Nummer 6, 2017

Een kust vol juttersgeluk

 

Auteur: Leo Mudde

De wereld heeft de lat hoog gelegd. In 2030 moeten zeventien, door de Verenigde Naties vastgestelde, duurzaamheidsdoelen worden gehaald, de zogenoemde sustainable development goals, beter bekend als de ‘Global Goals’. De vraag waar veel gemeenten mee worstelen, is: hoe geef je daar concreet invulling aan?

Om gemeenten te inspireren en te stimuleren is de VNG vorig jaar de Gemeenten4GlobalGoals-campagne gestart. Dat concrete actie niet zo ingewikkeld hoeft te zijn, bewijst Expeditie Juttersgeluk die gedurende de hele maand april langs de Nederlandse kust trekt. Een particulier initiatief waarbij alle kustgemeenten aanhaken.

De Stichting Juttersgeluk wil mensen die (tijdelijk) minder goed meekomen in de maatschappij betrekken bij een schoner strand. Dat doen ze met verschillende activiteiten, waaronder het rapen van vuil. Dit jaar werkt de stichting samen met VNG International en KIMO, de vereniging van Nederlandse en Belgische kustgemeenten aan de realisering van Global Goal nummer 14: een duurzaam beheer van zeeën en oceanen.

Roland te Beest, CDA-wethouder in Velsen en voorzitter van KIMO Nederland, vindt het mooi dat gemeenten met Expeditie Juttersgeluk aansluiten bij een bestaand maatschappelijk initiatief. ‘Juttersgeluk is niet zomaar strandjutten, het heeft als doelstelling om de gevonden spullen te hergebruiken. En het unieke is dat deze strandactie wordt gedaan samen met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, of zoals wij dat bij KIMO zeggen: mensen met andere kwaliteiten. Iedereen kan meedoen in onze maatschappij, en dat wordt hier in de praktijk gebracht.’

De kustgemeenten zijn blij met Expeditie Juttersgeluk. ‘Er komen hier veel dingen samen. Inderdaad, Global Goal 14 is daarin erg belangrijk. KIMO wil op dit doel excelleren. Juist omdat we een vereniging van gemeenten zijn, kunnen we hier het verschil maken.’

Economisch belang

In Sluis is wethouder Peter Ploegaert (CDA) verantwoordelijk voor onder meer kustbeheer, milieu en afvalinzameling. Op het strand van Breskens gaf hij zaterdag 1 april het startschot voor Expeditie Juttersgeluk die 28 april eindigt in Delfzijl. Als de jutters met hun emmers en karretjes waarin de grote stukken hout, bossen touw en ander afval worden verzameld, het strand op zijn gegaan, neemt hij in strandpaviljoen Loods Tien de tijd om uit te leggen waarom deze actie voor zijn gemeente zo belangrijk is.

‘We houden hier regelmatig acties voor een schoon strand’, zegt hij. ‘Daar doen veel vrijwilligers aan mee. Schone stranden zijn belangrijk voor een gemeente als Sluis. Uit onderzoek blijkt dat toeristen wegblijven als het strand vies is. Er is dus een direct economisch belang.’

Daarmee raakt hij een gevoelig punt. De noodzaak voor het voeren van een duurzaam beleid wordt in veel gemeenten, ook Sluis, door velen vaak pas gezien als eraan te verdienen valt. Dat zit Ploegaert dwars. Te vaak mist hij nog in de lokale politiek het gevoel van urgentie als het gaat om het klimaat- en milieuvraagstuk. De wethouder is ook teleurgesteld in zijn eigen partij, het CDA, die volgens hem het principe van het rentmeesterschap in haar programma heeft laten verwateren. ‘Ik vind dat echt onbegrijpelijk. Dat maakt het voor mij extra belangrijk om hier, in Sluis, onze inwoners te vertellen dat we ernaar moeten streven om de wereld een stukje beter achter te laten dan we haar hebben aangetroffen. Daar past een actie als Expeditie Juttersgeluk naadloos in.’

Gemeenten moeten gaan beseffen dat duurzaamheid een waarde is waarmee ze zich kunnen profileren, zegt Ploegaert. ‘Dan word je ook aantrekkelijk voor bedrijven. Maar dan moet je wel ergens beginnen.’

Ouders opvoeden

Bij de jeugd, bijvoorbeeld. Aan de juttersactie in Breskens doen veel kinderen mee. Zij kunnen hun ouders opvoeden, is Ploegaerts overtuiging. De gemeentelijke Global Goals-campagne noemt hij een mooi vehikel om wereldproblemen lokaal aan te pakken. Dat Juttersgeluk zich in het bijzonder richt op mensen die moeilijk mee kunnen komen in de samenleving, is een plus. ‘Die mensen zijn trots op wat ze kunnen doen, en heel enthousiast. Door ze actief hierbij te betrekken krijgen ze zoiets van: we kunnen misschien iets niet, maar kijk eens wat wij wél kunnen. Ik vind dat een mooi signaal aan anderen om ook verantwoordelijkheid te nemen.’

Gemeenten die landinwaarts liggen, kunnen leren van de kustgemeenten, zegt KIMO-voorzitter Te Beest. Zijn advies: ‘Herken goede initiatieven in je omgeving. Kijk goed rond wat er aan activiteiten wordt ondernomen door inventieve en energieke burgers. Neem het vooral niet over, maar ondersteun ze. In de samenwerking zit de kracht en zo blijft het het verhaal van de initiatiefnemer. Verwonder je over wat mensen nu al allemaal doen. Waardeer dat en zet daar de schouders onder. Juttersgeluk laat zien dat veel mogelijk is.’

Plasticvrij

In Rijswijk, nét geen kustgemeente, moet wethouder Marloes Borsboom (GroenLinks) niets weten van de kritiek dat het schoonmaken van het strand symboolpolitiek zou zijn. Borsboom, in de VNG-commissie Europa en Internationaal verantwoordelijk voor de Global Goals-portefeuille, vindt het juist een voorbeeld van de nieuwe werkelijkheid waarin niet langer de overheid op kop moet lopen, maar waarin maatschappelijke initiatieven worden omarmd. ‘Door met elkaar invulling te geven aan de duurzaamheidsdoelen, maken we ze ook iets van ons allemaal. Dat is het grote verschil met de Millenniumcampagne, waarvan de Global Goals het vervolg zijn. Het is nu veel concreter.’

Zij onderschrijft daarmee de adviezen van haar collega Te Beest van Velsen, maar gaat nog een stap verder. ‘Stranden schoonmaken, de plastic soep opruimen is heel goed. Maar niets staat gemeenten in de weg om zichzelf uit te roepen tot plasticvrije gemeenten. Dat kan in regionaal verband, maar je kunt ook als gemeente het goede voorbeeld geven door het gebruik van plastic aan banden te leggen. En als je daar met lokale partners, zoals winkeliers, afspraken over kunt maken, dan moet je dat vooral doen.’