Hier staan de meest gestelde vragen en antwoorden over de uitvoering van de ministeriële regelingen (over onder meer mondkapjes en lockdownmaatregelen) die vallen onder de Tijdelijke wet maatregelen covid-19. (Juridische) vragen over de wet zelf vindt u op de pagina Vragen en antwoorden – Tijdelijke wet maatregelen covid-19

NB De indeling van deze pagina is per 1 april aangepast aan de volgorde in de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19

Mondkapjes (hoofdstuk 2a)

1. Moet een zorgondersteuner, die tijdens het werk niet de veilige afstand kan houden tot de klant of patiënt, een mondkapje op?

Op grond van artikel 2a3, lid 1, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 moet zowel de beoefenaar van een contactberoep als de klant of patiënt aan wie de diensten worden verleend een mondkapje dragen gedurende het contact.

 

2. Geldt er een mondkapjesplicht op een markt?

Een markt is een zogenaamde doorstroomlocatie op een publieke plaats. Het is geen publieke overdekte binnenruimte. De mondkapjesplicht geldt voor plaatsen die openbaar toegankelijk én overdekt zijn. Dus een markt in de open lucht valt daar niet onder, maar een overdekte markthal weer wel. Uiteraard geldt wel altijd overal de 1,5 meter-maatregel.

 

3. Geldt de mondkapjesplicht in alle ruimtes in openbare gebouwen in alle ruimtes, dus ook in keuken- of kantoorgedeelte?

De mondkapjesplicht geldt voor publieke binnenruimten. Kantoren en keukens zijn doorgaans niet publiekelijk toegankelijk. In die ruimten geldt dan ook geen mondkapjesplicht.

 

4. Kan degene die bevoegd is tot het treffen van voorzieningen voor een publieke of besloten plaats, erop worden aangesproken dat hij de zorgplicht niet naleeft als de mondkapjesplicht in zijn onderneming niet wordt nageleefd?

Nee, dat kan niet aan de hand van de zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat degene die voorzieningen kan treffen voor een publieke of besloten plaats zodanige voorzieningen moet treffen dat de personen die in die plaats aanwezig zijn, de coronamaatregelen – waaronder de mondkapjesverplichting – kunnen naleven. De eigenaar van de supermarkt bijvoorbeeld moet het dus zo regelen dat de klanten in staat worden gesteld om zich aan de coronamaatregelen te houden. Bijvoorbeeld een looproute, zodat klanten 1,5 meter afstand tot elkaar kunnen houden. De zorgplicht houdt niet in dat de eigenaar moet handhaven dat zijn klanten de mondkapjesverplichting naleven. Wel kunnen BOA’s en politie in de winkel handhavend optreden tegen personen die zich zonder geldige reden aan de mondkapjesplicht onttrekken.

De Rijksoverheid roept winkeliers wel op om hierin hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen.

 

5. Wordt de ondernemer of de klant beboet wanneer een klant zich in een supermarkt niet houdt aan de regels ter beperking van de verspreiding van het coronavirus (coronamaatregelen)?

Aan een burger die de coronamaatregelen zelf niet in acht neemt, kan een strafrechtelijke boete worden opgelegd (artikel 58f/g jo. artikel 68bis, lid 1, sub b, en lid 2, van de Wet publieke gezondheid (Wpg)). Het is niet zo dat een ondernemer daarmee zelf ook direct een (beboetbare) overtreding heeft begaan. Dat is wel zo als hij de openstellingsvoorwaarden overtreedt, waarvoor een (strafrechtelijke) boete kan worden opgelegd (artikel 58h Wpg jo. artikel 68bis, lid 1, sub b, Wpg). Daarvoor kan ook een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom worden opgelegd (artikel 58u, lid 3, sub a, Wpg jo. artikel 5:32, lid 1, Awb). Daarnaast kan aan een ondernemer een (bestuursrechtelijke) aanwijzing worden gegeven (of in spoedeisende gevallen een bevel) als hij zijn zorgplicht dat de coronamaatregelen door zijn klanten in acht kunnen worden genomen, heeft geschonden (artikel 58k, lid 2 en lid 4, Wpg). Wordt die aanwijzing niet nageleefd, dan kan daarvoor een strafrechtelijke boete worden opgelegd (artikel 68bis, lid 1, sub b, Wpg).

 

Meer informatie

Naar boven

Veilige afstand en groepsvorming (hoofdstuk 2 en 3)

4. Is het mogelijk de coronaregels te handhaven in iemands woning?

Vooropgesteld moet worden dat in de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 woningen voor de toepassing van de coronamaatregelen zijn uitgesloten. Dit betekent dat als er sprake is van een samenkomst in een woning waarbij de dringende adviezen van de Rijksoverheid niet worden nageleefd, er niet kan worden opgetreden op grond van de handhavingsbevoegdheden van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19. Het is dus niet mogelijk om binnen in een woning de corona-regels te handhaven.

In dit geval moet daarom worden teruggevallen op de bevoegdheden op grond waarvan normaal gesproken in zo’n situatie wordt opgetreden. Daarbij geldt dat een noodbevel enkel bedoeld is voor zeer uitzonderlijke situaties. Wanneer het niet mogelijk is om op grond van de gebruikelijke bevoegdheden op te treden, dan kan dus niet meer gedaan worden dan de dringende corona-adviezen nogmaals onder de aandacht van de feestgangers te brengen en te verzoeken het feest in de woning te beëindigen.

 

7. Kunnen regels over groepsgrootte en de anderhalvemeterregel worden gehandhaafd op erven?

De woning is een besloten plaats. De woning geniet bijzondere bescherming op grond van de Grondwet en verschillende mensenrechtenverdragen. Voor de vraag of er sprake is van een woning moet gekeken worden naar de feitelijke situatie. Het moet gaan om een ruimte die feitelijk als woning in gebruik is.

Voor de bevoegdheden uit hoofdstuk Va van de Wet publieke gezondheid (Wpg) geldt dat onder een woning ook een daarbij behorend erf moet worden begrepen (artikel 58a, tweede lid, van de Wpg). Vanwege de bescherming voor de woning is deze vaak uitgesloten van de bevoegdheden uit hoofdstuk Va van de Wpg. De burgemeester kan hier niet handhaven.

Naar boven

Openstelling publieke plaatsen (hoofdstuk 4)

1. Hoe wordt bepaald of een locatie kan worden gekwalificeerd als publieke plaats of als besloten plaats? Zijn er grensgevallen?

Er kunnen zich grensgevallen voordoen bij de definitiebepaling zoals die in de wet zijn opgenomen. Daarom worden de toepasselijke regels over geldende maatregelen op de besloten en publieke plaatsen concreter uitgewerkt in de Tijdelijke regelingen maatregelen covid-19 (Trm) om grensgevallen zo beperkt mogelijk te houden. Bij de regeling is ook een nadere toelichting gegeven op het verschil en grensvlak tussen beide plaatsen. De burgemeester is vervolgens bevoegd tot bestuursrechtelijke handhaving van alle maatregelen die in de Trm uitgewerkt zijn over openstelling van daarin concreet omschreven publieke plaatsen en evenementen. 

