Laatst bijgewerkt: 23 maart 2026

Bij de opvang van asielzoekers, huisvesting van statushouders en integratie van nieuwkomers in Nederland zijn veel partijen betrokken zoals verschillende ministeries. Ook zijn provincies, landelijke uitvoeringsdiensten zoals het COADUO en de INDVluchtelingenwerkNidos (opvangorganisatie voor minderjarige vluchtelingen) en overige maatschappelijke organisaties betrokken. Gemeenten zijn een belangrijke speler. De belangrijkste betrokken partijen zijn natuurlijk de mensen om wie het gaat. Binnen deze groep bestaat er veel diversiteit, net als onder de rest van de inwoners van uw gemeente. Hoe kunt u als raadslid in dit complexe veld uw rol pakken? 

Samenhangende visie 

Het is allereerst van belang om opvang, huisvesting en integratie in samenhang te bekijken. Om als nieuwkomer aan de samenleving deel te kunnen nemen is het bijvoorbeeld nodig dat ook opvang en huisvesting hierop zijn ingericht. Daarbij is draagvlak en draagkracht in wijken een essentieel aandachtspunt. Als volksvertegenwoordiger kunt u zich hierover op lokaal niveau uitspreken.  

Asielopvang 

Voor de meeste asielzoekers begint hun verblijf in Nederland in een asielzoekerscentrum, een locatie van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Het COA is verantwoordelijk voor de uitvoering en exploitatie van de opvanglocaties, maar dit kan ook (deels) door een gemeente worden uitgevoerd. 

Als gemeenteraad kunt u meedenken over geschikte locaties of accommodaties én over de manier waarop de gemeente invulling wil geven aan de samenwerkingsafspraken (bestuursakkoord) met het COA. Er gelden een aantal basiseisen waaraan de locaties moeten voldoen.

Minderjarigen zonder ouders of andere begeleiders

De zogeheten amv’s (alleenstaande minderjarige vreemdelingen) worden op een andere manier opgevangen: in een pleeggezin onder verantwoordelijkheid van Nidos of in een speciale opvanglocatie van Nidos of het COA. Deze jongeren hebben vaak extra ondersteuning nodig, ook nadat zij 18 jaar zijn geworden. 

Mogelijk maken asielopvangvoorzieningen

Gemeenten hebben hierin een taak vanuit de Spreidingswet (Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen). Het doel van deze wet is om de asielopvanglocaties evenwichtig te verdelen over het land en ze duurzamer te maken. Eens per 2 jaar maakt de minister de capaciteitsraming bekend waaruit volgt hoeveel opvangplaatsen beschikbaar moeten worden gesteld. Dat aantal is een onderdeel van de provinciale opvangopgave, waarvoor elke provincie een Provinciale Regietafel (PRT) kent. Het college van de gemeente draagt zorg voor het ter beschikking stellen van een locatie of accommodatie aan het COA én voor de verlening van de noodzakelijke vergunning voor het in gebruik nemen van de opvangvoorziening. De gemeenteraad draagt zorg voor aanpassing van het bestemmingsplan of de beheersverordening indien dit noodzakelijk is voor het in gebruik nemen van de opvangvoorziening. Binnen de PRT kunnen gemeenten onderling uitruilen, bijvoorbeeld tussen AMV-opvang en reguliere opvang, of tussen asielopvang en de huisvesting van statushouders, om zo gezamenlijk aan de provinciale opgave te voldoen. 

Formeel beslist het college over de opening van een opvanglocatie. Vanwege de te verwachten maatschappelijke impact wordt de gemeenteraad meestal nauw betrokken bij de besluitvorming.

Oekraïne-opvang

De oorlog in Oekraïne duurt voor, waardoor er nog steeds ontheemden uit Oekraïne naar Nederland komen. Vanuit de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) van de Europese Unie hebben ontheemden uit Oekraïne recht op onderdak en medische zorg, mogelijkheid om te werken en onderwijs voor minderjarige kinderen. Bij de inwerkingtreding van de Tijdelijke Wet opvang ontheemden uit Oekraïne is de opvang een verantwoordelijkheid van de colleges van B&W. In tegenstelling tot bij asielopvang zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de uitvoering en exploitatie voor de opvang van Oekraïners.

Als raadslid helpen de volgende vragen bij uw standpuntbepaling rondom asiel- en Oekraïne-opvang: 

  • Welk type locatie(s), van welke omvang komen in aanmerking, waar en voor hoe lang?
  • Laat de gemeente de uitvoering en exploitatie van de opvang bij het COA of wil de gemeente daarin zelf onderdelen oppakken?
  • Zijn aanvullende werkafspraken met het COA gewenst? Bijvoorbeeld over de inzet van dagbesteding, inzet van vrijwilligers of de klachtenafhandeling 
  • Hoe kunnen we een opvanglocatie ‘maatschappelijk inpassen’? Denk aan het samenspel met scholen, gedeelde sportfaciliteiten, gezondheidszorg, integratie en de handhaving van openbare orde en veiligheid.
  • Hoe wordt de communicatie met omwonenden en andere inwoners vormgegeven? Is er een social media strategie? 
  • Zijn er samenwerkingsafspraken met belangrijke ketenpartners zoals de GGD, maatschappelijke welzijnsorganisaties, vrijwilligersorganisaties, woningcorporaties, werkgevers en de politie? 
  • Hoe wordt de regionale samenwerking vormgegeven? Zijn er samenwerkingsafspraken binnen de PRT? 
  • Is er zicht op de lange termijn als de asielstroom verandert? Kan de locatie bij een wellicht lagere bezetting worden benut voor andere doelgroepen? 
  • Is de gemeente voorbereid op het scenario dat ontheemden uit Oekraïne nog langer in Nederland verblijven? 

