Laatst bijgewerkt: 13 november 2025

Gemeenten hebben per 1 januari 2026 de bevoegdheid om de bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen voor maximaal 3 maanden, als individuele omstandigheden daarom vragen.

Hoofdlijnen

  • Treedt in werking per: 1-1-2026 (fase 1)
  • Was: In principe geen terugwerkende kracht bij aanvragen
  • Wordt: Mogelijkheid tot terugwerkende kracht bij aanvragen onder bepaalde voorwaarden.
  • Wetsartikel: Artikel 44, lid 5, Participatiewet
  • Verplichte wijziging: Nee het is een kan-bepaling
  • Beleids- en uitvoeringsimpact: Beperkt
    • Lokaal beleid ontwikkelen voor het bepalen van de criteria en de termijn waarop terugwerkende kracht van toepassing is
    • Handreikingen, lokale werkinstructies, kennis­sessies.
    • Communicatie-uitingen: TWK-beleid uitleggen i.c.m. andere wijzigingen
  • Lokale verordening: Nee
  • Lokaal beleid: Ja (op basis van modelbeleid)
  • Fiscale impact: Ja
    • Bij ingang 1-1-2026 is terugwerking naar 1-10-2025 mogelijk
    • Bij jaarovergang altijd fiscale impact
    • Loon-in/loon-over in Polis vs. Bijstand
  • Impact op toeslagen: Situationeel, beperkt
  • ICT-impact: beperkt
    • Alle systemen kunnen al TWK aan, ook bij jaarovergang 1-1-2026.
    • Eventueel aanpassing van de eigen (digitale) aanvraagformulieren, website en communicatie-uitingen
  • Bestandsonderzoek en selectie lopende gevallen nodig: Nee
  • Nieuwe beschikking nodig: Nee, alleen bij nieuwe aanvraag

Waarom is deze wijziging onderdeel van de Participatiewet in Balans? 

De huidige regeling werkt vanuit het principe dat de meldingsdatum gelijk is aan de ingangs­datum. Het uitkeringsrecht kan in principe niet eerder ingaan dan de datum van eerste melding. Gemeenten hebben aangegeven dat zij de huidige wettelijke regeling als te strikt ervaren. Zij wijzen erop dat de huidige regeling in sommige situaties zijn doel voorbijschiet. Bijstandsgerechtigden blijven achter met aanzienlijke schulden of worden in feite gestraft voor het feit dat zij hun bijstandsaanvraag hebben uitgesteld, bijvoorbeeld omdat zij de hoop hadden met hun huidige dienst­verband toch voldoende inkomsten te verwerven.

Door gemeenten de bevoegdheid en beoordelingsvrijheid te geven om in situaties die daarom vragen de bijstand eerder dan meldingsdatum toe te kennen, kan bestaansonzekerheid worden weggenomen en worden voorkomen dat mensen onnodig in de schulden terecht komen. 

Ook zijn er signalen dat zorgen over inkomen een snelle doorstroom naar werk verhindert. Door deze zorg weg te nemen wordt werken extra gestimuleerd.

Op grond van jurisprudentie kon de gemeente met terugwerkende kracht bijstand toekennen vanwege ‘bijzondere omstandigheden’. Het criterium in de wet wordt iets breder, namelijk ‘individuele omstandigheden’. In het geval van ‘bijzondere omstandigheden’ blijft het mogelijk om van de wettelijke termijn van maximaal 3 maanden terugwerkende kracht af te wijken.

Wat betekent dit voor gemeenten?

Deze wijziging heeft weinig impact op gemeenten. Zij maakt het toepassen van bijstand met terugwerkende kracht eenvoudiger en geeft de uitvoering meer handelingsruimte met minder uitvoeringslast. Afwijken van de wet vraagt immers een uitgebreide individuele motivatie en dat kost veel tijd. 

  • Deze wijziging vraagt mogelijk een aanpassing van de (digitale) formulieren voor de aanvraag van bijstand.
  • Met de versoepeling van de wet op dit onderdeel is de verwachting dat het toekennen van bijstand met terugwerkende kracht meer zal worden toegepast. Dat zal dus structureel meer uitkeringsgelden vragen. Hierin is voorzien door een ophoging binnen het BUIG-budget.