Arbeidsvoorwaarden

1. Hoe kan de werkgever in het kader van ‘verplicht thuiswerken vanwege corona’ het beste omgaan met aanvragen van medewerkers voor (thuis)werkplekaanpassingen en faciliteiten?

Gemeenten moeten op dit moment alles op alles zetten om hun dienstverlening op orde te houden richting burgers. Dit vereist flexibiliteit van zowel de werkgever als van medewerkers. In de meeste gevallen beschikken medewerkers over middelen om thuis hun werk goed te kunnen doen. De Rijksoverheid adviseert werkgevers om hun medewerkers zoveel mogelijk thuis te laten werken.

Als er medewerkers zijn die niet over een thuiswerkplek beschikken, dan is het aan gemeenten zelf om de afweging te maken om dit te faciliteren als de gemeentelijke dienstverlening daarbij gebaat is, of als dit zelfs essentieel is. Dat neemt niet weg dat werkgevers een arboverantwoordelijkheid hebben richting medewerkers, ook voor thuiswerkplekken. Indien er in dat licht middelen noodzakelijk zijn om thuis goed te kunnen werken, wordt geadviseerd om daarover overleg te voeren tussen werkgever en medewerker en te kijken wat de werkgever daar in alle redelijkheid in kan betekenen.

Meer informatie

2. Hoe om te gaan met medewerkers die vanwege het coronavirus niet mogen komen werken van het RIVM en niet thuis kunnen werken?

Als de medewerker niet thuis kan werken en als hij/zij verplicht naar huis wordt gestuurd, dan heeft deze aanspraak op loondoorbetaling. De werknemer wordt in dat geval namelijk niet in de gelegenheid gesteld om te werken; en de gevolgen daarvan komen voor rekening van de werkgever.

 

3. Kan de gemeente een medewerker inzetten voor werkzaamheden voor de veiligheidsregio?

De gemeente kan de werknemer in geval van ramp of crisis aanwijzen om werkzaamheden te verrichten onder gezag van de veiligheidsregio op grond van artikel 11.6 lid 2 cao gemeenten en cao sgo.

Uiteraard moeten de medewerker wel toegerust zijn op de tijdelijke taak en moet de werkgever rekening houden met de persoonlijke omstandigheden van de medewerker. De coronapandemie en de overheidsmaatregelen vormen een buitengewone omstandigheid. De taken die de werkgever in de buitengewone omstandigheden heeft, kunnen liggen in het bestrijden van de crisis, de gevolgen van de crisis of in de continuïteit van essentiële taken.

 

4. Kan de gemeente een werknemer verplichten vakantiedagen op te nemen?

Nee, de gemeente kan een werknemer niet verplichten vakantiedagen op te nemen. De juridische grondslag hiervoor is artikel 7:638 BW.

 

5. Kan een werknemer een door de werkgever goedgekeurde vakantie eenzijdig annuleren?

De werkgever heeft op verzoek van de werknemer zijn/haar vakantie vastgesteld, maar de werknemer wil deze vakantie i.v.m. de coronacrisis cancelen. Kan de werknemer eenzijdig een eenmaal vastgestelde vakantie annuleren?

Wettelijk is geregeld dat de werkgever de vakantie vaststelt overeenkomstig de wens van de werknemer. Het annuleren van een eenmaal vastgestelde (goedgekeurde) vakantie is niet wettelijk geregeld. Als het annuleren van een eenmaal goedgekeurde vakantie ook niet is geregeld in het personeelshandboek, is de werkgever niet zonder meer verplicht om een annuleringsverzoek van de werknemer te honoreren. De werkgever moet dan zelf bepalen hoe deze daarmee om wil gaan.

Als er genoeg werk is, kan de werknemer in beginsel weer gewoon aan het werk gaan en worden de opgenomen verlofuren teruggeboekt. Is dat niet het geval, dan brengt 'goed werkgeverschap' met zich mee dat werkgever en werknemer met elkaar in overleg treden om gezamenlijk tot een oplossing te komen. Of de werkgever in dat geval al dan niet moet instemmen met de annulering, hangt af van wat na een afweging van de belangen in de gegeven omstandigheden ‘redelijk en billijk’ is.

 

6. Hoe kunnen wij als werkgever omgaan met vakantie en verlof in deze omstandigheden?

De VNG heeft voor werkgevers een beknopte handreiking (pdf) opgesteld over vakantie en verlof. 

 

8. Mag de werkgever aan werknemers vragen om andere werkzaamheden te verrichten?

Ja, dat mag. Daarbij moet een onderscheid worden gemaakt tussen twee situaties.

  1. De werkgever kan in buitengewone omstandigheden een werknemer verplichten om tijdelijk andere werkzaamheden te verrichten, als die werkzaamheden bijdragen aan de taken van de werkgever in die buitengewone omstandigheden. Dit staat in artikel 11.6 cao gemeenten en cao sgo.
  2. De werkgever kan ook reguliere taken en werkzaamheden aan de werknemer opdragen. Daarbij kan worden gedacht aan reguliere werkzaamheden die in de gegeven omstandigheden door ziekte van collega’s of tijdelijke inzet elders, niet (kunnen) worden verricht. Op grond van de gezagsverhouding die er tussen werkgever en werknemer bestaat en het feit dat de werknemer zich als een ‘goed werknemer’ dient te gedragen, is deze gehouden om aan redelijke verzoeken van de werkgever tegemoet te komen ( Taxi Hofman-arrest 1998).

 

10. Moet een werkgever medewerkers toestaan om thuis voor zieke naasten te zorgen?

Ja, een verzoek van een medewerker voor kortdurend zorgverlof wordt toegestaan, tenzij de werkgever tegen het opnemen van verlof een zodanig zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang heeft, dat het belang van de werknemer daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken. Om deze redenen kan al toegestaan verlof ook worden ingetrokken. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn bij functies die door de gemeente als essentieel zijn aangewezen. 

Op grond van artikel 6.7 cao gemeenten en cao sgo komt het kortdurend zorgverlof voor 50% voor rekening van de werknemer en voor 50% voor rekening van de werkgever.

 

11. Moet de gemeente haar werknemers thuis laten werken?

Net als voor andere werkgevers, geldt ook voor gemeenten het advies van de Rijksoverheid: 'Laat werknemers zo veel mogelijk thuis werken'. Uitgangspunt is dat werknemers voor wie dat - gezien de aard van hun werkzaamheden - mogelijk is thuiswerken. Daarnaast is de oproep aan de werkgever om de werktijden van uw werknemers waar mogelijk en nodig te spreiden.

Kan de medewerker niet thuis werken, ondanks dat de medewerker dat wel wil en wordt hij/zij verplicht naar huis gestuurd, dan behoudt hij/zij wel recht op loondoorbetaling op grond van 7:628 BW.
 


