Gemeenten zijn verplicht vóór 1 januari 2027 een omgevingsvisie vast te stellen. Dit vraagt, naast de inhoudelijke aspecten van de omgevingsvisie, aandacht voor het proces, de procedure en de techniek.
Op deze pagina vindt u vragen van gemeenten over proces, procedures en techniek van de omgevingsvisie.
Ook een vraag over proces, procedures en techniek?
Mist u een vraag? Dan nodigen we u van harte uit om die met ons te delen. Zo zorgen we er samen voor dat de informatie op deze pagina actueel en relevant blijft. Stuur uw vraag per mail naar omgevingswet@vng.nl, met in het onderwerp ‘omgevingsvisie’.
Als de rolverdeling tussen college en raad bij de omgevingsvisie niet helder is, ontstaan er in het proces ruis, vertraging of onduidelijke verwachtingen. De visie raakt aan strategische keuzes over ruimte, gezondheid, duurzaamheid en leefomgeving. Zonder heldere afstemming tussen kaderstelling (raad) en voorbereiding/uitvoering (college) kan het fundament van de visie wankel worden.
Aanpak
De gemeenteraad is het bevoegde orgaan voor de vaststelling van de omgevingsvisie. Het college van B&W bereidt dit besluit voor en voert de formele procedure uit. Belangrijk is dat je als gemeente vooraf afspraken maakt over ieders rol, betrokkenheid en mandaat. Denk aan:
- Een startnotitie waarin het proces, de betrokkenheid en de werkvormen van raad en college zijn vastgelegd.
- Heldere keuzes over hoe en wanneer de raad betrokken wordt: via de voltallige raad, een klankbordgroep of thematische sessies?
- Duidelijkheid over de besluitvormende versus beeldvormende rol van de raad. Wil de raad alleen aan het eind vaststellen, of eerder meedenken over richting en keuzes?
- Een gedeeld beeld van wat kaderstelling inhoudt: het stellen van ambities, prioriteiten en principes. Niet: uitvoeringsdetails.
Tip uit de praktijk: meerdere gemeenten werken met een “raadsroute” of “raadsagenda omgevingsvisie”, waarin momenten van inhoudelijke reflectie en procesbesluitvorming zijn opgenomen.
Risico
Onvoldoende betrokkenheid of onduidelijkheid over rollen kan leiden tot:
- verlies van eigenaarschap bij de raad;
- herstelrondes of aanvullende participatie;
- spanning bij doorwerking in programma’s en vergunningverlening;
- verlies van samenhang in de beleidscyclus.
Meer informatie en ondersteuning
Gemeenten zijn verplicht om participatiebeleid vast te stellen, maar in de praktijk is vaak onduidelijk wat dit precies inhoudt voor de omgevingsvisie. Als er geen helder beleidskader ligt, ontbreekt richting bij het betrekken van inwoners en partners. Ook kan de wettelijke motiveringsplicht (bij de vaststelling van de visie) dan niet goed worden ingevuld, met risico op onduidelijkheid of juridische kwetsbaarheid.
Aanpak
Als gemeente ben je verantwoordelijk voor participatie bij de omgevingsvisie. Dat betekent dat je:
- moet beschikken over participatiebeleid, waarin staat hoe je participatie organiseert bij je eigen instrumenten (zoals visie, plan en programma’s);
- dit beleid toepast bij de omgevingsvisie, óf motiveert waarom je daarvan afwijkt;
- in het vaststellingsbesluit aangeeft hoe je het participatiebeleid hebt gebruikt en wat het heeft opgeleverd.
Goede participatie begint dus niet pas bij de uitvoering, maar bij het formuleren van duidelijke uitgangspunten. Het beleid hoeft niet uitgebreid te zijn, maar moet wél helder maken:
- wat het doel is van participatie.
- welke vormen je inzet.
- hoe je verschillende doelgroepen bereikt.
- hoe je de opbrengst verwerkt in je besluitvorming.
Tip: Maak het beleid bruikbaar. Voeg een praktische bijlage toe met voorbeeldvormen, werkprincipes en aandachtspunten per instrument. Dat helpt collega’s én voorkomt versnippering.
