Aanleiding

De doelstellingen die binnen het meerjarenprogramma Geweld hoort nergens thuis (GHNT) zijn geformuleerd om de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling te verbeteren moeten grotendeels in de regio worden gerealiseerd.

De drie actielijnen van het programma GNHT bestaan uit verschillende bouwstenen, die op hun beurt weer bestaan uit een groot aantal thema’s. Een deel van deze thema’s vraagt uitwerking en uitvoering op landelijk niveau. Een groot aantal echter vraagt om uitwerking en uitvoering op regionaal of lokaal niveau. Het is niet realistisch om er vanuit te gaan dat een regio gelijktijdig kan inzetten op alle thema’s uit het programma. De regio’s stellen in hun eigen plannen van aanpak en/of uitvoeringsplannen eigen prioriteiten.

Juist omdat regio’s aan verschillende thema’s werken, wordt er op meerdere fronten voortgang gerealiseerd. Regio’s kunnen hun eigen succes ‘vieren’ en dit delen met de andere regio’s die in hun eigen aanpak weer voortbouwen op de werkzame elementen.. Zo zijn de 28 regio’s samen met het landelijk programma GHNT op weg naar 2021!


Regionale route 2021

Door te werken met een regionale route naar 2021 hoeven we niet tot het einde van de looptijd van het programma GHNT te wachten op succes, maar kunnen tussentijds, regionale successen worden benut en gedeeld met andere regio’s. Werkzame bestanddelen die beproefd zijn en geleid hebben tot succes kunnen andere regio’s inspireren en ondersteunen in de aanpak van die thema’s in hun eigen regio.

In een schematisch illustratie ziet dat er als volgt uit.

Hoe werkt het in de praktijk?

  • Het programmateam selecteert een aantal thema’s uit het programmaplan, die als eerste in aanmerking komen voor deze uitwerking. Deze zijn zoveel mogelijk gelijk aan de prioriteiten zoals die in de eerste voortgangsrapportage zijn opgenomen.
  • Per bouwsteen wordt gekeken welke regio’s op deze thema’s al goede voortgang boeken. Deze regio’s worden actief benaderd met het verzoek om zich aan een thema te verbinden.
  • Daarnaast wordt een algemene vraag aan de 28 regionale projectleiders gedaan, waarbij regio’s zichzelf kunnen aanmelden op de thema’s. Van belang is dat regio’s zelf deze thema in hun regionale aanpak prioriteit geven.
  • Per thema heeft het programmateam een ‘propositie’ opgesteld: wat betekent het voor een regio om zich te verbinden?
    • Het einddoel dat met het thema wordt nagestreefd. Deze is in het programma GHNT geformuleerd. Waar nodig wordt dit doel nader gespecificeerd (wanneer is het doel behaald?) en voorzien van een fasering (wat is er bereikt om te kunnen spreken van succes in de eerste en daaropvolgende fases?)
    • De planning
    • Wat vraagt dit van de regio en wat kan de regio verwachten van het programmateam?
    • Wat betekent het als een regio zich op een later moment verbindt aan een thema?
  • De resultaten in de regio’s worden gevolgd door het programmateam. De successen en werkzame bestanddelen worden via de communicatiemix van het programma GHNT gedeeld met de andere regio’s. Denk hierbij aan het platform GHNT, nieuwsberichten, de Toolbox van het programma en presentaties.
  • Tussentijds onderling leren wordt gestimuleerd en gefaciliteerd.
  • De werkzame bestanddelen kunnen waar mogelijk een bijdrage leveren aan het komen tot landelijke afspraken.

Het einddoel van de regionale route naar 2021 is dat de bouwstenen en thema’s van het programma, die op deze manier tot stand komen. in elke regio worden toegepast in een vorm passend bij desbetreffende regio.


Prioriteiten 2019

Voor 2019 zijn de geselecteerde bouwstenen die door koplopers geadopteerd kunnen worden:

  • MDA++ (inclusief pilots onder één dak)
  • Lokale teams / lokale infrastructuur versterken
  • Integrale sturing
  • Traumascreening
  • Aanpak ouderenmishandeling
  • Aanpak eergerelateerd geweld / schadelijke praktijken
  • Vrouwenopvang- en hulpverlening
  • Handle with care

Op 17 juni 2019 hebben Mw. Annemarie Penn te Strake, burgemeester van Maastricht en ambassadeur van het programma GHNT en Hameeda Lakho, lid van de spiegelgroep van ervaringsdeskundigen van het programma GHNT het officiële startsein gegeven voor de start van de Regionale route 2021. Dat deden zij op de Dag van Zorg & Veiligheid 2019. Voorafgaand aan het officiële startsein las Merel Steinweg een StandUpBlog voor met als titel ‘Bruine koe’. Merel gaat als StandUpBlogger de route naar 2021 GHNT volgen. Zowel de Blog als de animatie Route 2021 zijn hier de bekijken en beluisteren.

