Zo’n 1 op de 5 Nederlanders is jonger dan 18 jaar. Dat betekent dat ook in uw gemeente een aanzienlijk deel van de inwoners bestaat uit kinderen en gezinnen. De gemeente heeft uiteenlopende taken om het gezond en veilig opgroeien en opvoeden te ondersteunen. Als raadslid bent u de stem van de jeugdigen en gezinnen, geeft u richting aan het beleid en controleert u het college van B&W.
De gemeente voert verschillende taken uit, die voor een groot deel zijn opgenomen in de Jeugdwet, maar ook in andere wetten zoals de Wet publieke gezondheid, de Wet maatschappelijk ondersteuning (Wmo), de Leerplichtwet, de Wet op het primair onderwijs (Lokale Educatieve Agenda), Wet voortgezet onderwijs en andere onderwijswetgeving. Vanuit het gemeentelijk jeugdbeleid geredeneerd gaat het om onderstaande drie thema’s:
Waarom is jeugdzorg een belangrijk thema voor de gemeenteraad?
Momenteel krijgt 1 op de 7 kinderen en jongeren een vorm van jeugdzorg. Hier zien we een stijgende lijn: in het jaar 2000 maakte slechts 1 op de 28 kinderen gebruik van jeugdzorg. De stijgende trend startte dus al ruim vóór de decentralisaties. Niet alleen de aantallen nemen toe, ook de kosten, de behandelduur en het aantal aanbieders stijgen. Dit maakt het jeugddossier voor raadsleden zeer relevant. Het gaat vaak om jeugdige inwoners in een onzekere of kwetsbare situatie, die moeten weten waar ze met vragen terecht kunnen en erop rekenen dat zij passende hulp krijgen. Keuzes over toegankelijkheid, preventie, inkoop en kwaliteit die de raad maakt, zijn direct voelbaar voor inwoners. Bovendien gaat een groot deel van het gemeentelijke budget naar jeugdzorg.
Welke taken heeft de gemeente?
De gemeente is sinds 2015 verantwoordelijk voor alle jeugdhulp. Dat begint met een sterke sociale en pedagogische basis, laagdrempelige (opvoed)ondersteuning en hulp via de lokale teams.
Een deel van de jongeren is aangewezen op aanvullende jeugdhulp, bijvoorbeeld omdat zij kampen met psychiatrische stoornissen of gedragsproblemen waarvoor extra expertise nodig is.
De gemeente organiseert de toegang tot zulke hulp en sluit contracten met aanbieders die de hulp verlenen. Overigens komt een deel van de kinderen (in de meeste gemeenten zo’n 30 á 40 procent) in de jeugdhulp na verwijzing door een huis- of kinderarts.
Daarnaast ontvangt een deel van de jeugdigen hulp in het gedwongen kader (jeugdbescherming of jeugdreclassering), omdat zij thuis niet veilig kunnen opgroeien of omdat zij met justitie in aanraking zijn gekomen. Deze verplichte hulp wordt opgelegd door de kinderrechter. De gemeente beslist voor deze groep dus niet óf hulp wordt ingezet, maar is wel verantwoordelijk voor de uitvoering (door gecertificeerde instellingen) en bekostiging.
Regionale samenwerking
Voor een deel van de organisatie van de jeugdzorg werken gemeenten samen in jeugdregio’s. Deze samenwerking is wettelijk verplicht. Het moet ertoe leiden dat gespecialiseerde jeugdzorg beter beschikbaar komt voor kinderen en gezinnen die dat het hardst nodig hebben. In een regiovisie beschrijft de regio hoe die zorgt voor een goed en toegankelijk zorgaanbod. De regio koopt vervolgens gezamenlijk in. De gemeenteraad stelt hiervoor de kaders en controleert of deze afspraken aansluiten bij de lokale ambities en financiële ruimte.
