Maatschappelijke opgaven overstijgen de grenzen van organisaties, domeinen en gemeenten. Het samenhangend en op maat aanpakken van die opgaven vereist samenwerking. Niet alleen tussen gemeenten, maar ook tussen verschillende professionals en met burgers. Welke rol en positie kiest de gemeente in de samenwerking? En welke consequenties heeft dit voor uw rol en positie als raadslid?

De opgave

Er wordt veel gevraagd van gemeenten. De invoering van de Omgevingswet, de energietransitie, en de vernieuwing in het sociaal domein. Tegelijk stellen mondige burgers en maatschappelijke organisaties hoge eisen aan de gemeente. Gemeenten hebben een verantwoordelijkheid om op passende wijze de relatie met hun lokale gemeenschap in te richten. Dit lukt gemeenten omdat zij als geen ander dicht bij de samenleving staan. Daar bloeien allerlei initiatieven en netwerken op waar de gemeentelijke organisatie mee kan samenwerken, en die de gemeente faciliteert. Maar hoe krijgt de samenwerking met verschillende actoren vorm? Welke rol vervult de gemeenteraad?

Visie en rolopvatting

Veel gemeenten hebben een visie op samenwerken. Daarin staat op welke terreinen wordt samengewerkt met andere gemeenten, bijvoorbeeld dat met het bedrijfsleven een regionale lobby wordt opgezet of dat een aantal gemeenten samen belasting heffen. De samenwerking met de inwoners moet ook een plek krijgen in de visie. Werken vanuit een gedeelde visie helpt om bewust keuzes te maken. Het college en de raad blijven dan beter in positie en de sturing op de samenwerking wordt duidelijker.

De gemeenteraad stelt daarvoor de kaders. U geeft als raadslid het college mee welke positie de gemeente in de netwerksamenleving moet innemen en u controleert  de uitvoering. Als u uw rol en positie in de samenleving wilt bepalen, is het van belang rekening te houden met onderstaande perspectieven.

Samenwerken in de (netwerk)samenleving

Gemeenten werken samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen. Het uitgangspunt is dat iedereen zoveel mogelijk kan meedoen in de samenleving: jong, oud, gezond of met beperking. Daarbij staat de eigen kracht en verantwoordelijkheid van inwoners en hun sociale netwerk voorop. Steeds vaker nemen inwoners zelf initiatieven waardoor de traditionele gemeentelijke rol  voortdurend verandert: van organiseren naar faciliteren. Ambtenaren moeten de ruimte krijgen om inwoners te faciliteren en doen wat nodig is op basis van een gedeelde verantwoordelijkheid. U bent als raadslid zelf onderdeel van deze samenleving. U kunt ruimte creëren door te sturen op hoofdlijnen en door meer ruimte en vertrouwen te geven. Hoe gaat u om met burgers, bedrijven, en anderen uit het gemeentebestuur in de netwerksamenleving?

Samenwerken binnen de gemeente

Maatschappelijke ontwikkelingen vragen om een transformatie in het denken en handelen van gemeenten. Voor de ambtelijke organisatie van de gemeente betekent dit dat zij verkokering moet tegengaan en de bureaucratie moet aanpakken. Binnen gemeenten moet breder gedacht worden dan het eigen beleidsterrein, meer in de keten. Flexibel in taakopvatting en de dialoog aangaan met de burger. Ambtenaren kunnen bijvoorbeeld meer naar buiten gaan bij het maken van beleid. De raad bepaalt de kaders en het streefbeeld. Het college voert dit uit met ruimte en vertrouwen van de raad. Budgetten worden flexibel ingericht en overstijgen de domeinen.

Samenwerken tussen gemeenten

Samenwerken kan in tal van juridische vormen: publiekrechtelijk met bijvoorbeeld een openbaar lichaam of centrumgemeente (op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen). Of privaatrechtelijk met bijvoorbeeld een stichting of coöperatie. In de raadgever 'Samenwerking op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen' leest u meer over deze vorm van samenwerking.

Elk van de juridische constructies heeft eigen spelregels. Bepaal eerst wat u gezamenlijk wilt doen, voordat u besluit hoe u dit wenst te bereiken (de vorm volgt de inhoud). Inventariseer daarvoor wat u als gemeente zelf wilt blijven doen, en wat met anderen. Na het zoeken van partners kijkt u of zij hetzelfde willen bereiken en of zij dit op dezelfde manier willen. Misschien volgt uit deze discussie dat de samenwerking vrijblijvend van aard blijft, of misschien concluderen de gemeenten dat het algemeen belang zwaarder weegt dan de individuele belangen. In ieder geval draagt het proces bij aan een helder en transparant begin van de samenwerking. Vervolgens is het belangrijk dat de resultaten van de samenwerking in beeld blijven. Zo krijgen deelnemende gemeenten allemaal tijdig een kans om waar nodig bij te sturen. Ook hierover moet u als gemeenteraad afspraken maken. Vroegtijdige en periodieke betrokkenheid van de raad is essentieel.