Mondkapjes

1. Moet een zorgondersteuner die tijdens het werk niet de veilige afstand kan houden tot de klant of patiënt, een mondkapje op?

Op grond van artikel 2a3, lid 1, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 moet zowel de beoefenaar van een contactberoep als de klant of patiënt aan wie de diensten worden verleend een mondkapje dragen gedurende het contact.

 

2. Geldt de mondkapjesplicht op een markt?

Een mondkapje is verplicht voor iedereen vanaf 13 jaar in alle publieke locaties binnen waar geen coronatoegangsbewijzen gebruikt worden. De mondkapjesplicht geldt ook voor plaatsen die openbaar toegankelijk èn overdekt zijn. Dus een markt in de open lucht valt daar niet onder, maar een overdekte markthal weer wel. 

 

3. Geldt de mondkapjesplicht in alle ruimtes in openbare gebouwen, dus ook in keuken- of kantoorgedeelte?

De mondkapjesplicht geldt voor publieke binnenruimten waar geen coronatoegangsbewijzen gebruikt worden. Kantoren en keukens zijn doorgaans niet publiekelijk toegankelijk. In die ruimten geldt dan ook geen mondkapjesplicht.

 

4. Kan degene die bevoegd is tot het treffen van voorzieningen voor een publieke plaats, erop worden aangesproken dat hij de zorgplicht niet naleeft als de mondkapjesplicht in zijn onderneming niet wordt nageleefd?

De zorgplicht houdt op dit moment in dat de beheerder van een publieke plaats waar geen coronatoegangsbewijzen worden gebruikt, ervoor moet zorgen dat hygiënemaatregelen worden getroffen en dat degene die geplaceerd is, uitsluitend van de aangewezen plaats gebruikmaakt. De zorgplicht houdt niet in dat de beheerder moet handhaven dat zijn klanten de mondkapjesverplichting naleven.

Wel kunnen BOA’s en politie in de winkel handhavend optreden tegen personen die zich zonder geldige reden aan de mondkapjesplicht onttrekken. Aan een burger die de coronamaatregelen zelf niet in acht neemt, kan een strafrechtelijke boete worden opgelegd (artikel 58f jo. artikel 68bis van de Wet publieke gezondheid). 

 

5. Waar is geregeld dat mondkapjes niet verplicht zijn op locaties waar coronatoegangsbewijzen worden ingezet?

In artikel 2a.9 trm is geregeld dat de mondkapjesplicht binnen niet geldt voor geplaceerde personen in locaties waar toepassing wordt gegeven aan de artikelen 4.2, eerste lid, 4.3, eerste lid, 4.4, eerste lid en 5.2, eerste lid trm. Dit zijn eet- en drinkgelegenheden, locaties voor kunst en cultuur, sportlocaties en evenementenlocaties waar alleen publiek mag worden toegelaten met een geldig coronatoegangsbewijs. Het mondkapje is echter verplicht voor personen die niet zijn geplaceerd en personen die uitsluitend gebruikmaken van de afhaalfunctie van een eet- en drinkgelegenheid, als bedoeld in artikel 4.2, vierde lid, onder f trm.

Let op: Vanaf 13 november geldt dat er geen publiek is toegestaan bij wedstrijden van amateursport en professionele sport.

Naar boven

Veilige afstand

1. Waar is de veilige afstand van 1,5 meter wel en niet verplicht?

Iedereen die zich buiten een woning ophoudt, moet een veilige afstand tot andere personen houden. Hier gelden de volgende uitzonderingen:

  • De uitzonderingen in artikel 58f lid 3 Wet publieke gezondheid, zoals tussen personen die op hetzelfde adres woonachtig zijn
  • De aanvullende uitzonderingen in hoofdstuk 2 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19, zoals tussen personen tot en met 17 jaar onderling en tussen zorgvrijwilligers (voor zover zij hun werkzaamheden niet op gepaste wijze kunnen uitoefenen met inachtneming van de veilige afstand) en degenen jegens wie zij hun werkzaamheden uitoefenen.

 

3. Kan degene die bevoegd is tot het treffen van voorzieningen voor een publieke plaats, erop worden aangesproken dat hij de zorgplicht niet naleeft als de veilige afstand in zijn onderneming niet wordt nageleefd?

De zorgplicht houdt op dit moment in dat de beheerder van een publieke plaats waar geen coronatoegangsbewijzen worden gebruikt, ervoor moet zorgen dat hygiënemaatregelen worden getroffen en dat degene die geplaceerd is, uitsluitend van de aangewezen plaats gebruikmaakt. De zorgplicht houdt niet in dat de beheerder moet handhaven dat zijn klanten de veilige afstand naleven.

Wel kunnen BOA’s en politie handhavend optreden tegen personen die zich zonder geldige reden niet aan de veilige afstand houden. Aan een burger die de coronamaatregelen zelf niet in acht neemt, kan een strafrechtelijke boete worden opgelegd (artikel 58f jo. artikel 68bis van de Wet publieke gezondheid).

Naar boven

Eet- en drinkgelegenheden

0. Wanneer zijn bij eet- en drinkgelegenheden coronatoegangsbewijzen wel en niet verplicht?

Coronatoegangsbewijzen zijn verplicht voor bezoekers. Dit geldt inclusief het terras en de bijbehorende dansvoorzieningen en ook als de eet- en drinkgelegenheid onderdeel is van een andere locatie, zoals een koffiebar in een boekwinkel, een sportkantine, een bar in een casino of een restaurant in een hotel. Let op: Vanaf 13 november geldt dat er geen publiek is toegestaan bij wedstrijden van amateursport en professionele sport.

