Het programma Geweld hoort nergens thuis (GHNT) maakt elk half jaar een voortgangsrapportage die inzicht biedt in de realisatie van de ambities van het nationale programma en de 28 regionale plannen van aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling. Naast de voortgangsrapportage wordt er vanaf 2019 ook gewerkt met een impactmonitor, die meerjarige de effecten van alle inspanningen zal monitoren. De impactmonitor blijft ook na afloop van de tijd van het programma GHNT van kracht. Meer over de impactmonitor leest u in onderstaand advies.

Voortgangsrapportage

Elk half jaar wordt een voortgangsrapportage geschreven, die bestaat uit een regionaal deel, dat gebaseerd wordt op een vragenlijst die wordt ingevuld door de 30 regionale projectleiders of door een door de regio aangewezen vertegenwoordiger op ambtelijk niveau. De vragenlijst komt tot stand in afstemming met ambtelijke vertegenwoordigers van de Centrumgemeenten Vrouwenopvang, de ministeries van VWS en JenV en de VNG.

De Voortgangsrapportage is aangeboden aan de Tweede Kamer begeleid door een Kamerbrief, gedateerd 20 december 2018

Eén keer per jaar wordt een totale vragenlijst uitgezet en tussentijd (half jaarlijks) worden een aantal thema’s opgevraagd die gekoppeld zijn aan de prioriteiten in de regio.

Mijlpalen en prioriteiten tot medio 2019

Mijlpalen

  • Start van de drie pilots multidisciplinaire centra onder één dak
  • Lancering van de publiekscampagne
  • Eerste uitbreiding pilots ‘handle with care’
  • Start van de meldcodetour
  • Behandeling van het wetsvoorstel aanpassing actuele delictsvormen

Prioriteiten in de regioaanpak

  • Realiseren van de inrichting van regionaal bestuurlijk netwerken, waar de integrale sturing op de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld is belegd en waar de verbinding tussen zorg- en justitiepartners en de politie wordt gemaakt
  • Het verbinden van de regiovisies/regionale plannen van aanpak aan de speerpunten van het programma

Regio-overstijgende prioriteiten

  • Het opstellen van criteria voor de inrichting van MDA++
  • Het opstellen van vereisten aan de afweging voor het toepassen van traumascreening
  • Het opstellen van criteria voor lokale teams (versterken lokale veld)
  • Versterken van de samenwerking tussen Veilig Thuis, beroepsgroepen en professionals
  • Het ontwikkelen van veldnormen voor het signaleren en melden van huiselijk geweld en kindermishandeling (conform de veldnorm ziekenhuizen)
  • Het uitwerken en uitvoeren van de verbetervoorstellen uit de ontwikkelagenda ‘Veiligheid Voorop’ (Politie, OM, Raad voor de Kinderbescherming, Reclassering en Veilig Thuis)
  • Regionale borging van forensisch medische expertise voor kinderen

In de tweede voortgangsrapportage gaat het programma Geweld hoort nergens thuis (GHNT) in op de inspanningen en resultaten van het eerste halfjaar van 2019 en op de prioriteiten voor de tweede helft van 2019. Dit alles in het besef dat die inspanningen en resultaten alleen betekenis hebben als ze leiden tot een merkbare verbetering voor hen die betrokken zijn bij huiselijk geweld en kindermishandeling. De 2de Voortgangsrapportage GHNT is op 2 juli 2019 aangeboden aan de Tweede Kamer.

De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is er nadrukkelijk één van de lange adem. Het afgelopen half jaar heeft het programma prioriteit gegeven aan het creëren van de benodigde randvoorwaarden. De drie cruciale voorwaarden om te komen tot een effectieve en duurzame regionale aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling zijn:

  1. Het realiseren van integrale sturing;
  2. Het versterken van de lokale infrastructuur en
  3. Het inrichten van een aanpak voor gezinnen/huishoudens met de meest complexe problematiek (MDA++),

Deze zijn nodig om in de komende jaren het verschil te maken en de in het programmaplan GHNT beschreven ambities in alle regio’s te realiseren.

Het realiseren van integrale sturing

Integraal werken vraagt om integrale sturing. Regio’s vormen een bestuurlijk en inhoudelijk netwerk waarin de randvoorwaarden voor een multidisciplinaire, systeemgerichte en effectieve aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling worden gecreëerd. Hiermee wordt de inzet van partners uit hulpverlening, zorg, onderwijs, politie en justitie op elkaar afgestemd. Om dit te bevorderen zijn en worden regionale bestuurlijke bijeenkomsten Zorg en Veiligheid gehouden.

Daarnaast start de VNG met drie regionale experimenten ‘regiovisie Zorg + Veiligheid’, waarbij zij gemeenten en partners steunt bij het tot stand brengen van een duurzame integrale regionale samenwerking van zorg, welzijn, veiligheid en straf.

