VNG Magazine nummer 17, 8 november 2019

Tekst en beeld: Sanne van der Most

Op 3 november 1944 werd Vlissingen bevrijd door de geallieerden. In drie dagen tijd schakelden ze het Duitse afweergeschut uit en namen ze vijandelijke commandoposten over. ‘Een heftige slag die tot op de dag van vandaag zijn sporen nalaat’, zegt burgemeester Bas van den Tillaar. ‘Vlissingen is waarschijnlijk de zwaarst gebombardeerde stad van ons land. Toch weten relatief weinig mensen er echt iets van.’

Vlissingen

Het strategisch gelegen Vlissingen in handen ­krijgen en zo de toegang tot de belangrijke haven van Antwerpen veiligstellen. Dat was het doel van de geallieerden. Om de monding van de Westerschelde te verdedigen, hadden de Duitsers het schier­eiland Walcheren tot een echte vesting omgebouwd en stonden de duinen vol met bunkers. Een deel van deze ­Atlantikwall is bewaard gebleven en maakt nu onderdeel uit van een historische route door de stad.
De gevechten slaan een groot gat in ­Vlissingen. De havenstad werd getroffen door ruim 40.000 granaten en moest na de oorlog opnieuw worden opgebouwd. Je ziet het nog steeds in het straatbeeld van de Zeeuwse gemeente.

Na de bevrijding van Antwerpen op ­4 september 1944 rukten de geallieerden via Zeeuws-Vlaanderen verder op om de Duitsers te verdrijven. Op verschillende plekken bombardeerden ze begin oktober de zeewering van Nolle en Rammekens links en rechts van Vlissingen, ­gevolgd door de zeeweringen bij Veere en Westkapelle. Walcheren kwam bijna volledig onder water te staan. ‘Het overgrote deel van de eilandbewoners heeft zijn woning dan overigens al lang verlaten’, vertelt gemeentelijk archivaris Ad Tramper, terwijl hij zwart-witfoto’s laat zien van half ondergelopen huizen. Van de oorspronkelijke 20.000 inwoners van Vlissingen zijn er maar zo’n 2.000 tot 3.000 achtergebleven.
‘Het nabijgelegen dorp Ritthem liep ook compleet onder’, vervolgt Tramper. ‘Bijna alle woningen en boerderijen spoelden weg of raakten compleet beschadigd. De achtergebleven bewoners hebben nog lange tijd op de boven­verdieping geleefd, overgeleverd aan de getijden.’

Granaten

In slechts vier dagen tijd maakten de geallieerden uiteindelijk een eind aan de ellende. In de vroege ochtend van 1 november 1944 kwam de eerste groep vanuit Breskens aan wal op wat zij de codenaam Uncle Beach meegaven, een strandje naast de Oranjemolen in de stad. Een paar dagen daarvoor viert Henk Wildeboer zijn vijftiende verjaardag. ‘Geen feest, wel granaten’, vertelt hij tijdens de bevrijdingsherdenking in de Sint Jacobskerk. De granaat­beschietingen vanaf de overkant, Zeeuws-Vlaanderen dus, werden steeds heviger en met een tienliterpan met hutspot en wat dekens en kussens ­vertrekken vader, moeder en de vier kinderen naar de schuilkelder van de katholieke jongensschool in de Kasteelstraat. In de ochtend van 1 november werd het gezin, samen met hun buurtgenoten opgehaald om naar een veiliger plek te gaan. ‘Het Arsenaal was een robuust gebouw, met heel dikke muren. De puinhoop ­onderweg was gigantisch. Overal lijken en kapotte huizen. Plotseling werd Het Arsenaal vanuit onverwachte hoek door een scherpschutter vanaf een torenkraan onder vuur genomen. Hij schoot op ­alles wat bewoog, waaronder onze buurman die nog even naar huis ging om iets voor de kleine te halen.’

‘Behoorlijk heftig natuurlijk’, zegt ­burgemeester Van den Tillaar. ‘Getuigenissen als deze zijn talrijk. Ze hebben de gezinnen hier gevormd en ze staan gegrift in het geheugen van een hele generatie Vlissingers. Als gemeente hechten wij grote waarde aan het laten voortleven van de verhalen en het koesteren van de monumenten en de plekken die nog wél overeind staan. Zo’n herdenkingsjaar is dan ook bij uitstek geschikt voor het in leven houden van de verhalen.’