Huisvesting statushouders

Zodra een asielzoeker een verblijfsvergunning krijgt en daarmee statushouder wordt, koppelt het COA hem of haar aan een gemeente. Die gemeente moet dan binnen 14 weken passende woonruimte aanbieden. In de praktijk duurt dit vaak langer, mede door de krappe woningmarkt.  

Het rijk bepaalt 2 keer per jaar bepaalt het aantal statushouders dat gemeenten moeten huisvesten. De gemeenteraad controleert of de gemeente deze huisvestingstaakstelling haalt. Is dat niet het geval dan kan de provincie ingrijpen. Gemeenten hebben weliswaar geen invloed op de hoogte van de taakstelling, maar als raadslid bepaalt u vanuit de huisvestingsverordening de regels over de toewijzing van huurwoningen en de urgentievolgorde voor woningzoekenden. Besef wel dat er meer aandachtsgroepen zijn die huisvesting nodig hebben. Overweeg of het interessant is om op zoek te gaan naar alternatieve vormen van huisvesting door gebruik te maken van de Bekostigingsregeling huisvesting vergunninghouders in doorstroomlocaties

Inburgering en integratie 

Na het verkrijgen van een verblijfsvergunning start de inburgeringsplicht. Het doel hiervan is om nieuwkomers zo snel en goed mogelijk te laten meedoen in de samenleving. Sinds 2022 is de nieuwe Inburgeringswet (Wi2021) in werking getreden, die gemeenten meer regie over de uitvoering geeft. De gemeentelijke taken op het gebied van inburgering zijn ingekaderd in landelijke wet- en regelgeving. Daarbinnen kunnen gemeenten hun regierol naar eigen inzicht invullen. 

De volgende vragen kunnen helpen om het inburgeringsbeleid in uw gemeente vorm te geven en te controleren: 

  • Wat is uw visie op inburgering? Welke maatschappelijke resultaten wilt u behalen?
  • Hoe ziet het inburgeringsaanbod eruit? Hoe worden taal en inburgering verbonden met werk, opleiding en participatie? Is er samenwerking met de arbeidsmarktregio en andere gemeenten?
  • Hoe ziet de maatschappelijke begeleiding eruit? Denk aan duur, vorm en intensiteit.
  • Hoe monitort de gemeente de voortgang van elke inburgeraar en hoe handhaaft ze die?
  • Voor de uitvoering van de Wi2021 ontvangen gemeenten structureel rijksbudget. Ze kunnen daarnaast in de eigen begroting meer middelen vrijmaken, zoals voor intensievere begeleiding of ondersteuning aan extra doelgroepen zoals gezinsmigranten of asielzoekers die nog in de opvang verblijven. Wilt u dat?
  • Hoe ervaren de inburgeraars in uw gemeenten het inburgeringsbeleid?
  • Worden de doelstellingen bereikt? 

Opvang ongedocumenteerden 

Niet alle asielzoekers mogen na het doorlopen van de asielprocedure in Nederland blijven. Toch vertrekt niet iedereen van wie het asielverzoek wordt afgewezen. Soms is er hoop alsnog te mogen blijven, soms kan iemand niet terug omdat de juiste papieren ontbreken of omdat het land van herkomst niet meewerkt. Dit kan resulteren in dakloosheid en de daarmee gepaard gaande risico’s voor gezondheid en openbare orde. Ongedocumenteerden hebben geen recht op opvang in het kader van de Wmo. Een aantal gemeenten biedt daarom bed-bad-brood-opvang. Momenteel wordt gewerkt aan de borging van een Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) waar ongedocumenteerden onder begeleiding aan een duurzaam perspectief werken. Dat wil zeggen: legaal verblijf of vertrek uit Nederland. 

Als raadslid helpen de volgende vragen bij uw standpuntbepaling voor de opvang van ongedocumenteerden: 

  • Is de gemeente bereid om opvang voor ongedocumenteerden te organiseren?
  • Welk type locatie(s), van welke omvang komen in aanmerking, waar en voor hoe lang?
  • Zijn er samenwerkingsafspraken met belangrijke ketenpartners zoals Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), en de Nationale Politie/AVIM en (lokale) NGO’s? Is de gegevensverwerking tussen deze partijen ordentelijk getoetst en georganiseerd?
  • Hoe is de financiering geregeld?