Voor vragen over de regionale route naar 2021, neem contact op met één van de vier regioadviseurs van het programma GHNT, Lieke Bruinooge, Gerrianne Rozema, Wietske Dijkstra en Gido de Vos of via info@geweldnergensthuis.nl

Merel Steinweg reist als blogger mee op de GHNT regionale route naar 2021. Onderweg deelt zij de ontmoetingen die ze heeft rondom de verschillende thema’s op deze route. Ze ontmoet regionaal projectleiders, contactpersonen centrumgemeenten of andere betrokkenen die actief zijn om regionale initiatieven die onderdeel zijn van de regionale route 2021 verder te ontwikkelen en/of te implementeren. Haar startblog kreeg de titel: ‘You never walk alone’, dat is ook precies het doel van deze blogs, je staat er niet alleen voor op allerlei plaatsen in het land wordt gewerkt om de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling succesvol te maken.

Reisblog 6: Beleid, hoe kan je daar chocolade van maken?

REISBLOG Regionale route 2021, door Merel Steinweg

Mijn neefje van drie was vorige week in tranen.

Hij kreeg van mijn vader een echte zilveren gulden.

Een erfenis van mijn opa.

Mijn neefje zat er een tijdje mee op de bank en begon te krijsen

“Hij wil niet open”, gilde hij door de kamer.

Met zijn kleine peutervingertjes had hij een kwartier lang geprobeerd de munt open te pulken.

In de verwachting dat er chocolade in zat. Nu kwam hij er echter dat het echt alleen maar zilver was.

Waardeloos geld.

Ik vertelde deze anekdote op vijf maart in het Muntgebouw in Utrecht, het voormalig geldmuseum. Daar was de landelijke programmadag van het programma ‘Geweld Hoort Nergens Thuis’. Ik moest er aan denken omdat ik plots een parallel zag tussen de illusie van geld en de waarde van beleid.

Want geld, de flappen, knaken, munten, zijn gemaakt van nutteloos materiaal, nutteloos papier, abstracte getallen op een internetbankierenapp. Geld krijgt pas waarde als wij vertrouwen in de functie ervan.

Hetzelfde geldt voor beleid. Plannen zijn enkel inkt, gedrukt op papier of verzonden via email als een eindeloze reeks enen en nullen. Het krijgt pas waarde als we gezamenlijk besluiten te geloven in die woorden. Gezamenlijk van een illusie werkelijkheid maken. Voor een veiligere toekomst zonder geweld.

Kortom: beleid, daar moet je chocolade van maken!

REISBLOG Regionale route 2021, door Merel Steinweg

In mijn reis als ‘Geweld-Hoort-Nergens-Thuis-blogger heb ik de afgelopen maanden meerdere regionale initiatieven gezien. Ik heb nieuwe woorden geleerd en heftige verhalen gehoord. Het blijft me raken als ik mensen spreek die uit volle overtuiging het tij willen keren, en huiselijk geweld en kindermishandeling écht duurzaam willen stoppen. Deze week spreek ik Nera Jerkovic (programmamanager Centrum Huiselijk Geweld en Kindermishandeling) en Marieke Blanken (regionaal projectleider Geweld Hoort Nergens Thuis in Hart van Brabant en projectleider Veiligheidsteam) die bevlogen vertellen over de pilot die zij draaien: een nieuw Centrum van Huiselijk geweld en Kindermishandeling in regio Hart van Brabant (meer informatie over deze pilot lees je hier).

In voorbereiding op ons interview stuurt Nera mij meerdere documenten toe. Ik zet me al schrap, want ik heb het niet zo op complexe beleidsplannen (lees hier wat ik daarover schreef in mijn allereerste blog). Maar ik ben blij verrast als ik de plannen open en lees over het nieuwe veiligheidsteam, het expertisecentrum en integrale spoedplein. Duidelijke, heldere taal, geen woord teveel en goed vormgegeven. Als ik Nera en Marieke later in de week spreek, blijkt deze heldere communicatie geen toeval. Het is de rode draad in hun aanpak: “wij willen complexe problemen simpeler maken, dat zien we als een uitdaging.

