VNG Magazine nummer 1, 25 januari 2019

Auteur: Leo Mudde | Beeld: Jiri Büller

Dat de helft van de mensen met een arbeidsbeperking nog altijd niet meedoet op de arbeidsmarkt, vindt staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) ‘moreel verwerpelijk’. Met een pakket maatregelen wil zij het voor werkgevers gemakkelijker maken om voor deze groep nieuwe banen in het leven te roepen. De hulp van gemeenten is daarvoor cruciaal, zegt ze.


Tamara van Ark (VVD) startte eind vorig jaar een ‘breed offensief’ om mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen. Het is een uitwerking van de banenafspraak tussen Rijk en sociale partners, gemaakt in april 2013, om 125.000 extra banen te creëren voor mensen met een arbeidsbeperking. De overheid neemt er daarvan 25.000 voor haar rekening.
Sinds de handtekeningen onder die afspraak zijn gezet, is al veel gebeurd. En geleerd, bijvoorbeeld dat de praktijk weerbarstig is. Het moet, vindt de staatssecretaris, voor zowel werkzoekenden als werkgevers eenvoudiger worden. Dat is geen overbodige luxe. De beleidsstukken die tot nu toe over dit thema zijn geschreven staan bol van jargon, regels en cijfers. Een woud waarin ook werkgevers die met de beste bedoelingen aan de slag willen, hopeloos verdwalen. En dan zijn er nog de 355 gemeenten die voor een deel zelf willen en mogen bepalen hoe ze dit allemaal invullen.
Van Ark, zelf wethouder geweest in Nieuwerkerk aan den IJssel en, na een gemeentelijke herindeling, Zuidplas, is optimistisch: ‘Het gaat op veel plekken al goed. Als we die dienstverlening maar richten op de werkgever, dan gaat het lukken nog meer mensen aan het werk te krijgen.’

Wat vraagt u van de gemeenten?
‘Het breed offensief stoelt op drie pijlers. De eerste is dat het makkelijker moet worden voor werkgevers om mensen te vinden. De tweede is dat werk ook echt moet lonen, dat gebeurt nu heel vaak nog niet. En werkzoekenden en werkgevers moeten elkaar kunnen vinden. In alle drie die pijlers hebben de gemeenten een onmisbare en cruciale rol, ik heb ze nodig. De vraag is: wat moet er anders en waar kunnen we elkaar beter vinden? En op een gegeven moment moeten we een knoop doorhakken: zó gaan we het doen.’

Moreel verwerpelijk

Het probleem waar Rijk en gemeenten samen voor staan, is duidelijk. ‘De helft van de mensen met een beperking is niet aan het werk’, zegt Van Ark. ‘Dat is economisch onverstandig, sociaal onwenselijk en moreel verwerpelijk. Ik heb sterk de overtuiging dat gemeenten ook de verantwoordelijkheid voelen om dat aan te pakken en dat ik samen met hen optrek. Daarom zijn zij voor het breed offensief een heel belangrijke partner, want uiteindelijk krijgen zij die mensen aan hun loket.’

U verwacht dus een grote inspanning van de wethouders…
‘Die zie ik al.’

… maar de werkgevers, moeten die ook nog iets gaan doen?
‘Zeker, banen creëren. Parallel aan de gesprekken met de gemeenten over de uitvoering, lopen de gesprekken met de werkgevers over hoe we die banenafspraak nou gaan vormgeven. Het vereist van werkgevers ook een andere manier van denken. Ik zie een voorhoede die daar actief mee bezig is, zelf de handschoen oppakt en daar ook andere ondernemers op aanspreekt.’

U introduceerde het project Simpel switchen in de Participatieketen. Het moet bijvoorbeeld mogelijk worden om terug te gaan naar een vorige regeling. Waarom is dit belangrijk?
‘Ik merkte dat mensen die meer konden gaan verdienen, dat toch niet deden. Die onzekerheid van “als ik nu een stap zet, dan valt achter mij de deur misschien wel op slot” is zo groot dat men ervoor kiest te blijven zitten in de vertrouwde regeling. Ik begrijp dat ook wel. Daar proberen we met Simpel switchen een oplossing voor te vinden, zodat je van de ene naar de andere regeling kunt gaan zonder dat die deur achter je dichtvalt. Dat moeten we dan wel mogelijk maken. Dus van dagbesteding naar beschut werk, van regulier werk weer terug naar beschut, al die knooppunten mogen geen obstakels meer zijn.’

De overheid moet nog een stap zetten

Nog even over de banenafspraak. Ineens werd, bijna achteloos, het onderscheid tussen markt en overheid geschrapt. Was dat omdat de overheid achterbleef bij het creëren van nieuwe banen en wilde u de boete niet aan uw eigen overheid opleggen als het quotum niet wordt gehaald?
‘Nee, sterker nog: dit was een motie van de Kamer. Ik wilde die motie uitvoeren onder één voorwaarde: dit mag niet betekenen dat de overheid minder inspanning doet. De overheid heeft een voorbeeldfunctie, het is gewoon je plicht. Er liep al heel lang een discussie over die banenafspraak maar de afrekenbaarheid en de sanctionering werden wel een groot administratief obstakel. Ook was er de kwestie: als je iemand inhuurt of inleent, dan creëer je wel een baan maar die telt dan niet mee voor jou maar voor die ander. Dat leidt af van de hoofddoelstelling. Het opheffen van de scheiding tussen markt en overheid stopt die discussie, maar laat onverlet dat we ervoor moeten blijven zorgen dat iedereen gewoon aan de lat blijft.’

