De Omgevingswet is ontworpen vanuit de gedachte dat de overheid een eenduidig beleid heeft, vastgelegd in een omgevingsvisie, en dat ook uitvoert. De omgevingsvisie is een integrale visie met strategische hoofdkeuzen van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn.
Op deze pagina vindt u vragen van gemeenten over de inhoud van de omgevingsvisie.
Ook een vraag over de inhoud van de omgevingsvisie?
Mist u een vraag? Dan nodigen we u van harte uit om die met ons te delen. Zo zorgen we er samen voor dat de informatie op deze pagina actueel en relevant blijft. Stuur uw vraag per mail naar omgevingswet@vng.nl, met in het onderwerp ‘omgevingsvisie’.
Zonder duidelijke en volledige omgevingsvisie ontbreekt een stevig fundament voor verdere besluitvorming en uitvoering. Gemeenten lopen dan het risico dat gewenste ontwikkelingen niet van de grond komen, of dat kwaliteiten onvoldoende beschermd worden. Ook kan dit leiden tot een zwakke basis voor het omgevingsplan en andere instrumenten.
Aanpak
Volgens artikel 3.2 van de Omgevingswet heeft de omgevingsvisie 3 verplichte onderdelen:
- hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.
- hoofdlijnen van voorgenomen ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van het grondgebied.
- hoofdzaken van het te voeren integrale beleid.
Gebruik deze wettelijke eisen als basis, maar bouw daar als gemeente bewust op voort met eigen strategische keuzes en accenten. Bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid, gezondheid of economische ontwikkeling. Hierbij moet wel een relatie zijn met de fysieke leefomgeving.
Het opstellen en actualiseren van de omgevingsvisie is geen eenmalige actie, maar een doorlopend proces. Een duidelijke structuur helpt hierbij. De praktijk laat zien dat de volgende stappen daarbij goed werken:
- Begin met een beleidskaart of beleidshuis waarin alle relevante thema’s in de fysieke leefomgeving zichtbaar worden gemaakt. Dit helpt om verbanden te leggen én keuzes te maken.
- Leg in een startnotitie het proces, de rolverdeling en het beoogde ambitieniveau vast. Hiermee voorkom je ruis tussen raad, college en ambtelijke organisatie.
- Bepaal per opgave of die een plek moet krijgen in de visie, een programma of het omgevingsplan. Dat voorkomt dat alles in de omgevingsvisie terechtkomt.
- Plan structureel momenten van actualisatie in, bijvoorbeeld 1 keer per bestuursperiode. Koppel dit aan monitoring en bestuurlijke reflectie.
- Zorg voor afstemming met bovenliggende overheden, buurgemeenten en interne afdelingen en sluit aan op maatschappelijke opgaven. Denk ook na over de wisselwerking met programma’s en het omgevingsplan.
Tip uit de praktijk: sommige gemeenten werken met een ‘vaststellingsjaar’ en een ‘werkjaar’ waarin ambtelijk en bestuurlijk wordt geëvalueerd of bijstelling nodig is.
Risico
Een omgevingsvisie die niet voldoende richting geeft, maakt het lastig om ambities te realiseren of regels te onderbouwen. Ook kunnen inconsistenties ontstaan tussen omgevingsvisie en uitvoering, wat leidt tot extra werk bij vergunningverlening, beleidsvorming of juridische toetsing.
Meer informatie en ondersteuning
- In de Wegwijzer omgevingsvisie (IPLO) vindt u handvatten voor het opstellen en actualiseren van de omgevingsvisie.
- Via de pagina Thema’s in de omgevingsvisie (IPLO) vindt u voorbeelden van thema's als geluid, geur en maatschappelijke opgaven.
Zonder integrale afweging in de omgevingsvisie lopen gemeenten later vast bij uitvoering, vergunningverlening of beleidsontwikkeling. Denk aan conflicten tussen woningbouw en waterveiligheid, of gezondheid en mobiliteit. Veel opgaven grijpen op elkaar in, maar worden nog vaak sectoraal opgepakt.
Aanpak
Integraal beleid begint bij inzicht in waar opgaven elkaar raken. Dat vraagt om meer dan afstemming tussen beleidsvelden: het gaat om het maken van bestuurlijke keuzes. Werk hierbij in de visie met:
- Thematische dwarsdoorsnedes of gebiedsgerichte integraties: bundel bijvoorbeeld opgaven rond gezondheid, klimaat en verstedelijking tot 1 verhaal.
- Afwegingskaders of beleidsprincipes, waarin staat wat zwaarder weegt als opgaven botsen.
- Overkoepelende doelstellingen (zoals een gezonde leefomgeving of energieneutraliteit) die je verbindt aan meerdere opgaven.
- Multidisciplinaire werksessies, ook met bestuur en externe partners, om gezamenlijk belangen en spanningen in beeld te brengen.
Aanpak-tip: Start met een integrale “nulmeting”: welke opgaven leven bij verschillende beleidsvelden, en waar zitten spanningen of synergie? Dat helpt om het integrale gesprek goed te voeren.
Risico
Een sectoraal opgestelde visie kan leiden tot tegenstrijdig beleid, extra werk bij het omgevingsplan of vertraging in besluitvorming. Ook neemt de kans op juridische en politieke frictie toe als keuzes niet helder zijn gemaakt.
Meer informatie en ondersteuning
- Integraal werken op IPLO.nl
- Onderdeel samenhang in de Wegwijzer omgevingsvisie (IPLO)
Veel gemeenten hebben een stapel bestaand beleid liggen: van structuurvisies tot thematische nota’s. Als je die documenten niet goed tegen het licht houdt, kunnen ze in strijd zijn met je omgevingsvisie of ongemerkt blijven doorwerken. Ook is vaak onduidelijk welk beleid onder overgangsrecht valt en dus (tijdelijk) mag blijven gelden. Dat leidt tot versnippering, tegenstrijdigheden of onduidelijke rechtsposities.
Aanpak
Maak allereerst een overzicht van al het bestaande beleid dat (mogelijk) invloed heeft op de fysieke leefomgeving. Let daarbij op:
- Is het beleid strategisch of uitvoerend?
- Is het gebaseerd op een wettelijke grondslag, of niet?
- Is het van vóór of na 1 januari 2024?
Gebruik dit overzicht om per document te bepalen:
- Moet het vervangen, geïntegreerd of ingetrokken worden?
- Kan het blijven bestaan naast de visie?
- Valt het onder overgangsrecht en wanneer vervalt het dan?
Werk eventueel met een beleidskaart of beleidsanalyse-matrix, waarin je koppelt:
- bestaand beleid → thema of opgave.
- plek in de visie of in programma’s.
- status (vervallen, herzien, meenemen).
Tip: Ga in gesprek met inhoudelijke beleidsadviseurs. Zij weten welke documenten nog relevant zijn – en welke intussen verouderd zijn of onbedoeld blijven doorwerken.
Risico
Zonder grondige analyse loop je het risico dat:
- tegenstrijdige beleidsdoelen naast elkaar bestaan.
- oude documenten onbedoeld juridische waarde houden.
- de visie onvoldoende richting geeft.
- tijdrovende herzieningen nodig zijn bij het omgevingsplan of vergunningverlening.
Meer informatie en ondersteuning
- Bekijk bestaand gemeentelijk beleid onder de Omgevingswet (IPLO)