Het versterken van de lokale infrastructuur

Een effectieve regionale aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling vraagt om een krachtige lokale infrastructuur in het sociale domein. Deze is echter nog niet overal voldoende toegerust en/of aangesloten op Veilig Thuis. Daarom ontwikkelt de VNG, ondersteund door het programmateam, een kwaliteitskader en een ‘zelf-scan’ voor gemeenten en regio’s.

In het kwaliteitskader Veiligheid voor lokale infrastructuur wordt beschreven wat in de lokale infrastructuur geborgd moet zijn, om voldoende te zijn toegerust op de taken en verantwoordelijkheden in het kader van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Het kwaliteitskader wordt na de zomer door de VNG vastgesteld.

Het inrichten van een MDA++

Wanneer de inzet van reguliere inzet van hulp en andere interventies niet heeft geleid tot het duurzaam oplossen van structurele onveiligheid, is langdurige inzet nodig van specialisten uit verschillende sectoren, in samenwerking met het gezin en haar sociale netwerk. Deze aanpak wordt aangeduid als ‘Multidisciplinaire Aanpak ++ (MDA++)’.

Elke regio richt in de looptijd van het programma een dergelijke aanpak in. Om hen hierbij te ondersteunen zijn bouwstenen ontwikkeld: kwaliteitscriteria voor het inrichten van en werken conform MDA++. Deze bouwstenen worden komend half jaar beproefd en vervolgens eind 2019 vastgesteld.

Daarnaast zijn in de regio’s Rotterdam-Rijnmond, Hart van Brabant en Kennemerland de pilots gestart om te komen tot multidisciplinaire centra onder 1 dak. De multidisciplinaire werkwijzen in de regio’s Friesland en West-Brabant worden met behulp van een wetenschappelijke evaluatie vergeleken. Zo wordt inzichtelijk gemaakt welke voordelen het onder één dak organiseren van de multidisciplinaire en systeemgerichte samenwerking heeft ten behoeve van acute en/of structurele veiligheid van gezinnen.

Actielijnen

Het programma GHNT kent drie actielijnen. In deze 2de Voortgangsrapportage is per actielijn zowel in tekst als schematisch aangegeven wat is gerealiseerd in de afgelopen periode door de betrokken partijen. (zie ook infographic 2de VGR)

Prioriteiten tot eind 2019

Actielijn 1, Eerder en beter in beeld

  1. Start volgende fase van de publiekscampagne gericht op ouderenmishandeling en partnergeweld.
  2. Starten van het project ‘ieder kind geïnformeerd’.
  3. Komen tot voorstellen over wat aanvullend nodig is om het als maatschappij ‘normaal’ te gaan vinden om elkaar aan te spreken wanneer er vermoedens zijn van huiselijk geweld en kindermishandeling, en met elkaar te spreken over onderliggende risico’s die kunnen leiden tot het plegen of slachtoffer worden van huiselijk geweld en kindermishandeling.
  4. Organiseren regionale bijeenkomsten in het kader van de meldcodetour.
  5. Versterken van de lokale infrastructuur door actualisatie van de eisen aan samenwerkingsafspraken Veilig Thuis en gemeenten en ontwikkelen en (laten) invullen zelfscan ten behoeve van versterken lokale infrastructuur.
  6. Ontwikkeling en implementatie van een landelijk handelingskader en kwaliteitsstandaarden, governance model en toekomstbestendige financiering voor forensisch medische expertise voor kinderen.

Actielijn 2, Stoppen en duurzaam oplossen

  1. Ondersteunen van regio’s in het verder vormgeven van hun MDA++.
  2. Uitwerken van hoe de visie ‘Eerst samenwerken voor veiligheid, dan samenwerken voor risico gestuurde zorg’ kan worden ingebed in de reguliere samenwerking.
  3. Aanstellen van een projectleider traumascreening.
  4. (Financieel) ondersteunen van experimenten gericht op het verbeteren van opvang en ondersteuning.
  5. Ontwikkelen van een instrument dat door de regio’s gebruikt kan worden bij de inrichting van een passend aanbod voor plegers.
  6. Verdere uitbreiding pilots in het kader van het bieden van sociale steun aan kinderen.

Actielijn 3, Aandacht voor specifieke doelgroepen

Binnen de actielijnen 1 en 2 is er voor een aantal specifieke doelgroepen extra aandacht nodig. Het gaat om groepen die extra kwetsbaar en niet altijd direct te herkennen zijn. Duurzaam oplossen of stoppen vraagt soms een andere aanpak met specifiek expertise of andere organisaties. De groepen zijn:

  1. Slachtoffers seksueel geweld
  2. Slachtoffers loverboys en mensenhandel
  3. Slachtoffers schadelijke traditionele praktijken
  4. Slachtoffers van ouderenmishandeling
  5. Kinderen in kwetsbare opvoedsituaties
  6. Complexe scheidingen