13. Wat gebeurt er met de reiskostenvergoeding als een werknemer voor een langere periode niet naar het werk reist?
Het antwoord hierop heeft een arbeidsrechtelijke en een fiscale component.

Wat betreft het eerste, dit hangt af van de afspraken in de lokale regeling. En wat het tweede betreft, de Belastingdienst heeft besloten dat voorlopig de vaste onkostenvergoeding ongewijzigd onbelast kan worden uitbetaald.

Arbeidsrechtelijk

Er is geen bepaling in het BW die het recht op reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer regelt. De kern is dat de reiskostenvergoeding niet centraal in de cao Gemeenten / SGO of in de CAR-UWO (Veiligheidsregio’s) is geregeld, maar wel geeft artikel 3:22 cao de mogelijkheid voor een lokale regeling reiskosten woon-werkverkeer. Ook hebben gemeenten de mogelijkheid om reiskosten woon-werkverkeer aan werknemers te vergoeden door een uitruil reiskosten woon-werkverkeer mogelijk te maken. Dit kan door in een lokale regeling een bestedingsdoel toe te voegen aan het IKB, artikel 4.3 lid 2 cao. De tekst / bepalingen van de reiskostenregeling in de lokale regeling is rechtspositioneel leidend voor het wel of niet vergoeden van de reiskosten woon-werkverkeer gedurende kortdurende afwezigheid (6 weken) of langdurige afwezigheid (zoals ziekte, vakantie en bijzondere omstandigheden, zoals thuiswerken). Als uitgangspunt geldt dat als werknemers geen reiskosten woon-werkverkeer maken, werkgevers geen reiskostenvergoeding woon-werkverkeer hoeven uit te betalen. Ook een uitruil reiskosten woon-werkverkeer is dan niet mogelijk.

Het is van belang dat de lokale reiskostenvergoedingsregelingen arbeidsrechtelijk afgestemd worden op de fiscale wet- en regelgeving om eventuele naheffingen te voorkomen. Om een lokale reiskostenvergoeding rechtspositioneel te wijzigen, moet er overeenstemming zijn met de vakbonden in het lokaal overleg (LO) volgens artikel 12.2 lid 1 onder a cao. Het advies van de VNG is om in de lokale reiskostenregeling of uitruilmogelijkheid op te nemen om in bijzondere omstandigheden ( bijvoorbeeld thuiswerken gedurende coronacrisis) reiskosten woon-werkverkeer alleen aan werknemers te vergoeden op basis van de daadwerkelijk gemaakte reiskilometers woon-werkverkeer maximaal € 0,19 per kilometer).

Fiscaal

Als in de lokale regeling is bepaald dat de werkgever de vaste reiskostenvergoeding moet blijven vergoeden, dan is de vraag of het fiscaal wel mag, dus of de vaste reiskostenvergoeding woon-werkverkeer belast of onbelast mag worden vergoed aan de werknemer.

De staatssecretaris van Financiën heeft in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis (onderdeel 6.2) goedgekeurd dat vaste reiskostenvergoedingen woon-werkverkeer onbelast kunnen worden uitbetaald op basis van het oude reispatroon waarop de werknemer uiterlijk op 12 maart 2020 een onvoorwaardelijk recht had. Wat betekent dit voor de sector gemeenten?

Aan een medewerker die uiterlijk op 12 maart 2020 recht had op een vaste reiskostenvergoeding woon-werkverkeer op basis de lokale regeling van de gemeente (artikel 3.22 cao) of een werknemer die uiterlijk op 12 maart 2020 lokaal de keuze voor de uitruil vaste reiskostenvergoeding woon-werkverkeer in het IKB is overeengekomen (artikel 4.3 lid 2 cao) met de werkgever (aangevinkt in het salarissysteem), mag de werkgever de onbelaste reiskostenvergoeding woon-werkverkeer doorbetalen op basis van het oude reiskostenpatroon voor de coronacrisis. 

Een medewerker die 13 maart 2020 of later een onvoorwaardelijk recht kreeg op een lokaal ingestelde reiskostenvergoeding woon-werkverkeer (artikel 3.22 cao) of uitruil reiskostenvergoeding woon-werkverkeer via IKB, heeft fiscaal geen recht op een vaste onbelaste reiskostenvergoeding woon-werkverkeer. In dat geval geldt dat werkgevers medewerkers een onbelaste reiskostenvergoeding mogen uitbetalen of uitruilen via IKB voor de daadwerkelijk gemaakte reiskilometers woon-werkverkeer (op declaratiebasis, maximaal € 0,19 per kilometer). 

Werkgevers kunnen door het onlangs ingevoerde steunpakket van het kabinet tot 1 april 2021 de vaste reiskostenvergoeding doorbetalen. Hierbij geldt dat vanaf die datum de reguliere regels voor vaste reiskostenvergoeding woon-werkverkeer onverkort gelden.  

Meer informatie

 

14. Hoe moeten wij onder de huidige omstandigheden (coronacrisis) als overheidswerkgever de eed of belofte bij een ambtenaar afnemen?

Normaal gesproken wordt de eed of belofte afgelegd in een fysieke bijeenkomst/ceremonie zo kort mogelijk na de indiensttreding van de ambtenaar. Volgens de wet gebeurt dit “bij indiensttreding”. Om praktische redenen kan de aflegging van de belofte of eed binnen een periode tot maximaal drie maanden na de indiensttreding plaatsvinden.

Het is heel begrijpelijk dat in de huidige bijzondere omstandigheden gedurende een aantal weken geen fysieke bijeenkomsten/ceremonies plaatsvinden voor het afleggen van de eed of belofte. Dit is geen probleem. Voor de goede orde: de overige (integriteits)bepalingen van de Ambtenarenwet 2017 gelden gewoon, ook al is de eed of belofte nog niet afgelegd. Als de omstandigheden het weer toelaten om de ceremonies alsnog te laten plaatsvinden (eventueel in aangepaste vorm), kunt u deze gewoon weer hervatten (bijvoorbeeld vooralsnog in kleinere groepen met inachtneming van anderhalve meter afstand).

De eed of belofte laten afleggen door een ambtenaar is voor een overheidswerkgever een verplichting die voortvloeit uit artikel 5 van de Ambtenarenwet 2017. Volgens artikel 7 van de Ambtenarenwet 2017 moet de eed of belofte door de ambtenaar worden afgelegd overeenkomstig een bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld formulier. Met het Uitvoeringsbesluit Ambtenarenwet 2017 zijn de formulieren die gebruikt mogen worden vastgesteld (zie de bijlage bij dit besluit). In artikel 5 van het Uitvoeringsbesluit Ambtenarenwet 2017 zijn enkele nadere regels gesteld over het afleggen van de eed of belofte. De overheidswerkgever stelt een procedure vast omtrent de wijze van het afleggen van de eed of belofte (artikel 5, zesde lid, Uitvoeringsbesluit Ambtenarenwet 2017), hier zijn verder geen nadere eisen aan verbonden.

