Laatst bijgewerkt: 20 maart 2026

De school is een belangrijke instelling in de gemeente. Het onderwijs biedt alle kinderen in de gemeente ontwikkelingskansen. Naast taal en rekenen staan ook sociale vaardigheden op het lesprogramma. Het onderwijs leidt kinderen op voor werk en deelname aan de samenleving in de eigen gemeente of regio. Welke rol spelen gemeenten bij het onderwijs? 

In Nederland volgen ruim 467.000 studenten een mbo-opleiding aan een van de ca 56 mbo-instellingen in het land. Mbo-studenten zijn van grote waarde voor de maatschappij; zij worden opgeleid om beroepen te beoefenen die hard nodig zijn in de samenleving. Mbo-instellingen worden landelijk vertegenwoordigd door de Mbo-raad. Gemeenten en mbo’s hebben vooral met elkaar te maken als het gaat om de volgende thema’s:

Startkwalificatie en duurzaam werk

Het is belangrijk dat alle jongeren in Nederland een startkwalificatie behalen; dat is een diploma havo, vwo, mbo niveau 2 of hoger. Om voortijdige schooluitval te voorkomen, waardoor jongeren geen startkwalificatie halen, zijn er in Nederland 40 Doorstroompunt-regio’s, waarin gemeenten en onderwijsinstellingen samenwerken om schooluitval te voorkomen. Ook werken de doorstroompunten aan passende ondersteuning en participatie van jongeren tot 27 jaar. Per regio vervult één gemeente de rol van contactgemeente. 

Sinds 1 januari 2026 is de ‘Wet van School naar duurzaam Werk’ van kracht. Deze wet heeft als doel de kansengelijkheid te vergroten door ervoor te zorgen dat het (mbo) onderwijs beter aansluit bij de arbeidsmarkt. Daarvoor is het nodig dat jongeren tussen 16-27 met een (risico op) afstand tot de arbeidsmarkt beter begeleid kunnen worden bij de overgang van school naar werk en bij het behouden van werk. Scholen en gemeenten hebben de gezamenlijke verantwoordelijkheid om te zorgen dat jongeren met en zonder een diploma duurzaam aan het werk kunnen en dienen daarvoor indien nodig passende ondersteuning te leveren. 

Daarnaast zijn gemeenten partij in de werkagenda ‘Samen Werken aan Talent’, waarin extra investeringen worden aangekondigd in leerlingen, docenten en de kwaliteit van onderwijs in het mbo. Ook werd het Stagepact mbo’s 2023-2027 ondertekend, waarin afspraken en maatregelen zijn vastgesteld om te zorgen dat mbo-studenten een stageplek met een passende vergoeding kunnen vinden en beter begeleid worden tijdens hun stage en ter voorkoming van stagediscriminatie.

Zorg en ondersteuning van mbo-studenten

Onderdeel van de werkagenda zijn ook afspraken die gemeenten en mbo-instellingen moeten maken ter ondersteuning van studenten met een hulpvraag op het gebied van zorg of welzijn. Deze afspraak is uitgewerkt in 12 basisafspraken vast die gemeenten en mbo-instellingen regionaal met elkaar zouden moeten maken om meer en beter samen te werken in die ondersteuning. Deze afspraken worden in april 2026 gepubliceerd op de site van de VNG. De VNG zal zich de komende tijd richten op het communiceren van deze afspraken en het uitlichten van goede voorbeelden. Daarbij wordt ook zoveel mogelijk de koppeling gemaakt met de uitwerking van het Convenant Stevige Lokale Teams uit de Hervormingsagenda Jeugd als kader voor de samenwerking tussen mbo-instellingen en gemeenten. 

Van selectie- naar talentenmaatschappij

Er is de afgelopen jaren meer aandacht voor de maatschappelijke herwaardering van mbo-studenten. De VNG ondertekende in 2025 de petitie ‘Van selectie naar talentenmaatschappij’, waarin wij pleiten voor de overgang naar een maatschappij, waarin ieder zijn talenten kan benutten en hier ook gelijke waardering voor krijgt. Het streven is om een omslag te maken naar een samenleving waarin iedereen succesvol kan zijn, gelijkwaardig wordt behandeld en alle kansen krijgt. Het is daarom onder meer belangrijk dat de selectie- en toetspraktijk in het funderend onderwijs ter discussie wordt gesteld en dat er extra wordt geïnvesteerd in kansen en ontwikkelingsmogelijkheden voor mbo-studenten.

Inburgering en basisvaardigheden

Veel gemeenten hebben verder te kamen met het mbo voor de inkoop van inburgeringstrajecten en trajecten ter bestrijding van laaggeletterdheid en andere basisvaardigheden (zie voor dat laatste ook de raadgever bibliotheken en basisvaardigheden). Eén van de routes van de inburgeringswet is de onderwijsroute. Dat is een taalschakeltraject dat inburgeraars voorbereidt op de instroom in het beroeps- en hoger onderwijs. Dat aanbod wordt in sommige regio’s door private aanbieders aangeboden, maar veelal ook door publieke onderwijsinstellingen zoals mbo. 

Wat doet de VNG op dit thema?

De VNG heeft een rol in het Landelijk Gemeentelijk Netwerk 16-27 (LGN 16-27). Het LGN bestaat uit meer dan 150 gemeenten en faciliteert kennisdeling voor ambtenaren door regelmatig fysieke en digitale bijeenkomsten te organiseren over de overgang van jeugd naar volwassenheid voor jongeren in een kwetsbare positie en over actualiteiten op de Big 5 (wonen, inkomen, welzijn, werk en/of school, support). Vanuit het netwerk wordt ook vraaggerichte ondersteuning geboden aan gemeenten door de regio-adviseurs van het Platform Sociaal Domein. 

Als gemeenteraadslid kunt u sturen op beleid voor mbo-studenten

  • Mbo-instellingen zijn hebben vaak een groter dekkingsgebied dan alleen uw eigen gemeente. Hierdoor worden veel afspraken regionaal gemaakt met meerdere gemeenten. De raad heeft een richtinggevende en controlerende rol op de overkoepelende samenwerking in doorstroompunten en de jeugdzorgregio in ondersteuning van studenten.
  • Als raadslid bent u ook de stem van de student. U kunt bij jeugd- en onderwijsbeleid specifieke aandacht vragen voor de positie van mbo-studenten