De grote zorg van wethouders is, dat zij minder beleidsvrijheid krijgen. Gemeenten willen de ruimte krijgen om dingen te doen die hun goeddunkt. Kunt u ze geruststellen? 
‘Ik was zelf wethouder en ik ben hartstochtelijk voorstander van de decentralisaties en de beleidsvrijheid. Gemeenten kennen de mensen en daar liggen de oplossingen voor hun problemen. In gemeenten gebeuren veel mooie dingen, ik kom op plekken waarvan ik denk: wauw, dit is echt zoals het bedoeld is. 
‘Het breed offensief en de beleidsvrijheid zijn wat mij betreft twee verschillende discussies. Om onze missie te doen slagen, moeten we een gemeenschappelijke infrastructuur hebben met lokale en regionale beleidsvrijheid. Ik zeg het altijd zo: in Nederland stoppen we overal voor rood en we rijden overal door bij groen. Dat is een afspraak die het verkeer werkbaar maakt omdat we van elkaar weten wat we doen en wat we van elkaar verwachten. De vraag is nu: wat zien we als infrastructuur en gaan we gezamenlijk oppakken, en wat is gebaat bij de lokale beleidsvrijheid? Daar wil ik met de gemeenten uitkomen.’

Wat is er nu anders dan ten tijde van uw voorganger, Jetta Klijnsma? Haar boodschap was jarenlang nagenoeg dezelfde als die u nu vertelt.
‘Eerlijk gezegd denk ik dat verandering de enige constante is in de sociale zekerheid. Elke wethouder sociale zaken, iedereen die op het terrein van werk en inkomen werkt, herkent dat. Het is een steeds veranderend beleidsterrein. We leren ook steeds meer wat werkt en wat niet werkt, en we zien de uitdagingen waar we voor staan steeds scherper.
‘De agenda is niet zo heel nieuw, maar we kunnen er nu wel een impuls aan geven. De economie gaat hartstikke goed, gemeenten hebben de eerste slag met de decentralisaties gemaakt, in heel veel arbeidsmarktregio’s heeft men elkaar gevonden, het onderwijs zit ook aan tafel. Dus de tijd is er nu echt rijp voor. Sterker nog: mijn grootste angst is dat het nu lukt om mensen een baan te geven, maar dat zij er bij de eerste de beste economische tegenwind weer uit vliegen. Dus het is nu zaak de infrastructuur te bouwen zodat mensen aan de slag kunnen en ook blijven. Er wordt inderdaad al vele jaren gepraat, nu moeten we het gewoon gaan dóén.’

De sleutel ligt echt bij gemeenten

Duurt de discussie ook niet zo lang omdat het te veel over de techniek gaat? Maakt u het uzelf en de partners niet te moeilijk?
‘Het moet technisch wel kloppen, dus met de juristen en beleidsdeskundigen moet je de getallen achter de komma kloppend maken. Maar als je het niet meer in een paar zinnen kunt uitleggen aan de mensen die met een regeling te maken hebben, dan klopt er iets niet. Politici moeten bereikbaar zijn. Als iets écht niet klopt, dan moeten zij aanspreekbaar zijn en kunnen uitleggen waarom ze iets wel of niet doen. Wethouders staan in hun gemeente ook gewoon met hun boodschappenkar bij de kassa. Mensen gaan dan echt niet een brief schrijven. Die vragen gewoon waarom je iets op een bepaalde manier hebt gedaan. Ja, als je het dan niet kunt uitleggen…’

Stel, u bent weer wethouder in Zuidplas. Wat zou u dan van de staatssecretaris verwachten om uw werk goed te kunnen doen?
‘Ik sprak pas nog met de wethouders Jan Willem Schuurman en Daan de Haas. Zij zijn echt superenthousiast over dit onderwerp. Het nieuwe gemeentehuis van Zuidplas is bijna klaar en in de koffiecorner gaan mensen met een arbeidsbeperking aan het werk. In Zuidplas en in veel andere gemeenten worden dit soort combinaties gemaakt. Er wordt nagedacht over de vraag: welke mensen willen we helpen, en hoe kunnen we dat doen? De sleutel ligt echt bij de gemeenten. Als staatssecretaris kan ik faciliteren en wat uniformeren in de wet- en regelgeving, maar als wethouder kun je écht het verschil maken in het leven van mensen. Dus als ik weer wethouder zou zijn, zou ik verwachten van de staatssecretaris dat zij mij daarvoor de ruimte geeft.’