Nummer 2, 2016

Jeugd en gemeentepolitiek staan vaak mijlenver van elkaar vandaan. Door jongeren  al vroeg te betrekken, wordt die kloof kleiner en gaan gemeentelijke issues leven.


Steeds meer gemeenten stellen daarom een jeugdgemeenteraad in. In Son en Breugel laten ze zich vanaf komend schooljaar adviseren door raadsleden uit groep 7 en 8 van de basisschool.

Auteur: Sanne van der Most

‘Gemeentepolitiek leeft helemaal niet onder jongeren. Als ze zich überhaupt al met politiek bezighouden, dan zijn het vooral de landelijke issues zoals de vluchtelingenproblematiek. En dan kiezen ze meestal een behoorlijk populistisch standpunt.
Echt een eigen mening vormen, dat komt er vaak niet van.’ Een hoge pet heeft de zestienjarige 4-havoleerling Steven Elders uit Son en Breugel niet op van de politieke betrokkenheid van zijn leeftijdsgenoten. Zelf is hij behoorlijk politiek actief. Als medeoprichter van een lokale afdeling van D66, waarvan hij al sinds zijn dertiende lid is, timmert hij flink aan de weg. Een bijeenkomst van de Jonge Democraten in Tilburg zette hem aan het denken. Elders: ‘Hoe zit dat eigenlijk in mijn eigen gemeente? Hoe zouden wij de binding tussen onze jongeren en de gemeentepolitiek kunnen versterken?’ Nog dezelfde avond schreef Elders een initiatiefvoorstel voor een jeugd­gemeente­raad in Son en Breugel. Hij verzamelde handtekeningen en legde zijn burgerinitiatief voor aan de gemeente.

Minder abstract

Die was meteen enthousiast over het idee van Elders. Het werd unaniem aangenomen. ‘Met burgerschap kun je niet jong genoeg beginnen’, zegt burgemeester Hans Gaillard. ‘Het zou natuurlijk geweldig zijn als onze jonge inwoners een beter beeld krijgen van wat de gemeente is en doet. Door er zelf actief deel van uit te maken, wordt het minder abstract. Daarnaast zou het mooi zijn als ze inzicht krijgen in wat een democratie is, hoe dat zit met verkiezingen en waarom het belangrijk is om te gaan stemmen.’ Het is overigens niet voor het eerst dat Son en Breugel experimenteert met een jeugdgemeenteraad. Gaillard: ‘Op initiatief van twee raadsleden is een aantal jaar geleden een poging gedaan jongeren meer bij de politiek te betrekken. Op zich liep dat best aardig. Dat clubje is twee jaar bij elkaar geweest, er kwamen raadsleden in de klas en de kinderen hebben meegedacht over de besteding van projectgelden. Concrete adviezen hebben ze niet gegeven. Na de verkiezingen zijn deze raadsleden vertrokken en is de jeugdgemeenteraad verdwenen. Toch vonden we het een heel goed idee. Zeker iets om nog eens te proberen. Het initiatief van Elders kwam dus als geroepen. Daarnaast is het behoorlijk gedetailleerd en concreet uitgewerkt. Elders wil zelf ook een rol vervullen in de voorlichting op scholen. En dat vinden we natuurlijk heel prettig.’

Hun belevingswereld

Omdat er in Son en Breugel alleen maar basisscholen zijn, wordt de jeugdgemeenteraad gevuld met leerlingen uit groep 7 en 8. Gaillard: ‘Natuurlijk kunnen we ook mikken op middelbare scholen, maar  middelbare scholen hebben we niet in Son en Breugel, alleen in Eindhoven, Best en Nuenen. Dan wordt de afstand toch groter. De samenwerking met de scholen is een zeer belangrijke randvoorwaarde. Daarom houden we het lokaal.’ Doordat ze zo jong zijn, zal het werk van de jeugdgemeenteraadsleden volgens Gaillard wel wat verschillen van dat van een echte gemeenteraad. ‘Maar dat wil niet zeggen dat we ze niet kunnen betrekken bij belangrijke onderwerpen. We moeten alleen wel aansluiten bij hun belevingswereld. We kunnen ze betrekken bij besluiten over speelgelegenheden en verkeerssituaties bij scholen bijvoorbeeld. Maar we roepen ze vooral ook op om met eigen initiatieven te komen en ongevraagd advies te geven. Ik ben erg benieuwd wat dat oplevert. Kinderen kijken natuurlijk met een heel andere blik naar de wereld dan volwassenen. Ze zijn fris, onbevooroordeeld en ongehinderd door bestaande obstakels. Wie weet wat dat de gemeente gaat brengen.’

