Nummer 11, 2016

Commentaar: Jantine Kriens

 

De VNG, het IPO en het ministerie van BZK hebben dit najaar een gezamenlijke missie: bestuurlijke belemmeringen opheffen die economische versterking in de weg staan. Via proeftuinen willen we de obstakels boven tafel krijgen, zodat we ze aan de informateurs van het nieuwe kabinet kunnen meegeven en het nieuwe kabinet aan de slag kan om ze weg te nemen.

De proeftuinen komen voort uit de aanbevelingen in het rapport Maak verschil van de Studiegroep Openbaar Bestuur. Vorige week vrijdag gaven vijftien regio’s een pitch waarin ze lieten zien waarom zij proeftuinregio moeten worden. Het was mooi om de verschillen in opgaven en aanpak te zien.

Neem bijvoorbeeld Noordoost Friesland. Deze krimpregio ziet de noodzaak van economische structuurversterking en gemeenten willen daar een bijdrage aan leveren. De betrekkelijk kleine regio staat voor de uitdaging om daarbij de kracht van het veel grotere Samenwerkingsverband Noord- Nederland goed te benutten. Of kijk naar de Hoeksche Waard, een regio die ligt ingeklemd tussen stedelijke gebieden. Zij beseffen dat dat geen bedreiging is, mits ze onder de kaasstolp vandaan komen.

Heel anders is het voorbeeld van de Drechtsteden, waar gemeenten al veel langer een geoliede samenwerking hebben die ze nu een stap verder willen brengen. Ze willen de samenwerking met bedrijfsleven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties versterken en gezamenlijke ambities in kaart brengen. En de metropoolregio Amsterdam heeft zelf een academie opgericht om raadsleden, bestuurders en ambtenaren  mee te nemen in wat de veranderende samenleving en de nieuwe samenwerkingsvormen van hen vragen.

Alleen al uit deze voorbeelden blijkt hoe groot de verschillen zijn in thema’s en aanpak. Op het symposium ‘Maak verschil’ op 30 juni wordt bekendgemaakt welke vier regio’s proeftuinregio worden en daarbij begeleiding krijgen van VNG, IPO en BZK. Maar ook de andere regio’s die een pitch hebben gedaan én de regio’s die zich alsnog aanmelden, houden we graag binnenboord. Zij kunnen aanhaken op het thema van een proeftuinregio.

Naast alle verschillen tussen regio’s zag ik overigens ook een belangrijke overeenkomst: ze zitten allemaal vol energie. Meer nog dan voor de kabinetsformatie zijn de proeftuinen belangrijk om die energie vast te houden, te versterken en te ondersteunen waar nodig. Dat is wat bestuurders zelf ook willen: leren van elkaar, geïnspireerd raken door wat andere regio’s voor elkaar krijgen.

Die vrijdag zag ik weer dat we alleen goed maatwerk kunnen leveren als we het maatschappelijke vraagstuk voorop zetten in plaats van de structuren en regels. Pas als je de verschillen ziet, kun je echt verschil maken.

Jantine Kriens, voorzitter van de VNG-directieraad, jantine.kriens@vng.nl, @kriens