Voor de naleving van de zorgplicht die in artikel 58k en 58l geregeld is, volgt dat de burgemeester bevoegd is om hierop toe te zien in geval van zowel publieke plaatsen als besloten plaatsen, voor zover die niet gebruikt worden voor uitoefening van beroep- op bedrijf. Het gaat om hoe de plaats of ruimte overwegend wordt geëxploiteerd. Dus de bevoegdheid zal niet telkens wijzigen, waarbij een risico van pingpongen kan ontstaan. Ten slotte is de burgemeester altijd bevoegd om bij excessen op alle besloten onmiddellijk in te grijpen met een bevel op grond van artikel 58n, ongeacht of hier een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend of niet. 

 

2. Hoe zijn markten geregeld onder de Tijdelijke wet maatregelen covid-19?

Voor warenmarkten geldt het volgende. Volgens de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 (Twm) zoals deze op 1 december 2020 van kracht wordt, mogen warenmarkten worden gehouden. Een warenmarkt is in deze ministeriële regeling gedefinieerd als een markt op gewone marktdagen als bedoeld in artikel 160 lid 1 onder g Gemeentewet (zie artikel 1.1 Tijdelijke regeling maatregelen COVID-19). 

Let op: op basis van de Tijdelijke regeling maatregelen COVID-19 van 14 december 2020 kan het slechts gaan om warenmarkten in de levensmiddelenbranche !

Wel gelden er voor warenmarkten coronaregels. Zo is de veilige afstandsnorm van toepassing (artikel 58f Twm). Daarnaast gelden er voor warenmarkten die op een publieke plaats worden gehouden hygiënemaatregelen en moeten stromen van publiek gescheiden worden gehouden (artikel 4.1 Tijdelijke regeling). Bij de beoordeling van de aanvraag voor een marktvergunning zal het college daarom beoordelen of aan deze coronamaatregelen kan worden voldaan. Indien dat niet het geval is, zal de vergunningaanvraag moeten worden geweigerd. Indien wel aan de coronamaatregelen kan worden voldaan, is het niettemin mogelijk om voorschriften te verbinden aan de vergunning om de naleving van die coronamaatregelen te verzekeren. 

Voor bestaande markten waarvoor vaak langdurige vergunningen zijn verleend, ligt het niet voor de hand om in verband met de bestrijding van COVID-19 de vergunning te wijzigen, als ook via feitelijk handelen of handhaving voor naleving van de bij of krachtens de Twm geldende coronamaatregelen kan worden gezorgd. In veel gemeenten zijn al voorzieningen getroffen die ervoor zorgen dat de coronamaatregelen kunnen worden nageleefd, bijvoorbeeld door zo nodig ruimere locaties of andere locaties voor de markt aan te wijzen. Wat betreft feitelijk handelen kan worden gedacht aan looproutes en het beheersen van de toegang.

 

3. Het ministerie van LNV vindt het van belang dat de jacht kan doorgaan voor zover die gericht is op (a) schadebestrijding door wild en (b) preventie van verspreiding van de Afrikaanse varkenspest. Kan een wapenhandel ontheffing krijgen voor jagers die langs moeten komen voor onderhoud en reparatie aan jachtgeweren en voor aanvulling munitie?

Het ministerie van Justitie en Veiligheid en het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vinden het van belang dat schadebestrijding door wild en preventie van verspreiding van de Afrikaanse varkenspest kan worden voortgezet. Daarvoor moeten jagers terecht kunnen bij een wapenhandelaar voor onderhouds- en reparatiewerkzaamheden ten behoeve van de genoemde jachtactiviteiten. De Tijdelijke regeling maatregelen Covid-19 kent hiertoe reeds een uitzondering op de sluiting van publieke plaatsen (artikel 4.a1  eerste lid  onder r.).

Ook is in voorkomende gevallen aanschaf van onderdelen of munitie voor jachtwapens noodzakelijk. Het verlenen van een ontheffing van de sluiting (op grond van artikel 58e  tweede lid  onder a j˚ artikel 58h van de Wet publieke gezondheid) van een wapenhandel in gemeenten voor dit doel is nodig om de jacht te kunnen voortzetten. U vindt de informatie over ontheffingen in de handreiking tijdelijke wet maatregelen covid-19.

 

5. Hoe kunnen gemeenten het verruimen van venstertijden voor het bevoorraden van supermarkten regelen?

Vanwege de uitzonderlijke situatie kunnen gemeenten overwegen venstertijden voor supermarkten te verruimen om de levering van voldoende voedsel mogelijk te maken. De VNG adviseert het verruimen van venstertijden met het oog op milieubelang en geluidsniveaus te beperken van 6.00 tot 22.00 uur, rekening houdend met lokale omstandigheden. Het advies is om dit altijd in overleg met de Veiligheidsregio op te pakken en om de politie en BOA’s te betrekken.

Om dit formeel te bekrachtigen heeft de VNG de model-gedoogbeslissing geactualiseerd die gemeenten kunnen gebruiken om dit te regelen.  

 

9. Wat is zakelijke of financiële dienstverlening? 

Locaties gericht op zakelijke of financiële dienstverlening zijn uitgezonderd van de sluiting van publieke plaatsen. De toelichting bij de gewijzigde Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 van 14 november 2020 noemt als voorbeelden: banken, hypotheekverstrekkers, makelaars voor hun klanten. Andere voorbeelden zijn:

  • juridische diensten en administratie 
  • pasfotografie ten behoeve van officiële documenten
  • vertaalbureaus
  • verhuur van vervoersmiddelen of gereedschappen voor zover noodzakelijk voor essentieel vervoer/onderhoud/reparatie (niet recreatief)
  • uitzendbureaus en arbeidsmiddeling
  • geldwisselkantoren, belening/inkoop uitsluitend voor die functie
  • notarissen

 

12. Kunnen buurt- en dorpshuizen en wijkcentra openblijven voor kwetsbare personen?

Dat is zeker het geval. Het is juist de bedoeling dat buurt- en dorpshuizen en wijkcentra openblijven, maar alleen voor besloten en georganiseerde activiteiten gericht op maatschappelijke ondersteuning van kwetsbare personen, zoals dagbesteding.

Kwetsbare personen zijn mensen die zorg ontvangen op grond van de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg, de Wet maatschappelijke ondersteuning of de Jeugdwet. Het gaat in het bijzonder om kwetsbare ouderen, kwetsbare jongeren, mensen met een beperking, dak- en thuislozen, mensen met psychische problematiek en mensen die eenzaam zijn.

