Laatst bijgewerkt: 09 april 2026

Bij gebiedsontwikkeling is het doorgaans noodzakelijk om 1 of meerdere locaties aan te wijzen en te gebruiken als werkingsgebied van regels in het omgevingsplan. In veel gevallen betreft dit de locatie van de ontwikkeling zelf. Soms is het daarnaast wenselijk om binnen die locatie aanvullende gebieden af te bakenen, bijvoorbeeld voor specifieke functies of maatregelen.

Hoe komt u erachter wat voor uw situatie de beste oplossing is? Bepaal voor elke regel waar deze geldt of gaat gelden. Er zijn 3 mogelijkheden:

  • De regel geldt alleen voor 1 specifieke gebiedsontwikkeling.
  • De regel geldt (of gaat gelden) voor meerdere gebiedsontwikkelingen, maar niet voor de rest van de gemeente.
  • De regel geldt (of zal op termijn gelden) gemeentebreed.

Deze overweging hangt samen met de plaatsing van de regel in het plan: komt deze in een afzonderlijk transitiehoofdstuk per ontwikkeling, in een generiek hoofdstuk voor meerdere ontwikkelingen, of in de integrale structuur?

Ons advies:  

Bij het toepassen van transitiehoofdstukken moet u nadenken over het benoemen en begrenzen van de locaties die u gebruikt. Belangrijk daarbij is dat een transitiehoofdstuk een specifieke begrenzing kent. U moet zorgen dat de begrenzing van de locaties daarbij aansluit en dat dit tot uitdrukking komt in de naamgeving van locaties.