Het programma Geweld hoort nergens thuis (GHNT) maakt elk half jaar een voortgangsrapportage die inzicht biedt in de realisatie van de ambities van het nationale programma en de 28 regionale plannen van aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling.

Naast de voortgangsrapportage wordt er vanaf 2019 ook gewerkt met een impactmonitor, die meerjarig de effecten van alle inspanningen zal monitoren. Meer over de impactmonitor leest u in onderstaand advies.

Impactmonitor huiselijke geweld en kindermishandeling

Samen met de derde voortgangsrapportage is de eerste editie van de Impactmonitor beschikbaar gekomen. De monitor blijft ook na afloop van het programma GHNT van kracht.

Op koers ondanks een kwestie van lange adem

Het programma Geweld hoort nergens (GHNT) loopt nog tot en met 31 december 2021. Daarmee is het laatste jaar van het programma aangebroken. De voortgangsrapportages maken zichtbaar dat de regio’s – ondersteund door het programma in de vorm van landelijk ontwikkelde instrumenten, financiering voor regionaal projectleiders en middelen vanuit de projectenpools ‘Van-Denken-naar-Doen’ – forse inspanningen leveren als het gaat om het versterken van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Zoals beschreven in deze zesde voortgangsrapportage zijn de eerste effecten daarvan zichtbaar geworden in de resultaten van het onderzoek dat het Verwey Jonker Instituut heeft gedaan naar de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Daaruit blijkt dat het vaker lukt om geweld in gezinnen te stoppen.

Essentiële basis

Met het inrichten van integrale sturing, het werken volgens de visie gefaseerde ketenzorg, het versterken van lokale (wijk)teams en het inrichten van MDA++ en een sluitende trauma-aanpak leggen regio’s een solide basis voor het eerder en beter in beeld brengen van huiselijk geweld en kindermishandeling en het stoppen en duurzaam oplossen van onveiligheid in gezinnen en huishoudens. Ook wordt hiermee een essentiële basis gelegd voor het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming dat op 31 maart naar de Tweede Kamer is gestuurd.

Einddoel nog niet behaald

De stappen die de afgelopen jaren zijn gezet betekenen evenwel niet dat na 2021 het einddoel is behaald. Het duurzaam op een hoger niveau krijgen van de aanpak vraagt een langere adem dan de duur van het programma GHNT. De realiteit is dat werken volgens de genoemde uitgangspunten nergens nog een vanzelfsprekendheid is. Dit is terug te zien in de vele regiovisies die in het afgelopen jaar zijn vastgesteld of geactualiseerd. De implementatie van deze regiovisies kent vaak een looptijd tot eind 2023-2024.

Ondersteuning noodzakelijk

Met nog een half jaar te gaan is het realistische beeld dat in de meeste regio’s de implementatie van de visie gefaseerde ketenzorg, het versterken van de lokale (wijk)teams, het inrichten van MDA++ en andere onderdelen van een effectieve aanpak na 2021 niet, gedeeltelijk of moeizaam zal plaatsvinden zonder ondersteuning in kennis, capaciteit en middelen op lokaal, regionaal en/of landelijk niveau.

Beleid en uitvoering

De afgelopen jaren is gebleken dat onder andere de ondersteunende en faciliterende rol van de regionaal projectleiders GHNT en de financiële ondersteuning vanuit de projectenpool 2019 en 2020-2021 hebben bijgedragen aan een effectieve aanpak. In de regio’s wordt door projectleiders gewerkt aan stevige regionale en lokale agendering van het thema, het integraal benaderen van het vraagstuk door het betrekken van alle relevante partners uit de verschillende domeinen, het bundelen van kennis en het slaan van een brug tussen beleid en uitvoering. Hier wordt voortgang geboekt, dat blijkt ook uit de beleidsnotitie van het Verwey-Jonker Instituut die de werkende elementen uit hun onderzoek van 2020 gelegd hebben op de prioriteiten en resultaten van het Programma GHNT.

De zesde voortgangsrapportage is op 18 juni samen met de begeleidende brief aan de Tweede Kamer verzonden.

Meer informatie: info@geweldnergensthuis.nl

De vijfde voortgangsrapportage GHNT is op 21 december naar de Tweede Kamer verzonden.

