In dit onderdeel leest u wat een transitiehoofdstuk is en hoe u dit tijdelijk inzet om gebiedsontwikkelingen mogelijk te maken. U ontdekt hoe deze aanpak helpt om flexibel te blijven en nieuwe ontwikkelingen stap voor stap in te passen.
Het omgevingsplan bevat standaard een aantal vooraf ingevulde onderdelen. Zoals:
- Hoofdstuk 1: gereserveerd voor de begripsbepalingen (artikel 1.1)
- Hoofdstuk 22: gevuld met de bruidsschat, bestaande uit algemene regels over bouwen, gebruik, milieu en andere activiteiten die gelden totdat de gemeente deze vervangt door eigen regels.
- Hoofdstuk 23: slotbepalingen
De overige hoofdstukken zijn door de gemeente vrij in te vullen. Ze bieden ruimte voor het verder opbouwen van het integrale omgevingsplan, waaronder het opnemen van een transitiehoofdstuk voor gebiedsontwikkelingen.
Hieronder bespreken we enkele aandachtspunten bij het werken met transitiehoofdstukken.
Bij het werken met transitiehoofdstukken is het belangrijk om te bepalen of u alle ontwikkelingen bundelt in één hoofdstuk of voor elke ontwikkeling een apart hoofdstuk gebruikt. In beide gevallen geldt: het toepassingsbereik van de regels moet altijd duidelijk zijn. De keuze is daarmee vooral een praktische of technische afweging.
Optie 1: Eén hoofdstuk met titels en afdelingen per gebiedsontwikkeling
Alle gebiedsontwikkelingen worden gebundeld in één hoofdstuk, bijvoorbeeld hoofdstuk 21. Binnen dat hoofdstuk wordt per ontwikkeling gewerkt met een eigen afdeling of titel.
Voorbeeldstructuur
- Hoofdstuk 1: Begripsbepalingen
- Hoofdstuk 3–20: Basisstructuur
- Hoofdstuk 21: Gebiedsontwikkelingen (transitiehoofdstuk)
- Afdeling 21.1: Gebiedsontwikkeling A
- Afdeling 21.2: Gebiedsontwikkeling B
- Afdeling 21.3: Gebiedsontwikkeling C
- Hoofdstuk 22: Bruidsschat
- Hoofdstuk 23: Slotbepalingen
In dit voorbeeld is hoofdstuk 21 gebruikt, maar u kunt ook een ander hoofdstuk kiezen.
Optie 2: Voor elke gebiedsontwikkeling een apart hoofdstuk
Elke gebiedsontwikkeling krijgt een eigen hoofdstuk in het omgevingsplan.
Voorbeeldstructuur
- Hoofdstuk 1: Begripsbepalingen
- Hoofdstuk 3–21: basisstructuur
- Hoofdstuk 22: Bruidsschat
- Hoofdstuk 23: Gebiedsontwikkeling A (transitiehoofdstuk)
- Hoofdstuk 24: Gebiedsontwikkeling B (transitiehoofdstuk)
- Hoofdstuk 25: Gebiedsontwikkeling C (transitiehoofdstuk)
- Hoofdstuk 26: Slotbepalingen
Optie 3: Voor elke gebiedsontwikkeling een aparte afdeling, maar ook een generiek stuk
Er is ook nog een derde optie. Bij meerdere gelijksoortige gebiedsontwikkelingen zien we vaak dat veel gelijksoortige regels nodig zijn. Denk aan regels over archeologie, erfgoed, beroep aan huis of woningsplitsing. U kunt de gelijksoortige regels in één afdeling binnen het transitiehoofdstuk plaatsen en de gebiedsspecifieke uitzonderingen in aparte afdelingen. Zie het voorbeeld hieronder.
NB: De volgende stap is om de algemene afdeling te integreren in uw integrale structuur. Dit bespreken we op de pagina over het werken in de integrale structuur.
Voorbeeldstructuur
- Hoofdstuk 1: Begripsbepalingen
- Hoofdstuk 3–20: Basisstructuur
- Hoofdstuk 21: Gebiedsontwikkelingen (transitiehoofdstuk)
- Afdeling 21.1: Gebiedsontwikkeling Algemeen
- Afdeling 21.2: Gebiedsontwikkeling A
- Afdeling 21.3: Gebiedsontwikkeling B
- Afdeling 21.4: Gebiedsontwikkeling C
- Hoofdstuk 22: Bruidsschat
- Hoofdstuk 23: Slotbepalingen
Inrichting hoofdstuk
U bent vrij in de manier waarop u de regels gaat structureren binnen het hoofdstuk of titel en afdeling. U kunt zoveel mogelijk aansluiten bij de structuur van een TAM-omgevingsplan of al werken volgens de structuur en systematiek van uw integrale omgevingsplan.
Wanneer u aan meerdere ontwikkelingen tegelijk werkt, is het verstandig om hoofdstukken of afdelingen alvast als ‘gereserveerd’ aan te maken in de plansoftware. Dit voorkomt verschuivingen in de nummering wanneer trajecten in een andere volgorde in besluitvorming komen.
Stel bijvoorbeeld dat er 3 ontwikkelingen zijn waarvoor u de regels wilt plaatsen in de hoofdstukken 23, 24 en 25. Er wordt in afzonderlijke trajecten gewerkt aan deze hoofdstukken. Zorg dan dat in het traject voor hoofdstuk 25 de hoofdstukken 23 en 24 zijn aangemaakt en op ‘gereserveerd’ gezet. Dit voorkomt dat de hoofdstuknummering gaat schuiven of dat u ongewenst regels in een bepaald hoofdstuk ‘overschrijft’ als bijvoorbeeld de wijziging in hoofdstuk 25 eerder in besluitvorming wordt gebracht dan de wijzigingen in hoofdstuk 23 en 24.
Ook wanneer u afzonderlijke afdelingen voor gebiedsontwikkelingen in één hoofdstuk gebruikt, kunt u afdelingen op gereserveerd zetten. Let er wel op dat de nummers van de artikelen in de latere afdelingen hernummerd worden wanneer artikelen in een eerdere gereserveerde afdeling worden geplaatst.
Het is belangrijk om een toepassingsbereikbepaling op te nemen die bepaalt dat de regels in het hoofdstuk, de titel of de afdeling alleen van toepassing zijn op de locatie van de gebiedsontwikkeling. Ontbreekt een toepassingsbereik? Dan kan de indruk ontstaan dat de regels een veel breder bereik hebben dan beoogd.
Voorbeeldtekst
De regels in dit hoofdstuk/titel/afdeling zijn van toepassing op locatie <PM>.
Naamgeving locatie
U kunt kiezen voor:
- Specifieke benaming
- Generieke benaming, die u ook kunt gebruiken voor eventuele andere gebiedsontwikkeling
Wij lichten dit verder toe bij Locaties en annoteren.
Juridisch en technisch is het voldoende om de locatie één keer te benoemen in de tekst. Maar let op: het is essentieel dat u alle artikelen en leden via annotaties koppelt aan de locatie van de gebiedsontwikkeling. Hierdoor verschijnen de regels in het Omgevingsloket ook alleen op die locatie. Doet u dit niet, dan geldt het hele ambtsgebied als locatie. De regels zijn dan ook te zien als u buiten de locatie van de gebiedsontwikkeling klikt.