Tijdens de vele herdenkingsbijeenkomsten in het kader van 75 jaar bevrijding komen ze allemaal naar boven. ‘Dat is hard nodig’, vindt voorzitter Jan Koopman van de regiegroep Herdenkingsactiviteiten. ‘Want hoe langer geleden hoe meer de verhalen vervagen. Mensen als Henk Wildeboer zijn inmiddels hoogbejaard. Wat gebeurt er met hun verhalen als er straks geen overlevenden meer zijn?’

Uncle Beach

Echt vergeten, zal zo snel overigens niet gebeuren. Wie vandaag de dag door Vlissingen loopt, wordt op verschillende plekken herinnerd aan de Slag om de Schelde. In het kader van het themajaar ‘Vlissingen, 75 jaar Slag om de Schelde’ zijn elf locaties aangewezen die een belangrijke rol speelden in de bevrijding van de stad. ‘Ze zijn stuk voor stuk gemarkeerd en voorzien van een korte uitleg over wat er op die plek heeft plaatsgevonden’, legt Koopman uit.
Een QR-code leidt naar het uitgebreidere verhaal. ‘Over Uncle Beach bijvoorbeeld’, gaat hij verder, ‘waar de geallieerden als eersten voet aan wal zetten.’ Ook het indrukwekkende monument hier op de boulevard van een strijdende ­soldaat met bloemenkransen aan zijn voeten en een indrukwekkende lijst met namen van gesneuvelde Britse soldaten herinnert aan de gebeurtenissen van november 1944.

We lijken wel een beetje op de Rotterdammers

Het Bellamypark – codenaam Braemar – maakt ook onderdeel uit van de ­herdenkingsroute. Het ligt midden in het centrum van Vlissingen waar een deel van de oude statige panden het bombardement heeft overleefd. ‘Soldaat William Harvey die al een enorme strijd achter de rug had, waagde hier op ­1 november 1944 de oversteek naar de Nieuwstraat waar hij door Duits ­mitrailleurvuur om het leven kwam’, licht archivaris Tramper toe. ‘Op de hoek van de Nieuwstraat hangt een bord ter nagedachtenis aan deze tragische gebeurtenis.’

In het collectief geheugen van de Vlissingers gegrift, is ook de vernietiging van Hotel Britannia door de geallieerden. Het statige hotel aan Boulevard Evertsen dat Vlissingen ouderwetse grandeur gaf, was door de Duitsers in gebruik genomen als hoofdkwartier. Na een hevige strijd waarbij de geallieerden het hotel vanaf de landzijde door het ijskoude water moesten benaderen, gaven de Duitsers zich uiteindelijk over. 
De Sint Jacobskerk bleef wel trots overeind. Sterker nog, ondanks het feit dat het bombardement drie enorme gaten in het dak had geslagen, waarvan de grootste links boven de preekstoel, was er op zondagmiddag 5 november 1944 een herdenkingsdienst. 

Jarenvijftigwoningen

Na de bevrijding is het zwaar beschadigde Vlissingen grotendeels opnieuw opgebouwd. Voormalige bewoners trokken terug naar de stad maar er kwam ook nieuwe aanwas bij. En dus ook nieuwe woningen. In rap tempo. Gebouwen die té zwaar beschadigd waren om te redden, maakten in eerste instantie plaats voor noodbouw en sobere jarenvijftigwoningen. Later volgde een meer planmatige aanpak.
Het motto van die andere gebombardeerde stad ‘niet lullen maar poetsen’ gaat in Vlissingen ook zeker op. ‘Niet onnodig lang stilstaan bij wat er is gebeurd maar vooral naar de toekomst kijken. Wat dat betreft lijken we ook wel een beetje op de Rotterdammers’, lacht Van den Tillaar. ‘Maar ook wat betreft de ideeën over hoe de stad eruit moet zien. Grote brede straten, tot de verbeelding sprekende gebouwen en het koesteren van historisch erfgoed.’

Herontwikkeling

De herontwikkeling van de oude Doks, met de Timmer- en Machinefabriek is een mooi voorbeeld. Van den Tillaar: ‘Bijzonder detail is dat een aantal nieuwe bewoners van het onlangs opgeleverde zorgcentrum aan de Dok, het bombardement en de Slag om de ­Schelde nog persoonlijk hebben ­meegemaakt. Zo is de cirkel weer een beetje rond.’