VNG Magazine nummer 11, 29 juni 2018
 
Auteur: Paul van der Zwan | Beeld: © Jiri Büller

‘Met een duidelijke gezamenlijke agenda bij regionale samenwerking heb je al gauw de wind in de zeilen’, zegt Milo Schoenmaker, voorzitter van de vierde VNG Denktank. VNG Magazine sprak met de burgemeester van Gouda, die tijdens het VNG Jaarcongres een handreiking en een onderzoeksrapport presenteerde over regionale samenwerking. 


De kaart van Nederland met daarop ingekleurd de samenwerkingsverbanden vormt een kleurenpalet met heel veel schakeringen, zo valt bijvoorbeeld te zien op de site van de VNG. Samenwerken van gemeenten is booming, mede door de recente overheveling van taken naar hen.
 
Is dat de reden dat de Denktank juist dit onderwerp heeft onderzocht?  
‘Regionale samenwerking is eenvoudigweg niet meer weg te denken uit het openbaar bestuur; maatschappelijke vraagstukken houden zich niet aan gemeentegrenzen. Onder meer veiligheid, wonen, zorg, klimaat en mobiliteit zijn allemaal onderwerpen die een gemeente of andere overheidslaag niet meer alleen kan behappen. Samenwerken is daardoor het credo, overigens niet alleen met overheden maar ook met andere partijen als het bedrijfsleven en het onderwijs. Het VNG Curatorium vond dit zo belangrijk dat het de vierde VNG Denktank opdracht gaf zich te richten op regionale samenwerking.’  

Gemeenten werken toch al lang regionaal samen, waarom is die aandacht dan nog nodig?  
‘Er zijn recent nieuwe raden en colleges geïnstalleerd. Nieuwe wethouders en raadsleden zullen allen te maken krijgen met regionale samenwerking. Een praktische handreiking is dan vast en zeker erg welkom. Maar ook lokaal bestuurders met al enige ervaring zoeken vaak nog naar hoe ze regionale samenwerking een stap verder kunnen brengen en hebben behoefte aan concrete adviezen.’

Hoe ga je om met een gemeente die er alleen in zit uit eigenbelang?

Welke vragen borrelen zoal op bij regionale samenwerking?  
‘Een deel van die vragen komt van raadsleden, die samenwerkingsverbanden soms zien als een ver-van-mijn-bedshow. “Ik merk er alleen iets van als we de gemeentebijdrage moeten betalen”, is een veelgehoorde klacht. Die terugkoppeling naar raden en verbetering van de democratische legitimatie van samenwerkingsverbanden vormt natuurlijk een belangrijk punt. Maar ook bij andere lokaal bestuurders leven er vragen, bijvoorbeeld over wat de rol van die gemeenten precies moet zijn. Of men wil weten of in het samenwerkingsverband wel de juiste partners aan tafel zitten, wie de regie moet hebben en hoe je het belang regelt van grote en kleinere gemeenten in het samenwerkingsverband. En hoe ga je om met een gemeente die er overduidelijk alleen in zit uit eigenbelang? En waardoor bereiken we weinig resultaten terwijl de structuur van de samenwerking wel in orde is? Vragen te over dus.’ 
 
De Denktank zoomt vooral in op arbeidsmarktopgaven. Waarom?  
‘We wilden een onderwerp dat specifieker is dan het algemene “regionale samenwerking”. Dat om te voorkomen dat ons eindproduct te abstract zou blijven en lokaal bestuurders er te weinig mee kunnen in hun dagelijkse praktijk. We wilden regionale samenwerking toespitsen op een domein dat actueel is, dichtbij inwoners staat en meer beleidsterreinen verbindt. In het geval van arbeidsmarktopgaven gaat dat om economische en sociale zaken. Om hier meer zicht op te krijgen hebben de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) en de Erasmus Universiteit onderzoek verricht. Zij hebben bestaande literatuur over regionale samenwerking doorgespit en daarnaast tien regio’s verspreid over het land bezocht en regioverhalen opgetekend in het rapport Werkende samenwerking.’  

Bij samenwerking op het gebied van arbeidsmarkt pleit u voor het verbinden van overlegstructuren. Legt u eens uit? 
‘Je hebt aan de ene kant de overlegstructuren van een wethouder economische zaken, die aan tafel zit met onder meer onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven. De wethouder sociale zaken heeft weer overleg met andere partijen, bijvoorbeeld het UWV of werkzoekenden. De tandwielen van die overleggen moeten meer op elkaar worden aangesloten, zodat de boel goed gaat draaien.’ 
 