Het coronatoegangsbewijs is niet verplicht voor personen tot en met 12 jaar (artikel 4.2 lid 3 Trm), werknemers, vrijwilligers en artiesten (al dan niet tegen betaling werkzame personen als bedoeld in artikel 1.1 Trm). Bovendien is het coronatoegangsbewijs niet verplicht voor bezoekers van eet- en drinkgelegenheden (artikel 4.2 lid 4 Trm):

  • in een uitvaartcentrum of in een andere locatie waar een plechtigheid plaatsvindt ten behoeve van een uitvaart
  • in zorglocaties voor patiënten, cliënten en bezoekers van patiënten en cliënten
  • die zich bevinden op een luchthaven na de securitycheck
  • binnen een locatie waar besloten en georganiseerde dagbesteding plaatsvindt voor kwetsbare groepen
  • op verzorgingsplaatsen langs wegen die behoren tot het hoofdwegennet
  • waar uitsluitend sprake is van verkoop, aflevering of verstrekking van etenswaren of dranken voor gebruik anders dan ter plaatse, mits de duur van het verblijf van publiek in de inrichting zoveel mogelijk wordt beperkt
  • in een internationale trein

 

1. Is een coronatoegangsbewijs ook verplicht voor het horecagedeelte van publieke plaatsen met een andere functie?

Voor het horecagedeelte inclusief buitenterras van publieke plaatsen met een andere functie is een coronatoegangsbewijs verplicht. Denk hierbij aan het horecagedeelte in sportkantines, winkels, speeltuinen, zwembaden, snackbars, ijssalons, zaalverhuur, buurtcentra, standplaatsen en rondvaartboten. Een coronatoegangsbewijs is niet verplicht voor de andere functie en de eventuele afhaalfunctie van zo’n publieke plaats, mits die functies zijn afgebakend van de horecafunctie binnen. 

 

2. Mag afhaal bij eet- en drinkgelegenheden na 17.00 uur?

Tijdens de avond- en nachtsluiting van eet- en drinkgelegenheden voor het publiek (tussen 17.00 en 05.00 uur) is afhaal (verkoop, aflevering of verstrekking van etenswaren of dranken voor gebruik anders dan in de eet- en drinkgelegenheid, mits de duur van het verblijf van publiek in de eet- en drinkgelegenheid zo veel mogelijk wordt beperkt) toegestaan.

 

3. Is een coronatoegangsbewijs verplicht voor een bedrijfsrestaurant in een gemeentehuis?

Het controleren op een geldig coronatoegangsbewijs (CTB) is noodzakelijk wanneer het (bedrijfs)restaurant vrij toegankelijk is voor publiek. Als het restaurant alleen voor raadsleden en ambtenaren toegankelijk is, is geen CTB nodig.

Voor toegang tot een eet- of drinkgelegenheid is een coronatoegangsbewijs vereist op grond van artikel 4.2, eerste lid van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 (Trm). Voor besloten locaties, zoals een bedrijfskantine, geldt een uitzondering en is geen coronatoegangsbewijs verplicht. Voor afhaal is ook geen coronatoegangsbewijs verplicht (artikel 4.2, vierde lid, onder f, Trm).

 

4. Is een mondkapje verplicht voor een eet- en drinkgelegenheid behorend bij een accommodatie voor amateursport?

Mondkapjes zijn verplicht in publieke binnenruimten. Personen tot en met 12 jaar zijn zonder meer uitgezonderd van de mondkapjesplicht (artikel 2a.1 Trm). Verder staat in artikel 2a.9 Trm dat de mondkapjesplicht ook niet geldt voor geplaceerde personen in locaties waar toepassing wordt gegeven aan de CTB-plicht (artikelen 4.2, eerste lid, 4.3, eerste lid, 4.4, eerste lid en 5.2, eerste lid Trm), zoals een eet- en drinkgelegenheid behorend bij een accommodatie voor amateursport. 

Let op: Vanaf 13 november geldt dat er geen publiek is toegestaan bij wedstrijden van amateursport en professionele sport. In een eet- en drinkgelegenheid behorende bij een accommodatie voor amateursport hoeven spelers geen mondkapje te dragen als zij op veilige afstand van elkaar zijn geplaceerd. Ook niet diegenen die zijn uitgezonderd van de CTB-plicht. Dit betekent dat personen van 13 tot en met 17 jaar die een eet- en drinkgelegenheid behorend bij een sportaccommodatie bezoeken, ook geen mondkapje binnen hoeven te dragen. 

De volgende personen moeten wel een mondkapje dragen in een eet- en drinkgelegenheid behorende bij een accommodatie voor amateursport:

  • Personen die niet zijn geplaceerd, bijvoorbeeld als zij gebruik maken van het toilet of afrekenen aan de bar
  • Personen die uitsluitend gebruikmaken van de afhaalfunctie van een eet- en drinkgelegenheid (artikel 2a.9 Trm)
  • Daar beroeps- of bedrijfsmatig werkzame personen, omdat deze personen in artikel 58ra lid 8 Wpg helemaal zijn uitgezonderd van de CTB-plicht. Zij mogen alleen geen mondkapje dragen als een mondkapje de goede en veilige uitoefening van werkzaamheden in het kader van beroep of bedrijf onmogelijk maakt (artikel 2a.8 Trm)

 

5. Welke verplichte sluitingstijd geldt voor coffeeshops?

Op grond van artikel 4.2, lid 7 van de Trm geldt voor eet- en drinkgelegenheden een verplichte sluitingstijd van 17.00 uur tot 05.00 uur. Coffeeshops vallen in de categorie eet- en drinkgelegenheid en daarom geldt ook hier een verplichte sluitingstijd. Daarnaast is op grond van artikel 4.2, lid 1 van de Trm een coronatoegangsbewijs verplicht. Verder geldt voor horecagelegenheden een placeringsplicht en moet een beheerder een registratie- en gezondheidscheck doen.
 
