Hier staan de meest gestelde vragen en antwoorden over de uitvoering van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19. Vragen en antwoorden over de uitvoering van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 vindt u op de pagina Vragen en antwoorden – Tijdelijke wet maatregelen covid-19

De vragen zijn per onderwerp genummerd. Om die reden vindt u de nieuwste vragen onderaan het onderwerp. Mocht er een nummer ontbreken, dan is deze vraag inmiddels vervallen. 

Ga naar de vragen over 

Meer informatie

Mondkapjes

1. Moet een zorgondersteuner die tijdens het werk niet de veilige afstand kan houden tot de klant of patiënt, een mondkapje op?

Op grond van artikel 2a.3 lid 1 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 moet zowel de beoefenaar van een contactberoep als de klant of patiënt aan wie de diensten worden verleend een mondkapje dragen gedurende het contact.

 

2. Geldt de mondkapjesplicht op een markt?

Een mondkapje is verplicht voor iedereen vanaf 13 jaar in alle publieke locaties binnen waar geen coronatoegangsbewijzen gebruikt worden. De mondkapjesplicht geldt ook voor plaatsen die openbaar toegankelijk èn overdekt zijn. Dus een markt in de open lucht valt daar niet onder, maar een overdekte markthal weer wel. 

Op het moment dat er een coronatoegangsbewijs nodig is voor toegang tot een gedeelte van de markthal (bijvoorbeeld: horeca in de markthal), dan is een mondkapje alleen verplicht voor personen die niet geplaceerd zijn (rondlopen).

 

3. Geldt de mondkapjesplicht in alle ruimtes in openbare gebouwen, dus ook in keuken- of kantoorgedeelte?

De mondkapjesplicht geldt voor publieke binnenruimten. Kantoren en keukens zijn doorgaans niet publiekelijk toegankelijk. In die ruimten geldt dan ook geen mondkapjesplicht.

 

4. Kan degene die bevoegd is tot het treffen van voorzieningen voor een publieke plaats, erop worden aangesproken dat hij de zorgplicht niet naleeft als de mondkapjesplicht in zijn onderneming niet wordt nageleefd?

De zorgplicht houdt op dit moment in dat de beheerder van een publieke plaats ervoor moet zorgen dat de geldende coronamaatregelen in zijn onderneming in acht genomen kunnen worden. De ondernemer moet er daarom onder andere voor zorgen dat hygiënemaatregelen worden getroffen en dat degene die geplaceerd is, uitsluitend van de aangewezen plaats gebruikmaakt. De zorgplicht houdt niet in dat de beheerder moet handhaven dat zijn klanten de mondkapjesverplichting naleven.

Wel kunnen BOA’s en politie in de onderneming handhavend optreden tegen personen die zich zonder geldige reden aan de mondkapjesplicht onttrekken. In dat geval kan een strafrechtelijke boete worden opgelegd (artikel 58j lid 1 sub a jo. artikel 68bis lid 1 sub a van de Wet publieke gezondheid). 

 

5. Waar is geregeld dat mondkapjes niet verplicht zijn op locaties waar coronatoegangsbewijzen worden ingezet?

In artikel 2a.9 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 (Trm) is geregeld dat de mondkapjesplicht binnen niet geldt voor geplaceerde personen in locaties waar toepassing wordt gegeven aan de artikelen 4.2, 4.3, 4.4 en 5.2 (allen eerste lid), van de Trm. Dit zijn eet- en drinkgelegenheden, locaties voor kunst en cultuur, sportlocaties en evenementenlocaties waar alleen publiek mag worden toegelaten met een geldig coronatoegangsbewijs.

Het mondkapje is echter verplicht voor personen die niet zijn geplaceerd (bijvoorbeeld naar de wc lopen) en personen die uitsluitend gebruikmaken van de afhaalfunctie van een eet- en drinkgelegenheid, als bedoeld in artikel 4.2 lid 4 sub f van de Trm. Wel gelden ook voor die personen mogelijk uitzonderingen op de mondkapjesplicht (zie o.a. artikel 2.a4 tot en met 2a.8 van de Trm).

Bovendien geldt er een mondkapjesplicht op het moment dat er op bovengenoemde locaties een uitzondering geldt op de CTB-plicht (bijvoorbeeld bij uitvaarten).

Naar boven

Veilige afstand

1. Waar is de veilige afstand van 1,5 meter wel en niet verplicht?

Iedereen die zich buiten een woning ophoudt (o.a. op straat, op de werkvloer, in de horeca), moet een veilige afstand tot andere personen houden. Hier gelden de volgende uitzonderingen:

  • De uitzonderingen in artikel 58f lid 3 Wet publieke gezondheid, zoals tussen personen die op hetzelfde adres woonachtig zijn.
  • De aanvullende uitzonderingen in hoofdstuk 2 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19, zoals tussen personen tot en met 17 jaar onderling, tussen personen tot en met twaalf jaar en anderen, en tussen zorgvrijwilligers (voor zover zij hun werkzaamheden niet op gepaste wijze kunnen uitoefenen met inachtneming van de veilige afstand) en degenen jegens wie zij hun werkzaamheden uitoefenen.

3. Kan degene die bevoegd is tot het treffen van voorzieningen voor een publieke plaats, erop worden aangesproken dat hij de zorgplicht niet naleeft als de veilige afstand in zijn onderneming niet wordt nageleefd?

De beheerder van een publieke plaats moet op grond van artikel 58k, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid (Wpg) zorgen voor zodanige voorzieningen of openstelling dat de daar aanwezige personen de veilige afstand (1,5 meter) in acht kunnen nemen. Op het moment dat de ruimte zo is ingericht dat de 1,5 meter niet gewaarborgd kan worden, kan de verantwoordelijke voor die plaats daarop worden aangesproken met een aanwijzing of – in spoedeisende gevallen – met een bevel (zie artikel 58k lid 2 tot en met 4 Wpg).

Op het moment dat de ondernemer deze regels niet nakomt, is het onder andere mogelijk om bestuursrechtelijk te handhaven (bijvoorbeeld met een last onder dwangsom op grond van artikel 58u lid 3 sub a Wpg in combinatie met de relevante bepalingen uit de Trm). In de Handreiking Tijdelijke wet maatregelen covid-19 worden alle bestuursrechtelijke mogelijkheden besproken (met name hoofdstuk 3 en 4).

Aan de burger die zelf de veilige afstand niet in acht neemt, kan een strafrechtelijke boete worden opgelegd (artikel 58f lid 1 jo. artikel 68bis lid 2 van de Wpg).

Naar boven

Groepsvorming

1. Welke regels gelden er over groepsvorming?

Op openbare plaatsen en erven bij publieke of besloten plaatsen (‘buiten’) geldt een maximum van 2 personen die zich in groepsverband ophouden. Deze regel geldt niet voor:

  • kinderen tot en met 12 jaar
  • kinderen tot en met 17 jaar die deelnemen aan georganiseerde jeugdactiviteiten (maximaal 50 personen en tot 17.00 uur) of die deelnemen aan sportactiviteiten op de locatie en tussen de leden van de sportvereniging waarbij zij als lid zijn aangesloten (maximaal 100)
  • bezoekers bij een uitvaart (maximaal 100 personen)
  • bezoekers bij een huwelijksvoltrekking of de registratie van een partnerschap (maximaal 50 personen)
  • groepsverbanden die noodzakelijk zijn voor de continuering van de dagelijkse werkzaamheden van instellingen, bedrijven en andere organisaties
  • zorgverleners of zorgvrijwilligers enerzijds en personen met een handicap die zij begeleiden anderzijds, alsmede de personen die zij begeleiden onderling
  • ambtenaren die werkzaam zijn in het kader van de behandeling van een asielaanvraag, opvang, begeleiding, bewaring of gedwongen terugkeer van vreemdelingen in de uitoefening van hun functie enerzijds en degenen jegens wie zij hun taak uitoefenen anderzijds, alsmede deze laatste personen onderling
  • personen in woongedeeltes van voer- en vaartuigen
  • topsporters en trainers of begeleiders
  • personen die deelnemen aan onderwijsactiviteiten

In afwijking van de hoofdregel geldt tijdens Kerst (van 24 tot en met 27 december om 05.00 uur) en oud en nieuw (van 31 december tot en met 1 januari om 05.00 uur) geldt een maximum van 4 personen.