Risico
Zonder actueel participatiebeleid:
- wordt het lastig om de wettelijke motiveringsplicht goed in te vullen.
- ontstaat verwarring binnen de organisatie over rollen, verwachtingen en aanpak.
- dreigt ongelijkheid in betrokkenheid van belanghebbenden.
- verliest de visie aan draagvlak of geloofwaardigheid.
Meer informatie en ondersteuning
- De handreiking Aan de slag met participatie
- Participatiestrategie in de tool Grip op de transitie van de planketen
Veel gemeenten worstelen met de vraag hoe zij hun participatie juridisch juist én inhoudelijk overtuigend moeten onderbouwen. De Omgevingswet stelt een motiveringsplicht bij het vaststellen van de visie, maar de uitwerking daarvan is niet altijd helder. Zonder goede motivering kan de visie kwetsbaar zijn voor kritiek of bezwaren – of voor intern wantrouwen over de kwaliteit van het participatieproces.
Aanpak
De motiveringsplicht houdt in dat je als gemeente moet laten zien:
- hoe participatie heeft plaatsgevonden.
- wie betrokken is geweest (inwoners, organisaties, andere bestuursorganen).
- wat de opbrengst is geweest van deze participatie.
- hoe deze opbrengst is meegenomen in de visie (of waarom niet).
- hoe het geldende participatiebeleid is toegepast (of waarom ervan is afgeweken).
Zorg ervoor dat deze elementen onderdeel zijn van het vaststellingsbesluit en goed zijn gedocumenteerd in de onderliggende stukken. Werk idealiter met een participatieverslag, een bijlage bij het raadsvoorstel of een afzonderlijke toelichting waarin het proces stap voor stap wordt uitgelegd.
Tip: Werk vanaf het begin toe naar deze motivering. Verzamel participatieresultaten, reacties en besluiten systematisch, zodat de uiteindelijke onderbouwing snel en overtuigend opgesteld kan worden.
Risico
Zonder duidelijke motivering bestaat het risico dat:
- de visie bestuurlijk of maatschappelijk onvoldoende wordt gedragen.
- bezwaar ontstaat over het participatieproces.
- de motivering bij vaststelling alsnog onder tijdsdruk moet worden opgesteld.
- juridische houdbaarheid wordt ondermijnd.
Meer informatie en ondersteuning
Een plan-MER wordt vaak als een apart, technisch traject gezien, terwijl het juist invloed heeft op strategische keuzes in de omgevingsvisie. Als participatie en milieueffectrapportage los van elkaar plaatsvinden, ontstaat het risico dat belangrijke inzichten of zorgen van betrokkenen niet terugkomen in de visie – of pas laat leiden tot heroverweging.
Aanpak
Is voor de omgevingsvisie een plan-MER vereist? Zorg dan dat deze vanaf het begin wordt geïntegreerd in het participatieproces. Dat betekent:
- Betrek deelnemers ook bij het opstellen van het plan-MER: bijvoorbeeld bij het formuleren van alternatieven, uitgangspunten of beoordelingscriteria.
- Laat participanten zien hoe milieueffecten meewegen in de keuzes in de visie. Koppel dit expliciet terug in bijeenkomsten en verslagen.
- Zorg voor transparantie over dilemma’s: laat zien wat mogelijk is binnen milieuruimte, Natura 2000-gebieden of andere randvoorwaarden.
- Plan het participatieproces zodanig dat uitkomsten van het MER op tijd beschikbaar zijn voor dialoog én besluitvorming.
Tip: Combineer plan-MER en participatie met een interactieve werkvorm zoals een scenario-oefening of omgevingsdialoog. Dat maakt effecten en keuzemogelijkheden beter bespreekbaar.
Risico
Als het plan-MER niet zichtbaar wordt meegenomen in participatie:
- ontstaat het beeld dat de milieugevolgen er 'achteraf' bij komen.
- kunnen alternatieven of bezwaren niet goed worden gewogen.
- bestaat de kans dat de visie niet robuust genoeg is voor vervolgbesluiten.
- kan het proces vertragen door aanvullende zienswijzen of heroverwegingen.
