De industrie zal de komende 30 jaar ingrijpend veranderen. In de transitie naar een klimaatneutrale en circulaire toekomst zullen systeemveranderingen plaatsvinden in energiedragers, bedrijfsprocessen en infrastructuur om te komen tot de beoogde CO2-reductie van 49% in 2030 en 95% in 2050 ten opzichte van 1990. Innovatie en samenwerking tussen verschillende publieke en private partijen is nodig om deze doelstellingen te halen. 

Nederland kent 5 industriële regio’s waar de energie-intensieve bedrijvigheid is geclusterd: Rotterdam/Moerdijk, Zeeland (Terneuzen en omstreken), Noordzeekanaalgebied, Noord-Nederland (Eemshaven-Delfzijl en Emmen) en Chemelot (regio Geleen). De 12 grote energie-intensieve bedrijven, die samen verantwoordelijk zijn voor ruim 60% van de industriële CO2-uitstoot in Nederland, hebben sleutelposities in deze 5 industriële clusters. Daarnaast is er nog een zesde cluster waar vanuit verschillende regio’s decentrale industrieën zoals voedingsmiddelen, papier en keramiek onderdeel zijn.

Voor gemeenten meest relevante instrumenten

In het Klimaatakkoord is een samenhangend geheel aan beleidsinstrumenten omschreven die nodig zijn om de reductiedoelstellingen te halen. Veel CO2-reducerende maatregelen zijn afhankelijk van overheidshandelen, bijvoorbeeld van vergunningen of (aansluiting op) infrastructuur. Hieronder worden de voor gemeenten meest relevante instrumenten benoemd en vervolgens wordt aangegeven wat de status is van deze instrumenten:

CO2-heffing

Als onderdeel van het Klimaatakkoord is een CO2-heffing uitgewerkt voor bijna 300 bedrijven binnen de sectoren industrie, energie en afvalverbranding. De gebouwde omgeving en landbouwactiviteiten zijn uitgezonderd en de heffing geldt met name voor provinciale bedrijven. De heffing gaat gelden vanaf 2021 en wordt jaarlijks bijgesteld, met als doel dat in 2030 de doelstelling van 14,3 Mton gehaald wordt. Het wetsvoorstel voor de CO2-heffing is in mei 2020 in consultatie gegaan, het definitieve voorstel wordt in het najaar van 2020 verwacht. 

De directe rol voor gemeenten is gering, aangezien de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) deze heffing zal gaan uitvoeren. Gemeenten kunnen wel de gevolgen gaan merken als bedrijfsprocessen wijzigen waarvoor milieu- en bouwactiviteiten moeten worden beoordeeld. 

CO2-reductieverplichting

Voor alle bedrijven geldt dat CO2-reducerende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder verplicht zijn. De systematiek die is uitgewerkt voor energiebesparende maatregelen wordt aangepast naar een CO2-doelstelling en duurzame opwek wordt hierin ook meegenomen.

De VNG is betrokken bij de uitwerking van een voorstel. In september 2020 zal dit voorstel aan de Tweede Kamer worden gestuurd. De VNG zal gemeenten op de hoogte houden wat dit betekent voor de beleidsuitvoering.

Innovatieprogramma

Doel is om technologieën zoals elektrolyse van water (groene waterstof), elektrificatie en CCU(S) sneller naar de markt te brengen. Voor de inzet van de middelen worden innovatieprogramma’s opgesteld met een bijbehorende publiek-private marsroute om de doelstelling voor 2030 te halen. Vanuit de klimaatenvelop is € 60 miljoen oplopend tot € 100 miljoen (vanaf 2023 en inclusief groene waterstof) per jaar beschikbaar voor het realiseren van de marsroutes. Hierbij ligt de focus op pilots en demo’s die nodig zijn voor opschaling. 

Van gemeenten wordt verwacht dat ze kennis hebben van nieuwe technieken om bouw- en milieuvergunningen voor deze projecten snel en goed te kunnen beoordelen. Die kennis moet worden ontwikkeld door samenwerking tussen regionale overheden en andere spelers, zoals kennisinstellingen en de energiesector.

Regionale industrieclusters

Om de energiebehoefte, maar ook de beschikbaarheid en levering van restwarmte uit de industrie, af te stemmen op de omgeving van de 6 industrieclusters, is afstemming en monitoring nodig. Monitoring van de voortgang van de industriële transformatie in deze regio’s en de infrastructurele consequenties hiervan zijn belangrijk voor de afstemming in de relevante regionale energiestrategie, maar ook voor de ontwikkeling van landelijke energie-infrastructuur. 

De gemeenten die liggen binnen de industrieclusters zijn een belangrijke schakel tussen de RES en vraag en aanbod van energiedragers van de industrie in die regio. De VNG is betrokken bij de afstemming van de RES'en met de energiestrategieën van de industrieclusters. 

Waterstofprogramma’s

Op waterstof wordt sterk op ingezet door de industrie. Het gasnetwerk is al aanwezig en waterstof kan processen met hoge temperatuur voeden. De infrastructuur moet worden omgezet en opgebouwd.

De VNG is betrokken bij overleggen over regionale en landelijke infrastructuur en bij discussies over het gebruik van waterstof in de industrie, de gebouwde omgeving en de sector mobiliteit.

Meer informatie