En complexe problemen, zoals acuut, ernstig en structureel huiselijk geweld en kindermishandeling, moeten duurzaam stoppen, dat staat vast: “in regio Hart van Brabant zijn veel incidenten, het springt er landelijk echt uit. Sommige gezinnen hebben al 20 hulpverleners om zich heen, maar ondanks deze intensieve hulpverlening stopt het geweld op langere termijn vaak niet. De recidive is hoog, want de hulpverlening is meestal volgtijdelijk georganiseerd en er ontbreekt een gemeenschappelijke kijk vanuit meerdere disciplines”. Marieke is er helder over: “Dit soort complexe problemen kunnen we niet meer oplossen met de structuren die we nu al kennen, we moeten nieuwe structuren bouwen”. Bij die woorden gaan mijn alarmbellen af, naast taaie beleidsplannen heb ik het ook niet zo op ingewikkelde abstracte structuuroplossingen. “Hoe willen jullie dit dan doen?” vraag ik een beetje terughoudend

Maar dan word ik opnieuw blij verrast. Want ik kom erachter dat Nera en Marieke echt alles simpel en concreet houden. “Vanuit de pilot hebben we één veiligheidsteam waar mensen uit verschillende disciplines zoals, openbaar ministerie, politie, Veilig Thuis, casusregisseurs elkaar écht kennen. En om elkaar te kennen moet je elkaar dagelijks zien. Dus werk je op dezelfde werkplek, onder één dak, eigenlijk heel simpel. Diezelfde concrete houding hebben ze ook ten opzichte van de inzet van expertise “we moeten veel meer de kennis van ervaringsdeskundigen benutten” stelt Nera. “Praat niet over maar mét ouders, slachtoffers en daders. Vaak weten ze zelf ook dat er iets moet veranderen en zien juist zij waar de oplossing ligt. Soms is die dichterbij dan wat wij kunnen bedenken”

Structurele oplossingen vragen dus om een andere manier van werken. Het proces naar deze structuurverandering blijkt wel een zoektocht. “We weten, en zeggen ook hardop, dat wij ook niet precies weten hoe die nieuwe manier van werken er precies uit moet zien. Eigenlijk is het een creatief proces dat we met alle betrokken partijen aangaan. We hebben daarbij de hulp ingeschakeld van de Universiteit van Tilburg. Zij denken met ons mee over welke organisatievormen het beste passen bij één centrum voor de meest complexe problemen. Wat betekent het voor governance? Hoe zetten we ervaringsdeskundigheid nou effectief in? En wat voor leiderschap is daarbij nodig? Wat we in ieder geval wel al weten, en waar we heel scherp op zijn, is dat de juiste voorwaarden aanwezig moeten zijn om samen te werken. Als je alleen maar aan medewerkers vraagt om het anders te doen, dan wordt het niks.”

En die voorwaarden, dat vraag inspanning van alle spelers. “daar zit wel heel veel voorwerk in” vertelt Marieke. “Centrumgemeente Tilburg zet zich bestuurlijk helemaal in voor deze ontwikkeling. Dat is echt heel belangrijk, dat de gemeente op alle niveaus kiest voor deze aanpak. Daar hebben we wel heel erg op ingezet. In eerste instantie was er weerstand om één centrum op te zetten. Lange tijd wilde gemeente Tilburg en andere betrokken partijen zo min mogelijk aparte loketten, zo zagen ze dit centrum ook. Maar nu zien zij ook dat er een groep is die blijft recidiveren, dat de huidige aanpak niet werkt en dat bij een andere aanpak ook één centrum hoort. Daar staan ze nu juist volledig achter. Dat fundament is echt van grote waarde”

En is dan niks ingewikkeld en abstract? vraag ik ten slotte aan Nera. “Weet je, we weten eigenlijk al heel lang dat de oplossing van complexe problematiek om diversiteit van expertise en inzichten vraagt. Door deze expertises bij elkaar te brengen en samen met het gezin naar oplossingen te zoeken komt de oplossing dichterbij. Daar geloven wij echt in, daar geloven de betrokken partijen in. Maar hoe we dit dan met elkaar organiseren, dát is de zoektocht en dat is met vlagen wel ingewikkeld. Maar die zoektocht aangaan, en geleerde lessen gelijk in praktijk brengen, dat is hoe we van elkaar leren en hoe we elkaar versterken.