Een lustrum

De 5e voortgangsrapportage (VGR) van het programma Geweld hoort nergens thuis (GHNT) kun je een lustrum editie noemen. Bij een lustrum heb je meestal iets te vieren, maar dat klinkt wat vreemd als je een programma bent dat zich inspant voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling (HGKM). Toch is er bij deze 5e voortgangsrapportage wel iets te ‘vieren’, voor zowel de regionale als de landelijke aanpak HGKM.

Dalende trends zijn ingezet

Ondanks dat de aanpak HGKM er één is van een lange adem, laat het onderzoek van het Verwey-Jonker instituut naar de effectiviteit van de aanpak van HGKM bij multi-probleemgezinnen  positieve effecten zien. In 30% van de gezinnen is het geweld bij de derde onderzoekmeting gestopt, terwijl dat bij de eerste meting maar 6,5% was.

Het onderzoek laat dalende cijfers zien als het kijkt naar frequent of ernstig partnergeweld en ook de getallen van kindermishandeling volgen de dalende trend. Zelfs het aantal incidenten is afgenomen. Echter, in meer dan helft van de gezinnen gaat het geweld nog door en daarom is er nog veel te doen en moet er blijvend ingezet worden op het versterken van de aanpak van HGKM, maar nog niet eerder werden dergelijke trends wetenschappelijk geconstateerd.

Forse inspanning leidt tot resultaat

De rapportage laat zien dat de regio’s in de afgelopen jaren forse inspanningen hebben geleverd. Ze zijn hierbij ondersteund door het programma GHNT in de vorm van landelijk ontwikkelde instrumenten, financiering voor regionaal projectleiders en middelen vanuit de projectenpool ‘Van Denken naar Doen’. Met name de regionale inspanningen staan in deze VGR in de spotlight. Op 21 december is het rapport samen met een Kamerbrief aan de Tweede kamer is aangeboden. Voor iedere GHNT regio is er online een regiofoto beschikbaar.

De optelsom van de 28 regio’s vormt het landelijk beeld dat aantoont dat de inspanningen tot resultaten hebben geleid o.a. op de werkende elementen, die uit het VJI-onderzoek naar voren komen om het geweld te doen stoppen. Denk hierbij aan de aanpak MDA++ en de focus op veiligheid, die de basis vormen in de visie gefaseerde ketenzorg die GHNT ondersteunt. We zien echter ook dat het in de praktijk werken volgens de visie een grote uitdaging vormt, waarvoor blijvende aandacht en inzet noodzakelijk is.

‘Van Denken naar Doen’

De (financiële) impulsen vanuit de projectenpool ‘Van Denken naar Doen’ werpen ook hun vruchten af. Dat is te zien in de resultaten in de individuele regiofoto’s, maar het is ook waar te nemen bij de aanvragen voor de projectenpool  2020/2021. Deze zijn nog beter onderbouwd dan die van 2019 en sluiten naadloos aan op de prioriteiten van het programma GHNT en de in het VJI-onderzoek genoemde werkzame elementen. De ambitie van de projectenpool om ideeën van theorie naar praktijk te brengen werkt!

COVID-19

Vanzelfsprekend heeft de Corona pandemie invloed op alle landelijke en regionale inspanningen met betrekking tot de aanpak van HGKM. Dat zijn zeker niet alleen maar vertragende of negatieve gevolgen.

Uit de regio’s kwamen signalen dat er effecten zijn die de moeite waard zijn om vast te houden, onder andere de toegenomen publieke aandacht voor het thema HGKM, de verbetering van de samenwerking tussen de betrokken partijen en andere manieren om (potentiële) slachtoffers te bereiken, zoals de chatfunctie van Veilig Thuis. Een aantal regiovisies werd dankzij de vele online vergaderingen sneller dan voorheen geactualiseerd, besproken en (opnieuw) vastgesteld.

Op volle kracht vooruit

Het Verwey-Jonker onderzoek bevestigt opnieuw dat HGKM in gezinnen geen éénmalige gebeurtenissen zijn en dat het heel moeilijk is om hier voldoende zicht op te krijgen. Eén ding is zeker: het verdwijnt niet vanzelf. Daarom is bij deze 5e VGR ook de boodschap: Op volle kracht vooruit!

Eén op de vijf gezinnen krijgt nog geen hulp na melding bij Veilig Thuis en in de helft van de gezinnen is nog steeds sprake van ernstig en veelvuldig geweld. Dit is van grote invloed op de hechting en het toekomstige leven van kinderen. Ook traumasensitief werken is nog lang geen gemeengoed.

