Laatst bijgewerkt: 30 maart 2026

De Wet maatschappelijke ondersteuning is een van de belangrijkste wetten in het Nederlandse stelsel van zorg en welzijn, en gemeenten voeren deze wet in medebewind uit. 1,2 miljoen mensen in Nederland krijgen maatwerkondersteuning van de gemeente in het kader van de Wmo. In deze Raadgever staan we stil bij de achtergrond van de wet, enkele ontwikkelingen vanaf 2026, de rol die u als raadslid kunt spelen en enkele relevante documenten.

Achtergrond  

De genoemde 1,2 miljoen inwoners doen een beroep op ondersteuning om uiteenlopende redenen, van dakloosheid, (progressieve) ziekte, beperking of omdat ze om een andere reden (tijdelijk) de regie over hun leven kwijt zijn. De Wmo is bedoeld om mensen te ondersteunen in hun participatie en zelfredzaamheid, ook als dat bijvoorbeeld komt doordat de thuissituatie niet veilig is.  

De wet kent een open norm, waarbij individueel maatwerk in principe het sluitstuk is als andere mogelijkheden zijn uitgeput en mensen zich (met hulp van de omgeving) niet meer redden. De hulpvormen die de gemeente biedt zijn onder andere mantelzorgondersteuning, beschermd wonen, vrouwenopvang, maatschappelijke opvang, hulp in het huishouden, begeleiding, dagbesteding, vervoer en hulpmiddelen. Gemeenten organiseren het aanbod van de voorzieningen: zowel de maatwerkvoorzieningen als de algemene voorzieningen (onder andere sociaal werk) waar iedereen gebruik van kan maken. Ook beoordelen consulenten van de gemeente wat er nodig is als een inwoner zich tot de gemeente wendt. 

Daarnaast hebben gemeenten aanpalende verantwoordelijkheden, zoals toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid in de Wmo en het bieden van onafhankelijke cliëntondersteuning. Gemeenten hebben kortom een rijk palet aan verantwoordelijkheden en verschillende onderdelen van de Wmo hebben hun eigen dynamiek. 

Vrijwel alle gemeenten zien een toenemend beroep op allerlei vormen van Wmo-ondersteuning. Hier liggen verschillende oorzaken aan ten grondslag, zoals de vergrijzing, maatschappelijke problemen zoals armoede, dakloosheid en obesitas, beleid in andere zorgsectoren (langdurige zorg, ggz) en landelijke maatregelen (zoals het abonnementstarief en jurisprudentie). Daarbij neemt het beschikbare personeel af. Er zijn daarom zorgen over de houdbaarheid van de Wmo, zowel vanuit het maatschappelijk oogpunt (het belang van goede ondersteuning voor inwoners), als vanuit financieel en personeel oogpunt (schaarsteverdeling en prioritering van inzet). 

Hoe de Wmo functioneert, is ook afhankelijk van veel voorgenomen landelijk beleid, zoals de hervorming van de langdurige zorg (met name de Wlz) en de zorgakkoorden. Wat gemeenten en de rijksoverheid in het kader van de Wmo voor inwoners regelen, hangt idealiter samen. 

Ontwikkelingen begin 2026 

Over het toekomstperspectief van de Wmo is een onderzoek gedaan: het Houdbaarheidsonderzoek Wmo. Dit is een coproductie van VNG en de rijksoverheid, het eindrapport werd in november 2025 gepubliceerd. Het bevat allerlei voorstellen vanuit maatschappelijk, financieel en personeel oogpunt om de Wmo te verbeteren, zowel op lokaal als op stelselniveau. De VNG heeft bestuurders van meer dan 50 gemeenten gesproken over de inhoud van het rapport en op basis daarvan een beleidsreactie opgesteld. 

 De VNG spant zich landelijk, regionaal en lokaal in om de Wmo-ambities te verwezenlijken. Er is al veel lopend aanbod voor ondersteuning van gemeenten. Denk aan het Ketenbureau i-Sociaal Domein (o.a. hulp omtrent contractstandaarden bij de inkoop van Wmo-ondersteuning), het programma Naleving, dat helpt bij versterken van het toezicht op de Wmo, en het programmateam Gezond en Actief Leven dat ondersteunt bij implementatie van de zorgakkoorden. 

In januari 2026 presenteerde het kabinet Jetten haar coalitieakkoord. Het kabinet wil op sociale zekerheid en zorg bezuinigen, tegelijkertijd geeft het kabinet aan te willen investeren in sterke, zorgzame gemeenschappen. Ook het schrappen van de huishoudelijke hulp uit de Wmo is een (nader uit te werken) maatregel die veel impact zal hebben. Veel is nog onduidelijk en de VNG communiceert met gemeenten over alle vervolgstappen hieromtrent. 

Wat kunt u als raadslid doen? 

In de Wmo komen de verschillende rollen van de gemeenteraad terug. Zowel het stellen van inhoudelijke als financiële kaders zijn daarbij van belang, wat raadsleden voor dilemma’s stelt. De groeiende behoefte aan ondersteuning als gevolg van vergrijzing zal dit de komende jaren nog urgenter maken. Als VNG kunnen we 3 algemene zaken meegeven die u helpen in uw rol als raadslid. 