Wat als dat niet het geval is? 
‘Voormalig Tweede Kamerlid en wethouder van Den Haag Pierre Heijnen gaf daar desgevraagd een goed voorbeeld van. Je kunt wel een bepaald soort bedrijven in je gemeente of regio willen, maar er moeten ook wel geschikte arbeidskrachten voor zijn. Den Haag zocht destijds medewerkers in de gezondheidszorg binnen zijn eigen grenzen. Later bleek dat ze daarvoor beter hadden kunnen werven in omliggende gemeenten. Dat had voorkomen kunnen worden als de feiten beter in kaart waren gebracht en betrokkenen bij economische en sociale zaken beter hadden samengewerkt.’ 
 
Welke samenwerkingsverbanden zijn het meest succesvol? 
‘Wat succesvol is in de ene regio hoeft niet te werken in de andere. Wat in elk geval helpt in regionale samenwerking is het gezamenlijk maken van een attractieve agenda. Voldoe je aan die voorwaarde, dan zul je merken dat je de wind al gauw in de zeilen hebt. Verder loont het om te investeren in het netwerk, om bewust te kiezen welke rol je als overheid wilt innemen ten opzichte van andere partijen en om goede afspraken te maken over de verantwoording. Verder is het van belang te erkennen dat regionale samenwerking ook complex kan zijn en moet er ruimte zijn om te reflecteren en te leren. Een werkende samenwerking is ook een lerende samenwerking.’

De Denktank biedt een handreiking waarbij een routekaart een grote rol speelt. Waar leidt die routekaart heen? 
‘De routekaart is een hulpmiddel voor burgemeesters, wethouders en raadsleden om op een andere manier naar regionale samenwerking te kijken. Het is bedoeld als inspiratiebron voor het lokaal bestuur en hopelijk ook voor andere regionale spelers om het gesprek over regionale samenwerking te voeren. Er is geen vaste route naar een succesvolle samenwerking. De routekaart vormt dus geen blauwdruk. Het is net als een fiets- of wandelroute: je kunt die letterlijk volgen of je eigen route maken en stilstaan bij de punten die je zelf interessant vindt voor je eigen regio.’ 
 
De routekaart kent vijf aandachtsgebieden en tien wegwijzers. Wat zijn dat?  
‘Je kunt die aandachtsgebieden eigenlijk zien als de legenda van de routekaart. Dat zijn: definieer het vraagstuk, bepaal in welk netwerk de opgave speelt, kies het perspectief, investeer in gedeeld denken en borg en verbind. De wegwijzers vormen de verdere inkleuring van de routekaart. Ze zijn aangebracht op verschillende punten op de routekaart. De leden van de Denktank hebben de wegwijzers aangevuld met verhalen die zijn gebaseerd op de praktijk van arbeidsmarktvraagstukken.’

De routekaart vormt de opmaat voor een game

In hoeverre is de routekaart al beproefd in de praktijk en wat waren de bevindingen? 
‘Concepten van de routekaart zijn voorgelegd aan verschillende lokaal bestuurders, onder meer bij de G40, het netwerk van grote steden. De eerste reacties zijn positief. Lokaal bestuurders vinden het prettig dat de wetenschappelijke publicatie van de NSOB en de Erasmus Universiteit concreet is vertaald in de handreiking met deze routekaart. Overigens zijn we er wat mij betreft dan nog niet. Het idee is om de inzichten vanuit deze Denktank ook te verzilveren in een leerlijn bij de VNG Academie. Daarmee kan de routekaart nog beter beproefd worden in de praktijk.’
 
Een jaar geleden zei u in de wandelgangen van het VNG Jaarcongres dat u graag met een game zou komen voor regionale samenwerking bij arbeidsmarktopgaven. Hoe tevreden bent u met de routekaart als game? 
‘Ik ben heel tevreden met de routekaart. Een game kent natuurlijk spelelementen, die zitten er bij de routekaart nog niet direct in. Maar ik hoop dat de leerlijn bij de VNG Academie ruimte biedt voor een spelvorm. De routekaart zie ik daarom als opmaat voor een game.’ 
  
Is de handreiking ook toe te passen bij regionale samenwerking op andere beleidsterreinen? 
‘Zeker, bij de regionale aanpak van pak ’m beet energietransitie of aardgasvrije woonwijken lopen bestuurders tegen precies dezelfde vragen aan: wat zijn de feiten, wat is de opgave en hoe ziet het netwerk eruit, wat is er als het gaat om bijvoorbeeld structuur en personen om dit voor elkaar te krijgen, hoe gaan we de voortgang melden en de verantwoording regelen enzovoort. De routekaart biedt daarop antwoorden. We hebben overigens in overleg met de VNG 
bedacht dat twee of drie regio’s zich kunnen aanmelden om als proeftuin te fungeren om aan de slag te gaan met de routekaart. Ik hoop dat lokale bestuurders hier inspiratie uit kunnen halen om de samenwerking in hun regio echt verder te brengen.’

De handreiking en het onderzoek staan op www.vng.nl/denktank