede randvoorwaarden stimuleren dat aanbieders elkaars expertise te benutten. Zorg voor voldoende niet-groepsgerichte woonvoorzieningen (prikkelarm) en voorzieningen voor mensen met een verslaving in je regio.

Open plekken, overbruggingszorg en plaatsing

Zestig procent van de regio’s heeft zicht op (vrijkomende) open plekken bij Beschermd Wonen voorzieningen in de regio. Aanbieders geven de open plekken door in een online beschikbaarheidswijzer of periodiek via monitoringslijsten of in gezamenlijke overleggen.

Over de rol van de regio’s en zorgaanbieders als iemand op de wachtlijst staat zijn per regio verschillende afspraken gemaakt. In sommige regio’s is een groep zorgaanbieders samen verantwoordelijk om overbruggingszorg en plaatsing te organiseren. Soms spelen onafhankelijke cliëntondersteuners een belangrijke rol in de zorgbemiddeling. In andere regio’s heeft de gemeente de regie over plaatsingen en het bieden van overbruggingszorg, totdat de indicatie verzilverd wordt.

Het helpt ook als duidelijk is welke rol / taken de toegangsprofessionals en welke rol de zorgaanbieders hebben in dit proces en hoe daarover afstemming plaatsvindt.

Tips van/voor gemeenten

  • Het is altijd een samenspel, waarbij het goed werkt als Wmo-consulenten op de hoogte zijn van beschikbaar aanbod en expertise van de gecontracteerde zorgaanbieders. Zorg voor voldoende formeel en informeel overleg (korte lijntjes), gericht op het bepalen van een acceptabele wachttijd per situatie, het tegengaan van achteruitgang en waar nodig het zoeken naar overbruggingszorg. Ook werkt het goed als de gemeente middels inkoop en contractbeheer bevordert dat aanbieders samen verantwoordelijk zijn voor de wachtlijst. Heldere afspraken over de rol en taken van de Wmo-consulenten en zorgaanbieders in dit proces zijn daarbij nodig. Inzicht in wachtlijsten en wachttijden is daarbij ook helpend.

Dekkend zorglandschap?

De Wmo stelt geen maximum wachttijden. In de ‘Norm voor Opdrachtgeverschap’ (NvO) hebben gemeenten afgesproken dat zij in regionaal verband zorgen voor voldoende aanbod beschermd wonen. Gemeenten in een regio bepalen zelf hoe zij ervoor zorgen dat er voldoende passend beschermd wonen aanbod in de regio beschikbaar is en wat een ‘redelijke’ wachttijd is.

Wachttijden per voorziening kunnen een indicatie geven in hoeverre er sprake is van voldoende aanbod in de regio. Drie kwart van de regio’s bespreekt de wachtlijst daarom regelmatig met de gecontracteerde zorgaanbieders. Het gesprek gaat over knelpunten en oplossingen bij plaatsingen en over het versnellen van de uitstroom.

Veel gehoorde knelpunten zijn:

  • Beperkte door- en uitstroommogelijkheden naar zelfstandige woningen (met of zonder begeleiding)
  • Mensen met een Wlz indicatie die, vanwege wachttijden in de Wlz, noodgedwongen langer in een Wmo-voorziening verblijven en daardoor plekken bezet houden
  • Ggz behandeling is niet altijd goed aangehaakt, wat doorstroom naar een goede plek frustreert
  • Gemeenten gaan verschillend om met bovenregionale plaatsingen, wat zorgt voor onderlinge frustratie en vertraging

Tips van/voor gemeenten

  • Zoek afstemming met het zorgkantoor om samen goed te kunnen sturen op voldoende passende oplossingen in iedere regio. Maak landelijk eenduidige afspraken over hoe om te gaan met bovenregionale plaatsingen en landelijke toegankelijkheid

Samenvatting en reflectie

Het onderzoek laat opnieuw zien dat mensen met complexe problemen in veel regio’s lang moeten wachten op een passende plek in Beschermd Wonen. Dit heeft verschillende oorzaken, waarvan de krapte op de woningmarkt met stip op één staat. Dit onderzoek laat echter, aanvullend op eerdere onderzoeken, ook zien dat gemeenten zich bewust zijn van deze knelpunten en ook actief proberen om meer grip op de situatie te krijgen, in samenwerking met zorgaanbieders en zorgkantoren.

Regio’s proberen samen met zorgaanbieders, te sturen op in-, door- en uitstroom en het voorkomen van verslechtering in de situatie van inwoners. Het helpt in de eerste plaats als er actueel en compleet zicht is op de wachtlijst. Regionaal wachtlijstbeheer helpt daarbij, maar vraagt wel om een investering van tijd en kennis. In de tweede plaats helpt het als zorgaanbieders elkaar onderling kennen en helpen om tot passende oplossingen te komen vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid. Het betrekken van behandelexpertise is daarbij een uitdaging. Ten derde hebben gemeenten behoefte aan eenduidige afspraken over hoe om te gaan met bovenregionale plaatsingen en landelijke toegankelijkheid. En tot slot kunnen afspraken met zorgaanbieders over het tijdig helpen aanvragen van een indicatie voor Wmo ondersteuning bijdragen om urgente situaties te voorkomen.

De oplossing ligt óók in het samen creëren van verschillende woonvoorzieningen, zoals prikkelarme woonzorgplekken, Housing First en Skaeve Huse. Daarbij is samenwerking met zorgaanbieders en het zorgkantoor essentieel.