Meer informatie en ondersteuning
- Omgevingswet: artikelen 16.34 reikwijdte, bevoegd gezag plan-MER en 16.36 plan-MER-plichtige plannen of programma's
Onvoldoende kennis van de verplichte procedure leidt tot fouten in het proces, vertraging in de vaststelling of juridische kwetsbaarheden. De omgevingsvisie moet via de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure (uov) worden vastgesteld. In de praktijk is het echter niet altijd duidelijk wie wanneer wat moet doen – en hoe dit moet worden gedocumenteerd en bekendgemaakt.
Aanpak
Het college van B&W bereidt de omgevingsvisie voor en doorloopt daarbij de uov (uniforme openbare voorbereidingsprocedure) volgens afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. De belangrijkste stappen zijn:
1. Ontwerp vaststellen
Het college stelt het ontwerp van de omgevingsvisie vast.
2. Mededeling en ter inzage leggen
Het college doet mededeling van het ontwerp in het Gemeenteblad. Daarnaast legt het college de op het ontwerp betrekking hebbende stukken 6 weken ter inzage. Vóór de terinzagelegging geeft het college in het Gemeenteblad kennis van het ontwerpbesluit en de stukken. De terinzagelegging gaat zowel fysiek (bijvoorbeeld op het gemeentehuis) als digitaal.
3. Zienswijzen ontvangen en verwerken
Iedereen kan gedurende de termijn een zienswijze indienen. Het college maakt hiervan een nota van beantwoording.
4. Voorstel tot vaststelling
Het college verwerkt de zienswijzen waar nodig in een aangepaste visie en biedt deze aan de raad aan ter vaststelling.
5. Gebruik van STOP/TPOD
Bij vaststelling en publicatie moet de technische standaard STOP/TPOD worden toegepast. Dit zorgt voor zichtbaarheid in het Omgevingsloket.
Let op: de elektronische publicatie verloopt via aanlevering aan de Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaar (LVBB).
Risico
Fouten in de procedure kunnen de rechtsgeldigheid van de omgevingsvisie aantasten of zorgen voor vertraging bij vaststelling. Denk hierbij aan: ontbrekende publicatie, onjuiste termijn, onvolledige terinzagelegging. Ook kunnen zienswijzen onvoldoende worden meegenomen als de procedure niet zorgvuldig is ingericht.
Meer informatie en ondersteuning
- Procedure omgevingsvisie (IPLO)
Onzekerheid over het juridische proces van vaststelling en bekendmaking leidt tot onvolledige of onjuiste publicatie. Daarmee kan de rechtsgeldigheid van de omgevingsvisie in het geding komen. Ook kan het gebeuren dat inwoners of partners de visie niet (tijdig) kunnen inzien of gebruiken, met verwarring of klachten als gevolg.
Aanpak
De gemeenteraad stelt de omgevingsvisie vast in een openbare raadsvergadering. Na vaststelling moet de visie op de juiste manier bekend worden gemaakt. Dit verloopt via de volgende stappen:
1. Vaststelling door de raad
De raad neemt een formeel besluit tot vaststelling, op voorstel van het college. Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen worden hierbij meegenomen.
2. Bekendmaking via het Gemeenteblad
De visie wordt bekendgemaakt via het Gemeenteblad op officiëlebekendmakingen.nl.
3. Publicatie in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)
De omgevingsvisie wordt via de Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaar (LVBB) doorgeleverd aan het DSO. Hier wordt de visie zichtbaar in onder meer ‘Regels op de kaart’.
4. Toepassing van STOP/TPOD
Voor publicatie is het gebruik van de standaard STOP/TPOD verplicht. Dit geldt voor zowel het raadsbesluit als de visie zelf.
Let op: een informele publicatie op de gemeentelijke website (bijvoorbeeld een publieksvriendelijke versie) is toegestaan en vaak wenselijk, maar geldt niet als officiële bekendmaking.
Risico
Bij onjuiste of onvolledige bekendmaking is de omgevingsvisie niet goed vindbaar en raadpleegbaar voor inwoners, ondernemers en andere geïnteresseerden.
