VNG Magazine nummer 13, 7 september 2018

Auteur: Paul van der Zwan | Beeld: Jiri Büller

‘Raadsleden en griffiers hebben de laatste jaren vaste voet aan de grond gekregen in de bestuurlijke organisatie van de VNG’, constateert beoogd voorzitter van de nieuwe commissie Raadsleden en Griffiers Robbert Lievense. Deze commissie kwam er dankzij een geslaagde pilot.
 


Het jaar 2002 was belangrijk voor gemeenteraden. Dualisering van het lokaal bestuur gaf raadsleden, net als wethouders, een duidelijker rol. Die behoorde ook zijn weerslag te krijgen in de bestuurlijke organisatie van de VNG. Een pilot met een commissie van raadsleden en griffiers moest het pad effenen. VNG Magazine sprak met Lievense, lid van die pilotcommissie en tevens fractievoorzitter van Leefbaar Schouwen-Duiveland.

Na een pilotfase van drie jaar is de commissie nu een ‘vaste commissie’. Hoe belangrijk is dat?
‘De commissie Governance van de VNG, waar toenmalig burgemeester van Dordrecht Arno Brok voorzitter van was, concludeerde vijf jaar geleden dat de betrokkenheid van raadsleden bij de VNG tekortschoot, terwijl de rol van raadsleden in het lokaal bestuur door de dualisering in 2002 is versterkt. De pilot met de commissie Raadsleden en Griffiers was een van de aanzetten om daar iets aan te veranderen. Dat de pilot geslaagd is en we nu een vaste commissie zijn, zie ik als een belangrijke stap vooruit.’

De commissie moest natuurlijk haar weg vinden binnen de VNG. Hoe verliep dat?
‘Het was echt pionieren. Nadat we ons tijdens de eerste vergadering aan de anderen hadden voorgesteld, keken we elkaar aan. Wat nu? We hadden geen idee wat we moesten doen. We besloten de andere commissies te vragen ons erbij te betrekken wanneer zij een onderwerp op de agenda hadden staan dat ook op raadsleden slaat. We hebben geen eigen beleidsgebied en we namen ons voor ons niet als een soort supergemeenteraad op te stellen door de andere commissies te gaan controleren.’

We voelden weerstand, later is dat meer dan goed gekomen

Voor jullie geldt een ‘standing invitation’ voor deelname aan vergaderingen van VNG-commissies. Hoe keken die tegen jullie aan?
‘Bij de eerste ontvangst bij de commissie Bestuur en Veiligheid voelden we weerstand, meer dan bij andere commissies. We hebben ons daar niet door uit het veld laten slaan; het heeft ons zelfs gestimuleerd en uiteindelijk is dat meer dan goed gekomen.’

Wat gaf daarbij de doorslag?
‘Burgemeester Koos Janssen van Zeist, lid van de commissie Bestuur en Veiligheid en voorzitter van de werkgroep Democratie en Bestuur, zag het nut in van de inbreng van raadsleden en griffiers van onze commissie. Hij nodigde ons uit voor een heisessie van twee dagen met de commissie Bestuur en Veiligheid. Daar in Scheveningen ontstond meer begrip voor elkaar en uiteindelijk zelfs chemie. Ik vroeg de commissieleden, van wie er veel burgemeester zijn, bijvoorbeeld: “Wanneer hebben jullie voor het laatst op een zeepkistje gestaan?”. Ik zei dat wij raadsleden dat binnenkort weer gingen doen tijdens de campagnes voor de raadsverkiezingen. Moeten alléén burgemeesters dan gaan vertellen hoe je de lokale democratie in moet richten, terwijl zij zo ver af staan van de dagelijkse samenleving? Volgens mij vonden ze wel dat ik een punt had.’

De commissie moet de positie van de raad sterker verankeren in de bestuurlijke organisatie van de VNG. In hoeverre is dat gelukt? 
‘Toen we de commissie Bestuur en Veiligheid eenmaal mee hadden, nam ook de weerstand tegen ons in andere commissies af. Dat maakte het makkelijker om bij thema’s op bijvoorbeeld het fysieke, sociale en financieel-economische terrein, waar andere commissies over gaan, onze inbreng mee te geven. Dat is kennelijk zo’n succes dat we nu een vaste commissie zijn. Dat illustreert wel dat raadsleden en griffiers vaste voet aan de grond hebben gekregen binnen de bestuurlijke organisatie van de VNG.’

