VNG Magazine nummer 18, 23 november 2018 

Auteur: Rineke van Houten 

De Sociale Verzekeringsbank wil meer beweging bewerkstellingen van zijn werknemers, ook naar andere sectoren. In het sociaal domein zijn gemeenten een naaste buur en heel geschikt als stageplaats. Bevalt dat? 

‘Is dit echt?’ vroeg Margot Eschbach (51) zich af toen ze weer buiten stond na het sollicitatiegesprek bij de gemeente Twenterand. Tot haar grote vreugde had ze uitzicht op een stageplaats op de afdeling Wmo. Precies wat ze wilde en een buitenkans om te onderzoeken of ze haar baan als medewerker dienstverlening bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) wilde verruilen voor de functie van Wmo-consulent.  

Margot Eschbach (rechts) loopt stage bij de gemeente Twenterand (Foto: Eric Brinkhorst)

Meer dan dertig jaar had ze bij de SVB klanten te woord gestaan over zo’n beetje alle wetten, vragen beantwoord over inkomen en scheiding, over samenwonen en aanvullende inkomensvoorziening voor ouderen. Maar door digitalisering en automatisering is het persoonlijk contact met klanten de afgelopen jaren steeds minder geworden. Eschbach: ‘Ik zat op den duur vooral achter de computer en de telefoon. Ik hoefde niet eens meer naar de printer te lopen.’ 
Een loopbaanadviseur bij de SVB begeleidde haar bij het zoeken naar een functie die haar wél zou uitdagen. Zo meldde ze zich uiteindelijk aan voor een incompany-opleiding tot Wmo-consulent en ging ze op zoek naar een werkervaringsplek in de buurt van haar woonplaats Lemelerveld. Sinds begin september draait ze vier dagen in de week mee in het Wmo-team van Twenterand en reist ze op donderdag naar Utrecht voor de opleiding, samen met dertien andere SVB’ers. Ze mocht vrijwel meteen mee met huisbezoeken, die ze inmiddels ook alleen aflegt. Op de vraag hoe het bevalt, aarzelt ze geen seconde. ‘Uitstekend! Het werk is afwisselend en ik ben vaak op pad. Aanvankelijk had ik wat moeite met de doelgroep, kwetsbare burgers, narigheid en ziekte, daar moest ik aan wennen. Maar nu zie ik ook wat ik voor hen kan betekenen.’ 

Kleine stappen 
Eschbach (mbo+-niveau met daarnaast een vakdiploma sociale zekerheid) is een van de werknemers van de SVB die hun functie de afgelopen jaren zagen veranderen als gevolg van digitalisering, automatisering en data-analyse. Vooral op mbo-niveau zijn minder medewerkers nodig en worden andere eisen gesteld aan competenties. Voorheen was het SVB-beleid eerst vast te stellen wie boventallig was en deze medewerkers vervolgens van werk naar werk te begeleiden. Didi Rokosch, manager loopbaanadvies: ‘Bij de SVB streven we ernaar dat alle werknemers een functie uitoefenen die bij hen past. Niemand is erbij gebaat werk te doen dat je niet ligt. Waar krijg je wél energie van?’ Daarom spoort de SVB, met vierduizend medewerkers verspreid over twaalf vestigingen, sinds twee jaar medewerkers aan te onderzoeken waar hun talenten liggen en in welke functie ze die kunnen benutten. Ook buiten de organisatie, in andere sectoren. 

Stagiairs met werkervaring maken zich de materie sneller eigen

Alle medewerkers werd in een poll gevraagd waar hun interesse lag. Toegesneden op ontwikkelingen op de arbeidsmarkt kreeg, wie wilde, het aanbod een door SVB georganiseerde opleiding te volgen in een kansrijk beroep, zoals ICT-medewerker, softwaretester, inkomensconsulent en Wmo-consulent. Het vergde tijd en kleine stappen om werknemers enthousiast te krijgen. Rokosch: ‘Veel collega’s werken hier hun hele leven al. Ze hebben het naar hun zin en blijven het liefst in hun vertrouwde omgeving. Ze begrijpen dat het werk in de toekomst gaat veranderen, maar nu is er nog genoeg te doen. Dat maakt een goed gesprek over het zoeken naar een passende functie lastig.’ Ze noemt de eerste ervaringen ‘heel bemoedigend’. ‘Mensen zijn enthousiast, vooral door de stage als onderdeel van de opleiding. Vanaf het begin brengen ze de theorie in praktijk. Dat is de ervaring waardoor ze verleid worden te onderzoeken of een baan bij bijvoorbeeld een gemeente iets voor ze is.’ 