 

15. Mogen gemeenten de temperatuur van personeel controleren?

Volgens de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) is temperatuur meten, resp. het sowieso onderzoeken van de gezondheid door de werkgever niet zomaar toegestaan. Dit mag alleen door de bedrijfsarts. Wel kan de werkgever ruimte geven en stimuleren dat werknemers zelf hun temperatuur opnemen. Daarnaast heeft de AP verduidelijkt dat het aflezen van de temperatuur op een thermometer - dus zonder deze meetgegevens te registreren en zonder een automatische verwerking (poortjes die openen, groen licht) - niet onder de AVG en dus ook niet onder haar toezicht valt. Wel blijven dan de algemene privacyregels zoals neergelegd in o.a. het EVRM en het Handvest van de Europese Unie relevant.  

Meer informatie

 

16. Wat kan of moet een werkgever doen als een werknemer zich niet tegen COVID-19 wil laten vaccineren?
Het antwoord op de vraag 'Kan een werkgever een werknemer verplichten zich te laten vaccineren?' luidt ondubbelzinnig nee. Een werkgever kan wijzen op het belang van vaccinatie en een werknemer verzoeken om zich te laten vaccineren, maar mag de werknemer niet onder druk zetten. Een werknemer kan zich altijd beroepen op het grondrecht van de onaantastbaarheid (integriteit) van het menselijk lichaam dat is geregeld in artikel 11 van de Grondwet. Op grond daarvan hoeft niemand zich tegen zijn/haar zin te onderwerpen aan een behandeling of ingreep. Daarop kan alleen een uitzondering worden gemaakt als daar een wettelijke grond voor is; en die is er in het geval van een vaccinatie niet.  

Verplichtingen werkgever
Maar daarmee is de arbeidsrechtelijke kous niet af. Op de werkgever rust de verplichting om te zorgen voor veilige arbeidsomstandigheden voor alle werknemers. En ook ten opzichte van bezoekers, klanten, patiënten, studenten of inwoners rust op werkgevers (in een andere hoedanigheid) de verplichting om hen te vrijwaren van vermijdbare gezondheidsrisico’s. 

Andere werkzaamheden
Om die reden kan een werkgever zich op een gegeven moment genoodzaakt zien om een vaccinweigeraar van een werkplek te halen als hij/zij contact heeft met collega’s of bezoekers en deze contacten niet veilig (genoeg) kunnen verlopen. In dat geval is de vraag aan de orde of er bij de werkgever andere (veilige) werkzaamheden zijn (al dan niet op een andere plek) die de vaccinweigeraar in redelijkheid kunnen worden opgedragen. Is dat het geval, dan moet de werkgever deze andere werkzaamheden opdragen.

Einde dienstverband
Zijn deze andere werkzaamheden er niet (meer), dan zal de werkgever de vaccinweigerende werknemer erop moeten wijzen, dat deze geen ander werk (meer) heeft, en dat dit kan leiden tot een einde van het dienstverband. Als dit voor de werknemer geen aanleiding is om zijn/haar standpunt te herzien, dan kan het gevolg daarvan zijn dat de werkgever aan de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst vraagt op grond van ongeschiktheid van de werknemer (art 7:669 lid 3 sub d BW) of in verband met andere omstandigheden (art.7:669 lid 3 sub h BW).

Terug naar boven

Bevoegdheden en besluitvorming

1. Wat betekent de Tijdelijke wet maatregelen COVID-19 voor gemeenten?

Meer informatie over deze en andere wetgeving rondom de coronamaatregelen vindt u op deze pagina.

 

2. Hoe zijn de verantwoordelijkheden verdeeld tussen de minister van VWS, burgemeester en voorzitter veiligheidsregio?

Uitgangspunt van hoofdstuk Va van de Wet publieke gezondheid (Wpg) is dat de bestrijding van de epidemie landelijk beleid vergt. De minister van VWS houdt daarom de leiding over die bestrijding (artikel 7 Wpg) en in lijn daarmee worden maatregelen ter bestrijding van de epidemie (hoofdzakelijk) bij ministeriële regeling vastgesteld.

Door middel van ontheffingen kan de burgemeester in bijzondere gevallen afwijken van de landelijk gestelde groepsnormen. Op deze wijze is lokaal maatwerk bij de uitvoering van het landelijke beleid mogelijk. Ook kan de burgemeester in bijzondere gevallen ontheffing verlenen in het geval dat bij ministeriële regeling voorschriften zijn gesteld over de openstelling van publieke plaatsen of het organiseren van evenementen. 

Verder heeft de burgemeester in het kader van hoofdstuk Va van de Wpg aanwijzings- en bevelsbevoegdheden en bestuursrechtelijke handhavingsbevoegdheden. Deze bevoegdheden sluiten aan op bevoegdheden die de burgemeester reeds toekomen als eenhoofdig orgaan.

Hoofdstuk Va van de Wpg en de daarin aan de burgemeester toegekende bevoegdheden laten onverlet dat gemeentelijke bestuursorganen op verschillende beleidsterreinen taken en bevoegdheden hebben die zij ook benutten om de maatregelen die nodig zijn voor de bestrijding van de epidemie, goed te laten landen in hun gemeente. Deze beleidsterreinen zijn niet alleen bij de burgemeester belegd, maar ook collegiaal bij B&W.

Het voorgaande betekent niet dat gemeenten of burgemeesters geen afstemming zoeken met omliggende gemeenten. Intergemeentelijke afstemming en overleg tussen burgemeesters is altijd mogelijk en soms zelfs aangewezen (artikel 170, eerste lid, onder b, van de Gemeentewet). Die afstemming kan plaatsvinden op het niveau van de veiligheidsregio of in andere samenwerkingsverbanden.

De voorzitter van de veiligheidsregio is in beginsel niet bevoegd toepassing te geven aan de in hoofdstuk Va aan de burgemeester toegekende bevoegdheden. Dit uitgangspunt kan onder omstandigheden worden doorbroken door een besluit daartoe van de minister van VWS. Dit is mogelijk indien het al dan niet uitoefenen van een bevoegdheid door de burgemeester een bovenlokaal effect met zich brengt of dreigt te brengen.

 

5. Kunnen gemeenten via een algemene kennisgeving kenbaar maken dat beslistermijnen als gevolg van het coronavirus worden opgeschort?