Blijven inzetten

In 2021 blijft GHNT zich inzetten om een bijdrage leveren aan het eerder signaleren, stoppen en duurzaam oplossen van HGKM. De positieve trend die is ingezet, verdient het om vervolg te krijgen.

Meer informatie: info@geweldnergensthuis.nl

Voortgang in aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling ondanks Corona

Vierde voortgangsrapportage GHNT 18 juni naar de Tweede Kamer verzonden

De 4e voortgangsrapportage van het programma Geweld hoort nergens thuis (GHNT) laat zien dat ook in tijden waarin de focus ligt op de bestrijding van het Corona virus er toch opnieuw stappen zijn gemaakt in de (regionale) aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. De prioriteiten, gevisualiseerd in een infographic, die op 18 juni samen met de voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer is verzonden, maken duidelijk waar de focus van het programma GHNT ligt in de tweede helft van 2020. De Tweede Kamer behandelt op 23 juni tijdens een algemeen overleg o.a. deze 4e voortgangsrapportage.

Visie gefaseerde ketenzorg en MDA++

De focus ligt op het aanjagen en ondersteunen van regio’s, gemeenten, uitvoeringsorganisaties en professionals bij het implementeren van de visie gefaseerde ketenzorg, waarbij het realiseren van directe veiligheid in een gezin of huishouden voorop staat en daarna gewerkt wordt aan de risico- en herstelgerichte zorg om te komen tot duurzame veiligheid. Een tweede focuspunt is de realisatie van MDA++ in alle 28 regio’s aan de hand van de vijf definitieve bouwstenen MDA++. Een goed handvat voor alle betrokkenen om de implementatie in de regio’s te faciliteren. Het programmateam ondersteunt dit o.a. met een expertpool MDA++, kennisuitwisseling en de mogelijkheid tot een financiële bijdrage uit de projectenpool ‘van Denken naar Doen’ 2020/2021.

‘van Denken naar Doen’

De GHNT projectenpool ‘van Denken naar Doen’ heeft niet alleen betrekking op projecten die een relatie hebben met de regionale implementatie van MDA++, maar is gericht op het versterken van de gehele aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Denk hierbij onder aan thema’s als het versterken van lokale (wij)teams, implementatie visie gefaseerde ketenzorg, trauma-aanpak, ouderenmishandeling en de meldcode. Aanvragen kunnen tot 21 augustus 2020 worden ingediend. De uitvraag voor de projectenpool wordt in 2020 in één keer gedaan voor zowel het jaar 2020 als 2021.

Kwaliteitskader

Een lokaal (wijk-)team speelt een cruciale rol in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Om gemeenten te helpen om te bepalen of lokale (wijk-)teams voldoende zijn ingericht om te komen tot een effectieve signalering en aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is het kwaliteitskader ‘Werken aan veiligheid’ opgesteld en vastgesteld door de VNG. Met behulp van dit kwaliteitskader en de daarbij behorende Zelfscan kan men bepalen waar versterking op dit punt nodig is.

Uit de taboesfeer

Om huiselijk geweld en kindermishandeling op een laagdrempelige manier in brede lagen van de bevolking uit de taboesfeer te halen en bespreekbaar te maken wordt in samenwerking met de Stichting OpenMind het project ‘WIJ…doorbreken de cirkel van geweld’ vorm gegeven. Aan de hand van 30 bijzondere portretten en persoonlijke verhalen wordt een rondreizende multimedia expositie samengesteld die door alle 28 GHNT regio’s kan worden ingezet. De verwachting is dat in november 2020 de eerste regio de primeur van de expositie kan hebben.

Monitoring

Ten slotte blijft er binnen het programma continu aandacht voor onderzoek en monitoring. Concrete resultaten tellen en de impactmonitor speelt hierbij een belangrijke rol. Die is recent gevoed met actuele beleidsinformatie vanuit Veilig Thuis en wordt eind 2020 verder uitgebreid. Alles is te volgen via het online dashboard. Begin 2020 zijn daarnaast de eerste onderzoeken binnen het onderzoeksprogramma gestart.

