VNG Magazine nummer 20, 20 december 2019

Auteur: Pieter van den Brand

Welke rol moet je als gemeente spelen in de energietransitie? Beesel, Venray en Horst aan de Maas maakten samen de zoektocht naar een antwoord. De Limburgse gemeenten willen nadrukkelijk zelf aan de lat staan om de energietransitie vorm te geven. Risicodragend meedoen is een optie.

Zonnepanelen

Net als andere gemeenten hebben Venray, Beesel en Horst aan de Maas elk een hoog ambitieniveau. De drie Limburgse plattelandsgemeenten willen flink besparen op fossiel energieverbruik en zo CO2-emissies terugsnoeien. Ook willen ze over tien jaar een substantieel aantal duurzame terajoules aan groene stroom produceren. De gemeenten zetten in op zonnedaken, zonnevelden en windturbines. En net als andere gemeenten worstelen de Limburgers met een heus dilemma: welke rol moet de gemeente in de energietransitie pakken?

Soms hebben initiatieven een zetje nodig

Verschillende rollen
Beesel en Venray hadden al samen een energiestrategie geformuleerd. Horst aan de Maas prikkelde beide gemeenten om de verschillende rollen in de energietransitie eens goed op een rij te laten zetten door een extern onderzoeksbureau. Uit dat onderzoek rolde een sterke gemeenschappelijke wens: de gemeenten willen beslist actief en ondernemend zijn. ‘De bereidwilligheid hiertoe was al groot’, zegt wethouder Martijn van der Putten (D66) van Venray. ‘Het onderzoek heeft ons meer inzicht gegeven in wat kan en wat mag en wat de kansen en risico’s zijn. We kunnen nu makkelijker schakelen.’
In Horst aan de Maas beschrijft wethouder Thijs Kuipers (D66/GroenLinks) de nieuwe rol voor de drie gemeenten. ‘Als marktinitiatieven vanzelf van de grond komen, kan de gemeente zich beperken tot faciliteren. Soms hebben initiatieven een zetje nodig, dan kunnen we stimuleren met subsidie. Dat doen we al in de vorm van haalbaarheidsstudies van bedrijven die in zonnepanelen willen investeren.’
Om grootschalige opwek te realiseren, stelt Kuipers, gaat de rol van de gemeente veel verder. ‘Je kunt als gemeente tien keer tien hectare vergunnen of honderd hectare in één keer en daar op proberen sturen. Onze voorkeur gaat uit naar het laatste. We kunnen dan goed nadenken over mogelijke locaties en de landschappelijke inpassing wordt beter. Dat vraagt wel regie van de gemeente, de bereidheid om samen te werken en wellicht risicodragend te participeren.’

Markt
In de drie gemeenten staan nog geen grote opwekinstallaties, alleen zonnepanelen op de daken van particulieren, agrariërs en bedrijven. In Venray is onlangs aan een commerciële partij de eerste grote zonneweide (vijf hectare) vergund. De interesse vanuit de markt is groot. Door de SDE+-regeling van het Rijk regent het initiatieven. Venray wil de gretigheid in goede banen leiden. ‘Wij hebben de ervaring dat marktpartijen er nogal “plat” inzitten’, vertelt Van der Putten, ‘zonder naar ons beleidskader te kijken. Ze kiezen locaties uit waar al een netaansluiting ligt, in bebouwd gebied. Dat zijn vaak plekken waar wij dat liever niet hebben. Daarom willen we de regie in handen hebben. Begin volgend jaar gaan we een tender uitschrijven waarin we onze wensen aanscherpen, om zo uit kwalitatief goede projecten te kunnen kiezen. Natuurlijk weten we nog niet hoe dat uit gaat pakken.’

