Nummer 8, 19 mei 2017

Auteur: Leo Mudde

Bijna tweeënhalf jaar na de overdracht van de (jeugd)zorg aan gemeenten worstelen die nog altijd met de privacy van hun inwoners. Hoever je mag gaan in het delen van persoonsgegevens met je ketenpartners is een vraag die in Veiligheidshuizen nog altijd speelt. De mist begint nu op te trekken.

‘Wij weten alles van u’, kopte De Groene Amsterdammer eerder deze maand. Gemeenten zouden privacygevoelige gegevens van hun inwoners gebruiken om te bepalen wie wel en wie niet in aanmerking komt voor zorg. Op zich was dat geen nieuws, ook VNG Magazine schreef al een paar keer over de worsteling van gemeenten en gemeenteambtenaren met persoonsgegevens. Sinds 2015 zijn zij verantwoordelijk voor de uitvoering van de zorg en de jeugdzorg en voeren de ‘regie’ in de gesprekken tussen de vele organisaties die betrokken zijn bij een hulpvraag. Dat ambtenaren weleens gegevens zien die niet voor hun ogen bestemd zijn, kwam en komt voor. 
Het was misschien te verwachten. Er was altijd al veel onduidelijkheid bij decentralisatie van de zorgtaken. Wethouder Jannie Visscher (SP) van Eindhoven, lid van de VNG-commissie Gezondheid en Welzijn, wil het nog wel even gezegd hebben: ‘Op de manier waarop het Rijk de taken naar de gemeenten heeft overgedragen, valt wel wat aan te merken. Dan heb ik het niet alleen over de bezuiniging waardoor we méér moesten doen met mínder geld, maar ook over het tekort aan informatie en sturing. Het had beter gekund, zowel wat betreft de persoonsgegevens en hoe daarmee om te gaan, als de regelgeving. Er was geen goede wettelijke basis voor het delen van gegevens, die is er nog altijd niet. De gemeenten werden zonder rugzak het bos ingestuurd.’

Procesbegeleider

En dus roeiden ze met de riemen die ze hadden, en maakte elke veiligheidsregio afzonderlijk afspraken met de ketenpartners, vastgelegd in convenanten die, erkent Visscher, nog niet overal op orde zijn. Dat heeft volgens haar ook te maken met de nieuwe werkwijze. Vóór 2015 hadden mensen met een complexe problematiek te maken met veel verschillende professionals, die allemaal vanuit de eigen discipline een van de problemen aanpakten. Dat is nu anders: de bedoeling is dat naar de integrale mens en zijn of haar omgeving wordt gekeken, zodat voor één holistische aanpak kan worden gekozen. Niet langer komen er vijf, zes hulpverleners over de vloer, maar zij overleggen nu met elkaar over wat in een specifieke situatie nodig is.
Al die disciplines zijn nu met elkaar in gesprek. In het wijkteam, of in het Veiligheidshuis, met de gemeente als procesbegeleider. Met de beste bedoelingen. Maar tussen droom en daad staan wetten in de weg, letterlijk. Alle partijen hebben te maken met hun eigen wet- en regelgeving. De politie heeft toegang tot andere gegevens dan jeugdhulp, of de kinderbescherming of de vrouwenopvang. ‘Dat maakt het delen van informatie lastig’, zegt Visscher.

Labyrint

Alle partners zochten tot nu toe tastend hun weg in het labyrint van regelgeving en wettelijke mogelijkheden, nauwlettend geobserveerd door de Autoriteit Persoonsgegevens die gemeenten al vaker op de vingers tikte omdat zij gegevens deelden die ze soms zelf niet eens mochten inzien. Die AP publiceerde vorige maand nog een onderzoek waaruit bleek dat gemeenten géén duidelijk beeld hebben van welke gegevens zij in het sociaal domein mogen verwerken, voor welke doelen zij dit mogen en op basis van welke grondslagen. Ook had geen van de 41 onderzochte gemeenten duidelijk bepaald wat de rol van toestemming daarbij kan of moet zijn.