Voorwaarden voor een besloten en georganiseerde activiteit:

  • Het is van tevoren duidelijk wie komt voor de activiteit door registratie vooraf, inclusief een gezondheidscheck die vaststelt of iemand Covid-19 klachten heeft
  • Mensen met klachten kunnen niet langskomen of deelnemen
  • Er mogen geen mensen komen die zich niet vooraf hebben aangemeld
  • Het is een georganiseerde activiteit en geen spontane samenkomst, waarbij er 1 persoon is aangewezen die fungeert als aanspreekpunt van de activiteit
  • Alleen personen die tot de doelgroep van de activiteit behoren hebben toegang

Meer informatie

 

13. Mag een scouting zijn gebouw gebruiken?

Publieke plaatsen zijn plaatsen die voor een ieder openstaan, ongeacht om wie het gaat. Doorslaggevend is de vraag of het publiek op deze plaats in het algemeen vrij toegang heeft. Daarbij is het gebruikelijke feitelijke toelatingsbeleid (los van omstandigheden zoals toegangsprijs of minimumleeftijd) bepalend. Daarbij moet bekeken worden of normaal gesproken een ‘open’ groep mensen wordt toegelaten in plaats van bijvoorbeeld uitsluitend leden van een bepaalde vereniging. Besloten plaatsen zijn plaatsen die niet publiek of openbaar zijn. Een scoutinggebouw kan onder omstandigheden een besloten plaats zijn (als het alleen voor verenigingsleden open wordt gesteld).
 
Als het scoutinggebouw als besloten plaats gezien wordt, gelden de regels over de openstelling van publieke plaatsen niet. In dat geval mag met maximaal 30 personen worden samengekomen (artikel 3.2, eerste lid, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19). Dit maximumaantal geldt niet voor personen tot en met 17 jaar die deelnemen aan georganiseerde jeugdactiviteiten en personen die deze activiteiten organiseren of begeleiden. De scouting mag voor de eigen scoutingleden een binnenactiviteit organiseren. Daarbij gelden natuurlijk wel alle adviezen, waaronder om zo veel mogelijk afstand te houden en het aantal contacten te minimaliseren, en ligt er een zorgplicht op de begeleiders om te zorgen dat iedereen de coronaregels kan naleven. Het ligt ook voor de hand om de activiteiten zo veel mogelijk buiten te organiseren.

 

14. Mag muziekonderwijs worden verzorgd voor individuele klanten?

Op grond van artikel 4.a1, eerste lid, van de Tijdelijke regeling maatregelen COVID-19 moeten publieke plaatsen voor het publiek gesloten blijven, tenzij er een uitzondering geldt. Muziekscholen moeten dus gesloten blijven; ook als het gaat om muziekles aan individuele klanten. Dit is alleen anders als het bijvoorbeeld gaat om een erkende opleiding (conservatorium). Dit geldt ook voor het huren van muziekruimtes/zelfstandige ruimtes: daarvoor is geen uitzondering gemaakt. Overigens is het in besloten ruimtes (eigen woning) wel toegestaan met inachtneming van de huidige coronamaatregelen (maximaal 1 bezoeker per dag en 1,5 meter afstand).

 

17. Als een winkel een apart pand opent voor de verkoop van levensmiddelen, valt dit dan onder de uitzondering van winkels die open mogen? En als dit een afgescheiden levensmiddelenafdeling met eigen ingang in een filiaal van een warenhuis is?

Op grond van artikel 4.a1, eerste lid, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 moeten publieke plaatsen voor het publiek gesloten blijven, tenzij er een uitzondering van toepassing is. Winkels in de levensmiddelenbranche mogen open (zie art. 4.a1 lid 1 sub e van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19). Er is sprake van een winkel in de levensmiddelenbranche, als het in hoofdzaak gaat over het aanbieden van levensmiddelen (dat wil zeggen eten en drinken). Dat in winkels in beperkte mate non-foodartikelen worden verkocht, maakt dat niet anders.

Een afgescheiden levensmiddelenafdeling met eigen ingang in een filiaal van een warenhuis valt onder de uitzondering voor winkels in de levensmiddelenbranche. Een nieuwe winkel die zich uitsluitend richt op de verkoop van een levensmiddel, valt onder de voornoemde uitzondering en mag open zijn. Daarbij is wel van belang dat er geen andere producten dan levensmiddelen verkocht worden. Het is uiteraard afhankelijk van de specifieke omstandigheden en de lokale regelgeving of het vestigen van een nieuwe winkel mogelijk is.

 

18. Mag een werkplaats van de fietsenmaker open? En de garage in de autobranche?

Op grond van artikel 4.a1 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 en artikel 58h, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid (Wpg) mogen publieke plaatsen niet voor het publiek worden opengesteld, tenzij deze publieke plaats is opgenomen in de lijst met uitzonderingen.

Locaties voor reparatie en onderhoud van goederen mogen voor publiek worden opengesteld (artikel 4.a1, eerste lid, onder r, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19), maar slechts voor zover het gaat om openstelling voor die functie en voor zover het de daarvoor benodigde locatie betreft. 

Voor plaatsen met meerdere functies die niet allen onder de uitzonderingen vallen, geldt dat de plaats alleen open mag voor zover het die functie en de daarvoor benodigde locatie betreft. Bijvoorbeeld: de winkel van de fietshandel blijft gesloten, maar de werkplaats voor reparatie en herstel van fietsen mag open; de showroom in de autobranche blijft gesloten, de werkplaats ervan mag open.

 

19. Mogen rondvaartbedrijven geopend zijn om rondvaarten te organiseren? 

Op grond van artikel 4.a1, eerste lid, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 moeten publieke plaatsen voor het publiek gesloten blijven, tenzij er sprake is van een uitzondering. Een rondvaartboot waarop in principe iedereen (met een kaartje en reservering) welkom is, kan gedefinieerd worden als een publieke plaats. Er is voor rondvaartboten als zodanig geen uitzondering gemaakt.

Wel geldt op grond van artikel 4.a1, eerste lid, onder v, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 een uitzondering voor onder meer ander bedrijfsmatig personenvervoer, mits het vervoer primair de verplaatsing van de ene naar de andere locatie behelst en het vervoer geen recreatieve activiteit is. Een vaart met de rondvaartboot zal over het algemeen wél recreatief zijn en dat is niet toegestaan.

Ander bedrijfsmatig personenvervoer wordt in artikel 1.1 van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 gedefinieerd als: 'besloten busvervoer en taxivervoer als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000, alsmede bedrijfsmatig vervoer van personen op andere wijze dan met een bus of taxi, niet zijnde openbaar vervoer;'.

 

21. Mogen zonnestudio’s open?
Zonnestudio’s moeten vooralsnog gesloten blijven. Het gaat om een publieke plaats. Alle publieke plaatsen moeten gesloten blijven, tenzij er sprake is van een uitzondering. Dat is voor zonnestudio’s niet het geval. 