Om goed beslagen ten ijs te komen, hebben Gaillard en zijn collega’s een kijkje genomen bij de gemeenten Goirle en Dongen, waar ze al eerder een jeugdgemeenteraad hadden ingesteld. Daar zag hij onder meer hoe belangrijk gemeentelijke ondersteuning is. ­Gaillard: ‘De initiatieven en ideeën moeten van de kinderen zelf komen, maar wij gaan ze daarin wel zo goed mogelijk ondersteunen en faciliteren. We leren ze hoe het werkt en hoe ze hun weg vinden binnen de gemeentelijke politiek.’

Stemhokjes

Voor de werving van de jeugdgemeenteraadsleden mikt Son en Breugel op groep 7 en 8. Gaillard: ‘We hebben in Son en Breugel zeven reguliere basisscholen. Na de zomervakantie gaan we alle scholen af om te vertellen over de jeugdgemeenteraad. Vóór de herfstvakantie zijn de verkiezingen, compleet met stemhokjes. Per school worden twee raadsleden gekozen; één uit groep 7 die twee jaar in de raad blijft en één uit groep 8 die één jaar zitting neemt. Op die manier betrekken we niet alleen de jeugdleden zelf maar ook de rest van de klas. Zij vormen namelijk de achterban aan wie verantwoording moet worden afgelegd.’
Elders is uiteraard supertrots dat zijn burgerinitiatief daadwerkelijk wordt uitgevoerd. ‘Zelf vind ik politiek geweldig. Mijn streven is om het allerjongste Tweede Kamerlid ooit te worden. Natuurlijk hoeven niet alle jongeren net zo bevlogen te zijn. Maar het zou toch mooi zijn als ik ze door mijn initiatief wat enthousiaster kan maken.’

Do’s-and-don’ts

Jeugdgemeenteraden zijn geen nieuw verschijnsel. In de jaren negentig werd de eerste opgericht en inmiddels zijn er meer dan honderd. Met wisselend succes. Waar dat aan ligt, weet pedagogisch wetenschapper Dana Feringa (Fontys Hogeschool Sociale Studies). Voor de Universiteit van Amsterdam deed zij onderzoek naar de betekenis van jongerenraden voor burgerschap van jongeren.

Veel jeugdraden sterven een stille dood. Het idee is goed, ze worden met veel enthousiasme opgezet maar vervolgens zakken ze weer in elkaar. Dat gegeven intrigeerde Dana Feringa. ‘Als we het zo belangrijk vinden dat die raden er zijn, waarom gaat het dan steeds mis? En waarom zoeken we niet naar handvatten om ze wél succesvol te laten zijn?’

Voor haar promotieonderzoek voerde Feringa gesprekken met beleidsambtenaren, leden en begeleiders van jeugdraadsleden en liep ze een periode met een aantal jeugdraden mee. Ze ontdekte drie patronen die essentieel zijn voor het al dan niet slagen van een jeugdgemeenteraad. ‘Een van de grote kritieken op zo’n raad is vaak dat hij niet representatief is’, licht Feringa toe. ‘Maar wat is representativiteit eigenlijk? Het is maar net welk uitgangspunt je neemt. Wil je dat de jeugd­gemeenteraad een exacte afspiegeling is van de jongeren in de gemeente? Is een raad representatief doordat hij is ontstaan door democratische verkiezingen? Of is het genoeg dat de achterban zich vertegenwoordigd voelt? Door je bewust te zijn van die verschillende definities, kun je veel meer kanten op.’

Een andere belangrijke voorwaarde voor succes heeft te maken met doelstellingen en aannames daarover. Feringa: ‘Betrokken partijen denken vaak dat het doel van zo’n jeugdraad voor alle betrokkenen gelijk is. In de praktijk is dat vaak niet zo en daardoor ontstaan strubbelingen. Beleidsambtenaren willen vooral draagvlak voor hun beleid en verantwoordelijkheidsgevoel bij jongeren creëren. Begeleiders willen vooral dat de jongeren zich ontwikkelen en invloed kunnen hebben. En de jongeren zelf, die willen meestal gewoon een leuke tijd hebben waarin ze misschien ook nog iets leren.’

Een derde randvoorwaarde om jeugdgemeenteraden te laten slagen, heeft te maken met het hebben van aandacht voor de stijl waarmee jongeren zich in een raad organiseren. ‘Jongeren zijn enorm gemotiveerd, maar hun feitelijke acties zijn vaak ongericht’, constateert Feringa. Ze denken en handelen veelal ad hoc en weten vaak niet hoe ze zaken moeten aanpakken. Goede begeleiding en ondersteuning vanuit de gemeente of een welzijnsorganisatie die aansluit bij de specifieke behoeften van desbetreffende groep jongeren zijn daar heel belangrijk. Als niemand ze de weg wijst, blijft een jeugdgemeenteraad vaak heel intern gericht.’