In artikel 4.2, lid 4, onder f en juncto artikel 4.2, lid 7 van de Trm is een uitzondering op de sluitingstijd, de placeringsplicht en op de coronatoegangsbewijsplicht voor afhaallocaties opgenomen. Ook hoeft bij afhaal geen registratie- en gezondheidscheck worden gedaan. Dit houdt in dat voor locaties waar uitsluitend sprake is van verkoop, aflevering of verstrekking van eten of drinken voor gebruik anders dan in de eet- en drinkgelegenheid geen verplichte sluitingstijd, coronatoegangsbewijsverplichting, plicht tot het doen van een registratie- en gezondheidscheck en placeringsplicht geldt, mits de duur van het verblijf van publiek in de inrichting zoveel mogelijk wordt beperkt.

Naar boven

Kunst en cultuur

1. Wanneer zijn bij kunst en cultuur coronatoegangsbewijzen wel en niet verplicht?

Coronatoegangsbewijzen zijn verplicht bij de vertoning en beoefening van kunst en cultuur voor publiek in bijvoorbeeld bioscopen, theaters, concertzalen en poppodia. Dit geldt ook voor doorstroomlocaties, zoals musea. Het is niet verplicht voor:

  • personen tot en met 12 jaar bij de vertoning van kunst en cultuur
  • personen tot en met 17 jaar bij de beoefening van kunst en cultuur
  • werknemers, vrijwilligers en artiesten (al dan niet tegen betaling werkzame personen als bedoeld in artikel 1.1 Trm)
  • de vertoning of de beoefening van kunst en cultuur in het kader van onderwijsactiviteiten
  • de vertoning van kunst en cultuur behorende bij de reguliere exploitatie van bibliotheken
     

2. Geldt de mondkapjesplicht voor personen die op locaties voor kunst en cultuur zijn uitgezonderd van de CTB-plicht?

Mondkapjes zijn alleen verplicht in publieke binnenruimten. Personen tot en met 12 jaar zijn zonder meer uitgezonderd van de mondkapjesplicht (artikel 2a.1 Trm). In een locatie voor kunst en cultuur hoeft het geplaceerde publiek geen mondkapje te dragen. Ook niet diegenen die zijn uitgezonderd van de CTB-plicht. Dit betekent dat personen van 13 tot en met 17 jaar bij de beoefening van kunst en cultuur binnen ook geen mondkapje hoeven te dragen. 

Beroeps- of bedrijfsmatig werkzame personen bij kunst en cultuur moeten binnen wel een mondkapje dragen, omdat deze personen in artikel 58ra lid 8 Wpg helemaal zijn uitgezonderd van de CTB-plicht. Zij mogen alleen geen mondkapje dragen als een mondkapje de goede en veilige uitoefening van werkzaamheden in het kader van beroep of bedrijf onmogelijk maakt (artikel 2a.8 Trm).

Naar boven

Sport

1. Wanneer zijn coronatoegangsbewijzen bij sport verplicht?

Coronatoegangsbewijzen zijn verplicht voor de beoefening van sport in de publieke binnenruimte van sportlocaties, zoals sportzalen, zwembaden en sportscholen. Het geldt voor lessen, trainingen, recreatief sporten en bij wedstrijden. Vanaf 13 november geldt dat er geen publiek is toegestaan bij wedstrijden van amateursport en professionele sport.

Uitzonderingen

Een coronatoegangsbewijs is niet verplicht voor:

  • spelers tot en met 17 jaar bij amateursport binnen
  • spelers bij amateursport buiten, tenzij zij als personen vanaf 18 jaar de toiletten, kleedkamer of sportkantine (op de sportlocatie) betreden
  • personen die beroeps- of bedrijfsmatig werkzaamheden verrichten, zoals vrijwilligers (al dan niet tegen betaling werkzame personen als bedoeld in artikel 1.1 Trm)

Topsport

Voor wedstrijden van topsporters geldt een afwijkend regime. Voor professionele sportwedstrijden (binnen en buiten) blijft namelijk het regime bij evenementen gelden. De topsporters zijn niet CTB-plichtig, omdat personen die beroeps- of bedrijfsmatig werkzaamheden verrichten generiek uitgezonderd zijn van de CTB-verplichting.

Verschil tussen sport en spel

Om te beoordelen of sprake is van sport, moet naar de omstandigheden van het geval gekeken worden. Voor die beoordeling kan bekeken worden of het hoofddoel van de activiteit, sportbeoefening dan wel vermaak betreft. Zo zijn bijvoorbeeld locaties voor paintball, ballenbakken en lasergamen aan te merken als spellocaties en niet als sportlocaties. Voor deze en andere spellocaties (waartoe ook dierenparken en attractieparken behoren) geldt geen verplichte inzet van het coronatoegangsbewijs.

Eet- en drinkgelegenheid

Voor de eet- en drinkgelegenheden behorende bij de sportlocatie geldt een CTB-plicht voor personen vanaf 18 jaar (artikel 4.2 lid 3 onder b Trm). Dit is dus een hogere leeftijdsgrens dan bij andere eet- en drinkgelegenheden. Daar geldt een CTB-plicht vanaf 13 jaar (artikel 4.2 lid 3 onder a Trm). Afhaal (met mondkapje) voor gebruik anders dan in de eet- en drinkgelegenheid blijft net als in andere eet- en drinkgelegenheden zonder coronatoegangsbewijs mogelijk (artikel 4.2 lid 4 onder f Trm). Bij multifunctionele accommodaties moet de eet- en drinkgelegenheid afgescheiden zijn.

 

2. Geldt de mondkapjesplicht voor personen die op locaties voor amateursport zijn uitgezonderd van de CTB-plicht?

Mondkapjes zijn alleen verplicht in publieke binnenruimten. Personen tot en met 12 jaar zijn zonder meer uitgezonderd van de mondkapjesplicht (artikel 2a.1 Trm). Verder staat in artikel 2a.9 Trm dat de mondkapjesplicht ook niet geldt voor geplaceerde personen in locaties waar toepassing wordt gegeven aan de CTB-plicht (artikelen 4.2, eerste lid, 4.3, eerste lid, 4.4, eerste lid en 5.2, eerste lid Trm), zoals locaties voor amateursport. Vanaf 13 november geldt dat er geen publiek is toegestaan bij wedstrijden van amateursport en professionele sport.