1. In het leven van inwoners zijn er geen gescheiden beleidsdomeinen 

Dit is voor de meeste volksvertegenwoordigers een open deur, maar het is soms ook lastig om dit goed voor ogen te houden in het complexe werkveld van de gemeenteraad. Dit komt doordat gemeenten voor veel dingen verantwoordelijk zijn, daarbij aan juridische kaders gebonden zijn en ook nog eens financiering vanuit verschillende geldstromen krijgen (vergelijk het geld vanuit de zorgakkoorden). Het is onder meer van belang oog te hebben voor de samenwerking en afstemming met het fysieke domein (afdelingen ruimtelijke ontwikkeling) vanuit de bijvoorbeeld de bouwopgave voor ouderen, kwetsbare groepen en mensen met een beperking2.

De gemeenteraad heeft bij uitstek zicht op het totaal. Heb dus oog voor de relatie tussen bestaanszekerheid, wonen, geestelijke gezondheid, vergrijzing, een gezonde leefomgeving, en de uitwerking van Wmo-beleid daarop en vice versa.

2. De kracht van lokaal en ieder het zijne 

De Wmo past als wet goed bij gemeenten, omdat de Wmo stoelt op de gedachte van lokaal maatwerk. Maatwerk, omdat elke inwoner een keukentafelgesprek krijgt waarin wordt bekeken wat er moet gebeuren om diegene te ondersteunen in zijn of haar participatie en zelfredzaamheid. En lokaal, omdat bepaalde voorzieningen worden georganiseerd per gemeenschap (het wijkcentrum, het buurthuis). Omdat de Wmo een open norm kent (er wordt niet vooraf voorgeschreven wat een inwoner met een bepaalde aandoening of hulpvraag precies moet krijgen) is het niet zo dat er een landelijk, juridisch antwoord is op de vraag hoe we die ondersteuning aan inwoners het beste vorm kunnen geven. Veel belangrijker is dat de (vraag van de) inwoner goed wordt gezien en dat de gemeente hulpverlening inzet waar die het meeste helpt. Soms betekent dat dat de oplossing gevonden wordt door een stap meer te zetten dan het formele (Wmo-)aanbod3, soms betekent dat dat er een keuze gemaakt wordt om nadrukkelijker de kracht van mensen en gemeenschappen aan te spreken. 

Wees niet bang om eigenzinnig te werk te gaan in uw gemeente, u staat in verbinding met de inwoner en weet samen het beste waar lokale gemeenschappen behoefte aan hebben. Daar kunt u nadrukkelijk in differentiëren. 

Tegelijkertijd is het uiteraard wél zo dat gemeenten veel van elkaar kunnen leren. De VNG kan u zo nodig in contact brengen met collega’s elders uit het land. 

3. De gemeente kan helpen om de zelfredzaamheid in het gewone leven van inwoners te versterken 

Veel inwoners worden ouder of lopen tegen andere problemen van het leven aan, maar soms zijn er zaken die zorgen dat ze niet hoeven te worden verwezen naar formele ondersteuning. Dat kan zijn omdat problemen worden voorkomen (preventie), bijvoorbeeld omdat ze hun huis niet kwijt raken en dakloos worden of doordat ze gezond kunnen leven in hun buurt. Denk bij dit laatste aan een rookvrije en gezonde leefomgeving, maar bijvoorbeeld ook aan voldoende en toegankelijk sportaanbod. Het kan ook zo zijn dat ze wel hulp nodig hebben, maar dat er voldoende steun is vanuit hun eigen omgeving. Sommige mensen hebben daarvoor vrienden en familie, weer anderen kunnen worden geholpen door buurtbewoners, vrijwilligers of door andere voorzieningen in de buurt zoals in de bibliotheek of via sociaal werk. Gemeenten spelen een belangrijke faciliterende rol bij de bloei van zorgzame gemeenschappen, waar mensen voor elkaar zorgen. Zo kunnen actieve, betrokken inwoners en de gemeente samen zorgen voor een prettige omgeving, waar formele hulp pas nodig is als mensen ingewikkelde ondersteuningsvragen krijgen. 

Het Houdbaarheidsonderzoek Wmo constateert dat de uitgaven aan de formele ondersteuning via lokale sociale (wijk)teams en individuele maatwerkvoorzieningen (die niet zo makkelijk te budgetteren zijn) toenemen. Dit is in contrast met de uitgaven aan andere zaken die een beschermende factor kunnen zijn bij het voorkomen van de inzet van formele ondersteuning. 

Heb als raadslid goed oog voor deze dynamiek. Slimme uitgaven aan het sociale weefsel van gemeenschappen en huisvesting voor alle inwoners maken uw gemeente niet alleen een fijnere plek om te wonen, maar voorkomen ook inzet van hulp, onveiligheid en overlast op straat.

En omgekeerd kan het schrappen van een subsidie weliswaar op korte termijn de financiële nood ledigen, maar op termijn leiden tot verhoogde kosten voor formele ondersteuning. Zoek hierbij ook de samenwerking op met bijvoorbeeld zorgkantoren.  

Meer informatie

 Rapporten van de ROB over medebewindstaken