Laatst bijgewerkt: 22 april 2026

Opbouw specifieke profielschetsen

Doel van de profielschetsen

De specifieke profielschetsen voor het bestuur en per commissie moeten bijdragen aan de evenwichtige samenstelling van een bestuur en commissies, die toegerust zijn op de uitdagingen waar gemeenten in de komende periode voor staan. De profielschetsen zijn eerst besproken in het bestuur en de afzonderlijke commissies en op 17 april 2026 formeel vastgesteld door het bestuur. 

De opbouw van de profielschetsen luidt als volgt: 

  • identificatie van de belangrijkste thema’s voor de komende jaren
  • de urgentie voor de gemeenten van deze thema’s 
  • het aantal commissieleden dat daarvoor bij benadering per thema nodig is in de commissie
  • de mogelijkheden om raadsleden en griffiers in de commissie op te nemen in relatie tot de werkzaamheden van de commissie. 

Hiervoor is reeds aangegeven dat het bestuur een wezenlijk andere taak heeft dan de commissies. De profielschets van het bestuur heeft daarom een afwijkende opbouw. 

De rollen van de VNG

De vaste adviescommissies en colleges zijn ten behoeve van de gemeenten actief op het gebied van zowel belangenbehartiging, platformfunctie als dienstverlening. Zij vervullen daarbij diverse rollen, die per thema sterk kunnen verschillen. 

De rollen die per thema het meest van belang zijn kunnen als volgt worden gecategoriseerd: 

  • “onderhandelaar en lobbyist”: verantwoordelijk voor het voeren van onderhandelingen met het Rijk, de lobby richting Tweede en Eerste Kamer (directe Haagse belangenbehartiging)
  • “ambassadeur en verbinder”: de boodschapper van de VNG richting een breder palet van stakeholders en/of richting de gemeenten, die een onderwerp op de kaart weet te zetten, gemeenten verbindt en allianties met andere partijen smeedt
  • “expert”: de inhoudelijke deskundige, die zich meer bezig houdt met de onderbouwing en vormgeving op de inhoud van dossiers en minder met de verkondiging van standpunt, boodschap en inzet van de VNG. 

Binnen de commissies ligt het woordvoerderschap bij de commissievoorzitter, tenzij binnen de commissie of in overleg met het bestuur afwijkende afspraken worden gemaakt.