Nummer 10, 16 juni 2017

Auteur: Paul van der Zwan

De gemeente Tilburg werkt met de GGD Hart voor Brabant samen aan een programma voor kwetsbare ouders. Voorlichting over anticonceptie vormt daarvan een belangrijk onderdeel. ‘Want ongewenste zwangerschappen zijn slecht voor de positie van de kwetsbare vrouw en zeker ook voor het kind, dat in feite vaak na de geboorte al in de jeugdzorg terechtkomt’, aldus wethouder Marcelle Hendrickx.

‘Het zijn mijn moeders en mijn kinderen.’ De betrokkenheid van de wethouder bij de doelgroep is groot. Groter dan in 2015, mede door de decentralisatie van taken op het gebied van jeugd en zorg naar de gemeenten. ‘Voorheen hoorden we natuurlijk via onder meer de GGD ook wel over schrijnende gevallen van kinderen die na de geboorte niet bij hun moeders konden blijven omdat die niet voor hen konden zorgen. Met de komst van de jeugdzorg naar gemeenten wist ik als wethouder jeugdzorg dat ik verantwoordelijk zou worden voor deze kwetsbare moeders en vooral hun kinderen.’
Langzamerhand kreeg de gemeente meer zicht op de problematiek van kwetsbare ouders en gezinnen. ‘Deze komt tot uiting in alle leefgebieden: gezondheid, inkomen, wonen. We merkten dat veel kinderen in de jeugdzorg uit gezinnen met deze problematiek komen. Eénoudergezinnen, moeders die licht verstandelijk beperkt zijn of verslaafd.’ Dat hulpverleners niet eerder met deze moeders over anticonceptie spraken, vindt de wethouder achteraf moeilijk voor te stellen. ‘We hebben erkend dat dit wezenlijk is. Voor de vrouwen maar vooral voor de kansen van deze kinderen. Dat moest dus anders aangepakt worden en daar is dit programma uit voortgekomen.’
Wat hielp, is dat het gemeentelijk instrumentarium om kwetsbare ouders hulp te bieden sinds 2015 veel uitgebreider is. ‘Voorheen speelde de gemeente bij deze doelgroep vooral een rol met financiële steun en hulp op het gebied van werk en inkomen. En we moesten natuurlijk toezien op de naleving van de leerplicht. Nu we als gemeente over het hele sociale domein gaan, kunnen we deze gezinnen samen met onze partners daadwerkelijk helpen.’

Precair onderwerp

In de praktijk blijkt dat het voor hulpverleners moeilijk is om met bijvoorbeeld vrouwen met een licht verstandelijke beperking of een verslaving te praten over hun seksleven. ‘Het is een precair onderwerp om aan te snijden. Ik zie dat er enige handelingsverlegenheid is bij professionals. Dat bleek ook weer op een studiemiddag over het onderwerp die we eind maart met de GGD organiseerden. Seks, anticonceptie of een kinderwens ter sprake brengen, blijkt lastig. Toch is het van groot belang dat deze vrouwen weten dat een kind krijgen niet altijd goed is voor hen en zeker niet voor het kind. Samen met de GGD Hart voor Brabant werkt de gemeente er hard aan om tussen de oren van hulpverleners te krijgen dat dit soort gesprekken tot hun dagelijks werk behoort.’
De andere aanpak heeft naar het oordeel van Hendrickx ook een innovatieve kant. ‘Het biedt ons de kans om de verantwoordelijkheid die de gemeente bij de transities Wmo en jeugdzorg heeft gekregen op een geheel eigen manier in te vullen. Een manier die past bij onze stad. Die past bij het specifieke vraagstuk. Die past in onze aanpak waarbij het kind centraal staat. En dat is precies de reden waarom gemeenten verantwoordelijk zijn geworden voor jeugdzorg.’

Privéleven

Met gesprekken over kinderwens en anticonceptie komt het programma in het privéleven van mensen terecht. ‘Dat is precies de plek om dat gesprek te voeren. Wie kan dat gesprek beter voeren dan lokale professionals? Dat zijn immers de deskundigen die de leefwereld van deze inwoners het best kennen. Juist het directe contact is voor Tilburg een van de afwegingen geweest om de GGD actief te steunen.’
Hendrickx is ervan overtuigd dat de aanpak succesvol kan worden. Veel andere gemeenten volgen de aanpak met belangstelling, weet de wethouder. ‘Ik zat in de koplopergroep van wethouders voor de aanpak van kindermishandeling en seksueel misbruik. Een aantal gemeenten dat daarin was vertegenwoordigd, gaat de aanpak overnemen.’

 

‘Maatwerk dat helpt’

‘Het is in feite een morele plicht om het programma ter voorkoming van ongewenste zwangerschappen bij kwetsbaren over Nederland uit te rollen.’ Aan stelligheid geen gebrek bij initiatiefnemer Connie Rijlaarsdam, verpleegkundig specialist bij de GGD Hart voor Brabant. ‘We bieden maatwerk en het werkt.’

Met een voorbeeld uit de praktijk schetst Rijlaarsdam tegelijkertijd het probleem én de oplossing. Een jonge verslaafde vrouw met twee uit huis geplaatste kinderen, ook verslaafd geboren, wilde geen derde kind. ‘Ze had echter geen vertrouwen meer in de hulpverlening, vanwege eerdere uithuisplaatsingen van kinderen. Na enkele gesprekken met de GGD ging ze om. Nu krijgt ze anticonceptie en vraagt ze zich af waarom dat niet eerder is gebeurd. Voorheen werd niet gedaan aan hulpverlening maar aan leedtoevoeging.’

