De VNG werkt aan een compleet wetsvoorstel voor een beter openbaar bestuur. De Wet op het decentraal bestuur moet de basis bieden voor een beter evenwicht in de bestuurlijke en financiële verhoudingen tussen de rijksoverheid, provincies en gemeenten. Na de kabinetsformatie kan de wet snel worden ingevoerd.

Klik op de afbeelding voor een grotere versie.

Achtergrond

In spoor 1 beschreven we de financiële problemen waarmee gemeenten te maken hebben. Een groot deel van de tekorten komt voort uit taken die ze van het rijk overnamen (decentralisatie). Achteraf bleek dat ze hiervoor te weinig middelen voor kregen. De gemeente moet het geld ergens vandaan halen, dus wordt er bezuinigd op andere taken. Gemeenten verliezen daardoor hun autonomie.

Burgemeester Theo Weterings (Tilburg) legt het uit in onderstaande video: ‘De decentraal opgelegde taken van het rijk kosten meer geld om het goed te doen, bijvoorbeeld de jeugdzorg. We kunnen dan minder eigen taken blijven doen, zoals de inrichting van plantsoenen, speeltuinen en het openhouden van bibliotheken. We zouden de belastingen verder verhogen, maar dan zegt het rijk: ‘Nee dat mag u niet, want u heeft ook weer beperkingen aan de eigen belastingheffing’. Wij zitten klem!’.

De Wet op het decentraal bestuur moet voorkomen dat dit soort scenario’s zich herhalen. Bij iedere vorm van decentralisatie moet van tevoren onderzocht worden hoe gemeenten met de juiste middelen een taak goed uit kunnen voeren. Iets wat in het verleden weinig is gedaan. Gemeenten werden bijna nooit betrokken. Ze hadden dus nauwelijks invloed op de voorwaarden van overgedragen taken terwijl zij er uiteindelijk wel verantwoordelijk voor zijn. Er is dus dringend behoefte aan versterking van het huidige bestuursstelsel. 

Proeve van wet

Op verzoek van de VNG heeft Douwe Jan Elzinga, hoogleraar staatsrecht en gespecialiseerd in lokaal bestuur, een proeve van wet geschreven. Dit wetsvoorstel is erop gericht dat medebewindstaken in balans zijn met de uitvoering en de beschikbare financiële middelen. De autonomie van decentrale overheden blijft dan ook beter gewaarborgd. Hier is een wettelijke rol voor de minister van BZK nodig:

  • De minister van BZK krijgt een rijksbrede verantwoordelijkheid voor de inrichting van het openbaar bestuur
  • De minister van BZK toetst nieuwe voorstellen van vakministers op evenwicht tussen taken, financiering en uitvoerbaarheid
  • Bij verschil van inzicht komt er een vorm van onafhankelijk advies

Het wetsvoorstel blijft een dynamisch document. De VNG werkt de volgende onderwerpen van het wetsvoorstel nog verder uit: regionalisering, financiële arrangementen, onafhankelijk advies en beleidskader. Hierover blijven we in gesprek met betrokken partners, politieke partijen en departementen.

Meer informatie

Video Douwe Jan Elzinga over de Wet