REISBLOG Regionale route 2021, door Merel Steinweg

Over aandacht voor veiligheid in het nazorgtraject van de vrouwenopvang

De raadzaal van Gouda is een lichte, ronde ruimte met veel ramen. Daar kom ik achter als ik op 27 november 2019 als blogger voor de regionale route Geweld Hoort Nergens Thuis afreis naar deze raadzaal. Hier vindt de kick-off plaats van het regionale project: ‘moeder en kind verlaten de opvang, dat is óns een zorg’, geïnitieerd door de gemeenten Midden-Holland, Kwintes Vouwenopvang en de Sociale Teams van Gouda. Als we beginnen schijnt de herfstzon voorzichtig maar helder via die vele ramen naar binnen.

In dit licht zitten vier vrouwen. Vier vrouwen die in de vrouwenopvang hebben gewoond. Opgevangen omdat zij en hun kinderen te maken hadden met heftig huiselijk geweld. Vier moedige vrouwen die bereid zijn hun verhaal te delen nu zij de opvang hebben verlaten. Die nu aan het knokken zijn om hun eigen leven weer op de rit te krijgen. Vrouwen die, door hun verhaal te vertellen, hopen dat de overgang van opvang naar zelfstandig wonen beter wordt voor de vrouwen en kinderen die ná hen komen.

In dit licht vormt de groep van vier een halve cirkel rondom de gespreksleider. De ruggen naar het publiek gekeerd, zodat er de intimiteit ontstaat die het mogelijk maakt om persoonlijke verhalen te delen. De vrouwen hoeven enkel met de gesprekleider te praten, het publiek hoeft enkel te luisteren. Ik zit in dat publiek en er gebeurt iets bijzonders, bij mij en de mensen om mij heen. Er heerst stilte en focus, er wordt écht geluisterd, we nemen de tijd. De verhalen raken én verhelderen. En precies dat is het doel van deze bijeenkomst

Want in dit licht zijn de verhalen van deze vrouwen niet voor niets de kick-off voor dit verbetertraject. Het projectteam neemt als uitgangspunt dat, als je verandering wilt, je altijd de verhalen van de mensen om wie het gaat moet meenemen als referentie. Dat betekent dus van vrouwen zélf horen waar ze tegenaan gelopen zijn, wat hun ervaringen zijn tijdens de opvang en de nazorg en hoe zij aankijken tegen hun eigen veiligheidsplan.

In dit licht hoor ik veel waardering en dankbaarheid voor de opvang en voor de hulpverleners. Maar het gemis zit soms in ogenschijnlijk kleine, maar essentiële momenten. Zo vertelt één van de moeders dat ze er nog steeds last van heeft dat haar afscheidsfeest in de opvang op het verkeerde moment gepland werd. Het voelde als een onvolwaardig afscheid, dat deed pijn. Ook delen de moeders hoe lastig het is om helemaal alleen te moeten verhuizen. Dat geen van je dierbaren je daarbij kan helpen omdat het adres van de opvang geheim moet blijven. Dat het plotseling alleen zijn in een eigen woning een enorme overgang is, soms beangstigend, en vaak eenzaam.

In dit licht zijn het vooral praktische problemen die de vrouwen noemen. Hoe te verhuizen zonder auto? Wat moet je doen als je een woning krijgt zonder vloer? Hoe kinderopvang te regelen als je onregelmatige werktijden hebt? Hoe voorkom je schulden als je vier weken moet wachten op bijzondere bijstand? Hoe ga je een huisarts vinden als je niemand kent? Maar gaandeweg worden er ook problemen van andere orde gedeeld. “ik ben best wel een gebroken vrouw”, “ik ben bang dat als ik iets niet goed doe dat jeugdzorg dan op mijn stoep staat”, “als je me vraagt hoe het gaat zeg ik goed, maar ik ben van binnen niet goed”. Terwijl ik luister besef ik dat in al deze verhalen een rode draad te vinden is, het gaat eigenlijk steeds over veiligheid. Emotionele, sociale en fysieke veiligheid.