In publieke binnenruimten geldt een maximum van 50 personen per zelfstandige ruimte. Deze regel geldt niet voor:

  • bezoekers bij een uitvaart (maximaal 100 personen)
  • personen op doorstroomlocaties
  • personen die deelnemen aan onderwijsactiviteiten
  • groepsverbanden die noodzakelijk zijn voor de continuering van de dagelijkse werkzaamheden van instellingen, bedrijven en andere organisaties
  • personen in ruimten met een verkeersfunctie

In besloten binnenruimten (zoals kantoorpanden) geldt een maximum van 50 personen per zelfstandige ruimte. Deze regel geldt niet voor:

  • bezoekers bij een uitvaart (maximaal 100 personen)
  • personen die deelnemen aan onderwijsactiviteiten, locaties voor kinderopvang en zorglocaties
  • groepsverbanden die noodzakelijk zijn voor de continuering van de dagelijkse werkzaamheden van instellingen, bedrijven en andere organisaties

 

2. Wanneer is er sprake van groepsverbanden die noodzakelijk zijn voor de continuering van de dagelijkse werkzaamheden van instellingen, bedrijven en andere organisaties?

Er geldt een uitzondering voor groepsverbanden die noodzakelijk zijn voor de continuering van de dagelijkse werkzaamheden van instellingen, bedrijven en andere organisaties, omdat het anders voor sommige instellingen, bedrijven en andere organisaties onmogelijk is de noodzakelijke werkzaamheden uit te voeren, wat grote economische en sociale gevolgen kan hebben. Hieronder vallen bijvoorbeeld stratenmakers, maar ook professionele sporters bij trainingen in de openbare ruimte of acteurs (inclusief figuranten) bij een opname voor een productie. Activiteiten die ook georganiseerd kunnen worden zonder een fysieke samenkomst (bijvoorbeeld digitaal) of activiteiten die enkel gericht zijn op vermaak, voldoen niet aan de eis van noodzakelijkheid en vallen niet onder deze uitzondering.

Het hangt af van de concrete omstandigheden van het geval of deze uitzondering van toepassing is.

Naar boven

Eet- en drinkgelegenheden

6. Welke regels gelden er voor eet- en drinkgelegenheden?

Alle eet- en drinkgelegenheden (zoals cafés, restaurants, casino’s) moeten in beginsel voor publiek gesloten zijn. Afhaal is toegestaan, mits de duur van het verblijf van publiek in de inrichting zoveel mogelijk wordt beperkt. Daarvoor is geen coronatoegangsbewijs nodig. Ook bezorgen is toegestaan binnen de reguliere openingstijden.

Eet- en drinkgelegenheden op onderstaande locaties mogen, als het publiek wordt geplaceerd, wel open voor publiek:

  • in een uitvaartcentrum of in een andere locatie waar een plechtigheid plaatsvindt ten behoeve van een uitvaart
  • in zorglocaties voor patiënten, cliënten en bezoekers van patiënten en cliënten;
  • op een luchthaven na de securitycheck
  • in een locatie waar besloten en georganiseerde dagbesteding plaatsvindt voor kwetsbare groepen
  • op verzorgingsplaatsen langs wegen die behoren tot het hoofdwegennet, uitsluitend voor beroepschauffeurs
  • in een internationale trein
  • in verzorgingsplaatsen die exclusief zijn ingericht voor zeevarenden voor de tijdelijke onderbreking van hun reis

 

8. Voor welke wegrestaurants geldt er een uitzondering op de verplichte sluiting?

Op grond van artikel 4.2 lid 5 sub e van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 geldt de regels van eet- en drinkgelegenheden niet voor eet- en drinkgelegenheden op verzorgingsplaatsen langs wegen die behoren tot het hoofdwegennet. 

Op de website van de rijksoverheid is daarbij aangegeven dat deze uitzondering geldt voor wegrestaurants langs de snelweg en truckersrestaurants op parkeerplaatsen, als deze alleen via een op- of afrit van de snelweg bereikbaar zijn.

Het gaat dus niet om alle restaurants die vlakbij een snelweg liggen, maar alleen die daadwerkelijk aan de snelweg liggen of alleen via een op- of afrit van de snelweg bereikbaar zijn.

Naar boven

Georganiseerde jeugdactiviteiten

1. Waar mogen georganiseerde jeugdactiviteiten plaats vinden?

Georganiseerde jeugdactiviteiten zijn uitgezonderd van de regels over groepsvorming op openbare plaatsen en op erven bij publieke of besloten plaatsen met maximaal 50 personen (incl. begeleiding) en tot 17.00 uur (zie artikel 3.1 lid 2 onder b Trm).

Het is dus toegestaan om buiten met maximaal 50 personen tot 17.00 uur op openbare plaatsen georganiseerde jeugdactiviteiten te laten plaatsvinden, zoals in een openbaar park, Het mag echter geen evenement zijn (zie artikel 5.a1 Trm).

 

2. Wanneer is iets een jeugdactiviteit en wanneer een evenement?

Het zal afhangen van de precieze omstandigheden van het geval of een activiteit als georganiseerde jeugdactiviteit of als evenement aangemerkt kan worden.

Op grond van artikel 58a lid 1 van de Wet publieke gezondheid (Wpg) wordt een evenement gedefinieerd als: 'elke voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak, alsmede een herdenkingsplechtigheid, braderie, optocht op de weg, voorstelling of feest op een andere plaats dan in een woning of op een daarbij behorend erf of in een gebouw of op een plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet, wedstrijd, beurs of congres. Onder evenementen worden niet begrepen betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;'

In de toelichting bij de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 is uiteengezet dat het gaat om een breed evenementenbegrip. Het gaat dan om een definitie die aansluit bij de model-algemene plaatselijke verordening (APV), waarbij nog enkele activiteiten extra als evenement worden aangemerkt:

'Evenement: Voor deze definitie is aangeknoopt bij het algemeen geldende criterium uit artikel 2:24, eerste lid, van de model-algemene plaatselijke verordening (APV) van de VNG. Anders dan in die bepaling, waarmee met name wordt beoogd af te bakenen wanneer op grond van een APV een vergunning of melding nodig is, is er in verband met de bestrijding van de epidemie geen reden om op voorhand al evenementen uit te zonderen van de definitie.'

Voor zover het voor publiek toegankelijke verrichtingen van vermaak zijn, vallen dus onder het evenementenbegrip van artikel 58a (in de model-APV-bepaling uitgezonderde) bioscoop- en theatervoorstellingen, markten, kansspelen, geboden dansgelegenheid, vertoningen, speelgelegenheden en sportwedstrijden (Kamerstukken II 2019/20, 35526, 3, p. 74).

