Nummer 11, 2016

De commissie Toekomstgericht Lokaal Bestuur onder leiding van Wim van de Donk constateert dat de samenleving tegenover ‘het stadhuis’ is komen te staan. De politiek heeft de verbinding met de samenleving verloren en een flink deel van de bevolking identificeert zich steeds minder met de gevestigde orde. Zij geloven niet langer in het probleemoplossend vermogen van overheden en verdwijnen in een eigen parallelle samenleving.

Een harde maar juiste analyse. Wetenschappelijk onderzoek laat keer op keer zien dat grote groepen in onze samenleving een sterk ressentiment hebben tegen de overheid. Opvallend genoeg verwacht Wim van de Donk dat de babyboomgeneratie – die nu met pensioen gaat – zeer actief en positief zal deelnemen aan de lokale besluitvorming. Maar het zijn juist diezelfde babyboomers – boze oude mannen voorop – die een sterk anti-elitesentiment in zich dragen. In de jaren zestig hebben zij zich afgezet tegen de regenten, nu ageren zij tegen de maatschappelijke en economische orde die zij zelf hebben geschapen. En waarvan ze zelf het meest profiteren.

Het probleem van moderne democratieën zijn niet de afhakers die van de politieke radar verdwijnen, maar juist diegenen die zich actief tegen het systeem keren. In de jaren zestig had dat verzet een duidelijke functie en doel. De opstandelingen streefden naar een democratisch alternatief voor de verstikkende naoorlogse regentenmentaliteit.

De huidige woede en ontevredenheid keren zich tegen het systeem zonder een wenkend perspectief en zonder een jonge garde die een politiek vernieuwingsproject wil dragen. Ook in veel gemeenten zijn er partijen die bijna uitsluitend worden gedreven door blinde woede tegen de gevestigde orde.

Het probleem is dat deze verzetsbeweging geen aansprekende leiders heeft. Nog zorgwekkender is dat het verzet nauwelijks infiltreert in de gevestigde partijen. In de jaren zestig bestormde een nieuwe generatie ook de oude partijen, schudde hen wakker en nam hen zelfs deels over. Daardoor werd een nieuwe generatie actief betrokken bij de machts- en besluitvorming en voelde zij zich weer gerepresenteerd.

Nu blijft het verzet machteloos buiten de lijnen staan en weigert vaak verantwoordelijkheid te nemen. Regelmatig roepen raadsleden hardop dat ‘landelijke partijen’ simpelweg moeten worden uitgesloten van deelname aan gemeenteraadsverkiezingen. Zij willen geen democratische strijd van ideeën, maar een verbod van andersdenkenden. Politieke opponenten zijn de vijand waarmee je geen compromissen of coalities sluit.

Als de pers daar dan kritisch over schrijft, is de voorspelbare reactie dat journalisten ook tot het establishment behoren, of in ieder geval samen heulen met de macht. De belangrijkste kloof is dus niet die tussen de politiek en samenleving, maar tussen ‘insiders’ en ‘outsiders’ die het niet langer eens zijn over de democratische spelregels. Beide kampen roepen dat de strijd oneerlijk is. De outsiders wijzen op processen van uitsluiting en insiders zetten tegenstanders weg als populistische leeghoofden. U moet zich meer zorgen maken over die kloof binnen de politiek, dan de kloof tussen politiek en samenleving.

Auteur: André Krouwel, Politicoloog VU en wetenschappelijk directeur Kieskompas, andre.krouwel@vu.nl, @AndréKrouwel