Hervormingsagenda Jeugd en Deskundigencommissie
In 2023 maakten gemeenten, het Rijk, vertegenwoordigers van de jeugdsector en cliëntenorganisaties afspraken in de Hervormingsagenda Jeugd. Deze agenda was bedoeld om te komen tot een beter en financieel houdbaar stelsel.
In 2025 bracht een onafhankelijke deskundigencommissie, onder leiding van Tamara van Ark, advies uit over de opvolging van de afspraken. De commissie concludeerde dat het huidige stelsel vastloopt doordat vraag, verantwoordelijkheden en financiering niet meer in balans zijn. Ook stelde de commissie dat er meer aandacht nodig is voor onderliggende oorzaken van het oplopende jeugdhulpgebruik. Oplossingen moeten meer gezocht moeten worden in het gezin, op school, en in de samenleving. Daarom is het belangrijk dat andere domeinen en partners (zoals de jeugdgezondheidszorg en scholen) een grotere rol gaan spelen.
Begin 2027 brengt de Deskundigencommissie opnieuw een advies uit. Het rijk en de VNG hebben afgesproken dat het advies ‘zwaarwegend en maatgevend’ is. Het advies is daarmee bepalend voor de financiële verhoudingen tussen rijk en gemeenten – en dus direct relevant voor de lokale begroting en kaderstelling.
Wat zijn ander relevante landelijke ontwikkelingen?
Het ministerie van VWS werkt aan wetgeving die de reikwijdte van de jeugdhulpplicht verder moet afbakenen. Dit heeft mogelijk gevolgen voor wat de gemeenteraad in lokale verordeningen moet opnemen.
Er wordt ook gewerkt aan de landelijke uitrol van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Dit is bedoeld om betere ondersteuning te bieden aan gezinnen waar de veiligheid in het geding is, bijvoorbeeld door huiselijk geweld. De werkwijze draait om snellere hulp waarin het gezin centraal staat en om het zoveel mogelijk voorkomen van kinderbeschermingsmaatregelen. Om hier overal mee aan de slag te kunnen, is een wetswijziging en financiering vanuit het rijk nodig.
De VNG en partners in de jeugdsector werken daarnaast aan de afbouw van de gesloten jeugdhulp. We willen dat jongeren ‘zo gewoon mogelijk’ opgroeien. Voor kinderen die echt niet meer thuis kunnen wonen, willen we de residentiële jeugdhulp kleinschalig en dichtbij organiseren.
Hoe kunt u als raadslid sturen op de uitvoering van de Jeugdwet?
Als raadslid bepaalt u de de kaders: wat wil je als gemeente betekenen voor kinderen en ouders? En wat mag daar (onder meer in financieel opzicht) tegenover staan? In de verordening kunt u binnen de wettelijke kaders keuzes maken over bijvoorbeeld:
- Wat ziet de raad als de belangrijkste problemen in de gemeente? Welk maatschappelijk resultaat wil de raad bereiken met het jeugdbeleid?
- Hoe sluit het aanbod van specialistische jeugdhulp aan op de sociale en pedagogische basis in de gemeente?
- De toegankelijkheid van de jeugdhulp: waarvoor wordt (aanvullende) jeugdhulp ingezet en waarvoor niet? Welke hulp is vrij toegankelijk en welke hulp is alleen toegankelijk na een besluit van de gemeente?
- Wat verstaat de raad onder goede en effectieve hulp? Welke informatie hebben raadsleden nodig om goed te kunnen sturen? Welke kwaliteitseisen horen daarbij (rekening houdend met de administratieve belasting van aanbieders)?
- Hoe wil de raad de samenwerking tussen de gemeente en jeugdhulpaanbieders vormgeven (bijvoorbeeld een samenwerking met een beperkt aantal aanbieders of juist veel, en voor hoelang?)
Wat doet de VNG?
De VNG helpt gemeenten bij de uitvoering van hun taken op het gebied van jeugdzorg met onder andere modelverordeningen en ondersteuning bij regionalisering en standaardisatie. Ook behartigt de VNG de belangen van gemeenten, onder andere voor een goede balans tussen taken en middelen.