Het zal dan ook afhangen van de vraag of de jeugdactiviteit aangemerkt kan worden als een voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak. Kleinschalige (sport)activiteiten zullen doorgaans geen voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak. Dat zal anders zijn, indien er bijvoorbeeld ook andere activiteiten worden georganiseerd (optredens, muziek, springkussen, etc.). Het is uiteindelijk aan de gemeente om daarin een afweging te maken. Bijvoorbeeld een skate-clinic voor jongeren zal, mits dat kleinschalig en georganiseerd plaatsvindt, doorgaans vallen onder een toegestane georganiseerde jeugdactiviteit.

Naar boven

Publieke plaatsen (waaronder winkels, eet- en drinkgelegenheden, buurthuizen)

1. Hoe wordt bepaald of een locatie kan worden gekwalificeerd als publieke plaats of als besloten plaats? Zijn er grensgevallen?

Er kunnen zich grensgevallen voordoen bij de definitiebepaling zoals die in de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 zijn opgenomen. Daarom worden de toepasselijke regels over geldende maatregelen op de besloten en publieke plaatsen concreter uitgewerkt in de Tijdelijke regelingen maatregelen covid-19 (Trm) om grensgevallen zo beperkt mogelijk te houden. Bij de regeling is ook een nadere toelichting gegeven op het verschil en grensvlak tussen beide plaatsen. De burgemeester is vervolgens bevoegd tot bestuursrechtelijke handhaving van alle maatregelen die in de Trm uitgewerkt zijn over openstelling van daarin concreet omschreven publieke plaatsen en evenementen. Ook is de burgemeester bevoegd op besloten plaatsen waar geen beroep of bedrijf wordt uitgeoefend.

Voor de naleving van de zorgplicht die in artikel 58k en 58l van de Wet publieke gezondheid (Wpg) geregeld is, volgt dat de burgemeester bevoegd is om hierop toe te zien in geval van zowel publieke plaatsen als besloten plaatsen, voor zover die niet gebruikt worden voor uitoefening van beroep- op bedrijf. Het gaat om hoe de plaats of ruimte overwegend wordt geëxploiteerd. Dus de bevoegdheid zal niet telkens wijzigen, waarbij een risico van pingpongen kan ontstaan. Ten slotte is de burgemeester altijd bevoegd om bij excessen op alle besloten onmiddellijk in te grijpen met een bevel op grond van artikel 58n, ongeacht of hier een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend of niet.

De bevoegdheid om een last onder bestuursdwang of dwangsom op te leggen ligt bij de minister op het moment dat het gaat om regels op besloten plaatsen waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend, en bij de burgemeester op het moment dat het gaat om regels voor publieke plaatsen, regels voor besloten plaatsen waar geen beroep of bedrijf wordt uitgeoefend, en evenementenregels (artikel 58u lid 1 of 3 Wpg).

 

2. Hoe zijn weekmarkten geregeld onder de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19?

Voor warenmarkten geldt het volgende. Volgens de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 (Trm) mogen warenmarkten worden gehouden (zie artikel 5.a1 lid 2 sub b Trm). Een warenmarkt is in deze ministeriële regeling gedefinieerd als een markt op gewone marktdagen als bedoeld in artikel 160 lid 1 onder g Gemeentewet (zie artikel 1.1 Trm).

Anders dan tijdens de eerdere lockdown, zijn zowel food als non-food weekmarkten toegestaan tot 17.00 uur. Wel moet de markt zo worden ingericht dat de 1,5 meter afstand kan worden gehouden.

 

3. Wat is zakelijke of financiële dienstverlening?

Locaties gericht op zakelijke of financiële dienstverlening zijn – uitsluitend voor die functie – uitgezonderd van de sluiting van publieke plaatsen. De toelichting bij de gewijzigde Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 van 19 december 2021 noemt als voorbeelden: banken, hypotheekverstrekkers, locaties voor juridische dienstverlening, uitzendbureaus, geldwisselkantoren en publieksbalies van gemeenten.

Andere voorbeelden zijn:

  • pasfotografie ten behoeve van officiële documenten
  • vertaalbureaus
  • verhuur van vervoersmiddelen of gereedschappen voor zover noodzakelijk voor essentieel vervoer/onderhoud/reparatie (niet recreatief)
  • uitzendbureaus en arbeidsmiddeling
  • notarissen

 

4. Hoe zit het met click en collect/afhalen en retourneren bij winkels?

Winkels en locaties met een winkelfunctie moeten in beginsel gesloten zijn (tenzij er een uitzondering van toepassing is). Wel kan de winkelier werken met click en collect/afhalen. Hierdoor is het afhalen en retourneren van vooraf bestelde of gereserveerde artikelen onder voorwaarden mogelijk. De voorwaarden zijn:

  • er dient vooraf een afspraak gemaakt te worden voor het afhalen en/of retourneren (telefonisch of internet)
  • het product moet aan de deur (buiten) worden opgehaald (de winkel mag dus niet worden betreed)
  • er mag geen oploop van publiek ontstaan en
  • er moet een sober ingerichte afhaallocatie zijn (dat wil zeggen geen uitstallingen, terrastheaters, entertainment etc.)

Afhalen of retourneren mag tot 17.00 uur (en vanaf 05.00 uur). Bij doe-het-zelfwinkels mag tot 20.00 uur worden afgehaald of worden geretourneerd.

 

5. Hoe moet worden bepaald of een winkel onder de uitzondering valt voor winkels in de essentiële detailhandel (bv. als er deels levensmiddelen worden verkocht)?

Zoals bleek bij de sluiting van de niet-essentiële detailhandel in december 2020 zullen er winkels zijn die deels als essentieel en deels als niet-essentieel aangemerkt kunnen worden. In dergelijke gevallen mogen winkels open zijn indien hoofdzakelijk sprake is van essentiële detailhandel, zoals opgesomd in artikel 4.a1 Trm. Net als in de winter van 2020/21 wordt het begrip ‘hoofdzakelijk’ nader ingevuld met een omzetnorm. Bepalend voor de vraag of een locatie hoofdzakelijk essentieel is, is of de omzet minstens voor 70% voortkomt uit essentiële detailhandel. Bij het vaststellen van de omzet is de feitelijke situatie over een langere tijd bepalend en wordt uitgegaan van de omzetsituatie zoals deze was voor het moment van inwerkingtreding van de regeling. Hiermee wordt dan ook aangesloten bij de omzetnorm zoals die gold in de lockdown in de winter van 2020/21.

 

6. Als een winkel (buiten de levensmiddelenbranche) een apart pand opent voor de verkoop van levensmiddelen, valt dit dan onder de uitzondering van winkels die open mogen? En als dit een afgescheiden levensmiddelenafdeling met eigen ingang in een filiaal van een warenhuis is?

Op grond van artikel 4.a1 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 (Trm) moeten publieke plaatsen voor het publiek gesloten blijven, tenzij er een uitzondering van toepassing is. Winkels in de levensmiddelenbranche mogen open (zie art. 4.a1 sub a Trm). Er is sprake van een winkel in de levensmiddelenbranche, als het in hoofdzaak gaat over het aanbieden van levensmiddelen (zie eerder antwoord hierboven). Dat in winkels in beperkte mate non-foodartikelen worden verkocht, maakt dat niet anders.

Een afgescheiden levensmiddelenafdeling met eigen ingang in een filiaal van een warenhuis valt onder de uitzondering voor winkels in de levensmiddelenbranche. Een nieuwe winkel die zich uitsluitend richt op de verkoop van een levensmiddel, valt onder de voornoemde uitzondering en mag open zijn. Daarbij is wel van belang dat er geen andere producten dan levensmiddelen verkocht worden. Het is uiteraard afhankelijk van de specifieke omstandigheden en de lokale regelgeving of het vestigen van een nieuwe winkel mogelijk is.

