Nummer 11, 2016

Auteur: Paul van der Zwan

Werk is een van de factoren die vluchtelingen helpt bij de integratie in Nederland. Maar de participatie van statushouders op de arbeidsmarkt is laag. Wellicht dat daar verandering in komt. De meeste gemeenten maken namelijk plannen voor de arbeidsmarkttoeleiding van vluchtelingen, zo blijkt uit een enquête waarvan de resultaten deze week bekend zijn gemaakt.

Vluchtelingen, dus degenen met een verblijfsstatus, moeten zo snel mogelijk integreren in de samenleving. Daar hebben zowel zij als de maatschappij baat bij. Een huis is een eerste vereiste voor vluchtelingen. Het is voor gemeenten al moeilijk genoeg daaraan te voldoen.

Maar ook een baan is van essentieel belang voor de integratie. Vandaar dat volgens de enquête van het Kennisplatform Integratie & Samenleving ook veel gemeenten daarop inzetten. Aan de enquête deed de helft van de gemeenten mee, daaronder de vier grote gemeenten en bijna alle G32-gemeenten.

Hoe belangrijk werk is voor vluchtelingen blijkt uit de inspanningen die gemeenten verrichten. Bijna een vijfde van de gemeente heeft al aanvullend beleid. Daaronder Korendijk, dat een samenwerkingsverband kent op het gebied van werk en inkomen met vier andere gemeenten in de Hoeksche Waard. Wethouder Paul Boogaard (CDA): ‘Er loopt een pilot waarin we proberen om zestien laag opgeleide statushouders naar de arbeidsmarkt te leiden. Die mensen hebben geen netwerk, dus we moeten ze aan de hand meenemen.’ In de pilot is aandacht voor de taal een belangrijk aspect.

Paul Boogaard (CDA, wethouder Korendijk

 

‘Veel statushouders zijn niet gewend aan de geringe afstand tot leidinggevenden. Daar besteden we binnen de proef dus aandacht aan.’

Naast die taal zorgen ook normen en waarden op onze arbeidsmarkt vaak voor problemen. Boogaard: ‘Zo zijn veel statushouders niet gewend aan de geringe afstand tot leidinggevenden. Daar besteden we binnen de proef dus aandacht aan.’

Net als Korendijk kent de gemeente Zwartewaterland sinds ongeveer een halfjaar een pilot om vluchtelingen te helpen op weg naar werk. Wethouder Gerrit Knol (CU): ‘Het uiteindelijke doel is betaald werk voor de vijftien vluchtelingen die meedoen. Dat geeft structuur in het leven, ook in dat van vluchtelingen en zorgt ook voor onafhankelijkheid. Dat is voor iedereen van groot belang.’

Zwartewaterland koos bewust voor het werken met een groep vluchtelingen. ‘De mensen als groep benaderen heeft veel voordelen. Zo kunnen ze van elkaar leren, net als de bedrijven en instellingen waar ze terechtkomen. Dat is in eerste instantie als vrijwilliger of op een werkervaringsplaats.’ De pilot is bedoeld als opstapje. ‘Toch kunnen enkelen al doorstromen naar betaald werk, een hoopgevend resultaat dus.’

Scholing

Naast de gemeenten die al aanvullend beleid hebben voor arbeidsmarkttoeleiding van statushouders, ontwikkelt ruim de helft van de gemeenten dergelijk beleid, zo toont de enquête. Alblasserdam doet dat samen met andere gemeenten in de Drechtsteden. Wethouder Peter Verheij (SGP): ‘We hebben in de Drechtsteden zo’n duizend statushouders met een uitkering. Met de andere gemeenten pakken we de scholing op en willen we hen werkervaring laten opdoen.’

Peter Verheij (SGP), wethouder Alblasserdam

 

‘Er komt een speciale opleiding voor ouderen voor de begeleiding van statushouders. Dan slaan we twee vliegen in één klap.’

Dat komt erop neer dat de deelnemers twee dagen per week een participatieplek krijgen in een beschermde omgeving. ‘Op de andere dagen kunnen ze onderwijs krijgen, bijvoorbeeld via het roc en meelopen met vrijwilligers om te integreren in de lokale voorzieningen. Er komt een speciale opleiding voor ouderen voor de begeleiding van statushouders. Dan slaan we twee vliegen in één klap.’