Meer informatie over het programma GHNT kunt u vinden op www.vng.nl/geweldnergensthuis. Het is de verwachting dat de volgende voortgangsrapportage in december van dit jaar verschijnt. Daarin wordt dan ook weer de stand van zaken van de regionale aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling beschreven. De kamerbrief en alle bijlagen kun je vinden op Rijksoverheid.nl. Onderstaand kun je de 4e voortgangsrapportage en de infographic downloaden.

In de voortgangsrapportages gaat het programma in op de inspanningen en resultaten van het afgelopen half jaar en op de prioriteiten voor de komende zes maanden. De rapportage is mede gebaseerd op de informatie die verkregen is tijdens de rondetafelgesprekken in de 28 GHNT-regio’s, die in september 2019 zijn gehouden.

Actielijn 1

Op actielijn 1 ‘Eerder en beter in beeld’ is flinke progressie zichtbaar. Uit de regiocontacten blijkt dat er sprake is van een toename van het aantal meldingen bij en adviesvragen aan Veilig Thuis. Dit lijkt mede te worden veroorzaakt door de implementatie van de verbeterde meldcode en de inzet van de publiekscampagne www.ikvermoedhuiselijkgeweld.nl. Deze meldingen en adviesvragen zijn afkomstig van een bredere doelgroep van professionals dan voorheen. Daarnaast lijkt Veilig Thuis ook beter gevonden te worden door beroepsgroepen die niet onder de Wet Meldcode vallen (dit varieert van medewerkers van Vluchtelingenwerk tot woningcorporaties tot gemeentelijke zwembaden). Hierdoor komen huiselijk geweld en kindermishandeling eerder en beter in beeld.

Actielijn 2

Het programma is pas betekenisvol als de gezinnen en huishoudens die eerder en beter in beeld komen, ook goed worden geholpen. Hier richt actielijn 2 ‘Stoppen en duurzaam oplossen’ zich op. Het realiseren van de drie cruciale voorwaarden zoals benoemd in de tweede voortgangsrapportage zijn hierbij essentieel:

  1. het inrichten van integrale sturing
  2. het versterken van de lokale (wijk)teams
  3. het implementeren van een aanpak voor gezinnen/huishoudens met de meest complexe problematiek (MDA++).

Uit de rondetafelgesprekken in de regio’s blijkt dat hier steeds meer aandacht voor is, en ook dat er nog forse stappen gezet moeten worden. Het programmateam GHNT geeft dit via onder andere de projectenpool ‘van-Denken-naar-Doen’ een impuls: het overgrote deel van de gehonoreerde aanvragen richt zich op het versnellen, verdiepen of verbreden van een structurele aanpak en het oplossen van knelpunten binnen deze actielijn. Ook de vaststelling van het Kwaliteitskader Werken aan Veiligheid voor lokale (wijk)teams en gemeenten door de VNG Commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs en de VNG Commissie Bestuur en Veiligheid levert een waardevolle bijdrage. Hiermee worden gemeenten in staat gesteld om te bepalen of hun lokale (wijk)teams voldoende zijn ingericht om te komen tot een effectieve signalering en aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling en te bepalen waar dit versterking behoeft.

Gefaseerde ketenzorg

De visie gefaseerde ketenzorg vormt de basis voor het stoppen en duurzaam oplossen van geweld in gezinnen/huishoudens en het creëren van structurele veiligheid. Deze visie is door de opdrachtgevers van het programma GHNT en de bij het programma betrokken organisaties omarmd.


De kern van de visie is dat rondom huishoudens met lichte of complexe veiligheidsproblemen altijd wordt samengewerkt aan twee doelen: het eerst realiseren van directe veiligheid en het vervolgens werken aan stabiele veiligheid aan de hand van concrete veiligheidsvoorwaarden. Om stabiele veiligheid te bereiken is risico gestuurde en herstelgerichte zorg nodig. De inspanningen die hierop gericht zijn moeten zo dicht mogelijk bij het gezin/huishouden georganiseerd worden. Hierbij is het uitgangspunt dat er multidisciplinair en systeemgericht wordt samengewerkt.


De visie vraagt dat professionals om een gezin/huishoudens multidisciplinair en systeemgericht kunnen samenwerken. Vaak worden professionals daarin (nog) onvoldoende gefaciliteerd. Het daadwerkelijk (kunnen) werken volgens deze visie vraagt dan ook om inspanning op zowel bestuurlijk, management als uitvoerend niveau bij alle betrokken organisaties. Het gaat bijvoorbeeld om het flexibel inzetten van budgetten uit verschillende domeinen (ontschotten) en de mogelijkheid van professionals om die interventies in te zetten die nodig zijn om de directe veiligheid te borgen, ook wanneer dit niet tot de ‘reguliere werkwijze’ hoort (out-of-the-box).