 

7. Mag een werkplaats van de fietsenmaker open? En de garage in de autobranche?

Op grond van artikel 4.a1 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 mogen publieke plaatsen niet voor het publiek worden opengesteld, tenzij deze publieke plaats is opgenomen in de lijst met uitzonderingen.

Locaties voor reparatie en onderhoud van goederen mogen voor publiek worden opengesteld (artikel 4.a1, onder v, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19), maar slechts voor zover het gaat om openstelling voor die functie en het de daarvoor benodigde locatie betreft.

Voor plaatsen met meerdere functies die niet allen onder de uitzonderingen vallen, geldt dat de plaats alleen open mag voor zover het die functie en de daarvoor benodigde locatie betreft. Bijvoorbeeld: de winkel van de fietshandel blijft gesloten, maar de werkplaats voor reparatie en herstel van fietsen mag open; de showroom in de autobranche blijft gesloten, de werkplaats ervan mag open.

 

8. Kerstbomen mogen buiten verkocht worden. Geldt dit ook voor bloemen en planten?

Nee. Op grond van artikel 4.a1, aanhef en onder l, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 mogen locaties buiten voor de verkoop van kerstbomen, uitsluitend voor die functie, tussen 05.00 uur en 17.00 uur voor publiek geopend zijn. Die uitzondering op het verbod om publieke plaatsen (zoals winkels) open te stellen, geldt niet voor de verkoop van bloemen of planten van bloemenwinkels. Dat is dus – in tegenstelling tot de lockdown eerder dit jaar – niet toegestaan. Uiteraard geldt ook bij bloemenwinkels de mogelijkheid om tot 17.00 uur vooraf gereserveerde of bestelde artikelen af te halen, mits de bloemenwinkel zelf gesloten blijft voor publiek en er geen oploop van publiek ontstaat (sober ingerichte afhaallocatie).

 

9. Kan een dierenspeciaalzaak open gedurende de lockdown?

Op grond van artikel 4.a1 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 mogen publieke plaatsen niet voor het publiek worden opengesteld, tenzij deze publieke plaats is opgenomen in de lijst met uitzonderingen.

Er zijn uitzonderingen gemaakt voor

  • winkels in de levensmiddelenbranche voor mens en dier, mits gesloten voor publiek tussen 20.00 uur en 05.00 uur
  • voedselbanken, kledingbanken en dierenvoedselbanken, uitsluitend voor die functie, mits gesloten voor publiek tussen 20.00 uur en 05.00 uur
  • locaties voor dierenverzorging of -gezondheid (zoals hondentrimsalons)

 

10. Mogen rondvaartbedrijven geopend zijn om rondvaarten te organiseren?

Op grond van artikel 4.a1 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 moeten publieke plaatsen voor het publiek gesloten blijven, tenzij er sprake is van een uitzondering. Een rondvaartboot waarop in principe iedereen (met een kaartje en reservering) welkom is, kan gedefinieerd worden als een publieke plaats. Er is voor rondvaartboten als zodanig geen uitzondering gemaakt.

Wel geldt op grond van artikel 4.a1, onder z, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 een uitzondering voor o.a. ander bedrijfsmatig personenvervoer, mits het vervoer primair de verplaatsing van de ene naar de andere locatie behelst en het vervoer geen recreatieve activiteit is. Een vaart met de rondvaartboot zal over het algemeen wél recreatief zijn en dat is niet toegestaan.

Ander bedrijfsmatig personenvervoer wordt in artikel 1.1 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 gedefinieerd als: 'besloten busvervoer en taxivervoer als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000, alsmede bedrijfsmatig vervoer van personen op andere wijze dan met een bus of taxi, niet zijnde openbaar vervoer;'.

 

11. Mag een eet- en drinkgelegenheid open voor een uitvaart?

De eet- en drinkgelegenheid in een uitvaartcentrum of in een andere locatie waar een plechtigheid plaatsvindt ten behoeve van een uitvaart mag op grond van artikel 4.a1, onder gg onder 1, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 open voor publiek.

Het gaat er dus om dat bijvoorbeeld de koffietafel plaatsvindt op dezelfde locatie als waar de uitvaartplechtigheid plaatsvindt.

De vraag kan opkomen of het is toegestaan om een uitvaartplechtigheid op een bepaalde locatie te houden, vervolgens naar de begraafplaats te gaan waar de teraardebestelling plaatsvindt, en daarna terug te gaan naar de locatie van de uitvaartplechtigheid voor een nazit met eten en drinken. Het is mogelijk om een nazit met eten en drinken te organiseren als onderdeel van de uitvaartplechtigheid, mits deze op dezelfde locatie plaatsvindt als de plechtigheid. Het is in Nederland gebruikelijk om na de teraardebestelling terug te keren naar de plaats van de plechtigheid voor een nazit. De nazit kan daarom beschouwd worden als een onderdeel van de afscheidsplechtigheid van een overledene. Als een nazit plaatsvindt op een andere locatie dan de uitvaartplechtigheid is het echter niet mogelijk om eten en drinken te serveren.

 

12. Mogen zonnestudio’s open?

Zonnestudio’s moeten gesloten blijven. Het gaat om een publieke plaats. Alle publieke plaatsen moeten gesloten blijven, tenzij er sprake is van een uitzondering. Voor zonnestudio’s geldt geen uitzondering.

 

13. Mogen sauna’s en zwembaden in hotels open?

Sauna’s en zwembaden in hotels mogen niet open. Hotels zijn op grond van artikel 4.a1, onder x, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 uitgezonderd van de sluiting van publieke plaatsen voor overnachtingen. Hotels mogen dus alleen open voor de overnachtingsfunctie.

 

14. Mag een scouting zijn gebouw gebruiken?

Publieke plaatsen zijn plaatsen die voor eenieder openstaan, ongeacht om wie het gaat. Doorslaggevend is de vraag of het publiek op deze plaats in het algemeen vrij toegang heeft. Daarbij is het gebruikelijke feitelijke toelatingsbeleid (los van omstandigheden zoals toegangsprijs of minimumleeftijd) bepalend. Daarbij moet bekeken worden of normaal gesproken een ‘open’ groep mensen wordt toegelaten in plaats van bijvoorbeeld uitsluitend leden van een bepaalde vereniging. Besloten plaatsen zijn plaatsen die niet publiek of openbaar zijn. Een scoutinggebouw kan onder omstandigheden een besloten plaats zijn (als het alleen voor verenigingsleden open wordt gesteld).
 
Als het scoutinggebouw als besloten plaats gezien wordt, gelden de regels over de openstelling van publieke plaatsen niet. In dat geval mag met maximaal 50 personen worden samengekomen (artikel 3.2, eerste lid, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19) en geldt de 1,5 meter-regel voor personen boven de 17 jaar. Daarnaast gelden natuurlijk wel alle adviezen, waaronder om zo veel mogelijk afstand te houden en het aantal contacten te minimaliseren, en ligt er een zorgplicht op de begeleiders om te zorgen dat iedereen de coronaregels kan naleven. Het ligt ook voor de hand om de activiteiten zo veel mogelijk buiten te organiseren.

 

15. Mag muziekonderwijs worden verzorgd voor individuele klanten?

Op grond van artikel 4.a1 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 moeten publieke plaatsen voor het publiek gesloten blijven, tenzij er een uitzondering geldt. Voor muziekscholen geldt geen uitzondering en die moeten dus gesloten blijven; ook als het gaat om muziekles aan individuele klanten. Dit is alleen anders als het bijvoorbeeld gaat om een erkende opleiding (conservatorium). Dit geldt ook voor het huren van muziekruimtes/zelfstandige ruimtes: daarvoor is geen uitzondering gemaakt.

