De regeling Tijdelijke Ondersteuning voor Noodzakelijke Kosten (TONK) gaat met terugwerkende kracht gelden van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021. Het kabinet stelt hiervoor € 130 miljoen beschikbaar. De Tweede Kamer heeft op 2 februari een motie aangenomen dat er wordt gemonitord of deze vrijgemaakte middelen voldoende zijn om de TONK ruimhartig uit te voeren en wanneer dit niet voldoende is meer middelen ter beschikking te stellen.

De VNG, Divosa en diverse gemeenten zijn sinds december 2020 intensief met het ministerie van SZW in gesprek over de invulling van deze regeling. Ook is een handreiking ontwikkeld voor gemeenten ter ondersteuning van de lokale implementatie. 

Voor wie is de TONK

De TONK is bedoeld voor huishoudens die door de huidige omstandigheden te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen, en die daardoor noodzakelijke kosten niet meer kunnen voldoen en waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden. 

Dat geldt bijvoorbeeld voor werknemers die hun baan verliezen en geen recht (meer) hebben op een uitkering, of voor zelfstandigen die vanwege de coronamaatregelen hun opdrachten zien verdwijnen maar geen aanspraak op de Tozo kunnen maken. Maar ook burgers die al in 2020 ingestroomd zijn in een uitkering (WW, bijstand of Tozo) vanwege de coronacrisis, maar voor wie de hoogte van de uitkering onvoldoende is om de vaste lasten te betalen, komen in aanmerking voor de TONK. De TONK kan dan voorzien in (gedeeltelijke) tegemoetkoming voor noodzakelijke kosten.

Contouren 

Uitgangspunt bij de invulling van de TONK is dat de uitvoering bij gemeenten zo min mogelijk belast wordt. Gemeenten voeren aanvullend op het reguliere beleid immers ook al de Tozo uit en de beschikbare uitvoeringscapaciteit kan niet eenvoudig verder worden uitgebreid.

De onderstaande contouren zijn nu uitgewerkt en worden verwerkt in de handreiking. Omdat TONK binnen het juridisch kader van de bijzondere bijstand wordt uitgevoerd, kunnen gemeenten ook eigen keuzes maken. Ook nu hebben gemeenten al instrumentarium om te voorkomen dat er schrijnende situaties ontstaan en is er ondersteuning mogelijk als iemand onder het sociaal minimum komt. Met de TONK worden deze mogelijkheden tot ondersteuning verruimd.

  • De focus ligt op woonkosten. Dat is meestal veruit de grootste kostenpost in een huishouden. Een tegemoetkoming maakt dus al gauw veel verschil. Dat wil overigens niet zeggen dat vergoeding voor andere noodzakelijke kosten niet mogelijk is.
  • Bij aanvragen wordt gekeken of sprake is van onvoorziene en onvermijdelijke terugval in het inkomen en naar draagkracht, die de verhouding betreft tussen het inkomen en vermogen van het huishouden en de noodzakelijke kosten. Wat betreft inkomen is het actuele inkomen het uitgangspunt. Wat betreft vermogen wordt alleen gekeken naar vermogen waarover direct kan worden beschikt . Vermogen dat vast zit in de eigen woning en pensioenen wordt bijvoorbeeld buiten beschouwing gelaten. Over een vrijstellingsgrens wordt nog gesproken.
  • De middelen voor TONK (€ 130 miljoen) worden in 2 tranches via het gemeentefonds beschikbaar gesteld. Dit budget is inclusief de kosten voor uitvoering. Verantwoording over de middelen vindt lokaal plaats. Aan het einde van het eerste kwartaal van 2021 zal op basis van de dan geldende coronasituatie de inzet voor het tweede kwartaal van 2021 worden gewogen.
  • Rijk en gemeenten monitoren door regelmatig overleg en via gegevens vanuit het CBS en de Divosa-benchmark hoe de implementatie en de uitvoering verloopt om knelpunten te detecteren en zo mogelijk bij te sturen.

Implementatie door gemeenten

Voor de implementatie moeten nog verschillende stappen genomen worden. Allereerst moet er op basis van de geschetste kaders en de handreiking, afhankelijk van de binnen gemeenten geldende regels, een collegebesluit komen waarin de lokale beleidsregels worden aangepast.

Vervolgens moet de ICT-ondersteuning (aanvraagformulieren, rekenmodules etcetera) worden aangepast en medewerkers worden voorbereid. Dit alles kost nog enige tijd en de complexiteit en de doorlooptijd verschilt tussen gemeenten. Niet alle gemeenten zullen dan ook gelijktijdig kunnen starten.

De verwachting is dat vanaf 1 maart 2021 steeds meer gemeenten hun TONK-loketten zullen kunnen openen. 

Meer informatie