In de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 die op 3 maart 2021 is ingegaan, wordt in artikel 4.a1, derde lid, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 een uitzondering gemaakt voor winkels en locaties met een winkelfunctie. Verder is artikel 6.8, zevende lid, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 zodanig gewijzigd dat de uitoefening van contactberoepen (met uitzondering van sekswerkers) weer is toegestaan. 

Zonnestudio’s zijn geen winkels voor niet-essentiële detailhandel, en ook geen contactberoep. Het gaat om een reguliere publieke plaats, net als wellnesscentra, sauna’s, musea, theaters, casino’s et cetera, waarvoor geen uitzondering is gemaakt. Zij moeten daarom gesloten blijven.

 

22. Mogen sauna’s en zwembaden in hotels open? 

Sauna’s en zwembaden in hotels mogen niet open. Hotels zijn op grond van artikel 4.a1, eerste lid, onder t, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 uitgezonderd van de sluiting van publieke plaatsen voor overnachtingen. Hotels mogen dus alleen open voor de overnachtingsfunctie.

 

23. Wat zijn de richtlijnen voor de openstelling van campings en campingfaciliteiten? 

Op grond van artikel 4.a1, eerste lid, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 (Trm) mogen publieke plaatsen niet voor het publiek worden opengesteld, tenzij er sprake is van een uitzondering. Voor campings is een uitzondering gemaakt. Deze uitzondering staat in artikel 4.a1 lid 1 onder t van de Trm. 

Voor campings geldt dat zij alleen opengesteld mogen worden voor het aanbieden van verblijf (zie art. 4.a1, eerste lid, onder t, van de Trm). De douche- en toiletvoorzieningen mogen opengesteld worden omdat dit onderdeel uitmaakt van het aanbieden van verblijf. Voor andere ruimten op de camping, zoals het restaurant of het zwembad, zijn geen uitzonderingen gemaakt in artikel 4.a1 lid 1. Die locaties mogen dus niet voor het publiek worden opengesteld. 

Verder gelden voor de campingfaciliteiten dezelfde regels als die landelijk gelden. Zo mag een campingwinkel waar (vrijwel) uitsluitend etenswaren worden verkocht open (zie artikel 4.a1 lid 1 onder e van de Trm) en mag ook het restaurant open voor het afhalen van etenswaren en dranken (zie artikel 4.4 lid 2 onder b van de Trm). 

 

24. Mag een uitvaartondernemer eerst de plechtigheid houden, dan met iedereen naar de begraafplaats en daarna de koffietafel weer in dezelfde horeca laten plaatsvinden? 

Op grond van artikel 4.4, tweede lid, onder c, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 mogen de eet- en drinkgelegenheden in een uitvaartcentrum of in een andere locatie waar een plechtigheid plaatsvindt ten behoeve van een uitvaart opengesteld worden voor publiek. Het gaat erom dat de koffietafel plaatsvindt op dezelfde locatie als waar de uitvaartplechtigheid plaatsvindt. 

Het is toegestaan om een uitvaartplechtigheid op een bepaalde locatie te houden, vervolgens naar de begraafplaats te gaan waar de teraardebestelling plaatsvindt, en daarna terug te gaan naar de locatie van de uitvaartplechtigheid voor een nazit met eten en drinken, mits de nazit op dezelfde locatie plaatsvindt als de plechtigheid. 

 

25. Mag een horecabedrijf een livestream uitzenden? 

Gebouwen die voor publiek gesloten zijn, zoals theaters, musea en muziekscholen, mogen open blijven voor medewerkers in het kader van bedrijfsactiviteiten. Repeteren en opnames door professionals kunnen dus blijven plaatsvinden. Voor bijvoorbeeld digitale voorstellingen en livestreams. 

Livestreams vanuit een horecagelegenheid zijn onder strikte voorwaarden toegestaan. Heel belangrijk is dat wordt beoordeeld of alle aanwezige personen werkzaam zijn en bedrijfsactiviteiten (passend bij de normale uitoefening van het bedrijf) uitvoeren die noodzakelijk zijn voor het opnemen van de livestream. Zo niet, dan gelden zij als publiek en is hun aanwezigheid niet toegestaan.

De precieze omstandigheden van het geval zullen daarvoor bepalend zijn. Hoe dan ook gelden vanzelfsprekend de regels over het houden van een veilige afstand en de dringende (hygiëne)adviezen. In het café gelden de regels over groepsvorming overigens niet (aangezien het café niet wordt opengesteld voor publiek). Wel gelden alle dringende adviezen en de verplichting om een veilige afstand te houden.

 

26. Welke regels gelden er voor de horeca?

Horecagelegenheden (inclusief coffeeshops) zijn gesloten. De horeca gaat weer open zodra wordt besloten dat dit op een veilige en verantwoorde manier kan. De volgende uitzonderingen zijn van toepassing:

  • Voor afhaalrestaurants geldt dat zij tot 1 uur ’s nachts geopend mogen blijven. Tijdens de periode waarvoor de avondklok geldt, is afhalen niet toegestaan na 21.45 uur. Bezorgen blijft wel mogelijk. Na 20.00 uur ’s avonds verkopen zij geen alcohol meer. Coffeeshops zijn na 20.00 gesloten.
  • uitvaartcentra of vergelijkbare locaties waar een uitvaartplechtigheid plaatsvindt
  • eet- en drinkgelegenheden in zorginstellingen voor patiënten en bezoekers van patiënten
  • eet- en drinkgelegenheden binnen een locatie waar besloten en georganiseerde dagbesteding plaatsvindt voor kwetsbare groepen
  • bedrijfskantines
  • vliegvelden na de securitycheck

Meer informatie

 

27. Mogen op een standplaats bloemen worden verkocht?

Locaties waar een warenmarkt in de levensmiddelenbranche plaatsvindt, mogen uitsluitend voor die functie geopend zijn (artikel 4.a1, eerste lid onder f Trm). Bloemen vallen niet onder levensmiddelen. Een winkel mag wel buiten geopend zijn, indien daar uitsluitend bloemen worden verkocht (4.a1 eerste lid onder z Trm).

 

28. Mogen gemeenten lintjes uitreiken in het gemeentehuis?

Ja, het gemeentehuis mag voor publiek zijn opengesteld om er lintjes uit te reiken. Het uitreiken van een lintje (en dus niet een receptie of iets dergelijks) hoort bij de normale wettelijke taken van de gemeente (artikel 4a1 lid 1 onder b van de Trm). Hierbij dienen wel de voorwaarden uit artikel 4.1 Trm in acht te worden genomen (publiek placeren, publieksstromen scheiden en hygiënemaatregelen in acht nemen). Daarnaast mogen er op grond van artikel 4.2 Trm maximaal 30 personen per zelfstandige ruimte aanwezig zijn.

