VNG Magazine nummer 14, 21 september 2018

Auteur: Leo Mudde | Beeld: Tim van Dijk

Een jaar nadat het land werd getroffen door de verwoestende orkaan Irma is de wederopbouw op Sint Maarten volop aan de gang. Cruiseschepen weten de haven weer te vinden en ook de hotels richten zich weer voorzichtig op. Experts van Nederlandse gemeenten helpen bij het opkrabbelen van het getroffen land, onder de vlag van VNG International. 

Tijdelijke terminaltenten van het Princess Juliana International Airport op Sint Maarten


Een van de experts die recent het eiland bezochten, is Peter Bos, directeur van de Veiligheidsregio Utrecht. Hij ging samen met burgemeester Rob Metz van Soest en Wouter Jong van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters naar Sint Maarten om daar te praten over crisismanagement en te reflecteren op hun ervaringen.
En ja, ook Nederlandse gemeenten kunnen leren van de ervaringen van de Cariben met natuurrampen. Bos: ‘Wij hebben hier nog geen ramp meegemaakt waarbij alle systemen uitvielen, zoals op Sint Maarten gebeurde. Hoe bereik je dan de bevolking, hoe coördineer je de rampenbestrijding? Bij ons is dat gevaar niet denkbeeldig. Een orkaan zullen wij niet snel meemaken, maar een cyberattack kan ook leiden tot uitval van alle systemen.’

Lessen

Nederlandse gemeenten hebben last van ‘planfixatie’, zegt Bos. ‘Wij steken veel energie in onze voorbereiding op denkbare rampen, maar we hebben relatief weinig ervaring met grootschalige verwoesting, gelukkig. Het zou niet gek zijn om de lessen van Sint Maarten mee te nemen in de Nederlandse rampenvoorbereiding.’
De expertise en steun die Nederlandse gemeenten via VNG International beschikbaar stellen, wordt door Sint Maarten zeer gewaardeerd. Bos: ‘Besef dat Sint Maarten met een omvang van ongeveer 40.000 inwoners vergelijkbaar is met veel Nederlandse gemeenten. Ook die zouden bij een ramp als orkaan Irma op hun tandvlees lopen.’

Bos zag ter plekke dat het land hard werkt aan het herstel. ‘Er is al veel gebeurd, dat mag ook weleens gezegd worden. Het is ook in het belang van Sint Maarten, dat het weer snel up and running is. Niet alleen om voorbereid te zijn op een nieuwe orkaan, maar ook omdat een snel herstel bijdraagt aan het vertrouwen in de politiek en het bestuur.’

Op Sint Maarten komt alles op de schouders van een kleine groep terecht

Een bijkomend ‘probleem’ met Sint Maarten is, volgens hem, dat het een land, een provincie en een gemeente ineen is. ‘Waar Nederland netjes is verdeeld in overheidslagen, elk met eigen rollen en verantwoordelijkheden, is Sint Maarten alles tegelijk. Hier weten we wat we moeten doen, en wanneer, en wanneer er wordt opgeschaald en een ander de leiding overneemt. Dat is duidelijk gestructureerd, op Sint Maarten komt alles op de schouders van een kleine groep terecht. Dat merkte je in de nasleep van de orkaan. Wij kunnen ons ook nauwelijks een voorstelling maken van de omvang van de ramp. En dan is Sint Maarten ook nog een eiland, dus even hulp inroepen van buren is onmogelijk. Ook de dagen na de orkaan niet, omdat de haven en de luchthaven onbruikbaar waren. Het land stond voor enorme opgaven.’

Waar de Nederlandse delegatie in de trainingen en gesprekken vooral aandacht aan schonk, was het verbeteren van de scheiding tussen strategisch en operationeel management. Als verantwoordelijk minister of minister-president hoef je niet alles te weten wat er buiten gebeurt. ‘Dat moet je overlaten aan de mensen buiten. De verleiding is groot, ook omdat je iedereen bijna persoonlijk kent, vooral operationele hulp te bieden. Maar er moeten ook strategische besluiten worden genomen, dat is enorm belangrijk voor de herstelfase direct na de ramp.’

Afgesloten

Daarbij kwam dat Sint Maarten lang volledig van de buitenwereld was afgesloten. Zowel de haven als de luchthaven werd zwaar getroffen en was lang na de ramp nog onbruikbaar voor de aanvoer van hulpgoederen. Het duurde dagen voor militaire vliegtuigen de eerste landingen op de beschadigde landingsbaan aandurfden. Nu, een jaar later, is de renovatie van de terminal nog maar nauwelijks begonnen. 
Volgens Bos is het daarom niet alleen belangrijk dat Sint Maarten zijn infrastructuur zo orkaanbestendig mogelijk maakt, maar ook dat het nadenkt over de rampenbestrijding in een regionale, Caribische setting. ‘Curaçao is een belangrijke crisishub, daar zouden we veel beter over kunnen nadenken. Dan moet je wel met elkaar aan de slag gaan.’