Aan dit licht denk ik de dagen na de bijeenkomst nog vaak terug, ik denk dan aan het verdriet van deze vrouwen en kinderen maar ook hun veerkracht en doorzettingsvermogen. Na twee weken bel ik Ben Venneman, de betrokken projectleider, om te horen hoe hij terugkijkt. “We willen de roulerende rekening stoppen” vertelt hij vol overtuiging. “Daarmee bedoelen we dat kinderen nog veel te vaak de rekening gepresenteerd krijgen van iets wat bij hun ouders niet goed gegaan is. Om dat te doorbreken hebben wij als team de diepe wens dat er in het nazorgtraject vanuit de vrouwenopvang voortdurend aandacht is voor veiligheid. Dat veiligheid standaard besproken wordt, ook als vrouwen uit de opvang weg zijn. We zien nu al kansen in het beter organiseren van een doorgaande lijn in de begeleiding, waarbij het veiligheidsplan het belangrijkste instrument is. Maar hoe dat precies moet, dat gaan we nu verder onderzoeken”

In dit licht, in deze bijzondere ontmoeting, zie ik opnieuw bevestigd hoe belangrijk het is om verhalen zo dicht mogelijk bij de bron te vertellen én te horen. Om vaker met elkaar, in helder licht, te delen. Voor een betere, veiligere toekomst.

Meer informatie over de Regionale route 2021: https://vng.nl/artikelen/regionale-route-2021-programma-ghnt

Meer informatie over de projectpool ‘van Denken naar Doen’ waaruit dit project een extra (financiële) impuls heeft gekregen: https://vng.nl/artikelen/projectenpool-van-denken-naar-doen-programma-ghnt

Lees ook de eerdere blog’s van Merel op de Regionale route 2021: https://vng.nl/artikelen/regionale-route-2021-programma-ghnt

Voor meer info: info@geweldnergensthuis.nl

REISBLOG Regionale route 2021, door Merel Steinweg

Het lokale theater van Rijssen in het hart van Twente is een populair theater. In de week tegen kindermishandeling, mocht ik in dit theater de werkconferentie ‘partnerschap – samenwerking – ketenaanpak in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling’ afsluiten met een live-blog. Als blogger voor de regionale route Geweld Hoort Nergens Thuis was ik vooral benieuwd welke Twentse lessen en inzichten ook relevant zijn voor al die andere plekken waar professionals effectief, snel en behendig moeten afstemmen en samenwerken. Sámen voor de veiligheid van kinderen. Naast de sprekers en dialogen bleek dat ook het theater zélf ons een waardevolle les leert.

De bedoeling overeind houden
Want voordat de dag begon, klom ik even op het podium. Ik vind het altijd mooi, magisch bijna, om te horen hoe voetstappen klinken op oude houten planken. Om een nog lege zaal in te kijken en achter de coulissen te spieken. Daar op dat podium sprak ik Marcel even, de geluidstechnicus van het theater. Van Marcel begreep ik dat dit kleine theater populair is, dat er grote producties komen die helemaal niet passen op dit kleine podium. Marcel vertelde mij hoe hij als geluidstechnicus iedere avond moet samenwerken met meereizende geluidstechnici van de betreffende producties. Mannen en vrouwen die hij nauwelijks kent. Hoe zij dan in één avond sámen moeten puzzelen om de decors passend te krijgen voor dit unieke theater. Marcel vanuit zijn expertise over de mogelijkheden van dit het theater, de anderen met expertise over het theaterstuk. Ze moeten samen aanpassen en improviseren maar altijd de bedoeling, de essentie van het stuk overeind houden.

Medeverantwoordelijkheid voor het geheel
De werkconferentie begon, ik klom van het podium en ik ging in de zaal zitten. De eerste sprekers deelden inzichten en ik kon het niet helpen, mijn hoofd zat vol met theater. Effectieve ketenregie en integrale samenwerking, zo begreep ik daar, is als een goed uitgevoerd theaterstuk. Want in een goed theaterstuk kennen personages hun eigen rol en ook die van de ander door en door. Maar als de spelers zonder goede afstemming spelen, dan is het ongeloofwaardig. Dan verliest íedere speler zijn kracht. In een goed theaterstuk weten de spelers in de coulissen precies wanneer zij nodig zijn, wanneer zij, met goede timing op het podium verwacht worden. In een goed theaterstuk helpen spelers elkaar, om sámen beter te kunnen spelen. En precies dat was de kern van het verhaal van Frank Beemer, expert ketenregie: “verantwoordelijkheid voor een deel is medeverantwoordelijkheid voor het geheel”.