 

16. Mag een huwelijksvoltrekking plaatsvinden in een eet- of drinkgelegenheid?

Op grond van artikel 4.a1 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 (Trm) mogen publieke plaatsen niet voor het publiek worden opengesteld, tenzij er sprake is van een uitzondering. Voor locaties waar een plechtigheid plaatsvindt ten behoeve van huwelijksvoltrekkingen of een registratie van een partnerschap is een uitzondering gemaakt. Deze uitzondering staat in artikel 4.a1 onder ii van de Trm.

Het is op dit moment dan ook toegestaan om in een horecagelegenheid de huwelijksvoltrekking te laten plaatsvinden. Wel is vereist dat de desbetreffende locatie als een 'huis der gemeente' is aangewezen waarin huwelijksvoltrekkingen kunnen plaatsvinden. Verder hebben wij van een aantal grote gemeenten begrepen dat zij vereisen dat de BABS aanwezig is en dat zodra de BABS weg is, de ceremonie ten einde is, om te voorkomen dat na de ceremonie alsnog een feest plaatsvindt.

Verder geldt dat er niets geschonken of geserveerd mag worden gedurende de huwelijksplechtigheid. Dat is namelijk wel in strijd met het verbod om eet- en drinkgelegenheden open te stellen, aangezien daarvoor geen uitzondering is gemaakt.

De uitzondering geldt uitsluitend voor de huwelijksvoltrekking zelf en dus niet voor een eventueel huwelijksfeest (na de voltrekking).

 

17. Mag een eet- of drinkgelegenheid worden opengesteld voor andere activiteiten?

Eet- en drinkgelegenheden zijn voor het publiek toegankelijke plaatsen en dus publieke plaatsen als bedoeld in de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19. Deze mogen niet worden opengesteld voor het publiek en dus ook niet voor andere activiteiten (artikel 4.a1 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19).

Dat is anders indien het gaat om min of meer permanente verhuur van de horecagelegenheid aan een bedrijf om die gelegenheid als bedrijfsgebouw te gebruiken. In dat geval gaat het echter niet langer om horeca, maar om een regulier bedrijfsgebouw. Dat bedrijfsgebouw is dan wel een besloten plaats.

Als er in een besloten ruimte echter activiteiten worden georganiseerd met een publiek karakter dan wordt de ruimte daardoor een publieke ruimte. Met een besloten ruimte wordt een ruimte bedoeld die uitsluitend toegankelijk is voor leden (van bijv. een vereniging) en waar dus niet iedereen zomaar naar binnen kan. Ook als er sprake is van een ruimte waar bijvoorbeeld een training voor een select gezelschap wordt gegeven (maar waar iedereen zich in principe voor kan aanmelden) spreken we over een publieke en dus geen besloten ruimte.

 

18. Mag een horecabedrijf een livestream uitzenden?

Gebouwen die voor publiek gesloten zijn, zoals theaters, musea en muziekscholen, mogen open blijven voor medewerkers in het kader van bedrijfsactiviteiten. Repeteren en opnames door professionals kunnen dus blijven plaatsvinden. Voor bijvoorbeeld digitale voorstellingen en livestreams.

Livestreams vanuit een horecagelegenheid zijn onder strikte voorwaarden toegestaan. Heel belangrijk is dat wordt beoordeeld of alle aanwezige personen werkzaam zijn en bedrijfsactiviteiten (passend bij de normale uitoefening van het bedrijf) uitvoeren die noodzakelijk zijn voor het opnemen van de livestream. Zo niet, dan gelden zij als publiek en is hun aanwezigheid niet toegestaan.

De precieze omstandigheden van het geval zullen daarvoor bepalend zijn. Hoe dan ook gelden vanzelfsprekend de regels over het houden van een veilige afstand en de dringende (hygiëne)adviezen.

 

19. Mogen trainingen en cursussen doorgang vinden?

Het uitgangspunt is dat locaties voor een cursus of training publieke plaatsen zijn en dus in beginsel gesloten zijn (artikel 4.a1 Tijdelijke regeling maatregelen covid-19). Daarop zijn enkele uitzonderingen gemaakt voor locaties waar noodzakelijke cursussen en trainingen plaatsvinden, namelijk:

  • locaties voor een cursus of training of een theorie- of praktijkexamen dat noodzakelijk is voor de uitoefening van beroep of bedrijf
  • locaties waar opgelegde educatieve maatregelen ter bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid worden ondergaan
  • locaties waar theorie-examens worden afgenomen die noodzakelijk zijn voor het mogen besturen van een vervoermiddel of voor de uitoefening van het beroep van rijinstructeur, keurmeester voor de periodieke keuring van motorrijtuigen, tachograaftechnicus of LPG-technicus
  • locaties waar theoretische nascholingscursussen als bedoeld in artikel 156r van het Reglement rijbewijzen plaatsvinden of locaties waar theoretische bijscholing als bedoeld in artikel 12b, eerste lid, van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 plaatsvinden

Voor locaties waar onderwijsactiviteiten plaatsvinden is een aparte uitzondering gemaakt artikel 4.a1 onder oo Trm). Het moet dan wel gaan om onderwijsactiviteiten zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Trm.

 

20. Mogen flexwerklocaties open zijn?

Flexwerklocaties, waar in principe (in wisselende samenstellingen) door een ieder gebruik van kan worden gemaakt, kunnen worden gekwalificeerd als publieke plaatsen. Op grond van artikel 4.a1 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 moeten publieke plaatsen voor het publiek gesloten blijven. Publieke plaatsen zijn plaatsen die doorgaans voor een open groep publiek openstaan.

Er moet gekeken worden naar het normale feitelijke toelatingsbeleid bij een plaats om te beoordelen of het een publieke plaats is. Als het gaat om een locatie waar aan wisselende personen een ruimte wordt verhuurd, gaat het om een publieke plaats. Voor het verhuren van publieke plaatsen als werklocatie, is geen uitzondering gemaakt en die moeten dus in principe gesloten blijven.

Een plaats die meer permanent aan dezelfde persoon of personen wordt verhuurd als bedrijfslocatie, is een besloten plaats. Daar mag wel gewerkt worden. Het dringende advies is echter nog steeds om zo veel mogelijk thuis te werken.

 

21. Kunnen buurt- en dorpshuizen en wijkcentra open blijven voor kwetsbare personen?

Locaties waar georganiseerde dagbesteding of opvang plaatsvindt voor kwetsbare groepen mogen, uitsluitend voor die functie, worden opengesteld voor publiek. Dat volgt uit artikel 4.a1 onder ff van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19.

Buurthuizen mogen dus – uitsluitend voor georganiseerde dagbesteding of opvang voor kwetsbare groepen – worden opengesteld.

Het gaat dan om dagbesteding en opvang die in het kader van zorg, maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp op basis van de Wet langdurige zorg, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet plaatsvindt, hetgeen in de praktijk betekent dat het voor specifieke kwetsbare groepen georganiseerd is.

 

22. Moeten bezoekers van buurthuizen (mits deze open mogen) een mondkapje dragen?

Als buurthuizen zijn geopend voor kwetsbare groepen (zie vraag hierboven), dan geldt in beginsel een mondkapjesplicht.

Buurthuizen zijn publieke binnenruimten. Personen vanaf 13 jaar zijn verplicht om een mondkapje te dragen in een publieke binnenruimte (artikel 2a.1 Trm). Hiervan zijn alleen uitgezonderd (artikel 2a.4 Trm):

  • personen die vanwege een beperking of een ziekte geen mondkapje kunnen dragen
  • begeleiders van personen met een verstandelijke beperking, voor zover deze personen van het door begeleiders dragen van een mondkapje ernstig ontregeld raken
  • personen die spreken met iemand die vanwege een auditieve beperking moet kunnen spraakafzien

Overigens moeten personen die beroeps- of bedrijfsmatig werkzaam zijn bij buurthuizen binnen ook een mondkapje dragen, tenzij een mondkapje de goede en veilige uitoefening van werkzaamheden in het kader van beroep of bedrijf onmogelijk maakt (artikel 2a.8 Trm).