Onderzoek onderstreept ingezette koers

Dit onderzoek onderstreept het belang van de ingezette koers in landelijke akkoorden en werkagenda’s:

  • Snelle invoering van goede wetgeving om aandachtsgroepen (waaronder mensen die uitstromen vanuit Beschermd Wonen) met voorrang te kunnen huisvesten én volkshuisvestingsprogramma’s waarin afspraken worden gemaakt over voldoende woonvoorzieningen.
  • Aan de slag met de werkagenda Betekenisvol Leven met een langdurige psychische aandoening, met daarin een rol voor gemeenten, zorgaanbieders én zorgkantoren bij het ontwikkelen van voldoende woonvoorzieningen.
  • Helderheid over wie verantwoordelijk is voor Beschermd Wonen. Zolang het woonplaatsbeginsel niet is ingevoerd, werkt de VNG samen met gemeenten aan eenduidige afspraken over bovenregionale plaatsingen in relatie tot landelijke toegankelijkheid.
  • Snelle beschikbaarheid van behandeling bij mensen met complexe problemen

Praktijkvoorbeelden

Regio Gooi- en Vechtstreek

In deze regio is het beheer van de wachtlijst regionaal belegd. Er is een actieve en een passieve wachtlijst. De meeste mensen wachten op een plekje bij een specifieke locatie. Actief wachtenden zijn direct plaatsbaar, passief wachtenden zijn (nog) niet plaatsbaar met diverse redenen, zoals bijvoorbeeld opname in een kliniek.

De regionale wachtlijst wordt actueel gehouden door iedere 6-8 weken met lokale toegangen en iedere maand met aanbieders te spreken. Hierbij wordt standaard gekeken naar de totale wachtlijst en naar de wachtlijst per locatie. Dat geeft veel inzicht in de specifieke hulpbehoefte van inwoners die beschermd wonen nodig hebben in relatie tot de beschikbare plekken. De zorgaanbieders kunnen daarmee het aanbod ook weer beter afstemmen op de vraag.

In deze regio neemt de wachtlijst af. Er is de afgelopen jaren ingezet op het ontwikkelen van een breed arsenaal aan alternatieve voorzieningen, waardoor beschermd wonen ook niet altijd meer het beste antwoord is. Ook werden regionale toegangscriteria ontwikkeld en vindt frequent intervisie en deskundigheidsbevordering plaats in de gemeentelijke toegangen.

Regio Noord Veluwe

Deze regio maakt een onderscheid tussen een wachtlijst en een plaatsingslijst. Op de wachtlijst staan inwoners die acuut beschermd wonen nodig hebben en waarvoor overbruggingszorg nodig is in de tussentijd. Op de plaatsingslijst staan inwoners die wachten op een plekje bij een specifieke beschermd wonen voorziening. Zij zijn bereid om nog even te wachten totdat daar een plek vrij is en zij ontvangen overbruggingszorg als daar behoefte aan is. De wachtlijst bij aanbieders en de wachtlijst bij de centrale toegang is gelijk. 

De inzet in deze regio is om zoveel mogelijk aan te sturen op tijdige aanvragen, zeker bij trajecten waarvan je op voorhand kunt voorzien dat er beschermd wonen nodig gaat zijn. Bijvoorbeeld als iemand tijdelijk verblijft bij een Ggz instelling of als een jongere in de jeugdzorg bijna 18 jaar wordt. De regio doet haar best om deze verschillende werelden bij elkaar te brengen.

Deze regio ervaart geen groot probleem met wachttijden. Het aantal beschermd wonen plekken wordt zelfs langzaam minder in de regio Noord Veluwe. Dat komt omdat er andere woonantwoorden worden gevonden, zoals tijdrekplekken en verschillende organisatie overstijgende woonvormen met ambulante begeleiding en toezicht. Verder zien ze in deze regio dat steeds vaker de kleinere zorgaanbieders de complexe ondersteuningsvragen oppakken.

Regio Groningen

De regio kent een decentraal georganiseerde toegang. Alle toegangen hebben dus de regie over hun eigen wachtlijst. Er wordt onderscheid gemaakt tussen inwoners met een specifieke wens voor zorgaanbieder of plaats (de ‘wenswachtenden’) en inwoners die wachten op een toewijzing binnen het beschikbare aanbod. De verschillende werkprocessen in de decentrale toegangen maken dat het belangrijk is om de wachtlijsten goed te duiden. Er wordt daarom gewerkt aan een eenduidig werkproces op regionaal niveau.

Toegangsmedewerkers hebben toegang tot de ‘Sociale Kaart’ waarop ze kunnen zien waar beschermd wonen plekken bij gecontracteerde aanbieders beschikbaar zijn. Aanbieders moeten dat om de twee weken actualiseren. Er is een wens om meer informatie uit het systeem te kunnen halen, door een categorie toe te voegen (naast alleen ‘wel of niet beschikbaar’). Één keer per jaar wordt een analyse van het regionale zorgaanbod gemaakt om inzichtelijk te maken of het zorgaanbod in algemene zin nog toereikend is. 

De regio ziet een kleine toename in het totaal aantal inwoners dat gebruik maakt van beschermd wonen en beschermd thuis. Binnen die groep is er een afname van intramuraal beschermd wonen en een groei van beschermd thuis (wonen met intensieve, ambulante begeleiding (‘ThuisPlus’)) te zien.