Op locaties voor amateursport binnen hoeven spelers geen mondkapje te dragen. Ook niet diegenen die zijn uitgezonderd van de CTB-plicht. Dit betekent voor sportlocaties dat de volgende personen ook geen mondkapje hoeven te dragen:

  • personen van 13 tot en met 17 jaar die een eet- en drinkgelegenheid behorend bij een sportaccommodatie bezoeken, mits zij op veilige afstand van elkaar zijn geplaceerd
  • personen van 13 tot en met 17 jaar als spelers bij amateursport binnen

Beroeps- of bedrijfsmatig werkzame personen bij sportlocaties moeten binnen wel een mondkapje dragen, omdat deze personen in artikel 58ra lid 8 Wpg helemaal zijn uitgezonderd van de CTB-plicht. Zij mogen alleen geen mondkapje dragen als een mondkapje de goede en veilige uitoefening van werkzaamheden in het kader van beroep of bedrijf onmogelijk maakt (artikel 2a.8 Trm).

 

3. Wie is verantwoordelijk voor de coronacheck als de gemeente een sportcomplex in beheer heeft gegeven?

Op grond van artikel 4.4, eerste lid Trm moet de beheerder van de publieke locatie zorgen voor controle van het coronatoegangsbewijs. Als de gemeente tevens de beheerder is, is het voorstelbaar dat de gemeente de controle van de coronatoegangsbewijzen uitbesteedt. De gemeente blijft in dat geval echter verantwoordelijk voor een deugdelijke controle van de coronatoegangsbewijzen.

 

4. Wie is verantwoordelijk voor de check op het coronatoegangsbewijs bij zalen met verschillende huurders?

De uitbater is hiervoor verantwoordelijk.

 

5. Moet bij multifunctionele sportcomplexen het coronatoegangsbewijs direct aan de deur worden gescand of alleen bij de sportgedeelten van het complex?

Bij multifunctionele sportcomplexen moet het coronatoegangsbewijs aan de deur getoond worden.

 

6. Mogen ouders naar binnen bij het zwembad om hun kind(eren) te helpen bij het omkleden?

Nee, sinds 13 november 2021 mogen er geen ouders en begeleiders aanwezig zijn bij de zwemles.

Naar boven

Evenementen

1. Wat is de definitie van een evenement?

De definitie van evenement staat in artikel 58a van de Wet publieke gezondheid: elke voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak, alsmede een herdenkingsplechtigheid, braderie, optocht op de weg, voorstelling of feest op een andere plaats dan in een woning of op een daarbij behorend erf of in een gebouw of op een plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet, wedstrijd, beurs of congres. Onder evenementen worden niet begrepen betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

 

2. Wanneer zijn bij evenementen coronatoegangsbewijzen wel en niet verplicht?

Coronatoegangsbewijzen zijn verplicht voor deelnemers aan evenementen binnen en buiten, zoals festivals en bruiloften. Het is ook verplicht voor evenementen waarbij sprake is van doorstroom van de deelnemers, zoals beurzen en kermissen. 

Coronatoegangsbewijzen zijn bij evenementen niet verplicht voor personen tot en met 12 jaar (artikel 5.2 lid 2 Trm), werknemers, vrijwilligers en artiesten (al dan niet tegen betaling werkzame personen als bedoeld in artikel 1.1 Trm). Het is ook niet verplicht voor (artikel 5.2 lid 3 Trm):

  • deelnemers aan uitvaarten
  • deelnemers aan warenmarkten
  • personen tot en met 17 jaar en hun begeleiders die deelnemen aan georganiseerde jeugdactiviteiten
  • evenementen behorende bij de reguliere exploitatie van een bibliotheek of een buurt- of wijkcentrum

 

3. Welke voorwaarden gelden voor evenementen? 

Bij (doorstroom)evenementen binnen en buiten mogen alleen deelnemers met een geldig coronatoegangsbewijs worden toegelaten, tenzij sprake is van een uitzondering (artikel 5.2 lid 3 Trm). Verder moet de organisator er (onder meer) voor zorgen dat het evenement plaatsvindt op een afgesloten locatie, een gezondheidscheck wordt uitgevoerd bij aankomst van een deelnemer en een gecontroleerde in- en uitstroom van publiek plaatsvindt (artikel 4.1, 4.1b en 5.2 Trm). Bovendien geldt voor evenementen binnen en buiten een verplichte sluitingstijd tussen 17.00 en 05.00 uur.

Deelnemers moeten op veilige afstand van elkaar worden geplaceerd en er mogen ten hoogste 1.250 deelnemers worden toegelaten, met uitzondering van deelnemers bij evenementen waarbij sprake is van doorstroom van deelnemers (artikel 5.2 Trm). Bij doorstroomevenementen mag slechts 1 persoon per 5 m² voor deelnemers toegankelijke oppervlakte worden binnengelaten en moeten deelnemers binnen een mondkapje dragen.

 

4. Kunnen gemeenten extra voorschriften verbinden aan een vergunning voor evenementen?

De bevoegdheid van de burgemeester om een evenementenvergunning te verlenen, is een bevoegdheid die losstaat van de coronamaatregelen. Gemeenten zijn niet verplicht om bij een vergunningaanvraag de voorwaarden uit de Trm te toetsen. Ook is het niet per se nodig om de voorwaarden uit de Trm op te nemen in de evenementenvergunning, omdat die regels ongeacht het bestaan van een evenementenvergunning gelden en de burgemeester die regels ook kan handhaven. 

Wel kan de burgemeester voorschriften verbinden aan de evenementenvergunning om de gezondheid te waarborgen. Dat kunnen ook voorschriften zijn die specificeren hoe de coronamaatregelen nageleefd moeten worden (bijvoorbeeld: voorschriften over hygiënemaatregelen). Bij de beoordeling van de aanvraag kan onder omstandigheden ook worden gevraagd om een plan of uitwerking van hoe de organisator de coronamaatregelen wil gaan handhaven. 