Uit de rondetafelgesprekken blijkt dat deze visie in (bijna) alle regio’s wordt onderschreven, maar dat er bij gemeentes en organisaties behoefte is aan het concreet toepasbaar maken van de visie. Politie, Openbaar Ministerie, Raad voor de Kinderbescherming, reclassering en Veilig Thuis zijn hier met hun Ontwikkelagenda Veiligheid Voorop al aan begonnen. Het programmateam GHNT geeft hier het komende half jaar extra prioriteit aan door de visie gezamenlijk met gemeenten, organisaties en beroepsgroepen te operationaliseren.

Actielijn 3

De inzet van regio’s op ‘eerder en beter in beeld’ en ‘stoppen en duurzaam oplossen’ vormt een belangrijke basis voor hun aanpak van de specifieke groepen zoals opgenomen in actielijn 3. Uit de rondetafelgesprekken komt naar voren dat verschillende regio’s inzetten op het op orde brengen van deze basis alvorens hun aanpak van de specifieke groepen verder door te ontwikkelen. Toch zijn ook hier al stappen gezet. Dee aanpak van ouderenmishandeling krijgt op lokaal niveau al veel aandacht en elke regio heeft aandacht voor seksueel geweld. Vanuit de programma’s Scheiden zonder Schade en Samen tegen Mensenhandel en de actieagenda Schadelijke Traditionele Praktijken wordt de aanpak voor deze doelgroepen ondersteund. Het programmateam GHNT verbindt dit waar mogelijk aan de regionale aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.

Belemmeringen

  • Aantal meldingen en adviesaanvragen Veilig Thuis stijgen fors waardoor afhandeling binnen de wettelijke termijnen vaker niet lukt;
  • Langere doorlooptijden Raad voor de kinderbescherming, gecertificeerde instellingen en lokale (wijk)teams;
  • Vaak extra financiering voor Veilig Thuis om verhoogde werkdruk op te vangen;
  • Mede door de ervaren tekorten in de Jeugd- en WMO-budgetten staat er spanning op de regionale ambities.

Lange adem

De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is er nadrukkelijk één van de lange adem. Het is positief om te zien dat huiselijk geweld en kindermishandeling eerder en beter in beeld komen. Met het project Ieder kind geïnformeerd geeft het programma GHNT hier een extra impuls aan door kinderen te leren over de (wettelijke) normen van geweldloos opvoeden en geweldloze relaties. Ook is het positief dat er steeds meer aandacht is voor het werken conform de visie gefaseerde ketenzorg en het inrichten van de benodigde acties om het geweld te stoppen en duurzaam op te lossen. De stappen die gezet worden in de regionale implementatie van MDA++ zijn hier een goed voorbeeld van.

Borgen voor de toekomst

Enkele acties vragen naar verwachting om een langere adem dan de duur van het programma GHNT. Het gaat hierbij met name om het screenen van alle slachtoffers van huiselijk geweld en kindermishandeling op trauma’s, het bieden van een passend behandelaanbod bij geconstateerde trauma’s en het versterken van de lokale (wijk)teams. Het is van groot belang dat de hiervoor ingezette acties de benodigde aandacht en ondersteuning blijven krijgen, zowel op landelijk, regionaal als lokaal niveau. Het programmateam GHNT richt zich, waar mogelijk, nu al op het borgen van (de resultaten van) ingezette acties en initiatieven.

Kamerbrief

De derde Voortgangsrapportage Geweld hoort nergens thuis (GHNT) is op 19 december 2019 door de minister van VWS aangeboden aan de Tweede Kamer.


In de tweede voortgangsrapportage gaat het programma Geweld hoort nergens thuis (GHNT) in op de inspanningen en resultaten van het eerste halfjaar van 2019 en op de prioriteiten voor de tweede helft van 2019. Dit alles in het besef dat die inspanningen en resultaten alleen betekenis hebben als ze leiden tot een merkbare verbetering voor hen die betrokken zijn bij huiselijk geweld en kindermishandeling. De 2de Voortgangsrapportage GHNT is op 2 juli 2019 aangeboden aan de Tweede Kamer.