Protocol leidend maar niet bindend
In kleinere groepen gingen de deelnemers met elkaar in gesprek over hun eigen mogelijkheden om zelf als speler de ketenaanpak te verbeteren. En ook hier kon ik niet voorbij komen aan de parallel met theater. Want volgens de deelnemers zijn sterke spelers in de keten nieuwsgierig, sterke spelers hebben expertise over hun rol én erkennen de ander in zijn expertise. Sterke spelers zijn transparant over hun eigen ontwikkeling. En, zo vond de zaal, vooral sterke spelers laten een protocol of script leidend zijn, maar niet bindend. Sterke spelers, zo was de samenvatting hebben vertrouwen in de ander.

De les van Marcel
Aan het einde van die dag klom ik nogmaals het podium op, ditmaal om af te sluiten. Ik keek de zaal in, Marcel zat achter de knoppen en ik besloot zíjn les te delen. Want, zo vertelde ik de zaal, voor mij was het helder: die keren dat samenwerking écht effectief is, of dat theater echt magisch wordt, is wanneer het samenspel meer wordt dan individuele rollen. Dat gebeurt niet zomaar, daarvoor moet je elkaar kennen en erkennen. En volgens Marcel kan dat maar op één manier. Hij heeft daar een passend motto voor. “Voor iedere unieke samenwerking”, zo stelt Marcel, “worden wij vrienden voor één dag”.

Meer informatie over de regionale route: https://vng.nl/programma-geweld-hoort-nergens-thuis/regionale-route-2021

Meer informatie over de projectpool ‘van Denken naar Doen’ waaruit dit project een extra (financiële) impuls heeft gekregen: https://vng.nl/programma-geweld-hoort-nergens-thuis/projectenpool-van-denken-naar-doen

Lees ook de eerdere blog’s van Merel op de regionale route 2021: https://forum.vng.nl/do/folder?id=1764644-666f6c646572

Voor meer info: info@geweldnergensthuis.nl

Hoe stel je prioriteiten als alles urgent lijkt? Hoe blijf je optimistisch en hoopvol als je ziet dat er nog zoveel kinderen en hun ouders niet de behandeling krijgen die ze zo hard nodig hebben? Bijvoorbeeld in de vrouwenopvang? “Het is een kwestie van stap voor stap een complex probleem aanpakken. Dan wordt het overzichtelijk” vertel Nina Draaisma, Traumatherapeut bij Nuhoff Psychotherapie, mij deze week. Samen met Trijntje Kootstra, regionaal projectleider GHNT en Heidi Offerman, strategisch adviseur bij Altra, streeft Nina naar passende trauma traumabehandeling voor álle gezinnen in de vrouwenopvang. Ik sprak hen over de kansen en hobbels die ze daarbij tegenkomen.

“Dit komt niet vanzelf goed”

Met Nina spreek ik af om te videobellen. Nog voordat ons gesprek op gang is zegt ze “vanmorgen stuurde een moeder mij een filmpje. Ik heb haar uitgelegd dat ik jou vandaag spreek over het belang van de goede begeleiding van kinderen hier. Ik heb haar gevraagd of ik de beelden mocht delen. Dat vond ze goed. Wacht.., ik deel mijn beeldscherm even, dan kan je meekijken.” Op mijn laptop verschijnt een filmpje van een slapende kleuter, hij rilt, schreeuwt en slaat in zijn slaap. Mijn adem stokt. “Kijk, dit is hoe trauma eruit ziet, en dit wordt niet vanzelf beter hoor, hier is traumatherapie nodig om zijn lichaam tot rust te brengen. Anders is de kans groot dat dit jongetje op latere leeftijd in de gesloten jeugdhulp belandt.” Ik word stil van de beelden, vergeet mijn vragen, verschuif op mijn stoel. “De moeder stuurde mij dit filmpje omdat zij zich zorgen maakt over haar zoontje. Dan is het zo prettig dat ze mij al kent, voor haar ben ik gewoon Nina verderop in de gang, bij wie ze gewoon naar binnen kan lopen. Dan gaan we samen nadenken wat we kunnen doen. Er is voor deze moeder geen drempel. En precies daarom is het zo belangrijk dat er meer traumatherapeuten in de vrouwenopvang beschikbaar zijn, daarom willen we dat platform.”