Hoe ging de commissie eigenlijk te werk?
‘We hebben portefeuilles opgesteld voor onze commissieleden en onze eigen agenda vastgesteld. Daarnaast zorgden we dat we in werkgroepen terechtkwamen rond thema’s, bijvoorbeeld op het gebied van de Omgevingswet. De raad kan veel bevoegdheden van die wet bij het college beleggen, maar ook bij de raad. Onze commissie vond dat daar te weinig informatie over was. Twee van onze commissieleden hebben daar, samen met iemand van het Programma Invoering Omgevingswet van de VNG een advies over geschreven.’

Aan welk thema heeft de commissie wezenlijk bijgedragen en wat deden jullie daarbij zoal?
‘Aan de verhoging van de vergoeding van raadsleden in kleine gemeenten. Met de vorige voorzitter van onze commissie Josee Gehrke ben ik aanwezig geweest bij een vergadering van de commissie Bestuur en Veiligheid waar minister Kajsa Ollongren (BZK) kennis kwam maken. Daar hebben we aandacht gevraagd voor de vergoeding aan en ondersteuning van raadsleden. Tijdens het jaarcongres in juni jl. maakte Ollongren bekend dat zij daar dit jaar eenmalig 10 miljoen euro voor uittrekt. Dat bedrag moet natuurlijk structureel worden. Onze commissie wil de VNG helpen om dat bij BZK te bewerkstelligen.’

De commissie beslaat in tegenstelling tot andere commissies geen beleidsterreinen. Hoe belangrijk is samenwerking met die andere commissies?
‘Zonder een goede samenwerking met de commissies had ik hier nu niet gezeten als beoogd voorzitter. Daarom is het ook zo belangrijk dat ons contact met onder meer de commissie Bestuur en Veiligheid zo goed is geworden. Als dat niet het geval was geweest, hadden wij na onze zelfevaluatie niet geadviseerd om een vaste commissie te worden. Dan hadden wij wellicht aangeraden om in andere commissies meer raadsleden te benoemen.’

De commissie heeft drie jaar kunnen proefdraaien. Gaat zij haar werkwijze nog aanpassen?
‘Daar kan ik officieel nog niets over zeggen. De commissie wordt benoemd tijdens de buitengewone algemene ledenvergadering van 30 november. Pas daarna bespreken we dit in de commissie. Wij zijn natuurlijk afhankelijk van de vakcommissies, maar deze moeten ook beseffen dat ze veel aan ons kunnen hebben. De lijnen met hen kunnen beter. Persoonlijk denk ik dat we nog meer dan voorheen duidelijk moeten maken welk commissielid van ons aanspreekpunt is voor welke vakcommissie. Het ligt ook voor de hand dat we onze succesvolle samenwerking met de commissie Bestuur en Veiligheid overhevelen naar andere commissies. Dat betekent veel contact zoeken, meedenken en adviseren. Dan word je vanzelf gewaardeerd.’

De positie van de raad is voor ons de hoofdzaak

Bij welke onderwerpen kan de commissie de komende vier jaar een belangrijke rol spelen? 
‘Dat gaan we bespreken tijdens een heidag aan het eind van het jaar. Maar het lijkt me logisch dat we ons blijven bekommeren om de rol en de positie van de gemeenteraad. Die vormen voor ons uiteraard de hoofdzaak. Voor de hand liggende thema’s zijn verder versterking van de lokale democratie, waaronder integriteit valt, en ook het tegengaan van ondermijning. Regionale samenwerking wordt natuurlijk steeds belangrijker, versterking van de rol van de raden daarin zal de komende jaren niet van de agenda verdwijnen.’

Staat de VNG door het bestaan van de commissie nu ook beter op het netvlies van raadsleden en griffiers?
‘Bij griffiers was dat minder een probleem dan bij raadsleden. Om voor mezelf te spreken: toen ik in 2005 raadslid werd voor Leefbaar Schouwen-Duiveland, was de VNG voor mij een ver-van-mijn-bedshow. Ledenbrieven van de VNG klikte ik automatisch direct weg. Inmiddels weet ik wel beter: de VNG kan het werk van raadsleden vergemakkelijken.’

Hoe kan de VNG beter zichtbaar worden voor raadsleden en griffiers?
‘Wellicht door nog duidelijker te etaleren wat zij voor hen kan betekenen. Als de VNG in ledenbrieven beter kenbaar maakt waar de bevoegdheden en keuzemogelijkheden van de raad zitten, zullen raadsleden die brieven meer raadplegen. Daardoor komt de VNG automatisch beter bij hen op het netvlies te staan.’