Het staat niet op voorhand vast dat een dergelijke handelswijze juridisch geoorloofd is. Vooropgesteld: de bijzondere omstandigheden in verband met het coronavirus en de ingrijpende maatregelen ter voorkoming van verdere verspreiding van het virus vormen niet zonder meer een reden om beslistermijnen op te schorten. De afgelopen maanden is in de praktijk steeds hard gewerkt om beslistermijnen te halen, wat in de meeste gevallen ook is gelukt. Ook komt het voor dat in goed overleg met aanvragers of bezwaarmakers tot uitstel van de besluitvorming wordt gekomen.

Voor een eventueel beroep op overmacht is het volgende van belang. Het hangt van het specifieke beleidsdomein en/of de categorieën beschikkingen af in hoeverre omstandigheden en maatregelen rond corona invloed hebben op de mogelijkheid om beslistermijnen te halen. Op grond van artikel 4:15 lid 2 sub c Awb wordt in geval van overmacht de beslistermijn voor het geven van een beschikking opgeschort. Dat geldt ook voor beschikking op bezwaar. Het bestuursorgaan moet inzichtelijk kunnen maken waarom in het concrete geval van overmacht sprake is. Daarbij moet het verband tussen de ontwikkelingen rond corona en de overmacht worden gelegd.

In het algemeen geldt het volgende advies: in eerste instantie moet de gemeente oordelen over de vraag of per individueel geval een mededeling kan worden gedaan dat de termijn moet worden opgeschort. Op grond van artikel 7:14 Awb geldt dit ook voor beslissingen op bezwaar. Is dat praktisch echt niet mogelijk, dan kan worden bekeken of er voor bepaalde categorieën beschikkingen in 1 keer een gerichte mededeling aan groepen van aanvragers van een beschikking en indieners van een bezwaarschrift mogelijk is. Een algemene kennisgeving daarvan is naar ons oordeel in beginsel geoorloofd. De Raad van State heeft in zijn advies over het wetsvoorstel Tijdelijke wet COVID-19 van Justitie en Veiligheid ook op deze mogelijkheid gewezen.

Normaal gesproken moet de opschorting van de beslistermijn, vóór het verstrijken van de beslistermijn, worden meegedeeld aan de aanvrager. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft eerder uitgemaakt dat als zeer grote aantallen aanvragen dat onmogelijk maken, bijvoorbeeld omdat het niet mogelijk is om al die aanvragers snel genoeg in een administratie in te voeren, het bestuursorgaan kan kiezen voor een algemene kennisgeving (ECLI:NL:RVS:2016:3232).

In ieder geval in het begin van de crisis was het verdedigbaar om eenzelfde redenering toe te passen: als gevolg van de crisis en de naar aanleiding daarvan genomen maatregelen, is in zeer korte tijd een situatie ontstaan waardoor op een groot aantal aanvragen om beschikkingen (waaronder beslissingen op bezwaar) mogelijk niet tijdig kon worden beslist, waarbij bovendien goed voorstelbaar was dat in bepaalde beleidsdomeinen of bij bepaalde categorieën beschikkingen dezelfde overmachtssituatie speelde. In die gevallen kon worden gedacht aan een algemene kennisgeving dat om reden van overmacht de beslistermijn wordt opgeschort, onder vermelding van de betrokken beleidsdomeinen/categorieën van beschikkingen en met een aanduiding van wanneer de beschikkingen wel worden genomen (artikel 4:15 lid 3 Awb). Een dergelijke algemene kennisgeving kan worden gedaan door een mededeling in een van de officiële publicatiebladen (Gemeenteblad) en berichten op de gemeentelijke website. Daarnaast kan worden gedacht aan social media. Het is bovendien raadzaam dat de beslissing tot het geven van een algemene kennisgeving op bestuurlijk niveau (veelal het college) wordt genomen.

In voorkomend geval zal de gemeente moeten motiveren dat, ondanks dat de crisis al enige tijd duurt, (nog altijd of weer) sprake is van overmacht om beslistermijnen te halen.
 

17. Mag een gemeente een digitale hoorzitting in een bezwaarschriftenprocedure hanteren?
De wetgever heeft ervan afgezien de gang van zaken tijdens het horen uitvoerig vast te leggen, omdat - zoals de memorie van toelichting van de Algemene wet bestuursrecht zegt - er sterke onderlinge verschillen tussen de onderscheiden gevallen van bezwaar bestaan. Volstaan is met een aantal minimumeisen waaraan voldaan moet worden (de artikelen 7:2-7:8 Awb). Er mag van worden uitgegaan dat in elk geval het horen niet uit louter luisteren bestaat, maar dat op de opmerkingen wordt gereageerd.

Voor digitale hoorzittingen kan een vergelijking worden gemaakt met telefonisch horen. Volgens het kabinetsstandpunt over de eerste evaluatie van de Awb (Kamerstukken II 1997/98, 25600-VI, 46, p. 28) is in tweepartijengeschillen telefonisch horen mogelijk, als de belanghebbende daarmee instemt en een en ander voldoende zorgvuldig geschiedt (gevolgd in ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:458, JB 2016/76). Voor zover de belanghebbende daarmee instemt, kan de hoorzitting daarom ook langs digitale weg plaatsvinden. De veronderstelling daarbij is wel dat de belanghebbende over de technische mogelijkheden beschikt om digitaal contact te kunnen hebben met het bestuursorgaan.

Gelet op de maatregelen die met het oog op de verdere verspreiding van COVID-19 zijn genomen, is fysiek horen misschien niet altijd mogelijk. Als de belanghebbende niet instemt met een digitale hoorzitting en ook niet afziet van een fysieke hoorzitting, zal de hoorzitting moeten worden uitgesteld. Dit betekent mogelijk dat de beslistermijn moet worden opgeschort. Het bestuursorgaan moet van die opschorting mededeling doen aan de belanghebbende (artikel 4:15 lid 3 jo. Artikel 7:14 Awb).

 

21. Mag de gemeenteraad ook op een alternatieve locatie buiten de eigen gemeentegrens vergaderen?

De voorzitter kan tijd en vergaderlocatie op basis van het Reglement van Orde aanpassen, mits die wijziging is gecommuniceerd naar de inwoners (website, plaatselijke kranten) en de openbaarheid van de vergaderlocatie voldoende is gegarandeerd. Er is geen wettelijke bepaling op grond waarvan de raadsvergaderingen altijd binnen de eigen gemeente plaats moeten vinden. Normaal gesproken ligt dat in verband met de toegankelijkheid voor de inwoners wel voor de hand.

Het is onder de huidige omstandigheden te begrijpen dat de gemeenteraad kijkt naar een alternatieve vergaderlocatie als het in de eigen raadzaal niet mogelijk is om anderhalve meter afstand te houden. Dit kan dus ook op een geschikte vergaderlocatie buiten de eigen gemeentegrens. Op die manier vergadert de gemeenteraad alsnog fysiek, hetgeen nog steeds voordelen heeft vanuit democratisch oogpunt en controleerbaarheid.