Online Platform Traumascreening en behandeling

Trijntje Kootstra, regionaal projectleider GHNT licht toe: “met dit platform willen we traumabehandelaren kunnen matchen aan kinderen in de vrouwenopvang die screening of behandeling nodig hebben. We willen meer behandelaren opleiden die zich specifiek kunnen en willen richten op kinderen die met structureel huiselijk geweld te maken hebben.” Het projectteam bouwt samen aan een landelijk platform voor traumatherapeuten, om te beginnen in Flevoland en verschillende regio’s in Noord-Holland. Dat is het werkgebied van Blijf Groep en Blijf van m’n Lijf Den Helder. Hun projectaanvraag daarvoor werd in het voorjaar gehonoreerd.  “De lancering van het platform wordt een feestelijke dag. Tot die tijd moeten we ook vooral de verwachtingen managen” aldus Trijntje.   

“Ik wil gewoon patronen doorbreken”

Ik vraag Nina of zij de beelden die we zojuist zagen nog net zo aangrijpend vind als ik. “Ja, en het kippenvel staat nog regelmatig op mijn armen als ik therapie biedt, en ook achter míjn ogen prikken de tranen vaak als ik hoor en zie wat structurele kindermishandeling en huiselijk geweld met gezinnen doet. Maar ik weet als behandelaar wat ik moet doen, net als een arts. Ik weet dat er een uitweg is, dat maakt mij absoluut hoopvol en optimistisch. Ik wil gewoon patronen doorbreken. Als ik alleen zou focussen op mijn eigen dagelijkse praktijk dan voelt dat als tekort schieten, het voelt pas of mijn werk gedaan is als alle kinderen in alle vrouwenopvangen bereikt worden.” Maar Nina verzucht ook “als ik dan zie wat er bij een dergelijk projectaanvraag allemaal komt kijken…al die partners, al de verwachtingen die op één lijn moeten komen, ik ben toch meer van ‘start before you’re ready’. Daarom is het zo goed dat wij met een divers projectteam dit project aangaan. Jolanda Vader, inhoudelijk manager bij de Blijf Groep en ook lid van de projectgroep, kent de praktijk door en door, Trijntje en Heidi zijn juist heel sterk in het leggen van verbindingen en duurzame samenwerkingen.”

Grootste trauma’s krijgen minste behandeling

Nina’s optimisme en vastberadenheid zijn aanstekelijk. Het is die combinatie standvastigheid en een blik ver over de grenzen van de eigen organisatie heen, die ik ook terug hoor bij Heidi Offerman, strategisch adviseur bij Altra en inhoudelijk projectleider van dit project. “De grootste trauma’s krijgen nu nog de minste behandeling, dat speelt in het hele land. Niks doen is gewoon geen optie, dus je moet gewoon beginnen, laten zien wat de resultaten zijn, wat de wensen zijn en welke stappen goed zijn. Maar er zijn ook echt wel wat complexe punten hoor. Want we zien dat er wel animo is onder traumabehandelaren om zich in te zetten voor deze doelgroep, maar tegelijkertijd is er in de vrouwenopvang ook veel no-show van ouders. Dat is vaak geen onwil of onverschilligheid, maar deze ouders en kinderen zijn, als gevolg van langdurige stress, bijvoorbeeld vaker ziek. Dus als behandelaar moet je flexibel zijn en vaak weerstand overwinnen.” Nina voegt daar aan toe: “veel van deze ouders zullen zelf nooit hulp zoeken. Zij hebben in hun jeugd ook vaak geweld meegemaakt en toen geleerd dat de hand die ze zochten voor troost, ook de hand was die sloeg. Als je dat weet dan ga je geen hulp zoeken. Het vraagt dus echt een actieve houding van de behandelaar.”

Trauma bij kinderen én ouders

Het valt mij op dat de projectgroep naast vastberaden, hoopvol en enthousiast ook realistisch en open is over de te overwinnen hobbels. Ik vraag Heidi of er iets is waar ze nerveus van wordt, waar ze wellicht tegenop ziet. “Nou….” Ze begint haar zin bedachtzaam, “we weten dat trauma bij ouders, moeders én vaders, zijn weerslag heeft op opvoedgedrag. Zij zijn door hun trauma sneller geagiteerd, controlerend, afwezig. Je moet ouders in de opvang dus ook voor trauma behandelen, maar dat is een lastige, want dat zit in de zorgverzekeringswet. Voor kinderen komt de financiering uit de jeugdwet. Ik zou heel graag willen zien dat we behandeling voor alle gezinsleden kunnen bieden, maar dan moeten de zorgverzekeraars dus mee. Dat wordt nog wel een hobbel, als we dat bereiken zou dat echt fantastisch zijn.”