De rijksoverheid meldt het volgende over de uitreiking van koninklijke onderscheidingen: Het uitgangspunt is dat in lijn met het beleid vorig jaar gemeenten zelf zorgdragen voor het uitreiken van de lintjes conform de dan geldende maatregelen. In dat kader is gekozen om de uitreiking te verspreiden over 1 week in plaats van over 1 dag, zodat gemeenten ruimte hebben om een passende uitreiking te organiseren voor de gedecoreerden binnen hun gemeenten. Hierover is vanuit de Kanselarij op 17 februari 2021 een brief verzonden aan de burgemeesters, waarover is afgestemd met het Nederlands Genootschap van Burgemeesters. Wel geldt er een evenementenverbod. Een optie is het uitreiken in een kleine kring of in de privésfeer door bezoeken aan huis. 

Naar boven

Winkelen bij niet-essentiële winkels (hoofdstuk 4)

1. Wat zijn de voorwaarden voor afhalen?

Vanaf 10 februari 2021 is het mogelijk om producten te bestellen en af te halen bij een niet-essentiële winkel. De winkelier is verplicht om het afhalen te organiseren. Dit dient gespreid over de dag te zijn, in tijdvakken van maximaal 1 uur en zonder dat er een oploop van publiek ontstaat. De voorwaarden zijn:

  • Klanten mogen de winkel niet betreden, het afhaalpunt is aan de deur van de winkel of op het parkeerterrein
  • Er zit minimaal een dagdeel (4 uur) tussen het bestellen en ophalen van de bestelling
  • Het is aan de winkelier hoe om te gaan met online bestellen
  • De winkelier is verplicht om het ophalen te organiseren: 
    -    Gespreid over de dag
    -    In tijdvakken van maximaal 1 uur
    -    Waarbij de afhaallocatie sober wordt ingericht
  • De winkelier voorkomt dat er een oploop van publiek ontstaat
  • Waarbij de klant wordt verzocht het bestelde individueel af te halen
  • De winkel mag slechts de voor afgifte van bestellingen hoognodige bezetting aanwezig hebben
  • Klanten zijn verplicht in de openbare ruimte 1,5 meter afstand van anderen te houden en geen groepen te vormen (reeds bestaande verplichting)

Als er sprake is van samenloop (reparatie/onderhoud én afhalen bij de winkel) dan mogen klanten de winkel wel betreden voor reparatie/onderhoud/pakketservice, maar niet voor de verkoop van de winkelproducten. Verkoop moet dan buiten, maar de andere service mag binnen. Het advies is hierbij om dan zoveel mogelijk aan de deur te regelen. Als dat niet kan, moet er binnen met een afbakening/looproute gewerkt worden conform het Afsprakenkader Verantwoord Winkelen.

 

2. Wat zijn de voorwaarden voor winkelen op afspraak?

Vanaf 3 maart 2021 is het mogelijk om te winkelen op afspraak in een niet-essentiële winkel. Voor de winkeliers geldt:

  • Publiek mag de winkel alleen betreden met een bevestiging van het gereserveerde tijdslot en tijdens dat gereserveerde tijdslot
  • Er zit minimaal een dagdeel (4 uur) tussen het maken van een afspraak en het bezoek aan de winkel
  • De winkelier organiseert het winkelbezoek:
    -    Dit is gespreid over de dag
    -    Winkels mogen maximaal 1 klant per 25 m2 ontvangen
    -    Er mogen in elk geval 2 klanten per verdieping worden ontvangen, ongeacht de grootte van de winkel
    -    Er mogen maximaal 50 klanten tegelijk in de winkel zijn
    -    Dit gebeurt in afgebakende tijdvakken, waarbij klanten gespreid komen en de afspraken gelden volgens het protocol
    -    In de winkel vinden uitsluitend activiteiten plaats gekoppeld aan het directe verkoopproces
    -    Er ontstaat geen oploop van publiek
    -    De klant komt alleen
  • In de winkel mag slechts de hoognodige bezetting aanwezig zijn
  • Daarbij blijven de basisregels gelden zoals de 1,5 meter afstand, hygiënemaatregelen en thuisblijven bij klachten.

Meer informatie

 

5.  Hoe kan er gehandhaafd worden?

Primair handhaving door ondernemers zelf, al dan niet met behulp van particuliere beveiligers (aanspreken, toegang weigeren, verzoeken de winkel te verlaten, winkel zelf sluiten)

Handhaving door veiligheidsregio, gemeente en justitie:

  • De burgemeester kan ten aanzien van openbare plaatsen – in het geval de geldende maatregelen, zoals de veilige afstand, niet worden nageleefd of een dreiging daarvan - middels een bevel bijvoorbeeld de weg afsluiten of de aanwezige personen verwijderen (op grond van artikel 58m Twm en/of de gemeentewet artikel 174).
  • De burgemeester kan de overtreding van een click en collect-voorwaarde handhaven met een last onder bestuursdwang of onder dwangsom.
  • Als bij de eigen handhaving door winkeliers/ondernemers dreigende situaties ontstaan, kan een beroep op de politie worden gedaan.
  • De regels gelden voor iedereen, maar de omstandigheden kunnen per geval verschillen. De keuze voor de wijze van handhaven in een concrete situatie is aan de professionaliteit van de handhaver.

Naleving en handhaving op gebiedsniveau

Gezamenlijke verantwoordelijkheid ondernemers in nauwe samenwerking met gemeenten

Systeemaanpak: samenspel en afspraken op lokaal niveau tussen (georganiseerde) private partijen en gemeenten; ieder vanuit eigen verantwoordelijkheid. Voor elk van deze geldt dat er een duidelijke verantwoordelijkheidsverdeling in de regievoering kan zijn. Dit betekent per gebiedstype:

  • Winkelcentra met vastgoedeigenaar, centrumbeheerder of winkeliersvereniging: Regievoerder is de eigenaar of beheerder van het vastgoed. Winkels zijn daarbij verantwoordelijk voor de te nemen acties, maar de regievoerder is verantwoordelijk voor communicatie met de gemeente en kan escaleren in geval van incidenten.
  • Winkelstraten/gebieden (binnenstedelijk): hier is de gemeente de regievoerder en vult die deze rol nu ook al zo in. Dit geldt met name voor drukke winkelstraten. Escalatie bij incidenten vindt plaats vanuit winkeliers via gemeente naar BOA/politie, zoals hieronder ook beschreven.
  • Grootschalige ‘stand alone’ retailvestigingen (bouwmarkten, meubelcentra): hier ligt de regie en uitvoering bij de individuele bedrijven. Bij clusters van bedrijven neemt de grootste partij het initiatief.
  • Kleinschalige winkelvoorzieningen op dorps/wijkniveau en verspreide winkels: Deze zijn eveneens binnenstedelijk maar kleinschaliger en met een sterker accent op dagelijkse boodschappen. Hier ligt een regierol vanuit de grootste private partij voor de hand: bij afwezigheid van een actieve winkeliersvereniging zal dit meestal de supermarkt zijn. Deze voert dan de regie over de private inzet vanuit de kleinere partijen, heeft en versterkt het contact met gemeente en escaleert naar gemeenten bij incidenten.