Terug naar boven

Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming

1. Mag de gemeenteraad op een digitale manier besluiten nemen?

Dit is geregeld in de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming. Deze wet is op 9 oktober 2020 in werking getreden en inmiddels tot 1 januari 2021 verlengd.

 

2. Voldoet audiostreaming bij fysiek vergaderen zonder publiek aan het openbaarheidscriterium?

Artikel 23 van de Gemeentewet schrijft voor dat raadsvergaderingen openbaar zijn. Ook met een gesloten tribune is een raadsvergadering nog steeds openbaar als deze wordt gestreamd of live op tv wordt uitgezonden. Alleen audiostreaming is dan echter niet voldoende omdat de raadsleden daarbij onvoldoende herkenbaar zijn om van een openbare vergadering te kunnen spreken.

Een raadsvergadering die fysiek plaats vindt en waarbij de publieke tribune is gesloten, is alleen openbaar wanneer raadsleden én goed herkenbaar in beeld én duidelijk te horen zijn.

 

3. Waar staat eigenlijk in de Gemeentewet dat digitaal vergaderen niet mag?

Dit volgt uit artikel 20 van de Gemeentewet waarin staat dat de vergadering van de raad niet wordt geopend, voordat blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. Met ‘tegenwoordig’ wordt bedoeld dat raadsleden fysiek aanwezig moeten zijn.

 

5. Zijn besloten digitale vergaderingen mogelijk?

Besloten digitale vergaderingen zijn niet mogelijk. Met de huidige techniek valt de beslotenheid niet na te gaan als alle leden vanuit huis deelnemen aan een digitale vergadering.

 

6. Zijn er ook mogelijkheden om inwoners die geen toegang hebben tot internet/digitale middelen de digitale vergadering te laten volgen?

Het staat gemeenten vrij om aanvullend op videoconferencing andere manieren te gebruiken om inwoners de digitale vergadering te laten volgen. Er zijn bijvoorbeeld ook al gemeenten die de vergadering uitzenden via de lokale omroep. Via het online VNG-forum Corona kunt u andere gemeenten vragen welke andere manieren zij gebruiken. Op dit forum wisselen gemeenten veel praktische informatie en expertise uit. Met het oog op de noodverordeningen van de veiligheidsregio’s en de richtlijnen van het RIVM is het overigens geen optie om inwoners in een aparte ruimte in het gemeentehuis de raadsvergadering digitaal te laten volgen.

 

7. Voordat zij hun functie kunnen uitoefenen, leggen de leden van de raad in de vergadering, ten overstaan van de voorzitter, de eed af. Kan dit ook digitaal?

Op grond van artikel 14 Gemeentewet moet de eed in een openbare vergadering worden afgelegd. Omdat de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming ook de mogelijkheid biedt tot een openbare digitale vergadering, zal de beëdiging ook in een openbare digitale vergadering kunnen plaats vinden.

Het verdient wel aanbeveling om visueel zichtbaar te maken dat het raadslid de eed aflegt ten overstaan van de voorzitter. Dat kan bijvoorbeeld door de vergadering vanuit het gemeentehuis te streamen en het raadslid daar, samen met de griffier en de voorzitter van de vergadering, fysiek aanwezig te laten zijn.

 

8. Hoe kun je bij digitale vergaderingen inspraak organiseren?

Zowel de Gemeentewet als de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming regelen niets over inspraak door belanghebbenden bij de voorbereiding van beleid. Dit regelt de raad zelf bij verordening (artikel 150 Gemeentewet). Als de inspraakverordening van de gemeente geen regels bevat over de vorm waarin inspraak plaatsvindt, dan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. In artikel 3:15 Algemene wet bestuursrecht staat dat belanghebbenden naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze bij het bestuursorgaan naar voren kunnen brengen.

Mondeling inspreken kan ook via een digitale toegang. Belanghebbenden die niet over een computer en/of internetverbinding beschikken, kunnen in het gemeentehuis inspreken. De gemeente kan er bijvoorbeeld voor kiezen om de vergadering vanuit het gemeentehuis live te streamen met voorzitter, griffier en insprekers zonder computer in de raadzaal, op veilige afstand van elkaar. Een andere mogelijkheid is om de inspreker (met inachtneming van het coronaprotocol) in een aparte ruimte in het gemeentehuis digitale toegang tot de raadsvergadering te geven.

 

9. Kan de voorzitter ook bij digitale vergaderingen vragen of de raadsleden stemming verlangen? En als dat niet kan, betekent dit dat het voorstel dan is aangenomen?

Ja, op grond van artikel 32, derde lid Gemeentewet is een voorstel aangenomen indien hierover geen stemming wordt gevraagd. In het VNG model-reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad staat verder dat als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag kunnen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. Het model-reglement van orde biedt die mogelijkheden dus ook voor digitale vergaderingen.

 

10. Dienen alle raadsleden voor rechtsgeldige besluitvorming altijd tegelijkertijd in beeld te zijn of is afvinken dat raadsleden digitaal aanwezig zijn voldoende?

Uit de tijdelijke wet blijkt dat de digitale vergadering kan worden geopend indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden in een digitale omgeving deelneemt aan die vergadering. Het verslag vermeldt de deelnemende leden. Het is dus essentieel dat kan worden vastgesteld dat de leden echt deelnemen aan de digitale vergadering. Dit is iets anders dan dat zij ook tegelijkertijd in beeld moeten zijn.

 

11. Hoe zou het stemmen met stembriefjes bij benoemingen in zijn werk moeten gaan? Hoe garandeer je dat een stem dan niet herleidbaar is tot een raadslid?

De stemming over benoemingen is op grond van artikel 31 Gemeentewet geheim. Dat betekent normaal gesproken dat in de reguliere, openbare fysieke raadsvergadering met stembriefjes wordt gestemd (artikel 28, tweede lid, Gemeentewet). De Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming maakt daarop een uitzondering voor het geval de beraadslaging digitaal plaatsvindt. In dat geval dienen de stembriefjes na afloop van de beraadslaging per post, per koerier, dan wel persoonlijk bij de griffie te worden ingeleverd.

Bij een dergelijke stemming vergewist de voorzitter zich van de authenticiteit van de uitgebrachte stem, met dien verstande dat bij een geheime stem deze stem niet herleidbaar is tot het lid dat de stem heeft uitgebracht. Wel moet – gelet op de openbaarheid van de stemming – duidelijk zijn welke leden hebben deelgenomen aan die stemming. Het is in de eerste plaats aan gemeenten zelf om te bepalen of en hoe zij het briefstemmen mogelijk willen maken. Te denken valt aan gewaarmerkte stembriefjes die onder de leden worden verspreid voor een specifiek voorstel. De tijdelijke wet maakt het mogelijk hierover later regels te stellen bij ministeriële regeling.

