‘Participatie komt niet vanzelf op gang’

Het Oude Stadhuys van Gouda vormt het decor voor de eerste regionale werkconferentie Samen Doen van vluchteling tot inwoner. Tijdens deze dag bespreken deelnemers uit Zuid-Holland dilemma’s en praktijkverhalen met betrekking tot asielzoekers en statushouders.

‘Mogen we gevangenissen gebruiken voor de opvang van asielzoekers?’ Han de Jager, wethouder in de gemeente Alphen aan den Rijn, vertelt dat het COA vroeg of asielzoekers in de cellen mochten wonen. De raad stemde in met deze onorthodoxe oplossing en zo kon de gemeente aan de landelijke taakstelling voldoen. In Alphen aan den Rijn wordt meer creativiteit aan de dag gelegd. Zo verkocht de gemeente een oude school aan een stichting, die klaslokalen verbouwt tot woningen. Statushouders denken mee over het opknappen van de kluswoningen en kunnen deze later huren of kopen. ‘Op die manier bouwen statushouders zelf mee aan hun toekomst.’

Witdenken

De Jager heeft een boodschap voor de ambtenaren en medewerkers van maatschappelijke organisaties in de zaal, die zich bezighouden met asielzoekers en statushouders. ‘In Nederland maken we ons schuldig aan “witdenken”. We bedenken iets en gaan ervanuit dat iedereen wel meekomt. We gaan uit van de eigen kracht van mensen en verwachten dat participatie dan wel op gang zal komen. Maar dat is helemaal niet vanzelfsprekend.’
De wethouder vertelt dat de gemeenteraad van Alphen aan den Rijn zojuist een motie heeft aangenomen over de inclusieve samenleving. De gemeente wil statushouders intensief begeleiden naar scholing en vrijwilligerswerk om zo de verbinding met de samenleving tot stand te brengen. ‘Omgekeerd willen we ook de samenleving verbinden met de statushouders. Een deel van de inwoners is daar nog niet aan toe. Ook dat is een uitdaging.’ Verder benadrukt de wethouder het gezondheidsaspect. ‘Gezondheid wordt beïnvloed door het dagelijks leven, maar is ook een voorwaarde om te kunnen participeren.’ 

Nieuwe buren

Dagvoorzitter Cindy de Koning roept de volgende spreker op het podium: Tamer Alalloush. Deze Syriër ging in het televisieprogramma De Reünie terug naar de noodopvanglocatie Jaarbeurs Utrecht waar hij heeft gewoond. Tamer: ‘De eerste zes maanden heb ik op twaalf plekken gewoond. Volgens mij wilden jullie mij laten zien hoe mooi Nederland is.’ Inmiddels voelt Tamer zich thuis in Utrecht en richtte hij de Facebookgroep New Neighbours op – want zo noemt hij statushouders liever. Tamer: ‘Veel vrijwilligers willen iets doen, maar weten niet wat. En nieuwe buren willen geen nieuwe schoenen, ze willen mensen ontmoeten.’

Geen gelukszoeker

Het platform New Neighbours brengt beide groepen samen. Na een jaar zijn er al drieduizend leden en vinden er regelmatig multiculturele evenementen plaats. Met een andere website, Dreaming of Syria, wil Tamer laten zien hoe Syrië er voor de oorlog uit zag, want mensen kennen Syrië alleen van de oorlogsbeelden op tv. De dagvoorzitter vraagt wat statushouders nodig hebben. Tamer vertelt dat hij een hoop heeft verloren: zijn land, zijn zus en zijn vrienden. ‘Ik ben geen gelukszoeker, ik zocht een plek waar ik veilig zou zijn. Het enige wat statushouders nodig hebben, is het gevoel dat ze welkom zijn.’

