Laatst bijgewerkt: 10 april 2026

Gemeenten hebben vanuit de Wmo de opdracht om ervoor te zorgen dat een zeer kwetsbare groep burgers – die het op eigen kracht niet redt – onderdak en ondersteuning krijgt. Deze groep mensen is divers, maar ze zijn van de overheid afhankelijk voor een thuis en passende ondersteuning.

Dakloosheid

Zogenoemde Ethos-tellingen in het land laten zien dat (dreigende) dakloosheid voorkomt in iedere gemeente. Vaak is dakloosheid verborgen, bijvoorbeeld onder jongeren of gezinnen. Het is een van de fundamentele rechten van de mens om een dak boven zijn hoofd te hebben. En een thuis is een essentiële voorwaarde om gezond te kunnen leven. Dakloosheid is een ernstige en ontwrichtende omstandigheid, die zorgt voor uitsluiting en grote gezondheidsrisico’s. Bovendien: hoe langer de situatie van dakloosheid duurt, hoe lastiger het is om het leven weer op orde te krijgen. De kosten van dakloosheid voor de samenleving zijn ook aanzienlijk: een plek in de opvang kost de gemeenschap jaarlijks vele tienduizenden euro’s.

Beschermd Wonen

Bij beschermde woonvormen gaat het om mensen met psychiatrische en sociaal-maatschappelijke problemen, die hun zelfstandigheid vaker kunnen behouden als passende ondersteuning in de thuissituatie beschikbaar is. Dat is de visie van de commissie Dannenberg uit 2015, waar nog steeds breed draagvlak voor is. Daarbij kan het gaan om klassieke vormen van ‘intramuraal beschermd wonen’ met 24/7 ondersteuning en toezicht, of om vormen van ‘beschermd thuis’ met ondersteuning en toezicht in de thuissituatie. 

Opdracht aan álle gemeenten

Een goede aanpak van dakloosheid en voldoende vormen van beschermd wonen of beschermd thuis vergroten de kwaliteit van leven van deze kwetsbare groep burgers enorm. Tegelijk voorkomt dit overlast in wijken en mensonterende situaties, waarvan buitenslapen en middelengebruik op straat het meest zichtbaar zijn. In de Wmo worden de maatwerkvoorzieningen Maatschappelijke Opvang, Vrouwenopvang en Beschermd Wonen beschreven. Centrumgemeenten krijgen daarvoor middelen in het gemeentefonds.

Maar de opdracht in de Wmo is breder, en raakt álle gemeenten. De beweging is van beschermd wonen (wonen in een instelling) naar een beschermd thuis (ondersteuning thuis). En ook opvang alleen is niet voldoende. De inzet is breder: dakloosheid voorkómen en waar dat niet lukt zo snel mogelijk met ‘wonen eerst’ de basis op orde krijgen en vanuit daar met ondersteuning werken aan verder herstel in de eigen omgeving. Dit is ook in lijn met de aanpak van het Nationaal Actieplan Dakloosheid (2022-2030). 

Gemeenten werken regionaal samen om deze opdracht te realiseren. Op basis van de Norm voor Opdrachtgeverschap hebben alle regio’s een regiovisie vastgesteld voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen. De gemeenteraden in iedere regio stellen deze visie vast en bewaken de voortgang. De dashboards aanpak dakloosheid en beschermd thuis volgen de voortgang in alle regio’s.

Voor Beschermd Wonen (BW) ligt er sinds 2023 een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer dat beoogt dat álle gemeenten verantwoordelijk worden voor BW én daarvoor ook de middelen ontvangen. Het is onduidelijk of dit wetsvoorstel wordt aangenomen, want het draagvlak onder met name zorgaanbieders en cliëntvertegenwoordigers is beperkt.

Tips voor raadsleden

  • Bewaak dat regionale keuzes aansluiten bij wat lokaal nodig is én andersom dat lokale keuzes aansluiten bij wat regionaal nodig is.
  • Bewaak dat kwetsbare inwoners overal in de regio toegang hebben tot passende opvang en ondersteuning, maar zet bovenal in op maatregelen gericht op het voorkómen van dakloosheid. Denk aan goede schuldhulpverlening en het voorkomen van huisuitzettingen. 
  • Werk in de regio samen aan uitstroom uit de opvang op basis van een evenwichtige spreiding van de huisvestingsopgave, zodat de gezamenlijke problematiek ook samen wordt opgelost. 
  • Zorg ervoor dat de inbreng van mensen met ervaringsdeskundigheid bij het vormgeven van beleid goed wordt meegenomen en zorg voor goede randvoorwaarden om dat mogelijk te maken.

Huisvesting is cruciaal

Voldoende betaalbare huisvesting is cruciaal om de inzet te laten slagen. Huisvesting voor mensen die uit kunnen stromen uit opvang en beschermd wonen en die met ondersteuning zelfstandig kunnen wonen. Daarvoor is een breed scala aan woonvormen nodig: van betaalbare zelfstandige woonunits voor jongeren tot prikkelarme woonvormen en woningen voor gezinnen. In de volkshuisvestingprogramma’s maken gemeenten in regionaal verband afspraken over de huisvesting van aandachtsgroepen als het wetsvoorstel Regie op de Volkshuisvesting in 2026 wordt aangenomen. Verder zijn er ook voldoende opvangplekken en woonzorgplekken nodig in instellingen. Dat blijft een aandachtspunt zolang de doorstroom nog niet voldoende op gang komt en de vraag naar opvang toeneemt.

Tips voor raadsleden

  • Bewaak dat wonen en zorg goed samenkomen in de plannen die het college maakt in het volkshuisvestingsprogramma. De gemeenteraad stelt daartoe een belangrijk deel van de kaders vast in de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en het Wmo-beleidsplan.
  • Draag zorg voor een evenwichtige verdeling van urgente groepen in de regio. De Huisvestingsverordening, die de raad moet vaststellen, is daartoe het instrument.