Achtergrond

Om vluchtelingen te bemiddelen naar werk behoren gemeenten hun achtergrond te kennen. Bijna twee derde van de gemeenten vindt dat ze die achtergronden onvoldoende kennen. Bij een tussentijdse evaluatie in Zwartewaterland bleek dat bedrijven betere informatie nodig hebben over die achtergronden. Knol: ‘Het komt voor dat statushouders onder hun opleidingsniveau worden ingezet, met de kans dat ze vertrekken als ze iets beters kunnen krijgen. Bedrijven willen wat dat betreft natuurlijk zekerheid hebben, anders investeren ze voor niets in hen.’ Binnen de pilot, die de gemeente doet met Bouwhuis Re-integratiedienst en Vluchtelingenwerk Oost Nederland,  komt meer aandacht voor het informeren naar achtergronden.

Korendijk doet dat al. Boogaard: ‘Wij hebben het opleidingsniveau, werkervaring en wensen voor wat betreft het werk, in kaart gebracht. Die kennis delen we met werkgevers.’

Verheij (Alblasserdam) pleit er overigens voor om bij de verdeling van statushouders over Nederland rekening te houden met die achtergronden. ‘In de Drechtsteden is vooral werk in de industriële en maritieme sector. Het zou mooi zijn als vooral statushouders met werkervaring of passende capaciteiten in die sectoren hier gehuisvest zouden worden.’

Startmoment

Iedere gemeente bepaalt zelf het moment waarop zij start met arbeidsmarkttoeleiding. Ruim een derde doet dat blijkens de cijfers van het Kennisplatform Integratie & Samenleving na afronding van de inburgering. De meeste gemeenten beginnen dus al eerder, zo ook Korendijk en Alblasserdam. Zwartewaterland begint nu na de inburgering. ‘We willen daar eerder mee beginnen, want hoe langer mensen stil zitten, hoe moeilijker het wordt hen aan het werk te krijgen’, aldus Knol.

Gerrit Knol (CU), wethouder Zwartewaterland

 

‘Het komt voor dat statushouders onder hun opleidingsniveau worden ingezet, met de kans dat ze vertrekken als ze iets beters kunnen krijgen.’

Vrijwilligerswerk helpt statushouders vaak bij het vinden van werk. Vandaar dat het een veelgebruikt instrument is van gemeenten. Boogaard (Korendijk): ‘Vluchtelingen die nog in het azc in ’s-Gravendeel zaten, hebben bijvoorbeeld vrijwillig wilgen geknot voor de organisatie die het natuurbeheer in de Hoeksche Waard uitvoert. Het helpt hen bij het opbouwen van een netwerk.’

Meer dan genoeg werk

Onvoldoende werk in de regio is volgens de enquête een van de knelpunten bij de arbeidsbemiddeling door gemeenten. De drie gemeenten die VNG Magazine sprak, herkennen dat niet. Verheij, tevens coördinerend portefeuillehouder voor de Drechtsteden op het gebied van werk voor statushouders: ‘Er is meer dan genoeg werk. Maar de vaardigheden en opleiding van vluchtelingen moeten wel aansluiten bij de eisen. En vergeet daarbij ook de taal en de cultuur niet.’

Beleid kan natuurlijk zelden zonder geld. In hoeverre vormt dat een obstakel voor gemeenten om vluchtelingen naar werk te begeleiden? Volgens de helft van de gemeenten die aan de enquête deelnamen, zijn de financiële middelen ervoor ontoereikend. Verheij denkt daar anders over: ‘In het Bestuursakkoord verhoogde asielinstroom en het uitwerkingsakkoord dat het Rijk afsloot met gemeenten zijn daar afspraken over gemaakt. De inkt daarvan is net droog. Het overgrote deel van de gemeenten stemde in met de akkoorden. Ik ga er daarom van uit dat geld ook in de toekomst geen onoverkomelijk probleem zal zijn bij de arbeidsmarkttoeleiding van statushouders.’ t

De enquêteresultaten zijn te vinden op: www.kis.nl