De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is er nadrukkelijk één van de lange adem. Het afgelopen half jaar heeft het programma prioriteit gegeven aan het creëren van de benodigde randvoorwaarden. De drie cruciale voorwaarden om te komen tot een effectieve en duurzame regionale aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling zijn:

  1. Het realiseren van integrale sturing;
  2. Het versterken van de lokale infrastructuur en
  3. Het inrichten van een aanpak voor gezinnen/huishoudens met de meest complexe problematiek (MDA++),

Deze zijn nodig om in de komende jaren het verschil te maken en de in het programmaplan GHNT beschreven ambities in alle regio’s te realiseren.

Het realiseren van integrale sturing

Integraal werken vraagt om integrale sturing. Regio’s vormen een bestuurlijk en inhoudelijk netwerk waarin de randvoorwaarden voor een multidisciplinaire, systeemgerichte en effectieve aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling worden gecreëerd. Hiermee wordt de inzet van partners uit hulpverlening, zorg, onderwijs, politie en justitie op elkaar afgestemd. Om dit te bevorderen zijn en worden regionale bestuurlijke bijeenkomsten Zorg en Veiligheid gehouden.

Daarnaast start de VNG met drie regionale experimenten ‘regiovisie Zorg + Veiligheid’, waarbij zij gemeenten en partners steunt bij het tot stand brengen van een duurzame integrale regionale samenwerking van zorg, welzijn, veiligheid en straf.

Het versterken van de lokale infrastructuur

Een effectieve regionale aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling vraagt om een krachtige lokale infrastructuur in het sociale domein. Deze is echter nog niet overal voldoende toegerust en/of aangesloten op Veilig Thuis. Daarom ontwikkelt de VNG, ondersteund door het programmateam, een kwaliteitskader en een ‘zelf-scan’ voor gemeenten en regio’s.

In het kwaliteitskader Veiligheid voor lokale infrastructuur wordt beschreven wat in de lokale infrastructuur geborgd moet zijn, om voldoende te zijn toegerust op de taken en verantwoordelijkheden in het kader van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Het kwaliteitskader wordt na de zomer door de VNG vastgesteld.

Het inrichten van een MDA++

Wanneer de inzet van reguliere inzet van hulp en andere interventies niet heeft geleid tot het duurzaam oplossen van structurele onveiligheid, is langdurige inzet nodig van specialisten uit verschillende sectoren, in samenwerking met het gezin en haar sociale netwerk. Deze aanpak wordt aangeduid als ‘Multidisciplinaire Aanpak ++ (MDA++)’.

Elke regio richt in de looptijd van het programma een dergelijke aanpak in. Om hen hierbij te ondersteunen zijn bouwstenen ontwikkeld: kwaliteitscriteria voor het inrichten van en werken conform MDA++. Deze bouwstenen worden komend half jaar beproefd en vervolgens eind 2019 vastgesteld.

Daarnaast zijn in de regio’s Rotterdam-Rijnmond, Hart van Brabant en Kennemerland de pilots gestart om te komen tot multidisciplinaire centra onder 1 dak. De multidisciplinaire werkwijzen in de regio’s Friesland en West-Brabant worden met behulp van een wetenschappelijke evaluatie vergeleken. Zo wordt inzichtelijk gemaakt welke voordelen het onder één dak organiseren van de multidisciplinaire en systeemgerichte samenwerking heeft ten behoeve van acute en/of structurele veiligheid van gezinnen.

Actielijnen

Het programma GHNT kent drie actielijnen. In deze 2de Voortgangsrapportage is per actielijn zowel in tekst als schematisch aangegeven wat is gerealiseerd in de afgelopen periode door de betrokken partijen. (zie ook infographic 2de VGR)

Prioriteiten tot eind 2019

Actielijn 1, Eerder en beter in beeld

  1. Start volgende fase van de publiekscampagne gericht op ouderenmishandeling en partnergeweld.
  2. Starten van het project ‘ieder kind geïnformeerd’.
  3. Komen tot voorstellen over wat aanvullend nodig is om het als maatschappij ‘normaal’ te gaan vinden om elkaar aan te spreken wanneer er vermoedens zijn van huiselijk geweld en kindermishandeling, en met elkaar te spreken over onderliggende risico’s die kunnen leiden tot het plegen of slachtoffer worden van huiselijk geweld en kindermishandeling.
  4. Organiseren regionale bijeenkomsten in het kader van de meldcodetour.
  5. Versterken van de lokale infrastructuur door actualisatie van de eisen aan samenwerkingsafspraken Veilig Thuis en gemeenten en ontwikkelen en (laten) invullen zelfscan ten behoeve van versterken lokale infrastructuur.
  6. Ontwikkeling en implementatie van een landelijk handelingskader en kwaliteitsstandaarden, governance model en toekomstbestendige financiering voor forensisch medische expertise voor kinderen.