Strengere voorschriften aan de vergunning verbinden dan in de Trm geregeld
De bevoegdheid van de burgemeester om een evenementenvergunning te verlenen, is een losstaande bevoegdheid met losstaande weigeringsgronden. De burgemeester zal dus altijd moeten kijken of er op grond van de APV een grond is om de vergunningaanvraag te weigeren. Dat staat in zoverre los van de coronamaatregelen. In de meeste APV’s kan de burgemeester een evenementenvergunning weigeren indien dat in strijd zou komen met bijvoorbeeld de openbare orde, veiligheid of (volks)gezondheid. Ook kan de burgemeester om dergelijke redenen strengere voorwaarden stellen dan in de Trm is geregeld.

Minder strenge voorschriften aan de vergunning verbinden dan in de Trm geregeld 
Met de Trm kunnen evenementen worden aangewezen die slechts onder voorwaarden mogen worden georganiseerd. Tot de voorwaarden kan behoren dat ten hoogste een bij die regeling vast te stellen aantal personen aan het evenement mag deelnemen (artikel 58i Wet publieke gezondheid). De burgemeester kan van die voorwaarden ontheffing verlenen (artikel 58e lid 2 onder a Wet publieke gezondheid).  

Aan de besluitvorming over een dergelijke ontheffing zijn echter de volgende eisen verbonden: 

  • Er moet sprake zijn van bijzondere omstandigheden. Ontheffingen dienen als individuele uitzondering op de algemene regel en zijn dus niet bedoeld om nieuwe algemene uitzonderingen te maken (artikel 58e lid 2 onder a Wet publieke gezondheid).
  • De burgemeester heeft de GGD om advies gevraagd. Het gaat om een advies dat de burgemeester zwaar moet laten meewegen bij het nemen van de uiteindelijke beslissing (artikel 58e lid 3 Wet publieke gezondheid).
  • De burgemeester verleent geen ontheffing, indien het belang van de bestrijding van de epidemie zich daartegen naar zijn oordeel verzet. Bij de afweging van de betrokken belangen betrekt de burgemeester in ieder geval:
    a.    de aard van de plaats, de aard van de activiteit en het aantal personen waarop de te verlenen ontheffing betrekking heeft
    b.    de gevolgen die verlening van de ontheffing zou hebben voor de naleving van het bepaalde in artikel 58f, eerste lid, of van de krachtens artikel 58f, vierde of vijfde lid Wet publieke gezondheid, vastgestelde regels, in en buiten de plaats waarop de te verlenen ontheffing betrekking heeft (artikel 58e lid 4 Wet publieke gezondheid).

 

5. Welke horecaregels gelden bij evenementen?

Voor een eet- en drinkgelegenheid inclusief het buitenterras op een evenemententerrein is net als voor het evenement zelf een coronatoegangsbewijs verplicht. Bovendien gelden de overige voorwaarden als bedoeld in artikel 4.1, 4.1b en 4.2 Trm. Dit betekent dat de beheerder ervoor zorgt dat:

  • hygiënemaatregelen worden getroffen
  • het publiek op veilige afstand van elkaar wordt geplaceerd
  • bij aankomst van het publiek een gezondheidscheck wordt uitgevoerd
  • een gecontroleerde in- en uitstroom van publiek plaatsvindt

Bovendien geldt een mondkapjesplicht voor ongeplaceerde bezoekers (artikel 2.a9 trm) en een verplichte sluitingstijd tussen 17.00 en 05.00 uur (artikel 4.2 Trm). 

 

6. Is voor kleine evenementen (buurt bbq’s, straatfeesten) een coronatoegangsbewijs verplicht? 

Op grond van artikel 5.2 Trm is ook voor kleine evenementen een coronatoegangsbewijs verplicht. Bovendien moet het evenement plaatsvinden op een afgesloten locatie en gelden de overige voorwaarden in artikel 4.1, 4.1b en 5.2. De organisator moet er dan voor zorgen dat:

  • een gezondheidscheck wordt uitgevoerd bij aankomst van een deelnemer
  • gewerkt wordt met toegangskaarten die voor toelating worden verstrekt
  • hygiënemaatregelen worden getroffen
  • het publiek wordt op veilige afstand van elkaar geplaceerd, tenzij er sprake is van doorstroom
  • gecontroleerde in- en uitstroom van publiek plaatsvindt

Bovendien geldt een mondkapjesplicht voor ongeplaceerde bezoekers binnen en een verplichte sluitingstijd tussen 17.00 en 05.00 uur.

 

7. Is een coronatoegangsbewijs ook verplicht voor evenementen op publieke plaatsen met een andere functie? 

Er kunnen ook evenementen zijn op publieke plaatsen met een andere functie. Denk hierbij aan evenementen in winkels, rondvaartboten, spellocaties, buurthuizen en bij zaalverhuur. In die situaties is een coronatoegangsbewijs ook verplicht. Bovendien moet het evenement plaats vinden op een afgesloten locatie en gelden de overige voorwaarden in artikel 4.1, 4.1b en 5.2. De organisator moet er dan voor zorgen dat:

  • een gezondheidscheck wordt uitgevoerd bij aankomst van een deelnemer
  • gewerkt wordt met toegangskaarten die voor toelating worden verstrekt
  • hygiënemaatregelen worden getroffen
  • het publiek wordt op veilige afstand van elkaar geplaceerd, tenzij er sprake is van doorstroom
  • gecontroleerde in- en uitstroom van publiek plaatsvindt

Bovendien geldt een mondkapjesplicht voor ongeplaceerde bezoekers binnen en een verplichte sluitingstijd tussen 17.00 en 05.00 uur.

