VNG Magazine nummer 2, 8 februari 2019 

Auteur: Rogier van der Wal 

Onlangs is een interessant boek verschenen op basis van onderzoek dat gedaan is binnen het lectoraat Public Governance aan de Haagse Hogeschool. Het bevat zeven studies naar publieke professionals in een veranderende samenleving, met een inleidend en een concluderend hoofdstuk. 

In de inleiding schetst lector Henno Theisens de contouren van het veranderend openbaar bestuur in tijden van ‘vloeibare moderniteit’. Blijvend ‘gesmolten’ instituties en een gefragmenteerd middenveld kunnen voor wie in de publieke sector werkt tot ingewikkelde balanceeracts leiden, waarbij de combinatie van de (traditionele) verticale, hiërarchische logica en de horizontale netwerklogica toenemend spanning oplevert. Hoe daarmee te dealen valt, schetsen de afzonderlijke hoofdstukken.  

Momentum pakken 
Voor wie bij een gemeente werkt, zijn de inkijkjes in ministeries zoals die naar woordvoerders, naar ambtelijk vakmanschap binnen BZK en naar samenwerking tussen ministeries op het vlak van gezondheid informatief. Woordvoerderschap komt immers ook bij gemeenten voor, en de delicate balans tussen afstemming en proactief handelen zal vast herkenbaar zijn. De vaardigheden die een organisatieantropoloog als essentieel benoemt voor BZK zijn ook breder toepasbaar: onder andere goed kunnen abstraheren en (her)formuleren, je momentum weten te pakken (goed op rijdende treinen kunnen springen) en je netwerk kunnen bespelen. Dat ministeries nog graag verkokerd werken en interdepartementaal samenwerken dus best lastig is, zal niet verrassen. Er staan ook twee studies in naar de situatie van professionals in het hbo, waar sterk verticaal wordt bestuurd. Door docenten wordt vaak geklaagd over regeldruk, die vooral van binnenuit blijkt te komen.  

Jazzimprovisatie 
Direct relevant zijn de hoofdstukken van Juliette Santegoeds over de Haagse wijkambtenaren en van Martijn Hartog over de analogie met jazzimprovisatie. In Den Haag is gesproken met bevlogen buurtregisseurs, ambtenaren met weinig formele macht maar beschikkend over een zeer effectieve mix van wendbaarheid, pragmatisme en vasthoudendheid, mooi getypeerd als praktische wijsheid. Het gaat vooral om de juiste mensen, om de ‘goudzoekers’ en de ‘Robin Hoods van de bureaucratie’, netwerkers, ondernemers en vertalers (verbinders), die als het nodig is niet bang zijn om buiten de lijntjes te kleuren. Wat daarbij helpt, is een aanpak vanuit de gemeente die gericht is op ontkokering, decentralisering en frontlijnsturing.  

In het hoofdstuk over jazzimprovisatie wordt aangehaakt bij o.a. Hans Boutelliers improvisatiemaatschappij, met scherpe aandacht voor wat er bij jazzimprovisatie precies gebeurt. Je kunt veel leren van hoe dat eraan toegaat: het begint met veel luisteren, imiteren en oefenen/repeteren, waarbij de musici elkaar uitdagen. Daarbij past leiderschap dat daarmee om weet te gaan. Ook compositie en arrangement vragen aandacht, waarbij je kunt denken aan passende arrangementen per issue. Een mooi voorbeeld zijn de rapporten die vorig jaar zijn uitgebracht door de VNG Denktank over regionale samenwerking! 

In het laatste hoofdstuk worden (tien) lessen getrokken. Die bevinden zich op drie niveaus: persoonlijke competenties, relaties en context. Het gaat om persoonlijke effectiviteit van de publieke professional, maar ook om het samenstellen van uitgebalanceerde, improviserende teams en om het creëren van netwerken met gedeeld enthousiasme voor het oplossen van maatschappelijke problemen. Maar uiteindelijk gaat het bij deze evenwichtskunst toch vooral ook om leren door doen. 

Rogier van der Wal is docent bestuurskunde aan de Universiteit Leiden in Den Haag.  

Publieke professionals. Besturen en balanceren, netwerken en improviseren door Henno Theisens (red.), Boom Bestuurskunde, € 52.