Laatst bijgewerkt: 2 februari 2026

Een Sustainable Urban Mobility Plan (SUMP) is een integraal beleidsplan voor duurzame stedelijke mobiliteit. Vanuit een Europese verordening moeten 26 zogenoemde stedelijke knooppunten in Nederland uiterlijk eind 2027 zo’n plan hebben opgesteld.

Bekijk de lijst met stedelijke knooppunten (Nederland vanaf pagina 27)

Oorsprong in de TEN-T verordening

De Sustainable Urban Mobility Plans vloeien voort uit de in 2024 vastgestelde Trans-European Transport Network (TEN-T) verordening. Deze Europese verordening heeft als doel een efficiënt, duurzaam en toekomstbestendig mobiliteitsnetwerk binnen de EU. Daarbij zijn niet alleen de internationale verbindingen over weg, spoor en water belangrijk, maar ook de stedelijke knooppunten (urban nodes). Dat zijn stedelijke gebieden langs de Europese hoofdvervoerscorridors die deze weg-, spoor- en waternetwerken verbinden met de regio’s.

Integraal beleidsplan voor duurzame stedelijke mobiliteit

De TEN-T verordening verplicht lidstaten en stedelijke knooppunten om een SUMP op te stellen volgens de Europese richtlijnen. Dat is een integraal beleidsplan voor duurzame stedelijke mobiliteit, bedoeld om:

  • mobiliteit, leefbaarheid en klimaatdoelen beter te verbinden
  • de bereikbaarheid van stedelijke gebieden te verbeteren
  • schone, slimme en inclusieve vervoerssystemen te stimuleren

Nederlandse aanpak

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt samen met de VNG, IPO en de betrokken stedelijke regio’s aan een pilot om te bepalen hoe Nederland de SUMP-verplichting het beste kan invullen. De eerste ervaringen laten zien dat veel van de benodigde onderdelen al aanwezig zijn in bestaande gemeentelijke en regionale beleidsdocumenten, zoals de Regionale Mobiliteitsprogramma’s en de omgevingsvisies.

Tegelijkertijd blijkt uit juridische toetsing dat de SUMP’s formeel als zelfstandig document moeten worden vastgesteld om te voldoen aan de Europese verplichting. Een volledige integratie met andere beleidsdocumenten is dus niet toegestaan, al wordt wel gewerkt aan maximale inhoudelijke koppeling. 

Rol van gemeenten

Gemeenten die onderdeel zijn van een urban node, doen er verstandig aan nu al te verkennen hoe hun regionale mobiliteitsbeleid en omgevingsvisie aansluiten op de SUMP-verplichtingen. Duidelijke aangrijpingspunten daarvoor zijn de uitwerking van de regionale bereikbaarheidsanalyses en -profielen. Daarmee kunnen zij straks soepel voldoen aan de Europese eisen en bijdragen aan de nationale ambities rond duurzame en toegankelijke mobiliteit.

Ondersteuningsprogramma

Het rijk ontwikkelt momenteel een ondersteuningsprogramma voor de 26 stedelijke knooppunten. Dit programma omvat:

  • een Nederlandse richtlijn of standaardaanpak voor SUMP’s
  • kennis- en procesondersteuning
  • een volledigheidscheck en kwaliteitskader
  • een centraal aanspreekpunt voor vragen via CROW/KpVV

Financiering vanuit de Europese Commissie voor het opstellen van SUMP’s is vooralsnog onzeker, lidstaten zullen grotendeels zelf de uitvoeringslast moeten dragen.

Aanleveren kernindicatoren

Een andere verplichting uit de TEN-T verordening is dat lidstaten en stedelijke knooppunten gegevens over Urban Mobility Indicators (UMI’s) moeten aanleveren. Dat is een set Europese kernindicatoren op het gebied van duurzaamheid, veiligheid en toegankelijkheid waarmee de voortgang en prestaties van stedelijke mobiliteit worden gemeten. Op termijn is de bedoeling dat de UMI’s worden gebruikt om te meten of de beleidsinzet uit de SUMP tot de gewenste resultaten leidt.

Deze UMI’s omvatten onder meer:

  • CO₂-uitstoot van stedelijke mobiliteit
  • aandeel duurzame vervoermiddelen (lopen, fietsen, OV, deelmobiliteit)
  • verkeersveiligheid
  • luchtkwaliteit
  • toegankelijkheid van stedelijke gebieden

Het is nog niet zeker welke verplichtingen het rijk op zich neemt en welke gemeenten moeten uitvoeren. De exacte invulling en meetmethodiek van deze indicatoren worden nog op EU-niveau uitgewerkt. De Europese Commissie heeft aangegeven in 2026 met aanvullende richtsnoeren te komen. Tot dat moment bestaat er onzekerheid over de precieze data-eisen, rapportageformats en kwaliteitscriteria.

Proces richting december 2027

Het Europese einddoel is helder: alle 26 urban nodes moeten uiterlijk 31 december 2027 een vastgesteld SUMP hebben. Over het exacte proces van indiening, beoordeling en monitoring bestaat echter nog onduidelijkheid:

  • De Europese Commissie heeft nog geen procedure vastgesteld voor de goedkeuring of controle van de SUMP’s.
  • Ook is nog niet bepaald hoe de rapportage over UMI’s jaarlijks moet plaatsvinden en via welke kanalen.
  • Lidstaten hebben ruimte voor nationale invulling, maar moeten uiterlijk begin 2026 rapporteren hoe zij de verplichting zullen implementeren.

Voor Nederland betekent dit dat 2026 en 2027 volledig in het teken staan van:

  • landelijke richtlijn afronden
  • stedelijke regio’s ondersteunen bij het opstellen van hun SUMP’s
  • plannen in regionaal verband bestuurlijk vaststellen
  • eerste set UMI-data gereedmaken voor rapportage aan de Europese Commissie

Meer informatie