20 november startbijeenkomst

“We proberen natuurlijk vanuit het actieprogramma samen iets te doen aan de oorzaak van het geweld, het geweld te stoppen en duurzaam op te lossen”, vat Trijntje samen. “Het motto van het actieprogramma ‘Geweld Hoort Nergens Thuis ’ is niet voor niets ‘van denken naar doen’. Er is draagvlak voor dit platform, zes regio’s binnen Geweld Hoort Nergens Thuis zijn betrokken en staan erachter, dat is echt al heel krachtig. Maar nu moeten we er ook op letten dat we vanuit ons eigen enthousiasme niet te snel willen. Dit is nu eerst een pilotfase, de zorgverzekeraars wordt een spannende en ook of we echt aanmeldingen krijgen van traumatherapeuten die zich voor langere tijd kunnen inzetten. Op 20 november hebben we een startbijeenkomst met alle partners, daar kijk ik naar uit. Voor mij blijft overeind staan dat we moeten faseren maar ook dat we al heel veel weten en dat we vooral dingen met elkaar moeten gaan doen.”

Wat ik hoorde in mijn gesprekken met Nina, Trijntje Heidi was een krachtige cocktail van optimisme, hoop, daadkracht en slim projectmanagement. Dat maakt mij hoopvol.

Op reis ben je nooit alleen. Deze zin heeft zich genesteld in mijn hoofd. Hij is neergestreken op het moment dat ik gevraagd ben om mee te reizen op de regionale route 2021 van het programma ‘Geweld Hoort Nergens Thuis’ (GHNT).

Aan mijn keukentafel las ik over de plannen van de regionale route 2021. Over de wens om lessen te delen over lokale, regionale projecten die huiselijk geweld en kindermishandeling eerder in beeld moeten brengen, verminderen en duurzaam stoppen. Ik las over het platform GHNT, een veilige omgeving waar regionale projectleiders informatie kunnen uitwisselen en van elkaar kunnen leren. Zowel van successen als knelpunten. En daar zat hij dus in mijn hoofd, zichzelf herhalend, steeds diezelfde zin: ‘op reis ben je nooit alleen’.

Eerlijk is eerlijk, aan diezelfde keukentafel ploegde ik me ook door jargon heen dat ik wel ken, maar dat voor mij toch altijd vaag blijft: integrale sturing, MDA++, impactindicatoren, professionele standaarden, veldnormen en regionaal bestuurlijke netwerken en draagvlak. Mijn brein probeerde er wat van te bakken. Maar steeds kwam ik weer uit bij die ene zin: ‘op reis ben je nooit alleen’

Kauwend op deze vage begrippen maakt het me nieuwsgierig naar de projectleiders die invulling geven aan hun regionale aanpak. Want hoe stel je prioriteiten wanneer alles urgent lijkt? Hoe maak je van een strategische, bestuurlijke aanpak mensenwerk? Wanneer is een project een succes? En waar ligt dat dan aan? Hoe zorg je dat andere regio’s daar van kunnen leren? Waar haal je hoop uit en wanneer zit je echt met je handen in het haar? Welke steun helpt dan als het tegenzit? En waar vind je die? Hoe goed ken je de andere projectleiders en hoe leer je van hen? Ik wil het allemaal weten.

Als blogger mag ik mijn nieuwsgierigheid met jullie delen. De eerste keer was dat op het congres ‘Zorg en Veiligheid’ als StandUpBlogger tijdens de VIP-sessie GHNT en nu door jullie in de regio’s op te zoeken. Ik zal vragen stellen, verhalen optekenen en die delen. Zodat we van elkaar kunnen leren. Ik mag mee op reis, mee op de regionale route.

En die ene zin dus, ik heb er op zitten broeden en nu snap ik waarom hij steeds terugkeert. Een route afleggen betekent ontwikkeling, staat garant voor onverwachte ontmoetingen en uitwisseling tussen werelden. Reizen ís wederkerig leren. En dat kan je dus nooit alleen.

Reactie?: info@geweldnergensthuis.nl

Heb je belangrijke inzichten vanuit de regionale route 2021, die je wilt delen met de andere regionale projectleiders? Is er iets bijzonders gaande in jouw regio? Of wil je jouw dilemma’s delen? Laat het ons weten op info@geweldnergensthuis.nl dan neemt Merel zo snel mogelijke contact met je op.