 

12. Hoe moet de gemeenteraad tijdens digitale vergaderingen omgaan met geheime informatie?

De raad beslist zelf of het de geheimhouding op een raadsvoorstel wil bekrachtigen. Bekrachtiging kan ook plaatsvinden in een openbare digitale vergadering. Als de raad de geheimhouding bekrachtigt, zal hierover vervolgens niet meer in een openbare digitale vergadering kunnen worden beraadslaagd. Dit kan alleen in een fysieke besloten vergadering. Nu de raad de keuze heeft uit fysiek of digitaal vergaderen, blijft de keuze voor een fysieke vergadering in beslotenheid dus nog altijd mogelijk. Uiteraard dient de gemeenteraad bij een fysieke besloten vergadering de richtlijnen van het RIVM in acht te nemen.

 

13. Is er een intrekkingstermijn voor de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming, of bestaat de mogelijkheid dat digitale besluitvorming van de een op de andere dag weer afgeschaft wordt?

In de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming is geregeld dat de wet op 1 september 2020 zou vervallen. Het tijdstip waarop de wet vervalt, kan echter bij koninklijk besluit worden bepaald op een ander tijdstip, met dien verstande dat dit tijdstip steeds ten hoogste 2 maanden na het tijdstip ligt waarop de wet zou vervallen. De tijdelijke wet is inmiddels weer met twee maanden verlengd tot 1 januari 2021.

 

14. Waarom is dit alleen tijdelijke wetgeving? Dit kan toch ook gewoon doorgaan nadat de coronamaatregelen opgeheven worden?

De tijdelijke wet is nadrukkelijk een tijdelijke afwijking. Het is niet bedoeld om structureel afbreuk te doen aan het principiële uitgangspunt dat de belangrijkste besluitvorming plaatsvindt in een openbare fysieke vergadering van de raad. Anders dreigt volgens de regering de bijzondere positie van de gemeenteraad en de raadsleden weg te vallen. Een structurele inpassing zou een zelfstandig wetstraject vergen.

 

15. Waar staat meer informatie over de praktische uitvoering van de tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming?

Op de website van Lokale Democratie vindt u een overzicht van de meest gestelde vragen over onder meer besluitvorming, beraadslaging, termijnen, wettelijke gemeenschappelijke regelingen en techniek.

 

16. Moeten video-opnames van raadsvergaderingen ook toegankelijk zijn voor burgers met een beperking?

Gemeentelijke websites en apps en de informatie (content) die daarop door de gemeente wordt aangeboden moeten volgens het Tijdelijk besluit digitale toegankelijke overheid (BDTO) toegankelijk zijn voor burgers met een beperking. Denk daarbij onder meer aan mensen met een beperking van het zicht of het gehoor. De website en content moet daarbij voldoen aan de richtlijn WCAG 2.1 niveaus A en AA. De documentatie van de vergadering moet in een toegankelijk format worden aangeboden. Live uitgezonden raadsvergaderingen hoeven niet ondertiteld te worden, maar de verslagen die daarna via de website beschikbaar worden gesteld, dienen dat wel te zijn. Leveranciers van raadsinformatiesystemen hebben vaak modules om dit mogelijk te maken. De GIBIT (Gemeentelijke Inkoopvoorwaarden bij IT) biedt voor de inkoop een handvat. Digitale toegankelijkheid is een van de aandachtsvelden daarin.

Meer informatie:

 

17. Is een audiouitzending alleen ook voldoende voor digitale beraadslaging?

Alleen een audioverbinding is onvoldoende, omdat het noodzakelijk is vast te kunnen stellen welke leden aan de vergadering deelnemen. Ook ontbreken bij audio cruciale elementen van een beraadslaging, zoals lichaamstaal en het elkaar in de ogen kunnen kijken. Bovendien is er met een videoverbinding goed zicht op eventueel wegvallende verbindingen. Op die manier kunnen ook de gevolgen voor de quora worden gecontroleerd voordat overgegaan wordt tot besluitvorming. Een verbinding via videoconferencing is dus verplicht voor digitaal beraadslagen en besluiten.

 

18. Moeten audiovisuele verslagen van raadsvergaderingen worden bewaard en gearchiveerd?

Ja, audiovisuele verslagen van raads- en bestuurscommissievergaderingen, ook wel ‘videotulen’ genoemd, moeten worden bewaard. Hoe de archivering kan plaatsvinden en wat daarbij van belang is, staat beschreven in de factsheet van onze Adviescommissie Archieven (pdf).


19. Welke videovergadertool moet ik kiezen?

Er zijn veel videovergadertools beschikbaar, welke de gemeente het beste kan kiezen hangt af van de eigen gemeentelijke situatie (shared service, eventuele uitbesteding van diensten etc.), gebruiksgemak en eventuele integratie met eigen kantoorapplicaties. Voor alle gemeenten geldt een aantal algemene gebruiksregels en beveiligingsvoorwaarden. De Informatiebeveiligingsdienst IBD biedt hier op de website een advies.

VNG Realisatie heeft namens ca. 130 gemeenten (o.a.) een videovergadertool aanbesteed. Deelnemers aan GT Connect maken bij voorkeur gebruik van de tool Circuit. Voor meer informatie kunt u terecht op de website van leverancier Atos.

Als u niet deelneemt aan GT Connect, dan kunt u een keuze maken uit een van de vele beschikbare tools. De IBD heeft de bij gemeenten gebruikte tools hier op een rijtje gezet. In deze lijst staan ook de relevante beveiligingscriteria genoemd.

 

20. Mag een stemapplicatie worden gebruikt bij een digitale stemming?

De tijdelijke wet kent het hoofdelijk stemmen als uitgangspunt en bepaalt dat de openbare wilsuitdrukking van ieder stemmend lid bekend moet zijn voor iedereen in de vergadering en de toeschouwers. Hoe deze wilsuitdrukking kenbaar moet worden gemaakt, is niet gespecificeerd. De tijdelijke wet is techniekneutraal. Een stemapplicatie is daardoor mogelijk zolang voor iedereen live te volgen is hoe ieder lid stemt. Dat moet op dusdanige wijze en direct zichtbaar worden gemaakt dat hier geen twijfel over kan bestaan; het moet openbaar zijn op het moment van de stemming zelf.

Wel moet worden opgemerkt dat aan het gebruik van een stemapplicatie potentiele risico’s zijn verbonden, bijvoorbeeld als niet elk lid zijn eigen stem herkent. Dan ontstaat twijfel over de openbare wilsuitdrukking en kan een nieuwe stemming, eventueel mondeling, nodig zijn. Het verdient aanbeveling om hier vooraf onderling afspraken over te maken bij het gebruik van een stemapplicatie.