Meer informatie en ondersteuning
Bij het officieel publiceren van een omgevingsvisie moet gebruik worden gemaakt van de STOP/TPOD-standaarden (Standaard voor Officiële Publicaties en Toepassingsprofielen Omgevingsdocumenten). Deze standaarden zijn verplicht onder de Omgevingswet voor alle officiële omgevingsdocumenten, zoals de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Ze zorgen ervoor dat deze documenten digitaal uitwisselbaar, machinaal leesbaar en doorzoekbaar zijn binnen het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
Een PDF-versie van de omgevingsvisie kan daarnaast wel worden gebruikt voor communicatie, inspraak of presentatie, maar niet voor de juridisch bindende publicatie. Alleen publicatie via STOP/TPOD in het DSO heeft juridische status.
Meer informatie
Kan ik een omgevingsvisie als PDF publiceren? | Wegwijzer TPOD
Kan ik bij een wijziging of vaststelling van een omgevingsvisie nog gebruikmaken van de RO Standaarden en IMRO software? | Wegwijzer TPOD
Een omgevingsvisie die al in TAM-IMRO is vastgesteld, hoeft niet verplicht te worden omgezet naar STOP/TPOD. De visie blijft geldig tot het moment dat deze wordt gewijzigd of vervangen.
Toch kan het inhoudelijk en praktisch verstandig zijn om de bestaande visie op termijn over te zetten naar de nieuwe standaard. De STOP/TPOD-standaarden zijn namelijk ontwikkeld voor de digitale omgeving van de Omgevingswet en maken het mogelijk om de visie goed te ontsluiten in het DSO, te koppelen met andere omgevingsdocumenten en beter te integreren in beleid en uitvoering.
Als een gemeente, provincie of het Rijk de omgevingsvisie na 1 januari 2025 wil wijzigen of actualiseren, kan dat uitsluitend met STOP/TPOD, ook wanneer de oorspronkelijke visie nog in IMRO is opgesteld. Een volledige omzetting kan dan nuttig zijn om het document toekomstbestendig te maken en beheer eenvoudiger te houden.
Uiterlijk op 1 januari 2027 moet iedere gemeente, provincie en het Rijk beschikken over een omgevingsvisie die voldoet aan de juridische eisen van de Omgevingswet (artikelen 3.2 en 3.3). Wie nu nog werkt met een IMRO-visie, doet er dus goed aan om tijdig te plannen hoe en wanneer deze naar STOP/TPOD wordt omgezet.
Meer informatie
Nee, annotaties kunnen na publicatie niet zelfstandig worden gewijzigd. Als er iets in de annotaties moet worden aangepast, kan dat alleen via een formeel wijzigingsbesluit. Annotaties maken namelijk onderdeel uit van de juridisch vastgestelde versie van het omgevingsdocument, en wijzigingen daarin hebben juridische betekenis.
Meer informatie
Kan ik de annotaties van een omgevingsdocument wijzigen na publicatie? | Wegwijzer TPOD
Bij het publiceren van een ontwerpbesluit of definitief besluit over een omgevingsdocument moet in bepaalde gevallen een kennisgeving worden gepubliceerd.
De kennisgeving bevat een zakelijke weergave van het (ontwerp)besluit, informatie over terinzagelegging, en uitleg over het indienen van zienswijzen of het instellen van beroep.
De kennisgeving wordt geplaatst in een officieel publicatieblad en is geen onderdeel van het besluit zelf. Ze wordt alleen getoond op overheid.nl.
Ontwerpbesluit
Een kennisgeving van een ontwerpbesluit is verplicht als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing is. Als afdeling 3.4 Awb niet van toepassing is, is er geen ontwerpbesluit en dus ook geen kennisgeving.
Definitief besluit
Voor het definitieve besluit geldt dat een kennisgeving verplicht is als beroep kan worden ingesteld tegen dat besluit. Als geen beroep openstaat, mag geen kennisgeving worden gepubliceerd. Als het wel wenselijk is om aanvullende informatie op te nemen, kan dat in de sluiting van het besluitdeel van het definitieve besluit worden gedaan, maar niet via een aparte kennisgeving.