 

23. Mogen gedragstrainingen voor honden gegeven worden in hondenscholen? 

Publieke plaatsen moeten in beginsel gesloten blijven en mogen alleen opengesteld worden voor publiek op het moment dat er een uitzondering is opgenomen in artikel 4.a1 van de Tijdelijke regeling maatregelen COVID-19 (Trm). In artikel 4.a1, aanhef en onder S, van de Trm is een uitzondering opgenomen voor locaties voor dierenverzorging of –gezondheid. In de toelichting bij de Trm is opgenomen wat daaronder verstaan wordt: 

'Het gaat in dit kader o.a. om dierenartsen, maar ook trimsalons, dierenasielen en locaties voor revalidatie- en fysiotherapie voor dieren. Verder wordt onder de verzorging van dieren begrepen: de noodzakelijke beweging voor dieren en tand-, vacht-, nagel- en hoefverzorging.' (Stcrt. 2021, 50593) 

Hondenscholen zijn – als daar gedragstrainingen worden aangeboden – publieke plaatsen die niet direct gericht zijn op dierenverzorging of dierengezondheid. Trainingen vanuit hondenscholen zijn op het moment dus niet toegestaan. 

Naar boven

Evenementen

1. Wat is de definitie van een evenement?

De definitie van evenement staat in artikel 58a van de Wet publieke gezondheid: elke voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak, alsmede een herdenkingsplechtigheid, braderie, optocht op de weg, voorstelling of feest op een andere plaats dan in een woning of op een daarbij behorend erf of in een gebouw of op een plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet, wedstrijd, beurs of congres. Onder evenementen worden niet begrepen betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

Het gaat om een breed evenementenbegrip. Sommige activiteiten die onder de APV wellicht niet als evenement aangemerkt worden, worden dat voor de toepasselijkheid van de coronamaatregelen wel.

 

4. Hoe kunnen gemeenten omgaan met de vergunningaanvragen voor evenementen?

De bevoegdheid van de burgemeester om een evenementenvergunning te verlenen, is een bevoegdheid die losstaat van de coronamaatregelen. Gemeenten zijn niet verplicht om bij een vergunningaanvraag de voorwaarden uit de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 (Trm) te toetsen. Ook is het niet per se nodig om de voorwaarden uit de Trm op te nemen in de evenementenvergunning, omdat die regels ongeacht het bestaan van een evenementenvergunning gelden en de burgemeester die regels ook kan handhaven. 

Wel kan de burgemeester voorschriften verbinden aan de evenementenvergunning om de gezondheid te waarborgen. Dat kunnen ook voorschriften zijn die specificeren hoe de coronamaatregelen nageleefd moeten worden (bijvoorbeeld: voorschriften over hygiënemaatregelen). Bij de beoordeling van de aanvraag kan onder omstandigheden ook worden gevraagd om een plan of uitwerking van hoe de organisator de coronamaatregelen wil gaan handhaven. 

Strengere voorschriften aan de vergunning verbinden dan in de Trm geregeld
De bevoegdheid van de burgemeester om een evenementenvergunning te verlenen, is een losstaande bevoegdheid met losstaande weigeringsgronden. De burgemeester zal dus altijd moeten kijken of er op grond van de APV een grond is om de vergunningaanvraag te weigeren. Dat staat in zoverre los van de coronamaatregelen. In de meeste APV’s kan de burgemeester een evenementenvergunning weigeren indien dat in strijd zou komen met bijvoorbeeld de openbare orde, veiligheid of (volks)gezondheid. Ook kan de burgemeester om dergelijke redenen strengere voorwaarden stellen dan in de Trm is geregeld.

Naar boven

Sport

8. Welke sportlocaties zijn geopend?

Binnensportlocaties moeten gesloten blijven. Er gelden uitzonderingen voor:

  • topsporters;=
  • zwemles voor het A-, B- of C-diploma of schoolzwemmen (mits gesloten tussen 17.00 uur en 05.00 uur)
  • therapeutisch zwemmen

Buitensportlocaties mogen tussen 05.00 en 17.00 uur worden geopend indien het sporten plaatsvindt door:

  • topsporters
  • personen tot en met 17 jaar, mits wedstrijden uitsluitend plaatsvinden op de locatie en tussen de leden van de sportvereniging waarbij zij als lid zijn aangesloten
  • personen van 18 jaar en ouder, mits geen wedstrijden, groepslessen en sportbeoefening in groepsverband met meer dan 2personen plaatsvinden

 

9. Is het voor personen ouder dan 18 jaar toegestaan om buiten te sporten in groepsverband waarbij de sporters zich hebben opgesplitst in tweetallen?

Groepslessen zijn niet toegestaan. Een instructeur mag dus niet meerdere groepjes van 2 mensen tegelijkertijd lesgeven. Meerdere kleine groepjes onder leiding van een instructeur worden gezien als een groot georganiseerd verband en dat is niet toegestaan.

Naar boven

Contactberoepen

1. In welke gevallen kan de praktijk voor uitoefening van een contactberoep open gedurende de lockdown? 

Een contactberoep is een beroep waarbij het niet mogelijk is ten minste de veilige afstand te houden tot een klant of patiënt (artikel 1.1 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19). Uitoefening van alle is sinds 15 december 2020 in beginsel verboden. Er geldt een uitzondering voor:

  • contactberoepen waar tegen betaling ten behoeve van zorg van een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, of jeugdhulpaanbieder als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, of aanbieder als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Voorbeelden zijn tandarts, fysiotherapeut en dierenarts
  • audiciens
  • opticiens
  • rijinstructeurs en rijexaminatoren

Uitgezonderde zorgverleners nemen in de uitoefening uiteraard regels in acht ter beperking van de verspreiding van het virus, zoals het houden van 1,5 meter afstand, werken op afspraak, het uitvoeren van een gezondheidscheck en het dragen van een mondkapje.

Naar boven

Bezettingsgraad logementen

1. Welke regels gelden er voor recreatieve accommodaties, zoals hotels, campings, groepsaccommodaties en commercieel verhuurde vakantiehuisjes?

Logementen zijn plaatsen waar tegen betaling verblijf wordt aangeboden aan personen die niet als ingezetene zijn ingeschreven in het BRP met een adres in de gemeente waar dit verblijf wordt aangeboden, bijvoorbeeld vakantiehuisjes of kamers.

Op basis van artikel 6.12 is reservering van de accommodatie verplicht. De beheerder van de accommodatie heeft de plicht om alleen reserveringen van 2 personen of minder, in de leeftijd van 13 jaar of ouder, aan te nemen per huisje, per kamer, per unit. Personen als bedoeld in artikel 58g, lid 2, van de Wet publieke gezondheid zijn van deze regel uitgezonderd (ingeschreven op 1 adres).

De grondslag van deze maatregel is artikel 58j, lid 1, onder d, van de Wet publieke gezondheid op grond waarvan regels gesteld kunnen worden over de maximale capaciteit van een overnachtingsplaats.