Actielijn 2, Stoppen en duurzaam oplossen

  1. Ondersteunen van regio’s in het verder vormgeven van hun MDA++.
  2. Uitwerken van hoe de visie ‘Eerst samenwerken voor veiligheid, dan samenwerken voor risico gestuurde zorg’ kan worden ingebed in de reguliere samenwerking.
  3. Aanstellen van een projectleider traumascreening.
  4. (Financieel) ondersteunen van experimenten gericht op het verbeteren van opvang en ondersteuning.
  5. Ontwikkelen van een instrument dat door de regio’s gebruikt kan worden bij de inrichting van een passend aanbod voor plegers.
  6. Verdere uitbreiding pilots in het kader van het bieden van sociale steun aan kinderen.

Actielijn 3, Aandacht voor specifieke doelgroepen

Binnen de actielijnen 1 en 2 is er voor een aantal specifieke doelgroepen extra aandacht nodig. Het gaat om groepen die extra kwetsbaar en niet altijd direct te herkennen zijn. Duurzaam oplossen of stoppen vraagt soms een andere aanpak met specifiek expertise of andere organisaties. De groepen zijn:

  1. Slachtoffers seksueel geweld
  2. Slachtoffers loverboys en mensenhandel
  3. Slachtoffers schadelijke traditionele praktijken
  4. Slachtoffers van ouderenmishandeling
  5. Kinderen in kwetsbare opvoedsituaties
  6. Complexe scheidingen

Voortgangsrapportage

Elk half jaar wordt een voortgangsrapportage geschreven, die bestaat uit een regionaal deel, dat gebaseerd wordt op een vragenlijst die wordt ingevuld door de 30 regionale projectleiders of door een door de regio aangewezen vertegenwoordiger op ambtelijk niveau. De vragenlijst komt tot stand in afstemming met ambtelijke vertegenwoordigers van de Centrumgemeenten Vrouwenopvang, de ministeries van VWS en JenV en de VNG.

De Voortgangsrapportage is aangeboden aan de Tweede Kamer begeleid door een Kamerbrief, gedateerd 20 december 2018

Eén keer per jaar wordt een totale vragenlijst uitgezet en tussentijd (half jaarlijks) worden een aantal thema’s opgevraagd die gekoppeld zijn aan de prioriteiten in de regio.

Mijlpalen en prioriteiten tot medio 2019

Mijlpalen

  • Start van de drie pilots multidisciplinaire centra onder één dak
  • Lancering van de publiekscampagne
  • Eerste uitbreiding pilots ‘handle with care’
  • Start van de meldcodetour
  • Behandeling van het wetsvoorstel aanpassing actuele delictsvormen

Prioriteiten in de regioaanpak

  • Realiseren van de inrichting van regionaal bestuurlijk netwerken, waar de integrale sturing op de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld is belegd en waar de verbinding tussen zorg- en justitiepartners en de politie wordt gemaakt
  • Het verbinden van de regiovisies/regionale plannen van aanpak aan de speerpunten van het programma

Regio-overstijgende prioriteiten

  • Het opstellen van criteria voor de inrichting van MDA++
  • Het opstellen van vereisten aan de afweging voor het toepassen van traumascreening
  • Het opstellen van criteria voor lokale teams (versterken lokale veld)
  • Versterken van de samenwerking tussen Veilig Thuis, beroepsgroepen en professionals
  • Het ontwikkelen van veldnormen voor het signaleren en melden van huiselijk geweld en kindermishandeling (conform de veldnorm ziekenhuizen)
  • Het uitwerken en uitvoeren van de verbetervoorstellen uit de ontwikkelagenda ‘Veiligheid Voorop’ (Politie, OM, Raad voor de Kinderbescherming, Reclassering en Veilig Thuis)
  • Regionale borging van forensisch medische expertise voor kinderen