Nummer 10, 16 juni 2017

Auteur: Leo Mudde. Foto: Henriëtte Guest

De Raad van Kinderen is een initiatief van Missing Chapter Foundation. Oprichter is prinses Laurentien van Oranje. Zij is een van de sprekers op het internationale seminar Urban Planning and Children dat maandag 19 juni in Rotterdam plaatsvindt en gaat daar betogen waarom het belangrijk is dat kinderen en besluitvormers met elkaar de dialoog aangaan.

Albert Heijn, C&A, Lidl, HTM, Hema, NS, Nike, departementen – het is een kleine selectie uit de lange lijst met ondernemingen en organisaties die werken met een Raad van Kinderen. Zij betrekken kinderen structureel bij strategische en maatschappelijke vraagstukken. Deze week presenteerden 43 organisaties de resultaten hiervan in het Amsterdamse Concertgebouw. In vijf gemeenten – Breda, Leiden, Den Haag, Deventer en Groningen – loopt nu een pilot om de creatieve denkkracht van kinderen mee te nemen in de zoektocht naar een effectieve aanpak van armoede onder gezinnen en, in het bijzonder, onder kinderen.

Waarom is het belangrijk om kinderen bij maatschappelijke vraagstukken te betrekken?
‘Wij volwassenen denken verkokerd. Kinderen doen dat niet, zij nemen de mens als uitgangspunt. Neem kinderarmoede, kinderen kijken daar holistisch naar, die zeggen: een kind leeft in een gezin, dus er moet sowieso een gezinsaanpak van het probleem zijn. Het betalen van een fiets of een sportabonnement is niet genoeg. Zo’n kind zegt dan: “Ik voel me nog steeds buitengesloten, ik word gepest op school omdat ik geen geld heb.” Dan wordt een anti-pestcampagne onderdeel van de aanpak van het armoedevraagstuk. Zonder de inbreng van kinderen leggen volwassenen die relatie niet.’

Is het typisch voor kinderen dat ze hun eigen belang kunnen ontstijgen en niet voor die nieuwe fiets kiezen?
‘Ja. Volwassenen onderschatten hun kennis, hun denkkracht en de informatie waarover ze beschikken omdat ze die constant via filmpjes en hun telefoon binnenkrijgen. Als je die denkkracht op een juiste manier weet te kanaliseren, kun je daar als organisatie of gemeente veel baat bij hebben. Door kinderen te laten meedenken over hoe de publieke ruimte eruit moet zien, maak je ze daar ook meer deelgenoot van. Bestuurders kampen met lastige hulpvragen waar ze niet direct een antwoord op hebben. Als je in gesprek gaat met kinderen kom je tot fantastische resultaten.’

Volwassenen denken verkokerd, kinderen niet

De ervaringen van gemeenten met kinderraden of jeugdraden zijn niet onverdeeld positief. Vaak verdwijnen ze weer geruisloos omdat ze toch niet aan de verwachtingen voldoen. Waarom zou dat met een Raad van Kinderen anders gaan?
‘Waar het vaak misgaat, is dat er geen vertaler bij zit. Van een kind hoorde ik dat niemand ooit vertelde wat de volwassenen gingen doen met de ideeën van de kinderen. Iemand anders zei: “Als we in een vergadering zaten, dan hoorden ze eigenlijk niet echt wat we zeiden.” Daarom moeten er altijd een aantal volwassenen bij zijn die getraind worden in het tussen de regels door luisteren naar kinderen.
‘Kinderen om hulp en advies vragen, terugkoppelen wat je met hun ideeën doet, uitleggen waarom je iets wel of niet doet, dat mag niet vrijblijvend zijn. Je moet het als bestuurder aandurven om al die stappen te nemen, om ervoor te zorgen dat kinderen erover na kunnen denken, dat er een dialoog op gang komt.’

Zou de inbreng van een Raad van Kinderen uiteindelijk moeten leiden tot iets wat beter is voor kinderen, of is het belangrijker dat de denkkracht en creativiteit van kinderen sowieso worden aangeboord zonder dat er een direct ‘kinderbelang’ is?
‘Uiteindelijk geldt: wat goed is voor de samenleving, is goed voor kinderen. Kinderen begrijpen dat als geen ander. Zij hebben geen agenda en stappen gemakkelijk over hun eigen schaduw heen. Ik heb Missing Chapter Foundation niet vanuit een kinderrechtenperspectief opgericht, maar vanuit de observatie dat besluitvormers een andere impuls nodig hadden om de morele ‘waarom’-vragen boven tafel te krijgen, dat zijn vaak de vragen die schuren. Kinderen doen dat zonder enig waardeoordeel. Als je hun de mogelijkheid geeft mee te denken over serieuze onderwerpen, over gezinnen, over de toekomst van Nederland, doen ze dat met volle overtuiging. Als je observeert wat kinderen zeggen, wat het doet met ze om serieus genomen te worden – dat is ongelooflijk empowering. Pedagogen zeggen: zo creëer je de herinnering van morgen. Je krijgt bovendien een denkrichting waar wij zelf, met onze verkokerde blik niet aan toekomen. Dat is toch win-win voor iedereen?’

Heeft u een concreet voorbeeld van zo’n denkrichting uit de armoede-pilot bij gemeenten?
‘In Leiden vroeg een van de kinderen aan de wethouder: “Om uit armoede te komen, moet je toch werken?” Ja, zei de wethouder, dat klopt. “Maar waarom helpt u dan niet eerst gezinnen met kinderen aan werk, en daarna alleenstaanden? Want kinderen die opgroeien in armoede krijgen ook krasjes in de toekomst.” Kinderen zien dat de maatschappelijke kosten voor de toekomst zo groot zijn, dat een investering in gezinnen met kinderen loont.
‘Een ander voorbeeld is de Kindertelefoon. Kinderen maken daar veel gebruik van, maar als ze vragen hebben over armoede dan weet de Kindertelefoon daar geen antwoord op. Dat was voor ons aanleiding om met SZW in gesprek te gaan om te kijken hoe de Kindertelefoon een rol kan spelen in het armoedebeleid. Het is een instrument dat kan leiden naar faciliteiten voor arme gezinnen, maar wordt daar helemaal niet voor gebruikt.’

Blijven kinderen u nog altijd verrassen?
‘Als dat niet meer zo zou zijn, stop ik onmiddellijk met dit werk. Dan is er iets grondig mis met mij. Het moment dat je je niet meer laat verrassen, houd je op met luisteren. Ik sprak een wethouder over participatie, dat vond hij maar een lastig onderwerp. Waarom? vroeg ik. Toen zei hij letterlijk: “Omdat je niet weet wat de uitkomst is.” Ja, wil je kinderen serieus nemen of wil je alleen een gewenste uitkomst horen? Inclusiviteit gaat over luisteren, over het durven loslaten van het idee dat jij alle antwoorden hebt, over je durven laten verrassen.’

Missing Chapter Foundation