 

2. Welke regels gelden voor groepsaccommodaties?

Bij groepsaccommodaties gaat het over het algemeen om een besloten plaats, aangezien de groepsaccommodatie op dat moment alleen bestemd is voor de gasten die die accommodatie hebben geboekt. Onder omstandigheden zou het ook kunnen gaan om een publieke plaats (bijvoorbeeld als het meer lijkt op een hotel). Op deze plaatsen moet rekening gehouden worden met de regels over de veilige afstand en groepsvorming. Ook gelden er regels voor de beheerder van dit soort plaatsen.

Verplichting beheerder
De beheerder van een plaats waar tegen betaling verblijf wordt aangeboden aan personen die niet als ingezetene zijn ingeschreven in de BRP met een adres in de gemeente waar dit verblijf wordt aangeboden, biedt géén verblijf aan meer dan 2 personen van 13 jaar en ouder aan per verblijfplaats, tenzij het gaat om personen die zijn uitgezonderd van het groepsvormingsverbod. In de toelichting bij de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 is opgenomen dat met verblijfplaats een hotelkamer, een vakantiehuisje en andere zelfstandige eenheden wordt bedoeld (Stcrt. 2021, 50593).

Veilige afstand in groepsaccommodatie
Op alle plaatsen buiten een woning (en dus ook in besloten plaatsen zoals een groepsaccommodatie) geldt dat eenieder een veilige afstand moet houden tot andere personen, tenzij er een uitzondering geldt. Op grond van artikel 58f, derde lid, onder a, van de Wet publieke gezondheid (hierna: Wpg) geldt deze 1,5-meter-regel niet tussen personen die op hetzelfde adres woonachtig zijn. Ook geldt deze regel niet voor kinderen tot en met 12 jaar (ten opzichte van iedereen) en voor kinderen tot en met 17 jaar (ten opzichte van elkaar).

Als 2 gezinnen (die dus op 2 adressen woonachtig zijn) samen 1 groepsaccommodatie huren, geldt de 1,5-meter-regel niet tussen de eigen gezinsleden onderling, maar wel ten opzichte van het andere gezin. Het feit dat deze beide gezinnen op dat moment in dezelfde groepsaccommodatie verblijven, maakt dat niet anders. In de toelichting bij de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (Kamerstukken II 2019/20, 35 526, 3, p. 82) staat: 'Personen die gezamenlijk kortdurend verblijven in een shortstay, vakantiewoning of andere toeristische verblijfplaats worden niet geacht samen «woonachtig» te zijn op datzelfde adres'.

De burgemeester kan de regels over het houden van een veilige afstand in een groepsaccommodatie handhaven met een last onder dwangsom (artikel 58u, vierde lid, van de Wpg). Daarnaast is het niet houden van een veilige afstand strafbaar gesteld op grond van artikel 68bis, tweede lid, van de Wpg.

Groepsvorming

Op grond van artikel 58g Wpg en artikel 3.1 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 is het niet toegestaan om buiten een groep te vormen met meer dan 2 (of tijdens Kerst en oud en nieuw 4) personen. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het (buiten)terras bij een groepsaccommodatie.

De regels over groepsvorming buiten gelden niet voor personen die op hetzelfde adres woonachtig zijn (zie artikel 58g, tweede lid, onder a, van de Wpg). De eigen gezinsleden onderling mogen dus wel samen een groep vormen buiten de groepsaccommodatie om bijvoorbeeld een wandeling te maken. Daarentegen is het niet toegestaan om met leden van het andere gezin buiten de groepsaccommodatie een groep te vormen. Binnen de groepsaccommodatie vormt het groepsvormingsverbod doorgaans geen probleem, aangezien er daar maximaal 50 personen mogen samenkomen.

De burgemeester kan de regels over groepsvorming handhaven met een last onder dwangsom (artikel 58u, vierde lid, van de Wpg). Daarnaast is het overtreden van het groepsvormingsverbod strafbaar gesteld op grond van artikel 68bis, eerste lid, onder a, van de Wpg.

Naar boven

Handhaving

1. Wordt de ondernemer of de klant beboet wanneer een klant zich in een supermarkt niet houdt aan de regels ter beperking van de verspreiding van het coronavirus (coronamaatregelen)?

Aan een burger die de coronamaatregelen zelf niet in acht neemt, kan een strafrechtelijke boete worden opgelegd (artikel 58f/g jo. artikel 68bis, lid 1, sub b, en lid 2, van de Wet publieke gezondheid (Wpg)).

Het is niet zo dat een ondernemer daarmee zelf ook direct een (beboetbare) overtreding heeft begaan. Dat is wel zo als hij de openstellingsvoorwaarden overtreedt, waarvoor een (strafrechtelijke) boete kan worden opgelegd (artikel 58h Wpg jo. artikel 68bis, lid 1, sub b, Wpg). Daarvoor kan ook een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom worden opgelegd (artikel 58u, lid 3, sub a, Wpg jo. artikel 5:32, lid 1, Awb).

Daarnaast kan aan een ondernemer een (bestuursrechtelijke) aanwijzing worden gegeven (of in spoedeisende gevallen een bevel) als hij zijn zorgplicht dat de coronamaatregelen door zijn klanten in acht kunnen worden genomen, heeft geschonden (artikel 58k, lid 2 en lid 4, Wpg). Wordt die aanwijzing niet nageleefd, dan kan daarvoor een strafrechtelijke boete worden opgelegd (artikel 68bis, lid 1, sub b, Wpg).

 

2. Is het mogelijk de coronaregels te handhaven in iemands woning?

Vooropgesteld moet worden dat in de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 woningen voor de toepassing van de coronamaatregelen zijn uitgesloten. Dit betekent dat als er sprake is van een samenkomst in een woning waarbij de dringende adviezen van de rijksoverheid niet worden nageleefd, er niet kan worden opgetreden op grond van de handhavingsbevoegdheden van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19. Het is dus niet mogelijk om binnen in een woning de coronaregels te handhaven.

 

3. Kunnen regels over groepsgrootte en de 1,5 meter worden gehandhaafd op erven bij een woning (zoals tuin/balkon)?

De woning is een besloten plaats. De woning geniet bijzondere bescherming op grond van de Grondwet en verschillende mensenrechtenverdragen. Voor de vraag of er sprake is van een woning moet gekeken worden naar de feitelijke situatie. Het moet gaan om een ruimte die feitelijk als woning in gebruik is.

Voor de bevoegdheden uit hoofdstuk Va van de Wet publieke gezondheid (Wpg) geldt dat onder een woning ook een daarbij behorend erf moet worden begrepen (artikel 58a, tweede lid, van de Wpg). Vanwege de bescherming voor de woning is deze vaak uitgesloten van de bevoegdheden uit hoofdstuk Va van de Wpg. De burgemeester kan hier niet handhaven.

Naar boven

Raadsvergaderingen

0. Mogen raadsvergaderingen doorgang vinden? Ook met publiek?

De plaats die bestemd is voor een vergadering van de gemeenteraad of van een door de gemeenteraad ingestelde commissie is uitgezonderd van het verbod om bepaalde publieke plaatsen voor het publiek open te stellen (zie artikel 58h lid 2 sub c van de Wet publieke gezondheid). De sluiting van publieke plaatsen ziet dus niet op de raadszaal.

Publiek mag worden toegelaten (maximaal 50 personen), mits dat kan op 1,5 meter afstand. Ook geldt er een mondkapjesplicht (zie antwoord hieronder).

Het aantal personen in een publieke binnenruimte per zelfstandige ruimte wordt gemaximeerd op 50 personen. Dit geldt alleen voor personen die als publiek in de ruimte aanwezig zijn en niet voor personen die daar (al dan niet betaald) werkzaam zijn. Werknemers, maar ook andere mensen die ter plekke werkzaam zijn – zoals gemeenteraadsleden in een raadszaal – zijn geen publiek en tellen niet mee voor dat aantal.