Wellicht ten overvloede, ook bij een digitale vergadering geldt artikel 32 Gemeentewet. Het derde lid van dit artikel bepaalt dat indien over een voorstel geen stemming wordt gevraagd, het is aangenomen.

Zie ook het advies van Democratie in Actie:


21.  Mogen leden van raadscommissies bij acclamatie worden benoemd?

In principe moet een stemming over personen met gesloten en ongetekende stembriefjes plaatsvinden (briefstemming). Als geen enkel lid van de raad om stemming vraagt en de voorzitter van de raad vaststelt dat een stemming over de voorgenomen benoeming daarom niet noodzakelijk is, kan benoeming van leden van raadscommissies ook plaatsvinden bij acclamatie. Een acclamatie is in een vergadering de vorm van bevestiging waarbij men met algemene stemmen door middel van applaus of een andere waarderende uiting instemming betuigt. Er vindt in dat geval geen stemming plaats (artikel 32, lid 3 Gemeentewet).


22. Kunnen raadscommissies digitaal vergaderen?

Voor sommige commissies is een digitale vergadering op grond van de tijdelijke wet expliciet mogelijk gemaakt, namelijk de door de raad ingestelde bestuurscommissies op basis van artikel 83 Gemeentewet. Bestuurscommissies kunnen besluiten nemen. Daarom heeft de tijdelijke wet ook betrekking op de vergaderingen van bestuurscommissies.

De tijdelijke wet regelt niets ten aanzien van raadscommissies en andere (advies) commissies. Uitgangspunt is ook voor raadscommissies dat de beraadslaging openbaar is (artikel 82 Gemeentewet verklaart onder andere artikel 23 Gemeentewet van overeenkomstige toepassing) en dat dus een live-videoverbinding die via internet te volgen is of rechtstreeks op televisie wordt uitgezonden nodig is (tenzij besloten wordt om in beslotenheid te vergaderen overeenkomstig artikel 23 lid 3 van de Gemeentewet). Deze raadscommissies nemen echter formeel geen besluiten, waarmee een afzonderlijke wettelijke grondslag voor deze digitale vergadering niet noodzakelijk is. Dat geldt ook ten aanzien van de andere (advies) commissies ex artikel 84 Gemeentewet, wiens vergaderingen bovendien niet aan het wettelijk vereiste van openbaarheid hebben te voldoen.

 

23.  Mogen leden van raadscommissies bij acclamatie worden benoemd?
In principe moet een stemming over personen met gesloten en ongetekende stembriefjes plaatsvinden (briefstemming). Als geen enkel lid van de raad om stemming vraagt en de voorzitter van de raad vaststelt dat een stemming over de voorgenomen benoeming daarom niet noodzakelijk is, kan benoeming van leden van raadscommissies ook plaatsvinden bij acclamatie. Een acclamatie is in een vergadering de vorm van bevestiging waarbij men met algemene stemmen door middel van applaus of een andere waarderende uiting instemming betuigt. Er vindt in dat geval geen stemming plaats (artikel 32, lid 3 Gemeentewet).

Terug naar boven

Gemeentelijke dienstverlening

1. Is er vanuit de VNG een gecoördineerde inkoop/verdeling van beschermingsmiddelen die gemeenten nodig hebben om zorg/dienstverlening te blijven verlenen?

De VNG heeft geen gecoördineerde inkoop van beschermingsmiddelen en desinfecterende middelen.

 

3. Kunnen we andere termijnen hanteren voor het ophalen van een reisdocument en rijbewijs? 

Nee, de termijn van 3 maanden om een reisdocument of rijbewijs op te halen op het gemeentehuis wordt niet verlengd. Dit geven de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) aan. 

 

4. Moeten mensen die werken met afvalwater zich extra beschermen tegen corona? 

Voor mensen die voor hun beroep met afvalwater werken geldt: gebruik de persoonlijke bescherming die u hebt geleerd en die is afgesproken. Natuurlijk wast u uw handen voordat u gaat eten of wanneer u eten aanraakt en eet u niet op de werkplek. 

Mensen die met afvalwater werken, moeten direct contact met en het inslikken en/of inademen van nevel van afvalwater vermijden. Dit betekent dat zij persoonlijke beschermingsmiddelen moeten dragen die bij de werkzaamheden passen, zoals beschermende buitenkleding, handschoenen, laarzen, veiligheidsbril, masker en/of gezichtsbescherming-FFP3. Al deze maatregelen om veilig met afvalwater te werken, staan in de arbocatalogus van de waterschappen. Bovendien moeten afvalwatermedewerkers de handhygiëne in acht nemen en ogen, neus en mond niet aanraken met ongewassen handen. 

 

8. Welke maatregelen zijn nodig om thuis te kunnen werken met de BRP?

 

9. Zijn er documenten die helpen bij het maken van een continuïteitsplan?

De Informatiebeveiligingsdienst (IBD) heeft op haar website de volgende (recente) documenten die ondersteunend kunnen zijn aan bedrijfscontinuïteitsbeheer binnen gemeenten:

Deze producten zijn slechts als hulpmiddel bedoeld voor gemeenten die een bedrijfscontinuïteitsplan willen opstellen en zijn niet allesomvattend. Heeft u vragen over deze documenten? Neem dan contact op met het Klantcontactcentrum van de VNG.

 

11. Met welke aspecten van informatiebeveiliging en privacy moet ik rekening houden?
Alle vragen en informatie met betrekking informatiebeveiliging en privacy bij de onderwerpen thuiswerken (veilig vergaderen), gemeente als werkgever en gemeentelijke dienstverlening kunt u terecht op de website van de Informatiebeveiligingsdienst. De informatie wordt regelmatig aangevuld.

 

13. Wat betekent corona voor het toekomstige beleid van gemeenten, zoals dat wordt vastgesteld in de kadernota?
De kadernota is bedoeld als instrument uit de planning- en controlcyclus om in het voorjaar al met de gemeenteraden te overleggen over de financiële stand van zaken en de ambities voor de volgende programmabegroting. De gemeenten vullen dat proces op eigen wijze in via de verordening artikel 212 Gemeentewet. 

Het coronavirus heeft zowel lokaal, als landelijk een grote financiële impact. De VNG overlegt nog volop met het kabinet over de compensatie van de financiële gevolgen. De VNG heeft gemerkt dat door deze onzekere financiële situatie voor zowel de lasten als de baten, veel gemeenten ervoor kiezen om een sobere of beleidsarme kadernota uit te brengen, in overleg met de gemeenteraden. Hierbij worden zo veel mogelijk de financiële risico’s van het coronavirus in beeld gebracht.  Wij kunnen ons voorstellen dat u ook deze lijn gaat volgen.

