Laatst bijgewerkt: 13 november 2025

De bijstandsgerechtigde die verder van de arbeidsmarkt af staat, krijgt de ruimte en het recht om de verplichting tot maatschappelijke participatie zelf vorm te geven (bijvoorbeeld met een opleiding, vrijwilligerswerk of mantelzorg).

Hoofdlijnen

  • Treedt in werking per: 1-1-2027 met als gedoogjaar 2026 (fase 3)
  • Was: Geen expliciet recht op eigenstandig vormgeven participatie
  • Wordt: Recht op eigenstandig vormgeven participatie
  • Wetsartikel: Artikel 9, lid 8, Participatiewet
  • Verplichte wijziging: Ja
  • Beleids- en uitvoeringsimpact: substantieel
    • Beleidrijk en vergt daarmee nog veel uitwerking en afstemming
    • Handreiking en werkinstructies.
    • Medewerkers (werkconsulenten) moeten per 1-1-2027 klaar zijn om dit recht op de zelfstandige vormgeving te kunnen beoordelen, waar nodig bij te stellen en te beschikken.
  • Lokale verordening: Ja, op basis modelverordening VNG ten aanzien van ondersteunen bij maatschappelijke participatie
  • Lokaal beleid: Ja
  • Fiscale impact: Nee.
  • Impact op toeslagen: Nee
  • ICT-impact: Zeer beperkt, enkele aanpassingen in de ondersteunende software
  • Bestandsonderzoek en selectie lopende gevallen nodig:  Nee, geldt enkel in nieuwe situaties, maar wel mede voor het zittende bestand. Het is aan de inwoner om invulling aan dit recht te geven en dit zo nodig bij het college te melden. De gemeente kan de bijstandsgerechte wel over dit recht informeren. Veel gemeenten passen dit in de praktijk al toe.
  • Nieuwe beschikking nodig: Ja, als er nieuwe (participatie-)afspraken zijn gemaakt

Waarom is deze wijziging onderdeel van de Participatiewet in Balans? 

Per 1 januari 2027 heeft de bijstandsgerechtigde het recht om maatschappelijke participatie zelf vorm te geven. In 2026 kan de gemeente hier al op vooruitlopen. Het wettelijk kader van de Participatiewet gaat primair uit van arbeidsvermogen en arbeidsinschakeling. Daardoor gaat momenteel te weinig aandacht uit naar mensen zonder (direct) perspectief op betaald werk. De mensen voor wie arbeidsinschakeling niet of op korte termijn niet aan de orde is, raken dikwijls buiten beeld en worden slechts sporadisch gesproken. 

De huidige Participatiewet legt de focus op arbeidsinschakeling en de arbeids- en re-integratieverplichtingen. Daarnaast geldt een vrij strak regime van maatregelen bij het niet nakomen van deze (arbeids)verplichtingen. Deze omstandigheden weerhouden de bijstandsgerechtigde ervan om zelf initiatief te nemen. Of er moet door de gemeente – zoals ingeval van zorgtaken – expliciet tijdelijke ontheffing van de arbeids­verplichting zijn verleend.

Het uit eigen beweging stappen zetten kan mensen echter juist perspectief, inspiratie en energie geven, waardoor mensen soms (op termijn) ook de stap kunnen zetten richting arbeidsmarkt. Het recht om de maatschappelijke participatie zelf vorm te geven is daarom verankerd in het voorgestelde artikel 9, lid 8 van de Participatiewet. Dit recht bestaat zolang het geen belemmering vormt voor arbeidsinschakeling of verdringing op de arbeidsmarkt.

Wat betekent dit voor gemeenten?

Deze wijziging vraagt:

  • Lokaal beleid en werkinstructies: Gemeenten geven aan dat het heel goed is dat de bijstandsgerechtigde maatschappelijke participatie zelf vormgeeft; deze intrinsieke motivatie is belangrijk. Het komt echter in de praktijk regelmatig voor dat plannen en ideeën (denk aan opleidingen, het starten van een eigen bedrijf) van de bijstands­gerechtigde onrealistisch zijn. Het is belangrijk dat gemeenten bij kunnen sturen, waar zij inschatten dat dit nodig is.
  • Enkele aanpassingen in de ondersteunende software: Het is van belang dat de consulent niet alleen de voorzieningen in beeld heeft die de gemeente kan aanbieden; ook de activiteiten die de bijstandsgerechtigde zelf naar voren brengt dienen een plek te kunnen krijgen in het systeem.