 

8. Wanneer zijn polsbandjes toegestaan in plaats van scannen aan de deur?

De minister van Justitie en Veiligheid heeft op 29 september 2021 een brief aan de leden van het Veiligheidsberaad gestuurd over de inzet van polsbandjes. Daarin staat dat scannen aan de deur de gouden standaard blijft, omdat de restrisico’s op verspreiding van het virus hiermee het meest kunnen worden verkleind. Er is echter aangegeven dat het plaatselijk, in gebieden waar een concentratie van horeca is, mogelijk is deze controle op 1 centraal punt te doen om de ondernemers te ontlasten. Op dit uitgiftepunt moet dus worden gecontroleerd of iemand over een coronatoegangsbewijs beschikt.

In de brief wordt de inzet van polsbandjes expliciet beperkt tot eet- en drinkgelegenheden en meer specifiek ook tot gebieden met een concentratie van eet- en drinkgelegenheden. Hiervoor is gekozen omdat daar (onverwacht) drukte kan ontstaan en de situatie dus lastig beheersbaar en controleerbaar kan worden. Dit is in de regel niet het geval bij locaties voor vertoning van kunst en cultuur en evenementen waarbij toegangskaarten worden verkocht en bepaalde aanvangstijden zijn en waar veelal geen sprake zal zijn van een concentratie binnen een gebied. Daar is inzet van polsbandjes dus niet aan de orde. 

 

9. Geldt de mondkapjesplicht voor personen die bij evenementen zijn uitgezonderd van de CTB-plicht?

Mondkapjes zijn alleen verplicht in publieke binnenruimten. Personen tot en met 12 jaar zijn zonder meer uitgezonderd van de mondkapjesplicht (artikel 2a.1 Trm). Verder staat in artikel 2a.9 Trm dat de mondkapjesplicht ook niet geldt voor personen in locaties waar toepassing wordt gegeven aan de CTB-plicht (artikelen 4.2, eerste lid, 4.3, eerste lid, 4.4, eerste lid en 5.2, eerste lid Trm), zoals evenementen.

Bij evenementen binnen hoeven geplaceerde bezoekers geen mondkapje te dragen. Ook niet diegenen die zijn uitgezonderd van de CTB-plicht. Dit betekent voor evenementen dat de volgende personen ook geen mondkapje hoeven te dragen:

  • personen vanaf 13 jaar die deelnemen aan een uitvaartplechtigheid binnen;
  • personen vanaf 13 tot en met 17 jaar en hun begeleiders die deelnemen aan georganiseerde jeugdactiviteiten binnen.

Personen vanaf 13 jaar die deelnemen aan evenementen binnen die behoren tot de reguliere exploitatie van een bibliotheek, of een buurt- of wijkcentrum moeten wel een mondkapje dragen omdat deze evenementen in artikel 5.2 lid 3 Trm helemaal zijn uitgezonderd van de CTB-plicht.

Beroeps- of bedrijfsmatig werkzame personen bij evenementen binnen moeten ook een mondkapje dragen, omdat deze personen in artikel 58ra lid 8 Wpg helemaal zijn uitgezonderd van de CTB-plicht. Zij mogen alleen geen mondkapje dragen als een mondkapje de goede en veilige uitoefening van werkzaamheden in het kader van beroep of bedrijf onmogelijk maakt (artikel 2a.8 Trm).

Naar boven

Buurthuizen

1. Moeten bezoekers van buurthuizen een coronatoegangsbewijs laten zien?

In buurthuizen is een coronatoegangsbewijs (CTB) niet verplicht voor de georganiseerde dagbesteding voor kwetsbare groepen met horeca en voor evenementen die tot de reguliere exploitatie behoren. De horeca bij georganiseerde dagbesteding valt onder de uitzondering van het verplichte CTB voor eet- en drinkgelegenheden (artikel 4.2 lid 4 onder d Trm). De reguliere exploitatie van een buurthuis valt onder de uitzondering van het verplichte CTB voor evenementen (artikel 5.2 lid 3 Trm).

De reguliere buurthuisfuncties zijn en blijven dus vrij toegankelijk voor iedereen. Dat betekent dat ontmoeting, inloop, repetities en kleinschalige activiteiten gewoon door kunnen gaan zonder dat bezoekers een CTB hoeven te laten zien. Het verstrekken van thee, koffie of lunch als onderdeel van de reguliere exploitatie is mogelijk zonder toegang met CTB zolang het eten en drinken niet centraal staan.

Een CTB voor toegang tot het buurthuis is wel verplicht voor evenementen die niet tot de reguliere exploitatie behoren, voorstellingen van kunst en cultuur en sportactiviteiten. Het is ook verplicht voor horeca anders dan voor de georganiseerde dagbesteding van kwetsbare groepen (artikel 4.2, 4.3 en 5.2 Trm). In dat geval gelden de reguliere uitzonderingen voor deelname en bezoek (zoals tot en met 12 jaar bij horeca en georganiseerde jeugdactiviteiten bij evenementen) en voor werknemers en vrijwilligers (al dan niet tegen betaling werkzame personen als bedoeld in artikel 1.1 Trm). Wat wel en niet tot de reguliere exploitatie van een buurthuis behoort, is afhankelijk van de individuele situatie.

 

2. Moeten bezoekers van buurthuizen een mondkapje dragen?

Buurthuizen zijn publieke binnenruimten. Personen vanaf 13 jaar zijn verplicht om een mondkapje te dragen in een publieke binnenruimte (artikel 2a.1 Trm). Hiervan zijn alleen uitgezonderd (artikel 2a.4 Trm):

  • personen die vanwege een beperking of een ziekte geen mondkapje kunnen dragen;
  • begeleiders van personen met een verstandelijke beperking, voor zover deze personen van het door begeleiders dragen van een mondkapje ernstig ontregeld raken;
  • personen die spreken met iemand die vanwege een auditieve beperking moet kunnen spraakafzien.