Om het bovenstaande systeem te laten werken is de inzet van gemeenten onontbeerlijk. In onderling overleg tussen gemeenten en de regievoerders komt vanzelfsprekend ook aan de orde wat de winkelgebieden van de gemeente bij de naleving en handhaving kunnen verwachten.

Met de Veiligheidsregio’s is afgesproken dat zij een ondersteunende structuur bieden. Daarbij onderscheiden we 2 fases. Een voorbereidende fase, waarin het opstellen en toetsen van protocollen plaatsvindt en een zogenaamde warme fase waarin er daadwerkelijk toezicht gehouden wordt.

Naar boven

Evenementen (hoofdstuk 5)

1. Wat zijn de mogelijkheden met betrekking tot evenementen en de Tijdelijke wet maatregelen covid-19?

De organisator van een evenement heeft normaal gesproken op grond van de APV een evenementenvergunning nodig voor het organiseren van bepaalde in de APV genoemde evenementen. De vraag is vervolgens hoe de coronamaatregelen daarbij betrokken kunnen worden. De VNG-Handreiking Tijdelijke wet maatregelen covid-19 voor gemeenten bevat uitgebreide informatie over evenementen. In essentie zijn er de volgende mogelijkheden.

Indien er in een ministeriële regeling bepaalde evenementen niet zijn toegestaan, kan de organisator van een evenement vanwege bijzondere omstandigheden in aanmerking komen voor ontheffing. Die organisator heeft dan zowel een evenementenvergunning op grond van de APV als een ontheffing op grond van de Wet publieke gezondheid (Wpg) nodig. De naleving van de coronamaatregelen zou aan de hand van de Wpg moeten worden gereguleerd. Daarvoor kan er bijvoorbeeld een voorschrift worden opgenomen of kan een ontheffing worden geweigerd indien de coronamaatregelen niet kunnen worden nageleefd. 

Indien er geen ministeriële regeling is opgesteld voor evenementen, ligt het voor de hand om de wél geldende coronamaatregelen (bijvoorbeeld de veilige afstand) te betrekken bij de aanvraag voor een evenementenvergunning op grond van de APV. In dat geval kan de evenementenvergunning worden geweigerd indien niet voldaan kan worden aan de coronamaatregelen. Op grond van artikel 1:8 van de Model-APV van de VNG is het mogelijk om een vergunning te weigeren in het belang van de volksgezondheid. Ook is het mogelijk om een voorschrift te verbinden aan de evenementenvergunning om de naleving van de coronamaatregelen te verzekeren. 

 

3. Hoe moet er worden omgegaan met de aanvragen voor evenementen?

Om duidelijkheid te bieden aan organisatoren van grote evenementen, gemeenten, hulpdiensten en aan de samenleving heeft het Veiligheidsberaad een landelijk advies uitgebracht ten aanzien van het vergunnen en toestaan van (grootschalige) evenementen te hanteren. Het samen volgen van een landelijke lijn biedt helderheid en consistentie.

Deze landelijke lijn is om evenementen van de categorie B en C niet plaats te laten vinden tot en met 5 mei 2021. Het betreft hier een advies, de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor het in behandeling nemen van aanvragen en toekennen van vergunningen ligt uiteraard bij de gemeente zelf. Vanzelfsprekend moet deze lijn worden bezien in het licht van de op dat moment geldende maatregelen.

Daarnaast worden de ontwikkelingen rondom de fieldlabs en pilots met evenementen nauwlettend gevolgd. In gesprek met het Rijk wordt gekeken naar mogelijkheden, die de resultaten van deze testevenementen bieden voor de (gedeeltelijke) opening van de evenementensector.

 

4. Is een openlucht kerkdienst op een grote openbare parkeerplaats toegestaan?

Vanwege het recht op het vrij belijden van godsdienst of levensovertuiging, zoals verankerd in artikel 6 van de Grondwet, is in de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (Twm) geregeld dat geen groepsverboden of maximumaantallen kunnen gelden voor het gemeenschappelijk belijden van een godsdienst of levensovertuiging (zie art. 58g, lid 2, onder c). 

De overheid roept alle religieuze organisaties echter op zich vrijwillig aan te sluiten bij de afgekondigde overheidsmaatregelen vanuit epidemiologisch en maatschappelijk belang. Het dringende advies is dan ook om bijeenkomsten alleen digitaal te organiseren en geen fysieke bijeenkomsten te houden, gelet op de ernst van de huidige situatie. 

 

5. Onder welke voorwaarden kan een evenement doorgaan (in de buitenlucht) bij risico niveau 1, met meer dan 100 personen?

Op dit moment mogen er geen evenementen worden georganiseerd (artikel 5.1 Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 (Trm)). Daaraan doet het risiconiveau van een evenement niets af en is evenmin van belang dat het evenement in de buitenlucht wordt georganiseerd.

Er geldt een aantal uitzonderingen op het verbod op evenementen (zie ook artikel 5.1 Trm). Daarbij moet wel bedacht worden dat op dit moment ook alle publieke plaatsen gesloten moeten blijven voor het publiek, zodat evenementen op een publieke plaats ook daarom op dit moment niet georganiseerd kunnen worden. Uitsluitend voor uitvaarten en warenmarkten (uitsluitend voor essentiële producten en bloemen) is dat anders.

 

6. Wat zijn de richtlijnen voor evenementen en samenkomsten rondom feest- en religieuze dagen?

De huidige maatregelen (geldig t/m 21 april)  zijn erop gericht om het aantal contacten en reisbewegingen zoveel mogelijk te beperken. Zo kunnen wij coronabesmettingen tegengaan. Deze maatregelen gelden ook tijdens de komende feestdagen en de ramadan.

 

7. Welke regels gelden er voor evenementen?

De meeste evenementen zijn verboden. Uitgezonderd zijn:

  • Betogingen, samenkomsten en vergaderingen volgens de Wet openbare manifestaties
  • Warenmarkten voor eerste levensbehoeften

Meer informatie

Naar boven

Sport (paragraaf 6.1)

1. Mogen jongeren van 18 tot en met 27 jaar ook sporten op buitenlocaties die niet worden beheerd door sportverenigingen (zoals bootcamp in een park)?