In beweging
In het Wmo-klasje van SVB’er Eschbach zit ook Evert van Wonderen (50), wiens functie ‘casemanager internationale detachering’ bij de SVB door digitalisering steeds minder inhoud kreeg. ‘Op het laatst was het enige dat ik nog deed een verklaring afgeven voor mensen die in het buitenland gaan werken’, vertelt hij in de ontvangsthal van een van de kantoren van de gemeente Haarlem. ‘Ik dacht: wil ik dit nog achttien jaar doen? Blijf ik zitten of kom ik in beweging? Toen het mobiliteitsprogramma van de SVB wat concreter werd, besloot ik om me heen te gaan kijken. Ik had geen zin om nog veel jaren hetzelfde kunstje te blijven doen.’ Van Wonderen kreeg begeleiding van een teamcoach en loopbaanadviseur, volgde cursussen over het gebruik van LinkedIn en solliciteren. Hij wist vanaf het begin dat hij in het sociaal domein wilde blijven werken. ‘Ik wil de mensen helpen en een oplossing bieden waar mogelijk in de zin van de wet. De Wmo leek me een mooie optie.’ Op een presentatie van Noord-Hollandse overheden tijdens de Week van de Mobiliteit regelde hij dat hij een dag mee kon lopen met een Wmo-consulent, wat uitmondde in een stage van zes maanden. ‘Een warm bad’, zo omschrijft hij zijn nieuwe werkomgeving. ‘Collega’s zijn hartelijk, belangstellend en behulpzaam. En inhoudelijk is het echt iets voor mij. En omdat ik werkervaring heb, wordt mij ook weleens gevraagd een frisse blik te werpen, op de website bijvoorbeeld. Een leuke kruisbestuiving.’ 

Evert van Wonderen is stagiair bij de gemeente Haarlem. ‘Inhoudelijk is het echt iets voor mij.’ (Foto: Paul Vreeker/United Photos)


Ruimer inzetbaar
Van Wonderen heeft mbo+-niveau, voor een Wmo-consulent in Haarlem op voorhand geen probleem, zegt Erica Salimans, senior HRM-adviseur. ‘Hij kan er langzaam in groeien. Het voordeel van stagiairs met werkervaring is dat ze zich de materie sneller eigen maken, zeker als ze van een andere overheidsorganisatie komen. Dat betekent ook dat minder begeleiding nodig is.’

Ik druk mensen op het hart: ga je scholen

Of intersectorale mobiliteit à la SVB ook iets zou zijn voor de gemeente Haarlem? Dat digitalisering en automatisering de lager geschoolde medewerkers overbodig maken, is in Haarlem nog niet aan de orde, zegt Salimans. ‘De traditionele DIV-functie verandert weliswaar, maar blijft kansrijk voor mbo’ers.’ Toch wil ook Haarlem toe naar wat ze noemt een flexibele netwerkorganisatie. Salimans: ‘We vragen medewerkers zich ook te verdiepen in aanpalende vakgebieden, zodat ze ruimer inzetbaar zijn.’ Medewerkers met ambitie op dat vlak kunnen zich melden bij een intern opleidingsbureau. De mobiliteit zal in eerste instantie intern zijn, maar de samenwerking met partners buiten de deur groeit. Reisafstand en arbeidsvoorwaarden spelen een grote rol in de keuzes die mensen voor hun werk maken, merkt Salimans op. ‘Veel mensen willen graag dicht bij hun woonplaats werken en soms wordt een functie bij een andere gemeente anders gewaardeerd. Het verschil in arbeidsvoorwaarden, ook tussen gemeenten, maakt mobiliteit lastig.’  
De gemeente Twenterand vindt het belangrijk stagiairs kansen te bieden. ‘De vraag naar Wmo-consulenten groeit en het aanbod is schaars’, zegt Maarten Hebels, afdelingshoofd Samenleving. Stagiaires zoals Eschbach zijn daarom meer dan welkom. De begeleiding kost tijd en nee, ze zijn er niet voor opgeleid, maar gemotiveerde stagiairs zijn snel ingewerkt, is zijn ervaring. ‘Wij zetten de deur wijd open. Als deze mensen de stap hebben gezet, krijgen ze energie, dat heeft een positief effect in een team.’ 
Intersectorale mobiliteit zou naar de mening van Hebels zeker iets zijn voor Twenterand. ‘Flexibeler en mobieler worden is een wens, nog geen praktijk. En breder in de overheidssector, waarom niet? Ook voor ons geldt dat sommige functies worden overgenomen door automatisering. Helaas zijn ook jonge mensen vaak vastgebakken aan hun eigen bureau en collega’s. Ik druk mensen op het hart: ga je scholen.’ Over stagiaire Eschbach zijn er niets dan lovende woorden. ‘Ze is enthousiast en flexibel. Ik ben er blij mee.’