 

3. Moet er gedurende de openbare raadsvergadering 1,5 meter afstand worden bewaard op de publieke tribune?

Iedereen die zich buiten een woning ophoudt, moet een veilige afstand tot andere personen houden (artikel 58f lid 1 Wet publieke gezondheid). Dit geldt ook voor de publieke tribune bij een raadsvergadering. Eventueel mag de publieke tribune ook gesloten blijven, of met beperkte inschrijving opengesteld, als de vergadering wordt uitgezonden in beeld en geluid.


 

6. Moeten raadsleden en publiek een mondkapje bij een raadsvergadering gebruiken?

Ook voor raadsvergaderingen geldt een mondkapjesplicht. Artikel 2a.1 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 (Trm) bepaalt dat in alle ‘publieke binnenruimten’ in beginsel een mondkapjesplicht geldt voor personen die dertien jaar of ouder zijn. Een voor het publiek toegankelijke raadszaal is een publieke binnenruimte.

Wij kunnen ons wel voorstellen dat voor zover raadsleden deelnemen aan het debat/ de vergadering, zij onder de uitzondering op de mondkapjesplicht vallen voor het goed kunnen uitoefenen van je werkzaamheden (artikel 2a.8 Trm). Voor het publiek geldt in ieder geval wel een mondkapjesplicht. Er is geen uitzondering (meer) voor geplaceerde personen.

 

9. Mag de raadsvergadering – vanwege de extra ruimte aldaar – georganiseerd worden in horecagelegenheden?

Als de gemeenteraad gebruikmaakt van een zaal die volledig is afgescheiden van de eet- en drinkgelegenheid en er aparte voorzieningen voor die zaal zijn, zoals toiletten en garderobe, of als de eet- en drinkgelegenheid tijdens de raadsvergaderingen gesloten is, dan kan de zaal voor de raadsvergadering kan worden gebruikt.

Naar boven

Quarantaineplicht

1. Wordt er van te voren gebeld door de koerier wanneer er een envelop aan komt met de gegevens van de persoon op wie de quarantaineplicht rust?

Deze afspraak is niet standaard te maken met de koerier, maar de praktijk leert dat dit vaak wel wordt gedaan. Zeker indien dit nadrukkelijk is verzocht door de gemeente.

 

2. Worden er ook in het weekend formulieren doorgestuurd ter handhaving?

Ja. Reizigers komen gedurende de gehele week naar Nederland. Vandaar dat ook het nabellen, doorsturen en de handhaving 7 dagen in de week doorgaan.

 

3. Wat zijn de sanctiestappen nadat geconstateerd is dat quarantaineplicht niet wordt nageleefd?

  • Wordt de persoon buiten aangetroffen, dan is er in beginsel wel een overtreding van de quarantaineplicht (behoudens bijvoorbeeld overmacht). Er is in beginsel ook sprake van een overtreding van de quarantaineplicht als iemand anders opendoet en aangeeft dat de betrokkene niet op het quarantaine-adres aanwezig is.
  • In de situatie dat er niemand opendoet, belt de toezichthouder de persoon op en vraagt om de deur voor hem open te doen. Doet de persoon de deur niet open, dan is dit een belangrijk vermoeden dat er sprake is van een overtreding van de quarantaineplicht. 
  • Wordt ook de telefoon niet opgenomen, dan is de betrokkene op dat moment onbereikbaar voor de toezichthouder. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval (bijvoorbeeld een verklaring van een huisgenoot of buurman) kan ofwel aangenomen worden dat de quarantaineplicht is geschonden ofwel zal er een hercontrole plaatsvinden op een later moment.
  • Overtreding van de quarantaineplicht kan leiden tot een bestuurlijke boete van € 339 en eventueel aanvullend een last onder dwangsom. De last onder dwangsom kan worden ingezet als voorzienbaar is dat de enkele boete niet tot een gedragsverandering zal leiden. De hoogte van de dwangsom wordt bepaald door de burgemeester, maar moet voldoende prikkel bevatten om de quarantaineplicht na te leven.

In de Handreiking Tijdelijke wet maatregelen covid-19 is een hoofdstuk te vinden over de quarantaineplicht (hoofdstuk 11). 

 

4. Hoe vaak moet een adres worden gecontroleerd?

Dat hangt af van de omstandigheden van het geval. In principe kan 1 controle voldoende zijn. Immers, de reiziger hoort in quarantaine te zijn op het opgegeven adres. Wordt de reiziger buiten de woning aangetroffen, dan is in principe sprake van een overtreding. In paragraaf 11.5 van de Handreiking Tijdelijke wet maatregelen covid-19 zijn extra handvatten geboden voor de stappen die gezet moeten worden om te kunnen concluderen dat er een overtreding van de quarantaineplicht plaatsvindt.

 

5. Op wat voor manier moeten de controles geregistreerd worden?

Er zijn handreikingen opgesteld voor documenten die gebruikt kunnen worden bij het opleggen van een bestuurlijke boete en/of last onder dwangsom, zie Wijziging van de Wet publieke gezondheid vanwege quarantaineplicht voor reizigers. Voor het aanleveren van gegevens over het aantal ontvangen quarantaineverklaringen, het aantal uitgevoerde controles en opgelegde sancties, is afgesproken dat deze wekelijks door de Veiligheidsregio’s worden opgevraagd bij de gemeenten en vervolgens worden aangeleverd bij het LOT-C. 

 

6. Hoe is de financiële verantwoording ingeregeld voor de ontvangen middelen?

Per veiligheidsregio wordt een vast bedrag van € 200.000 beschikbaar gesteld voor de handhaving van 100-150 casussen die landelijk per week worden doorgestuurd vanuit het belteam. Deze middelen zijn uitgekeerd via een doeluitkering. Hierover is geen verantwoording nodig. In de praktijk blijkt dat gemeenten hiermee ruimschoots uitkomen.

Daarnaast ontvangen gemeenten een vast bedrag van gemiddeld € 5.000 per casus waarbij sprake is van juridische kosten wegens bezwaar of beroep. Hiervoor worden aannames gedaan gebaseerd op ervaringscijfers, in overleg met een aantal vertegenwoordigers van gemeenten en de VNG. Deze middelen worden toegevoegd aan het gemeentefonds. Daarover is geen aparte verantwoording nodig. 

 

7. Als we als centrumgemeente het aanspreekpunt zijn voor de handhaving van de quarantaineplicht, moeten we dan in dit kader rekening houden met de AVG-regels?

Daar is met het opstellen van de handreiking en de procedure voor de verzending van de quarantaineformulieren rekening mee gehouden. Deze is AVG-proof en door experts goedgekeurd.

 

8. Moet een (eventuele) invorderingsprocedure (bestuurlijke boete) en een (eventuele) bezwaar- en beroepsprocedure ook door de centrumgemeente afgehandeld worden?

Als er gekozen wordt voor mandatering (zie mandaatbesluit) dan kan de centrumgemeente de invordering namens alle regiogemeenten afhandelen. Zo niet, dan moet de centrumgemeente het signaal doorsturen naar betreffende gemeente en moet die gemeente het zelf afhandelen. Het is wel raadzaam om dit duidelijk te bespreken met de regiogemeenten.

Voor eventuele bezwaarprocedures is het aan te raden om dat wel formeel door de eigen burgemeester af te laten handelen en dat niet in mandaat door de centrumgemeente te laten doen. Uiteraard kan er voor de bezwaarprocedure wel samenwerking worden gezocht tussen de gemeenten onderling. De uiteindelijke beslissing op bezwaar wordt dan door de eigen burgemeester genomen (vgl. artikel 10:3 lid 3 Awb).

Naar boven