Alleen op buitensportaccommodaties mag worden gesport in teamverband tot en met 27 jaar. Over de sportuitzondering geldt de strakke lijn dat deze alleen van toepassing is op sportaccommodaties die een publieke plaats zijn en beheerd worden door een sportvereniging. Cruyff courts of calisthenics parks bijvoorbeeld vallen hier dus niet onder. Jongeren tot en met 17 jaar mogen wel op trapveldjes en dergelijke buiten sporten. 

 

2. Mag een sportschool trainingen buiten aanbieden in groepjes van 4?

Op grond van artikel 3.1, eerste lid, onder a, en derde lid, van de Trm, is het slechts toegestaan om je in groepsverband op te houden met niet meer dan 2 personen. Op grond van artikel 6.2, eerste lid, van de Trm geldt deze regel niet voor topsporters, personen tot en met 17 jaar die sport beoefenen en trainers of begeleiders van een sportactiviteit.

Iedereen vanaf 18 jaar mag buiten op sportaccommodaties met maximaal 4 mensen sporten. Dat geldt alleen bij de sportaccommodatie zelf. Op openbare plaatsen geldt nog steeds een maximum van 2 personen. De groepsvormingsregel op openbare plaatsen geldt niet voor personen tot en met 17 jaar die deelnemen aan georganiseerde jeugdactiviteiten en hun begeleiders (zie art. 3.1 lid 2 sub b Trm).

Naar boven

Personenvervoer (paragraaf 6.2)

1. Wat betekent het groepsvormingsverbod voor voer- en vaartuigen?

Voor voer- en vaartuigen geldt het volgende over groepsvorming:

  • Publiek toegankelijke voer- en vaartuigen kwalificeren als publieke binnenruimten. Voor privévervoer geldt dat er maximaal 2 personen in de auto mogen zitten. Mensen die op hetzelfde adres wonen en kinderen tot en met 12 jaar tellen niet mee voor dit maximum.
  • Het groepsvormingsverbod geldt in voer- en vaartuigen die rijden of stilstaan. Het maakt geen verschil of men al dan niet in een auto zit (Vgl. ABRvS 25 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3274.).
  • Voor het bedrijfsmatig vervoer en personenvervoer geldt nog steeds een uitzondering op het groepsvormingsverbod (art. 6.5 lid 3 jo. art. 3.2 en art. 4.2 tijdelijke regeling maatregelen covid-19).

Naar boven

Alcoholverbod (paragraaf 6.4)

Wat houdt het alcoholverbod in?

Over alcohol staan er 2 voorschriften in de regeling:

In de eerste plaats is er een verbod om tussen 20.00 en 6.00 uur alcohol te verkopen in publieke plaatsen. Dit houdt in dat het tussen die tijden verboden is alcoholhoudende drank te verkopen, commercieel te verstrekken of commercieel op enige andere wijze aan te bieden. Dit verbod geldt bijvoorbeeld voor hotels, supermarkten en avondwinkels. Voor eet- en drinkgelegenheden is afhaal van alcohol tussen die tijden dus niet mogelijk. 

Ten tweede is er een verbod om tussen 20.00 en 6.00 uur alcohol te gebruiken of gereed te hebben voor gebruik op openbare plaatsen. Het verbod geldt ook in vaar- en voertuigen die zich op een openbare plaats bevinden. Nachtbevoorrading en beroepsgoederenverkeer in de nachturen is nog wel mogelijk, omdat de alcoholhoudende drank op dat moment niet gebruikt wordt of voor consumptie gereed is. 

Naar boven

Onderwijs (paragraaf 6.5)

7. Is het mogelijk om externe locaties in te zetten voor het onderwijs?

Ja. De Tijdelijke wet maatregelen covid-19 (Twm) biedt een grondslag voor de bevoegdheid van de burgemeester om publieke ruimtes voor het voortgezet (speciaal) onderwijs open te stellen. Op deze locaties gelden de maatregelen volgens het servicedocument funderend onderwijs en de aanvullingen daarop voor het v(s)o.

 

8. Heeft dit gevolgen voor eventuele landelijke of lokale coronasteun die de eigenaar of uitbater van de locatie ontvangt?

Wanneer er gebruik wordt gemaakt van de generieke steunmaatregelen zoals de NOW, TVL en/of Tozo, is het aan te raden rekening te houden met de voorwaarden van deze regelingen.

 

8a. Heeft het beschikbaar stellen van de locatie tegen een vergoeding gevolgen voor de hoogte van de NOW-subsidie?

Dit is afhankelijk van de situatie bij de individuele bedrijven of instellingen die de ruimtes ter beschikking stellen. Het is mogelijk dat de vergoeding die tegenover het beschikbaar stellen van locaties wordt gezien als omzet voor de NOW. In dat geval zal het omzetverlies lager uitpakken dan voorheen, en zal de subsidie lager worden vastgesteld.

NB. Als de werkgever als gevolg van de schadeloosstelling onder de omzetverliesdrempel van 20% komt, heeft de werkgever geen recht meer op NOW-subsidie.

Voor het bepalen wat als omzet wordt gerekend in de NOW wordt aangesloten bij het jaarrekeningenrecht. In het jaarrekeningenrecht is opgenomen dat omzet bestaat uit de inkomsten die toe te rekenen zijn aan de reguliere activiteiten van de onderneming. Wanneer het verhuren van de locatie als ‘reguliere activiteit’ kan worden gezien (bijvoorbeeld in het geval van een congrescentrum), wordt de schadeloosstelling gezien als omzet voor de NOW. Wanneer het verhuren van de locatie niet als reguliere bedrijfsactiviteit kan worden gezien (bijvoorbeeld in het geval van een sportaccommodatie), dan zal de schadeloosstelling geen invloed hebben op de hoogte van de NOW-subsidie. Lees meer op de website van de rijksoverheid

Om zeker te zijn of een schadeloosstelling in individuele gevallen leidt tot een lagere NOW-uitkering is het raadzaam om dit voor te leggen aan de accountant of deskundige derde van de onderneming waar het om gaat. Deze deskundigen zijn gewend om aan de hand van de gegevens van de individuele werkgever te beoordelen of iets volgens het jaarrekeningenrecht tot omzet behoort.

 

9. Worden culturele instellingen gekort wanneer zij hun ruimte beschikbaar stellen voor het geven van onderwijs?

Vanuit de ondersteuning door OCW voor de culturele en creatieve sector (RAOCCC I & II) is het niet aannemelijk dat er wordt gekort op reeds gegeven coronasteun als zij hun ruimte beschikbaar stellen voor het geven van onderwijs. Daar buitenom hebben de meeste gemeenten een maatwerkaanpak voor de subsidiering van de lokale culturele infrastructuur. Het is aan te raden om hierover contact op te nemen met de eigen gemeente. Ook als gebruik is gemaakt van de generieke steunmaatregelen zoals de NOW, TVL en/of TOZO, is het aan te raden rekening te houden met de voorwaarden van deze regelingen.