Overigens moeten personen die beroeps- of bedrijfsmatig werkzaam zijn bij buurthuizen binnen ook een mondkapje dragen, tenzij een mondkapje de goede en veilige uitoefening van werkzaamheden in het kader van beroep of bedrijf onmogelijk maakt (artikel 2a.8 Trm).

 

3. Als in een buurthuis een evenement wordt georganiseerd door een andere partij, is dan het buurthuis of de huurder verantwoordelijk voor de check op het coronatoegangsbewijs?

Dat ligt aan de vergunning die de gemeente verleent voor het evenement.

 

4. Geldt voor buurthuizen een verplichte sluitingstijd?

Voor alle publieke plaatsen geldt dat voor de sluitingstijd gekeken moet worden naar waar de locatie zich hoofdzakelijk op richt. Buurt- en wijkcentra hebben veelal hoofdzakelijk een sociale, ontmoetings- en ondersteuningsfunctie. In dit kader vinden verschillende (laagdrempelige) activiteiten, zoals sport en kunst- en cultuur, plaats. Voor al deze activiteiten geldt momenteel een verplichte sluitingstijd tussen 17.00 en 05.00 uur.

Naar boven

Raadsvergaderingen

1. Moeten raadsleden een coronatoegangsbewijs overleggen om toegang te krijgen tot de raadsvergadering?

Nee, raadsleden hoeven geen coronatoegangsbewijs te overleggen om toegang te krijgen tot de raadsvergadering. In artikel 58ra, eerste lid, Wet publieke gezondheid zijn sectoren opgenomen waarvoor bij ministeriële regeling regels kunnen worden gesteld met betrekking tot het beschikken over coronatoegangsbewijs. Volksvertegenwoordigende organen vallen hier niet onder. Vanwege hun mandaat hebben raadsleden toegang tot de vergadering, met inachtneming van de nog geldende maatregelen en het bezoekersreglement.

 

2. Moet een coronatoegangsbewijs worden overlegd om plaats te nemen op de publieke tribune tijdens een openbare raadsvergadering?

Nee. In de Trm is bepaald dat de inzet van coronatoegangsbewijzen verplicht is bij eet- en drinkgelegenheden, evenementen, sportlocaties en locaties voor de vertoning van kunst en cultuur. Openbare bijeenkomsten die plaatsvinden in de raadszaal vallen niet onder één van deze categorieën. Daarvoor is de inzet van coronatoegangsbewijzen dus niet vereist. Dit geldt ook als er toeschouwers zijn. Wel blijft gelden – ook wanneer gebruik van coronatoegangsbewijzen niet vereist is - dat de beheerder van een publieke plaats er zorg voor dient te dragen dat hygiënemaatregelen worden genomen en dat degene die geplaceerd is, uitsluitend van de aangewezen plaats gebruikmaakt.

 

3. Moet er gedurende de openbare raadsvergadering 1,5 meter afstand worden bewaard op de publieke tribune?

Iedereen die zich buiten een woning ophoudt, moet een veilige afstand tot andere personen houden (artikel 58f lid 1 Wet publieke gezondheid). Dit geldt ook voor de publieke tribune bij een raadsvergadering. Eventueel mag de publieke tribune ook gesloten blijven, of met beperkte inschrijving opengesteld, als de vergadering wordt uitgezonden in beeld en geluid.

 

4. Hoe verhoudt het beleid voor coronatoegangsbewijzen zich tot het houden van raadsvergaderingen in horecagelegenheden?

Voor de inzet van coronatoegangsbewijzen is de locatie van een activiteit of voorziening beslissend. Daarbij geldt bovendien het vereiste dat er sprake moet zijn van een gecontroleerde in- en uitstroom. Dit betekent dat als de gemeenteraad gebruik maakt van een zaal die volledig is afgescheiden van de eet- en drinkgelegenheid en er aparte voorzieningen voor die zaal zijn, zoals toiletten en garderobe, of als de eet- en drinkgelegenheid tijdens de raadsvergaderingen gesloten is, de zaal zonder inzet van coronatoegangsbewijzen voor de raadsvergadering kan worden gebruikt. Zodra dit niet het geval is en het publiek dat zonder inzet van coronatoegangsbewijzen is toegelaten, kan mengen met het publiek waarvoor wel een coronatoegangsbewijs vereist is, dan zal er voor de raadsvergaderingen een andere locatie moeten worden gezocht.
 

5. Is een coronatoegangsbewijs vereist voor toegang tot voorlichtingsbijeenkomsten en cursussen in het gemeentehuis?

Nee, het gemeentehuis is een publieke plaats en valt dus onder de uitzonderingen van de wet (artikel 58ra, eerste lid, Wpg). Een coronatoegangsbewijs is alleen toegestaan op het terrein van cultuur, evenementen, georganiseerde jeugdactiviteiten, horeca en sport.
 

6. Moeten raadsleden en publiek een mondkapje bij een raadsvergadering gebruiken?

Ook voor raadsvergaderingen geldt een mondkapjesplicht. Artikel 2a.1 van de Tijdelijke regeling maatregelen COVID-19 (Trm) bepaalt dat in alle ‘publieke binnenruimten’ in beginsel een mondkapjesplicht geldt voor personen die dertien jaar of ouder zijn. Een voor het publiek toegankelijke raadszaal is een publieke binnenruimte.

Wij kunnen ons wel voorstellen dat voor zover raadsleden deelnemen aan het debat/ de vergadering, zij onder de uitzondering op de mondkapjesplicht vallen voor het goed kunnen uitoefenen van je werkzaamheden (artikel 2a.8 Trm). Voor het publiek geldt in ieder geval de mondkapjesplicht. Er is geen uitzondering (meer) voor geplaceerde personen.

 

7. Moeten raadsleden een coronatoegangsbewijs overleggen bij een politieke bijeenkomst?

Er zijn geen specifieke uitzonderingen voor raadsleden op de coronatoegangsbewijsverplichting getroffen. Als een raadslid een locatie of een evenement bezoekt waarvoor een coronatoegangsbewijs verplicht is, moet ook hij/zij aan deze verplichting voldoen.