Deze duidelijkheid draagt bij aan wederzijds begrip

Misschien speelt de kwestie wel het hevigst in het Veiligheidshuis, waar veel partijen uit het zorg- en veiligheidsdomein samenwerken om ingewikkelde zaken op het terrein van overlast, huiselijk geweld en criminaliteit op te pakken. Voor die 38 Veiligheidshuizen is er nu een ‘juridisch handvat’ voor de gegevensuitwisseling. Het handvat, waaraan twee jaar is gewerkt, brengt de relevante wet- en regelgeving van de partijen die meedoen in de Veiligheidshuizen in kaart. Doel: een ‘eenduidige uitleg’ van de kaders waarbinnen professionals binnen het samenwerkingsverband kunnen opereren.
Hoewel geprobeerd is het overzicht zo eenvoudig mogelijk te houden, zal het in de praktijk toch soms inspanning vergen om de regels goed toe te passen, zeggen de schrijvers van het handvat zelf. ‘De wetgeving biedt namelijk lang niet altijd direct een zwart-witantwoord op een concrete vraag of in een bepaalde situatie gegevens mogen worden uitgewisseld. Er moet vaak een belangenafweging plaatsvinden.’

Behoefte

De Veiligheidshuizen hebben met smart op deze handleiding gewacht, weet wethouder Visscher. ‘Ze hebben er twee jaar op gewacht en het is nu al heel vaak gedownload. Het onderwerp speelt ook bij gemeenten. We zitten nu in het derde jaar na de decentralisatie en je merkt dat het eindplaatje er nog niet is. De oude instrumenten passen niet meer in de nieuwe werkwijze, daar moeten we echt nog stappen in zetten. De professionals komen uit verschillende werelden, spreken verschillende talen. Ze moeten nu samenwerken om de integrale mens of gezin te zien en daarvoor moet je informatie kunnen delen. Het helpt echt dat voor alle betrokkenen nu op papier staat, wie met welke regelgeving op het gebied van privacy heeft te maken. Die duidelijkheid draagt ook bij aan wederzijds begrip.’
Met nadruk: ‘Uitgangspunt moet zijn, dat alleen de gegevens worden gedeeld die strikt noodzakelijk zijn voor het probleem dat aan de orde is.’

Nederland hecht aan bescherming van de privacy. Tegelijkertijd is de wethouder ‘verwonderd’ over het gemak waarmee mensen hun privégegevens via sociale media of mobiele telefoon prijsgeven. ‘Alles ligt op straat. Het is goed dat we als overheid, hoedster van de publieke zaak, de privacy willen beschermen. Maar we moeten er niet in doorslaan. Als een huisarts weet dat een kind wordt mishandeld maar dat niet deelt met andere partijen omdat zijn beroepsgeheim dat verbiedt, leidt dat tot onveilige situaties. Hier in Eindhoven zeggen we: de veiligheid van kinderen staat altijd bovenaan, die mag niet lijden onder de privacywetgeving. Dat is soms wel een moeilijke afweging, maar wel een die je samen met je partners moet maken.’
In het Veiligheidshuis lukt dat goed, is haar ervaring: ‘De gemeente als regievoerder werkt goed. Wij hebben met onze partners de afspraak gemaakt dat niet het belang van de professionals en hun organisaties, maar het belang van de mensen voor wie we werken de basis is van de samenwerking. Dáár moet het gesprek over gaan.’

Juridisch handvat


Het juridisch handvat voor Veiligheidshuizen Gegevensuitwisseling in het zorg- en veiligheidsdomein is een gezamenlijk product van politie, Openbaar Ministerie, GGZ Nederland, Leger des Heils, Jeugdzorg, Reclassering, Raad voor de Kinderbescherming, VNG en ministerie van Veiligheid en Justitie. Het document kan worden gedownload via de website veiligheidshuizen.nl
Op de Dag van Zorg en Veiligheid, 22 mei in 's-Hertogenbosch, staat een van de workshops in het teken van het handvat.

www.veiligheidshuizen.nl