Laatst bijgewerkt: 16 juni 2026

I Aanleiding

Vanaf april 2025 stelt het rijk jaarlijks €10,7 miljoen beschikbaar (2025–2027) als tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang en buitenschoolse opvang voor pleegkinderen. De tegemoetkoming geldt voor alle pleegouders ook in het vrijwillig kader, en vergoedt (deels) de eigen bijdrage na kinderopvangtoeslag. In 2025 verloopt de uitkering via gemeenten: het bedrag is in de decembercirculaire 2025 toegevoegd aan het Gemeentefonds via de Algemene Uitkering. Ten tijde van de uitkering aan gemeenten hebben de VNG, Jeugdzorg Nederland en de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen een aantal algemene richtlijnen meegeven voor het omgaan met de middelen.

Uit een nadere uitvraag over de implementatie van de tegemoetkoming onder gemeenten, pleegzorgaanbieders en pleegouders blijkt dat er per april 2026 nog veel onduidelijkheid bestaat over de uitvoering hiervan. Daarom hebben de VNG en Jeugdzorg Nederland, op basis van de meest prangende vragen vanuit hun achterban, nadere handvatten opgesteld om er op een pragmatische wijze voor te zorgen dat betreffende pleegouders een beroep kunnen doen op de beschikbaar gestelde tegemoetkoming. Deze zullen hieronder per thema worden toegelicht. 

NB: Dit betreft nadere handvatten voor uitkering van de middelen voor gemeenten en voor pleegzorgaanbieders. Informatie voor pleegouders is te vinden op de website van de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen.

Daarbij geldt nog steeds dat de context voor het uitvoeren van deze tegemoetkoming niet optimaal is. Zo was er relatief laat duidelijkheid over de uitkering via het gemeentefonds. Ook zijn de keuze voor een tegemoetkoming in combinatie met de looptijd en omvang hiervan factoren die een gestroomlijnde uitvoering bemoeilijken. Deze context zal ook terugkomen in het geboden handelingsperspectief.

 

II Handvatten en informatie voor uitvoering

III Vooruitblik

Uit de resultaten van de respectievelijke uitvragen bij gemeenten en pleegzorgaanbieders, alsmede het onderzoek naar ervaringen met deze regeling bij pleegouders, blijkt dat de regeling veel onduidelijkheid en uitvoeringsvraagstukken met zich meebrengt die niet in verhouding staan tot de relatief geringe omvang en beperkte looptijd van de beschikbare middelen. VNG, de NvP en Jeugdzorg Nederland doen dan ook een dringend appèl op het rijk om de tegemoetkoming van de kosten van kinderopvang bij pleegouders na 2027 structureel te borgen in het kinderopvangstelsel dan wel op een andere wijze te komen tot een landelijke uniforme uitvoeringsregeling.