Ongewenst zwanger

Ook de eerste twee kinderen had de vrouw in haar situatie niet gewild. Zo zijn er veel meer kwetsbare ouders die ongewenst zwanger raken, weet Rijlaarsdam, die de problemen op de ‘werkvloer’ zag. Zo was zij betrokken bij sociaal-medische spreekuren voor dak- en thuislozen en bij het Zorg- en Veiligheidshuis Tilburg. ‘Over kinderwens en anticonceptie werd niet gesproken. Het komt te vaak voor dat kinderen van hulpbehoevende moeders uit huis geplaatst moeten worden. De verantwoordelijkheid voor het krijgen van een kind ligt bij de persoon zelf, maar soms overvraag je haar daarmee.’

Problemen

Waarom komen vrouwen niet tot anticonceptie als zij eigenlijk geen kind willen? Rijlaarsdam noemt verschillende redenen, het gaat vaak om een opeenstapeling van problemen. Bijvoorbeeld financiële. ‘Een vrouw die illegaal in Nederland is, kan geen ziektekostenver-
zekering afsluiten en krijgt de kosten voor de pil of een spiraaltje niet vergoed.’ Ook de kennis over anticonceptiemiddelen en het gebruik ervan schiet nogal eens tekort. ‘Het komt voor dat kwetsbare vrouwen alleen de pil slikken als ze seks hebben. Ik ken ook een stel waarbij de man de pil slikte; de vrouw raakte tegen hun zin zwanger.’ Rijlaarsdam benadrukt eveneens dat het meest geschikte anticonceptiemiddel ook afhangt van de persoon. ‘De pil moet je natuurlijk niet voorschrijven aan een dakloze, schizofrene vrouw. Je kunt er de klok op gelijkzetten dat zij die pil niet regelmatig en op tijd zal slikken.’

Weinig kennis

Als kwetsbare vrouwen te weinig weten en begrijpen over anticonceptie, kunnen zij daar ook geen verantwoordelijkheid voor nemen. ‘Dat is dan ook aan hulpverleners, maar zij realiseren zich dat vaak onvoldoende. Daarnaast hebben zij vaak te weinig kennis van de materie, zien zij het niet als hun verantwoordelijkheid en is er niet genoeg geld voor financiering van die anticonceptie.’ Hulpverleners moeten daarnaast enig zicht hebben op de motieven van deze vrouwen om wel een kind te willen. ‘Willen ze vooral iets voor zichzelf of willen ze juist een kind om hun partner aan zich te binden? Of willen ze, als zij eenmaal zwanger zijn, geen abortus laten plegen?’ Het zijn vragen die hulpverleners zouden moeten stellen. ‘En in aansluiting daarop zouden zij anticonceptie aan de orde moeten stellen. Dat is niet makkelijk, maar het is van groot belang.’
Rijlaarsdam liep zo’n vier jaar geleden echt tegen het probleem aan. ‘Ik heb bij allerlei partners in de zorg, waaronder gynaecologen en opvanghuizen, gevraagd wat zij vonden van het idee om deze kwetsbare vrouwen proactief te benaderen. Zij vonden het een goed plan.’

Na verloop van tijd ben je een professionele vriendin

Ook de GGD Hart voor Brabant en de gemeente Tilburg steunden het plan. Rijlaarsdam begon in 2014 met de uitvoering ervan. Ze zou dertig kwetsbare vrouwen bezoeken, die waren aangemeld door onder meer huisartsen, gynaecologen en de ggz. ‘De vrouwen wisten van tevoren dat ik langskwam; ik heb de vrouwen gemiddeld vijf uur gesproken, verdeeld over verschillende sessies.’ Het gaat om maatwerk leveren, de tijd nemen en afstemmen op hen. Het bleef niet bij praten alleen. Rijlaarsdam gaf praktische steun, bijvoorbeeld door een afspraak te maken met de huisarts voor het plaatsen van een spiraaltje. Niet zelden zorgde ze ook voor de financiering. ‘Dat geld kwam van de GGD en van de gemeente, onder meer uit hun gelden voor innovatie.’
Het initiatief van Rijlaarsdam slaat aan. ‘Het komt zelden voor dat vrouwen geen gesprek willen. Soms kost het iets meer tijd; één vrouw was zo afhoudend dat ik anderhalf jaar bezig ben geweest om haar vertrouwen te winnen. Maar uiteindelijk lukte het.’ Vertrouwen winnen, is cruciaal. ‘Je komt namelijk in iemands eigen omgeving. Maar als je daarin slaagt, ben je na verloop van tijd een “professionele vriendin”. Eén die ook nog eens veel kennis opdoet, waardoor het steeds beter loopt.’

Cijfers

De cijfers liegen er niet om. Rijlaarsdam heeft in Tilburg inmiddels zo’n tweehonderd vrouwen gesproken en ook vijf mannen. ’82 procent van de vrouwen ging over tot passende, meestal langdurige anticonceptie. Dan gaat het om een spiraaltje, de prikpil of implanon, een anticonceptiestaafje dat aan de binnenzijde van de bovenarm wordt ingebracht.’ Het initiatief loopt sinds een halfjaar ook in Rotterdam. ‘Daar zijn 85 vrouwen bezocht en ligt het slagingspercentage op 79 procent.’
Voorkomen van ongewenste zwangerschap bespaart veel leed bij ouders en bij kinderen. ‘Dat is uiteraard het belangrijkst.’ Daarnaast scheelt het ook in maatschappelijke kosten. ‘Een uithuisplaatsing van een kind dat moet worden opgevoed binnen de jeugdzorg kost al gauw tonnen.’