Laatst bijgewerkt: 13 november 2025

Gemeenten mogen als experiment onderzoeken hoe de wet op onderdelen financieel doelmatiger en doeltreffender uitgevoerd kan worden door van een beperkt aantal artikelen af te wijken.

In het nieuwe wetsvoorstel kunnen experimenten zich ook richten op maatschappelijke participatie wanneer betaald werk (nog) geen optie is. Hierdoor wordt het nog beter mogelijk om ook experimenten uit te voeren zonder (directe) uitstroomdoelstelling. Daarnaast wordt de maximale termijn van experimenten verruimd van maximaal 3 naar maximaal 5 jaar.

Hoofdlijnen

  • Treedt in werking per: 1-1-2026 (fase 1)
  • Was: Beperkte mogelijkheden voor experimenten en maximale duur 3 jaar
  • Wordt: Verbreding van het experimenteerartikel naar maatschappelijke participatie en maximale duur naar 5 jaar
  • Wetsartikel: Artikel 83, Participatiewet
  • Verplichte maatregel: Nee, het is een kan-bepaling
  • Beleids- en uitvoeringsimpact: Situationeel, pas aan de orde op het moment dat een experiment wordt ingesteld.
  • Lokale verordening: Situationeel, maar rekening te houden met kaders
  • Lokaal beleid: Waar nodig t.b.v. experimenten, mits binnen de kaders
  • Fiscale impact: Situationeel
  • Impact op toeslagen: Situationeel
  • ICT-impact: Situationeel
  • Bestandsonderzoek en selectie lopende gevallen nodig: Situationeel
  • Nieuwe beschikking nodig: Situationeel

Waarom is deze maatregel onderdeel van de Participatiewet in balans? 

Op dit moment vinden gemeenten de reikwijdte van het experimenteerartikel te beperkt. Gemeenten hebben aangegeven op meer gebieden nieuwe manieren te willen ontwikkelen om personen die vallen onder de Participatiewet beter te begeleiden naar (deeltijd)werk en andere vormen van participatie te stimuleren.

Wat betekent dit voor gemeenten?

Deze maatregel heeft op zichzelf weinig impact op gemeenten. De impact ontstaat pas bij het vormgeven en uitvoeren van een experiment.