Buitengebied
Voor de drie gemeenten komen vooral de gronden in het buitengebied in aanmerking voor grootschalige opwek. Horst aan de Maas denkt aan de mogelijkheid van grote zonneweides in het buitengebied in combinatie met windturbines, een heus ‘energielandschap’. Ook Beesel gaat onderzoeken of het een gebied op die wijze kan inrichten. Gezocht wordt naar een combinatie met andere functies, zoals landbouw, toerisme en natuurontwikkeling. Venray mikt op de slechte kwaliteit landbouwgronden, denk aan zompige graslanden of oude veengebieden. Wat agrariërs gunstig zal stemmen, want er wordt zo min mogelijke goede grond opgeofferd. ‘Dat zijn locaties waar nog geen aansluitinfra aanwezig is. We willen daar massa creëren met een stevig opwekvolume. Dan kan er vervolgens in één keer een kabel worden getrokken’, zegt Van der Putten.

Als de energietransitie niet in het gewenste tempo gaat, moeten we een handje helpen

Burgerparticipatie
Het streven vanuit het Klimaatakkoord is vijftig procent lokale participatie in duurzame opwek. Beesel en Venray gaan bij zonprojecten uit van minimaal tien, maar liefst meer, en bij wind van minimaal vijftig procent. ‘De businesscase van een project moet wel zodanig zijn dat participatie mogelijk is. We willen inwoners in elk geval de mogelijkheid bieden later bij projecten in te stappen’, zegt Van der Putten. ‘Als dat nodig is, zullen we als gemeente in eerste instantie als achtervang dienen en ons in projecten inkopen. Dat zullen we per project gaan bekijken. Hoe meer burgerparticipatie de commerciële partijen in de tender gaan bieden, des te meer kans hun project maakt.’

Vijftig procent lokale participatie kan wat Kuipers betreft in Horst aan de Maas prima slagen. ‘De andere helft wordt dan publiek gefinancierd. Commerciële partijen zijn in dat geval niet nodig.’
Horst aan de Maas wil zelfs verder gaan. Bij de vorming van het college in 2018 is expliciet in het coalitieakkoord vastgelegd de haalbaarheid van een eigen energiebedrijf te onderzoeken. ‘Je moet dan niet denken aan het vroegere overheidsenergiebedrijf, bemand door ambtenaren die energie op de consumentenmarkt gaan verkopen. Eerder is het een samenwerkingsvorm, waarin wij als gemeente de regierol hebben en de juiste partners bij elkaar zoeken die nodig zijn om grootschalige opwek te realiseren. Dat zijn de partijen die willen investeren, liefst zo veel mogelijk onze inwoners zelf, en partijen die kennis hebben van de exploitatie van wind- en zonneparken. We deinzen er niet voor terug risicodragend mee te doen, bijvoorbeeld in de beginfase om een project van de grond te tillen. Naast tijdelijk instappen kunnen we borg staan voor de investeringen van anderen, zoals lokale energiecoöperaties. We maken afspraken over het verdelen van rendementen, die liefst zo veel mogelijk lokaal landen. Zo’n samenwerkingsvorm is ook geen doel op zich, maar een instrument om onze rol in de energietransitie te borgen.’

Voortouw
Voor Venray is een eigen energiebedrijf niet aan de orde, maar het kan wel een resultante van ontwikkelingen zijn, al is het ook voor Van der Putten geen doel op zich. ‘De markt voor zonnevelden is uiterst competitief met lage rendementen. We zeggen niet bij voorbaat dat we dat automatisch gaan doen. Maar het geeft wel aan hoe belangrijk het is om te sturen op kwaliteit. Zelf het voortouw nemen om projecten te realiseren is nieuw voor ons. Maar als gemeente zijn we ons bewust van de opgave die er ligt. Als de energietransitie niet in het gewenste tempo gaat, moeten we een handje helpen. Ondanks de risico’s kan dit lucratief uitpakken. We kunnen niet alleen op duurzaamheidsgebied winst boeken, maar ook in financieel opzicht. Zo kunnen we weer in onderwerpen als natuurontwikkeling en landschappelijke kwaliteit investeren.’