 

10. Aan welke richtlijnen moet de externe locatie voldoen?

De ruimte moet voldoen aan de richtlijnen van het RIVM met in ieder geval een goed geventileerde ruimte zijn waarbij voldoende afstand gehouden kan worden tussen leraar en leerling en leerlingen onderling. Hiervoor gelden de huidige voorschriften in het voortgezet onderwijs. Bekijk hiervoor www.lesopafstand.nl.

 

11. Waarom mag een theater wel open voor onderwijs en niet voor andere bezoekers?

Het heropenen van het voortgezet (speciaal) onderwijs is één van de versoepelingen die per 1 maart door het Kabinet is doorgevoerd. Het theater is niet open voor theatervoorstellingen, maar de ruimte wordt beschikbaar gesteld voor het geven van onderwijs om op die manier meer ruimte te creëren om fysiek onderwijs te geven en tegelijkertijd aan de afstandsregel te voldoen in de gevallen dat een schoolgebouw slechts beperkt ruimte heeft voor het organiseren van fysiek onderwijs.

 

12. Mag er ook gebruik gemaakt worden van een locatie waar volgens het gemeentelijk bestemmingsplan/gebruiksvergunning (het geven van) onderwijs op die locatie niet zonder meer is toegestaan?

Bij het mogelijk maken van onderwijs op externe locaties is het van belang een aantal stappen te doorlopen.

  • Kijk of de gebruiksregels van het bestemmingsplan onderwijs op de externe locatie mogelijkerwijs toelaten.
  • Zo niet, bekijk dan of het bestemmingsplan zelf hiervoor een afwijkingsbevoegdheid bevat (zie artikel 2.12 lid 1 onder a sub 1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)). Daaraan kan een tijdsduur worden verboden (via artikel 2.23 Wabo).
  • Indien het bestemmingsplan geen mogelijkheden biedt, dan kan een buitenplanse omgevingsvergunning voor een ‘planologisch kruimelgeval’ worden verleend (zie artikel 2.12 lid 1 onder a sub 2 Wabo juncto  Besluit omgevingsrecht Bijlage II artikel 4, lid 11). Aannemelijk moet zijn dat de activiteit kan en zal worden beëindigd aan het einde van de gestelde termijn zonder onomkeerbare gevolgen. De reguliere procedure van par 3.2 Wabo is hier van toepassing.

Het doorlopen van deze stappen kan de inzet van externe locaties mogelijk vertragen. Gemeenten kunnen daarom overwegen om vooruitlopend op de vergunningverlening een gekwalificeerde gedoogtoestemming onder voorwaarden te geven.

 

13. Wat als de vraag van scholen te groot is ten opzichte van het aanbod aan extra externe locaties in de gemeente?

Scholen dienen voor de leerlingen minimaal 1 dag per week fysiek onderwijs te verzorgen. De verwachting is dat, met inachtneming van de maatregelen, haalbaar is op de eigen schoollocatie. Het is wenselijk dat leerlingen vaker dan 1 dag per week fysiek onderwijs krijgen. Hiervoor kunnen externe locaties worden ingezet. Het is aan de gemeente om vraag en aanbod zo goed mogelijk aan elkaar te koppelen en bij beperkte externe locaties in goed overleg met scholen en exploitanten een oplossing te vinden.

Naar boven

Bezettingsgraad logementen (paragraaf 6.7)

1. Welke regels gelden er voor recreatieve accommodaties, zoals hotels, campings, groepsaccommodaties en commercieel verhuurde vakantiehuisjes?

Logementen zijn plaatsen waar tegen betaling verblijf wordt aangeboden aan personen die niet als ingezetene zijn ingeschreven in het BRP met een adres in de gemeente waar dit verblijf wordt aangeboden, bijvoorbeeld vakantiehuisjes of kamers. 

Op basis van artikel 6.12 is reservering van de accommodatie verplicht. De beheerder van de accommodatie heeft de plicht om alleen reserveringen van 2 personen of minder, in de leeftijd van 13 jaar of ouder, aan te nemen per huisje, per kamer, per unit. Personen als bedoeld in artikel 58g, lid 2, van de Wet publieke gezondheid zijn van deze regel uitgezonderd. 

De grondslag van deze maatregel is artikel 58j, lid 1, onder d, van de Wet publieke gezondheid op grond waarvan regels gesteld kunnen worden over de maximale capaciteit van een overnachtingsplaats.

Naar boven

Avondklok (paragraaf 6.9)

1. Waar vind ik meer informatie over de avondklok?

Sinds 23 januari 2021 geldt tussen 21.00 uur en 04.30 uur een avondklok. Met ingang van woensdag 31 maart 2021 geldt de avondklok vanaf 22.00 uur. Het is verboden om gedurende de avondklok zonder geldige reden op straat te zijn. Wie tijdens de avondklok buiten is, moet in de meeste gevallen een verklaring kunnen overhandigen.

 

3a. Wat zijn de gevolgen van de avondklok voor besluitvorming in de gemeente?

Vanaf woensdag 31 maart 2021 geldt de avondklok tussen 22.00 en 04.30 uur. Voor alle politieke ambtsdragers geldt dat als u voor noodzakelijke werkzaamheden na 22.00 uur naar buiten moet, bijvoorbeeld voor een raadsvergadering of collegevergadering die niet digitaal kan plaatsvinden, u een eigen verklaring én een zelf ingevulde werkgeversverklaring moet kunnen tonen.

Voor griffiemedewerkers en bepaalde facilitaire medewerkers (zoals schoonmakers, beveiligers en ICT'ers), geldt dat als u een (digitale) vergadering op locatie moet ondersteunen, u zich tijdens de avondklok kunt verplaatsen, mits u een door uw werkgever ondertekende 'Werkgeversverklaring avondklok' én een 'Eigen verklaring avondklok' kunt laten zien. Beide documenten kunt u downloaden op rijksoverheid.nl.

Meer informatie 

 

3b. Kunnen raadsleden, griffiers, wethouders en gemeentesecretarissen worden gerekend tot de cruciale beroepen zoals bedoeld in de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 die sinds 1 december 2020 van kracht is?

Ja, ook raadsleden, griffiers, wethouders en gemeentesecretarissen kunnen worden gerekend tot de cruciale beroepen zoals bedoeld in artikel 6.11 Tijdelijke regeling maatregelen covid-19 en de volgende categorie uit de bijlage bij dit artikel: ‘Noodzakelijke overheidsprocessen (Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen en rechterlijke macht), zoals het betalen van uitkeringen en toeslagen, burgerzaken, consulaten en ambassades, justitiële inrichtingen en forensische klinieken’.

Uiteraard blijft het uitgangspunt ‘werk zoveel mogelijk thuis’ - en beperk het gebruik van de kinderopvang dus zoveel mogelijk.

Naar boven