Op het VNG-forum gemeentefinanciën kunt u informatie vinden en met collega’s overleggen. 

 

14. Wat gebeurt er met rijbewijzen die tijdens de coronacrisis aflopen en niet verlengd kunnen worden?

Sommige rijbewijshouders ondervinden problemen met het verlengen van het rijbewijs. Daarom worden rijbewijzen die tussen 1 februari en 1 december 2020 (zijn) verlopen, met 9 maanden administratief verlengd. Deze verlenging is gebaseerd op recente Europese en nationale regelgeving.

Omdat de geldigheid van het rijbewijs is verlengd, is het in die verlengde periode ook nog te gebruiken als identiteitsbewijs, ook al is de verloopdatum verlopen.

Het advies is wel om mensen die een medische keuring moeten ondergaan voor een verlenging erop te attenderen of het wel verstandig is de weg op te gaan voordat de medische keuring en de beoordeling van de rijvaardigheid heeft plaatsgevonden.

De rijbewijzen die tussen 1 december 2020 en 1 maart 2021 verlopen, blijven tot 1 maart 2021 geldig. Mensen met dat rijbewijs blijven verzekerd en krijgen geen boete als ze staande worden gehouden tot de periode dat de coulanceregeling geldt. 

15. Wat gebeurt met gehandicaptenparkeerkaarten (GPK) die tijdens de coronacrisis aflopen, als een medische keuring niet mogelijk is?
Om de GPK opnieuw af te geven kan een geneeskundig onderzoek met betrekking tot de handicap nodig zijn, als niet duidelijk is of de aanvrager nog steeds aan de criteria voldoet.

In de huidige omstandigheden kan dit geneeskundig onderzoek niet altijd (tijdig) of op de gebruikelijke wijze plaatsvinden. Het Rijk adviseert gemeenten tot 1 december 2020 coulant om gaan met verzoeken tot verlenging van de GPK. Daarbij wordt geadviseerd een tijdelijke GPK uit te geven met een geldigheidsduur van 6 maanden. Dit om mensen voldoende tijd te geven de keuringen alsnog te ondergaan.

 

16. Mogen rijbewijzen bij de aanvrager thuisbezorgd worden?
Het is wettelijk niet toegestaan om een rijbewijs te bezorgen als een inwoner het niet persoonlijk kan afhalen. Ook het ministerie beseft dat zich nu bijzondere omstandigheden voordoen. Als een gemeente toch tot thuisbezorging overgaat, dan is in ieder geval van belang dat dit zorgvuldig gebeurt. Het rijbewijs moet persoonlijk overhandigd worden aan de aanvrager, met inname van het oude rijbewijs en verifiëring van de identiteit van de ontvanger. Daarnaast moet de externe bezorgpartij voorafgaand aan de uitreiking via de gemeente controleren of er geen belemmeringen zijn en de uitreiking direct melden aan de gemeente.

 

17. Kunnen gemeentehuizen hun avondopenstelling continueren?
Zowel de NVVB als de VNG vinden dat de maatregel ‘Winkels in de detailhandel sluiten uiterlijk om 20.00 uur, koopavonden worden afgeschaft’ zo gelezen moet worden dat de avondopenstelling van gemeentehuizen tot 20.00 uur geoorloofd is. Heeft een gemeente een avondopenstelling na 20.00 uur, dan zou het gelet op haar voorbeeldfunctie gewenst zijn dat de gemeente de verantwoordelijkheid neemt door eerder dicht te gaan.

Terug naar boven

VNG

1. De ALV gaat door, maar gaat het VNG Jaarcongres ook door? Wanneer wordt de ALV gehouden?

Omdat het niet realistisch is om in juni 2021 een fysiek Jaarcongres te organiseren zoals wij dat gewend zijn, heeft het VNG-bestuur besloten om het Jaarcongres in Westfriesland door te schuiven naar juni 2022.

De VNG onderzoekt de mogelijkheden voor een digitaal alternatief met een inhoudelijk programma en ALV in juni 2021. Zodra de datum en de invulling van een digitale editie bekend is, wordt u hierover zo snel mogelijk geïnformeerd. 

Het VNG-bestuur is blij dat de regio Westfriesland het VNG Jaarcongres in 2022 wil organiseren. Dat is 2 jaar later dan gepland omdat ook het VNG Jaarcongres in 2020 vanwege de coronapandemie niet kon doorgaan. De datum van het VNG Jaarcongres 2022 is nog niet bekend.

 

5. Wat doet de VNG met ondersteuningsverzoeken van branche- en belangenverenigingen?

De VNG ontvangt van branche- en belangenverenigingen verzoeken om gemeenten op te roepen aandacht te hebben voor de positie van hun achterban. De gemeente heeft daarin verschillende rollen als opdrachtgever, contractant, subsidieverstrekker, etc. We adviseren gemeenten open te staan voor het gesprek en gezamenlijk te zoeken naar oplossingen.

Gemeenten hebben begrip voor de situatie waarin veel partners zich momenteel bevinden. We vragen gemeenten waar mogelijk coulant om te gaan met betalingsverplichtingen en het toekennen van uitsteltermijnen. Ook vragen we gemeenten binnen gestelde termijnen, bij voorkeur eerder, tot betaling van facturen over te gaan. Dit is uiteindelijk echter wel een lokale, politieke en beleidsmatige afweging.

 

6. Kan ik als gemeente input geven aan de VNG?
De VNG is op verschillende manieren bezig met inventariseren bij gemeenten. We willen de gevolgen van de noodmaatregelen in beeld brengen, net als de uitgestelde zaken en opgaven die al voor de coronacrisis bestonden. We doen dit door gesprekken te voeren met gemeenten op meerdere niveaus.

Leonard Geluk, algemeen directeur van de VNG, plaatste een oproep aan gemeenten. Aan de hand van 7 vragen is hij benieuwd waar gemeenten tegen aan lopen en waar oplossingen worden gevonden. Ook op ons VNG Forum Coronavirus is gelegenheid om onderling suggesties te delen.

Daarnaast is de VNG bezig met een inventarisatie van de extra financiële uitgaven waarvoor gemeenten zich gesteld zien. Contactpersoon hiervoor is Rick Schukking.

Gemeenten kunnen verder bijdragen door zoveel mogelijk praktijkvoorbeelden aan te leveren. Dit mag over allerlei corona-gerelateerde zaken gaan (gemeentelijke dienstverlening, maatschappelijke initiatieven, participatie, etc). Stuur een mail naar info@vng.nl of praktijkvoorbeelden@vng.nl. Of reageer via het VNG Forum Coronavirus.

Terug naar boven