Stress en depressie

Senait Tekie kwam twintig jaar geleden als alleenstaande minderjarige asielzoeker uit Eritrea naar Nederland. ‘Dat was heel moeilijk, er waren weinig Eritreeërs. Ik ging toen wel nog vijf dagen per week naar school om Nederlands te leren. Dat is inmiddels teruggebracht naar twee halve dagen per week.’ Senait vertelt dat thuiszitten stress en depressie veroorzaakt. Volgens de Eritrese is het nodig dat mensen tijd maken om naar deze mensen te luisteren. ‘Eritreeërs zijn gesloten. Het vergt tijd en aandacht voordat iemand durft te vertellen hoe het echt met hem gaat.’ Inmiddels werkt Senait voor Vluchtelingenwerk. Als sleutelfiguur maakt ze contact met statushouders. ‘Ik richt me vooral op gezondheid, want zonder een goede gezondheid is niets mogelijk.’ Maar het is niet alleen de taak van sleutelfiguren, vindt Senait. ‘Iedereen roep ik op: luister echt naar de persoon, geef hem aandacht. We moeten het samen doen.’  

Eerst contact, dan actie

Dan is het tijd voor de discussie aan de hand van een aantal stellingen. Dat gezondheid een randvoorwaarde is om mee te kunnen doen in de samenleving, daarover hoeft niemand lang na te denken. Cindy: ‘Maar neem je het al mee in je dagelijkse werk?’ Die vraag kan niet iedereen volmondig met ‘ja’ beantwoorden. Iemand merkt op dat we vaak te veel gericht zijn op actie. ‘Eerst is er contact nodig. Pas als er verbinding is, kun je overgaan tot actie.’

‘Door regionale samenwerking kunnen schommelingen in de behoefte aan opvang/huisvesting voor statushouders worden opgevangen.’ Met die stelling is 99 procent van de deelnemers het eens. Leo Damen, beleidsmedewerker uit de gemeente Zwijndrecht, vertelt dat deze samenwerking succesvol is in de Drechtsteden. ‘Als een gemeente veel alleenstaanden moet huisvesten terwijl er alleen dure, grote huurwoningen beschikbaar zijn, dan is het beter om over de gemeentegrenzen te kijken. Wellicht zijn er in de buurgemeenten wél goedkope appartementen.’

Flexibele woonvormen

Ook de volgende stelling gaat over huisvesting. ‘Door ervaring en kennis op het gebied van flexibele woonvormen te delen, kan iedereen worden gehuisvest.’ 71 Procent is het daarmee oneens. Een deelnemer merkt op dat het op grote schaal moet gebeuren, wil je iedereen kunnen huisvesten. ‘We moeten gaan nadenken over een flexibele schil rondom de reguliere huizenmarkt. Er moet flink worden bijgebouwd en leegstaande kantoren moeten worden getransformeerd tot woningen.’ Een ander voegt daaraan toe dat flexibiliteit niet alleen nodig is in woonvormen, maar ook in huurcontracten. ‘Bouwen hoeft niet lang te duren!’, roept weer een ander.

Veel gevraagd van Eritreeërs

‘Hebben we nareizigers goed in beeld en weten we wat hun behoefte zijn?’ vraagt de dagvoorzitter. Een medewerker van Vluchtelingenwerk zegt dat ze goed in beeld hebben wie er komen, maar dat hun behoeften moeilijker zijn in te schatten. ‘We spreken nareizigers pas als ze hier zijn.’ Daniel Grmazion staat op. Geboren in Eritrea, opgegroeid in Nederland, kent hij beide culturen. ‘Er wordt veel gevraagd van Eritreeërs.’ Daniel adviseert de mensen in de zaal om gebruik te maken van intermediairs zoals hij, die een brug kunnen slaan tussen statushouders en instanties.

Taallessen

‘Gemeenten moeten energie steken in bedrijven die beschikken over de motivatie en mogelijkheden om statushouders een kans te bieden’, luidt de laatste stelling. Een ambtenaar van de gemeente Vlaardingen vult aan: pas wanneer die bedrijven er rekening mee houden dat statushouders taallessen moeten volgen en er plekken zijn tussen Nederlands sprekende mensen, anders schieten statushouders er niets mee op.’  

Cindy de Koning sluit de discussie af en wenste iedereen inspiratie bij de deelsessies.

In de middag inspireert Bright Richards de deelnemers aan de dag tot zingen en dansen. Als metafoor voor de mooie opdracht die we samen hebben: verder werken aan een betere opvang en integratie van vluchtelingen in Nederland.

Zie ook