Raadsleden kunnen zich alleen beroepen op de uitzondering voor personen die beroeps- of bedrijfsmatig werkzaamheden verrichten als zij zich in het kader van de uitoefening van het beroep (ambt) op een locatie moeten begeven en als deze werkzaamheden niet elders verricht kunnen worden. De uitzondering is niet bedoeld als een generieke uitzondering voor raadsleden. De uitzondering voorkomt dat volksvertegenwoordigers de deelname aan een officiële vergadering of bijeenkomst wordt ontzegd waartoe zij vanuit hun mandaat toegang moeten hebben.

 

8. Is een coronatoegangsbewijs nodig voor raadsvergaderingen of inloopavonden voor bewoners in een school?

Een coronatoegangsbewijs is niet nodig in scholen. Een coronatoegangsbewijs is alleen verplicht op het terrein van cultuur, evenementen, horeca en sport.

Naar boven

Quarantaineplicht

1. Wordt er van te voren gebeld door de koerier wanneer er een envelop aan komt?

Deze afspraak is niet standaard te maken met de koerier, maar de praktijk leert dat dit vaak wel wordt gedaan. Zeker indien dit nadrukkelijk is verzocht door de gemeente.

 

2. Worden er ook in het weekend formulieren doorgestuurd ter handhaving?

Ja. Reizigers komen gedurende de gehele week naar Nederland. Vandaar dat ook het nabellen, doorsturen en de handhaving 7 dagen in de week doorgaan.

 

3. Wat zijn de sanctiestappen nadat geconstateerd is dat quarantaineplicht niet wordt nageleefd?

  • Wordt de persoon buiten aangetroffen, dan is er in beginsel wel een overtreding van de quarantaineplicht (behoudens bijvoorbeeld overmacht). Er is in beginsel ook sprake van een overtreding van de quarantaineplicht als iemand anders opendoet en aangeeft dat de betrokkene niet op het quarantaine-adres aanwezig is.
  • In de situatie dat er niemand opendoet, belt de toezichthouder de persoon op en vraagt om de deur voor hem open te doen. Doet de persoon de deur niet open, dan is dit een belangrijk vermoeden dat er sprake is van een overtreding van de quarantaineplicht. 
  • Wordt ook de telefoon niet opgenomen, dan is de betrokkene op dat moment onbereikbaar voor de toezichthouder. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval (bijvoorbeeld een verklaring van een huisgenoot of buurman) kan ofwel aangenomen worden dat de quarantaineplicht is geschonden ofwel zal er een hercontrole plaatsvinden op een later moment.
  • Overtreding van de quarantaineplicht kan leiden tot een bestuurlijke boete van € 339 en eventueel aanvullend een last onder dwangsom. De last onder dwangsom kan worden ingezet als voorzienbaar is dat de enkele boete niet tot een gedragsverandering zal leiden. De hoogte van de dwangsom wordt bepaald door de burgemeester, maar moet voldoende prikkel bevatten om de quarantaineplicht na te leven.

 

4. Hoe vaak moet een adres worden gecontroleerd?

In principe is 1 controle voldoende. Immers, de reiziger hoort in quarantaine te zijn op het opgegeven adres. Wordt de reiziger niet aangetroffen, is in principe sprake van een overtreding. Indien een last onder dwangsom wordt opgelegd, is uiteraard een tweede controle noodzakelijk.

 

5. Op wat voor manier moeten de controles geregistreerd worden?

Er zijn handreikingen opgesteld voor documenten die gebruikt kunnen worden bij het opleggen van een bestuurlijke boete en/of last onder dwangsom, zie Wijziging van de Wet publieke gezondheid vanwege quarantaineplicht voor reizigers. Voor het aanleveren van gegevens over het aantal ontvangen quarantaineverklaringen, het aantal uitgevoerde controles en opgelegde sancties, is afgesproken dat deze wekelijks door de Veiligheidsregio’s worden opgevraagd bij de gemeenten en vervolgens worden aangeleverd bij het LOT-C. 

 

6. Hoe is de financiële verantwoording ingeregeld voor de ontvangen middelen?

Per veiligheidsregio wordt een vast bedrag van € 200.000 beschikbaar gesteld voor de handhaving van 100-150 casussen die landelijk per week worden doorgestuurd vanuit het belteam. Deze middelen zijn uitgekeerd via een doeluitkering. Hierover is geen verantwoording nodig. In de praktijk blijkt dat gemeenten hiermee ruimschoots uitkomen.

Daarnaast ontvangen gemeenten een vast bedrag van gemiddeld € 5.000 per casus waarbij sprake is van juridische kosten wegens bezwaar of beroep. Hiervoor worden aannames gedaan gebaseerd op ervaringscijfers, in overleg met een aantal vertegenwoordigers van gemeenten en de VNG. Deze middelen worden toegevoegd aan het gemeentefonds. Daarover is geen aparte verantwoording nodig. 

 

7. Als we als centrumgemeente het aanspreekpunt zijn voor de handhaving van de quarantaineplicht, moeten we dan in dit kader rekening houden met de AVG-regels?

Daar is met het opstellen van de handreiking en de procedure voor de verzending van de quarantaineformulieren rekening mee gehouden. Deze is AVG-proof en door experts goedgekeurd.

 

8. Moet een (eventuele) invorderingsprocedure (bestuurlijke boete) en een (eventuele) bezwaar- en beroepsprocedure ook door de centrumgemeente afgehandeld worden?

Als er gekozen wordt voor mandatering (zie mandaatbesluit) dan kan de centrumgemeente de invordering namens alle regiogemeenten afhandelen. Zo niet, dan moet de centrumgemeente het signaal doorsturen naar betreffende gemeente en moet die gemeente het zelf afhandelen. Het is wel raadzaam om dit duidelijk te bespreken met de regiogemeenten.

Naar boven