VNG Magazine nummer 13, 7 september 2018

Auteur: redactie

Zo heftig als de tien Bijbelse Plagen van Egypte zijn ze doorgaans niet, de overlastgevende dieren of planten waar gemeenten mee te maken hebben. Niettemin kunnen ze voor hun inwoners behoorlijk hinderlijk of soms zelfs gevaarlijk zijn. VNG Magazine maakte een selectie van tien plagen en vroeg gemeenten hoe ze daarmee omgaan.

Ultrasoon geluid
 

De blauwalg is in natuurbad de Zoetermeerse Plas een urgent probleem. De overlast neemt de laatste jaren toe door het binnenstromende fosfaat. Blauwalgen zijn geen algen maar bacteriën. Overlast ontstaat meestal bij warm weer in voedselrijk, stilstaand water. De bacterie produceert bij het afsterven schadelijke, giftige stoffen. 
Stadsecoloog Hendrik Baas: ‘Gemeente en waterschap streven naar een duurzaam betere waterkwaliteit. Daarom legt Zoetermeer een moerasgebiedje om het meer aan dat het water op een natuurlijke manier zuivert. Het waterschap probeert de plas zo veel mogelijk te isoleren om de toevoer van fosfaten te verminderen.’


De gemeente zoekt nog naar goede methoden om de symptomen te bestrijden. ‘De geijkte manier, bestrijden via een menginstallatie die met bellen het water omwoelt, zorgt niet voor een betere waterkwaliteit en de stroomkosten zijn hoog.’ 
De Universiteit van Amsterdam en technisch-adviesbureau Arcadis experimenteren met ultrasoon geluid dat selectief het drijfvermogen wegneemt van de blauwalg, maar niet van de groenalg. ‘De bacterie gaat niet dood en de schadelijke toxines komen niet vrij.’ 
In een tweede experiment wordt de blauwalg selectief gedood met waterstofperoxide. ‘Peroxide in een lage dosering doodt de blauwalg en eet gelijk de toxines op. De resultaten zijn hoopvol en worden eind dit jaar geëvalueerd.’ (MM) 

Preventieve bespuiting
 

De een is er gevoeliger voor dan de ander, maar de eikenprocessierups kan voor veel irritatie zorgen bij mensen en dieren. Dat komt door hun haartjes, zegt Bert-Jan van Zetten, coördinator eikenprocessierups van de gemeente Apeldoorn. ‘Eén rups heeft ongeveer 700.000 brandharen. Je kunt al last krijgen van hun rondzwevende haren.’

Het is een goed jaar voor de rups. Toch is het aantal nesten per boom in Apeldoorn relatief laag: tussen de één en vijftien. ‘In recordjaar 2011 was vijftig heel normaal. Die afname komt doordat we er als een bok op de haverkist opzitten. Desondanks is het aantal bomen dat besmet is ten opzichte van vorig jaar verdubbeld. Doen we niets, dan zitten we zo weer op de vijftig tot zestig nesten per boom.
‘We doen allereerst aan preventieve bespuiting, op basis van gegevens van vorig jaar. We gebruiken een biologisch bestrijdingsmiddel, maar dat doodt ook andere rupsen. Dus als spuiten niet nodig is, doen we het niet. We doen ook aan actieve bestrijding op basis van meldingen.’
Voor volgend jaar kan de eikenprocessierupsbestrijding de borst weer natmaken: ‘De rupsen zijn dit jaar eerder als vlinder uitgevlogen, half juli al. Dat bepaalt deels hun succes voor volgend jaar.’ (PvdZ)  

Diervriendelijke aanpak


Populatiebeheer is niet hetzelfde als bestrijding, is het uitgangspunt van de gemeente. Ganzen horen bij Rijswijk, ze zorgen voor een bijzondere sfeer. Maar te veel ganzen is ook niet goed, dus wil wethouder Marloes Borsboom (GroenLinks) de populatie op een diervriendelijke manier beheersbaar houden. ‘De ganzen zijn geen probleem, de aantallen wel. Wij geloven niet in massaal vergassen, uiteindelijk zoeken ze toch weer een habitat op.’
Rijswijk heeft een uitgebreid Ganzenbeheerplan, opgesteld in overleg met experts en ervaringsdeskundigen. Het plan, nu ruim een halfjaar oud, wordt breedgedragen maar de uitvoering vraagt veel toewijding en inzet. Borsboom: ‘We kiezen voor een gecombineerde aanpak van nestbehandeling, verjagen en lokken en slimmere inrichting van de habitat. Dat blijkt te werken, dankzij de inzet van zestien gemotiveerde vrijwilligers. In juli hebben we geteld en kwamen tot 488 ganzen, dat is de helft minder dan ons streven van 900 à 1000. Bij die telling kun je veel mitsen en maren plaatsen, maar dat de aanpak succesvol is, durf ik wel te zeggen.’
Overigens is vermindering van het aantal ganzen niet het enige doel van het beleid. Ook de waterkwaliteit in de zwemvijvers, het aantal aanrijdingen met een gans en het aantal overlastmeldingen zijn criteria voor een succesvolle aanpak. (LM) 

Groen breekijzer

‘Twee jaar geleden kregen we inzicht in de oppervlakte die de Japanse duizendknoop inneemt’, vertelt Brugt Groenevelt van de gemeente Amersfoort. ‘Binnen het groenonderhoud was eerder al met wortelwerend doek en diverse maaimethodes geprobeerd de plant te temmen, maar dat had weinig effect.’
De Japanse duizendknoop werd in de negentiende eeuw door arts, botanicus en plantenhandelaar Philipp von Siebold naar Nederland gehaald als tuinplant. Daarna verspreidde de plant zich over Europa en kwam via tuinafval in de openbare ruimte terecht. De duizendknoop groeit niet alleen razendsnel bovengronds, maar ook ondergronds waar hij via wortelstokken over grote oppervlaktes loopt. Hij wringt zich door de kleinste gaatjes in wegen, bruggen, dijken en bouwwerken waarbij hij alles op z’n weg als een groen breekijzer kapotmaakt.
‘De duizendknoop, die in Amersfoort op zo’n zeshonderd openbare en particuliere groeiplaatsen voorkomt, is erg moeilijk te bestrijden’, zegt Groenevelt. ‘In de gemeente lopen van 2017 tot 2019 twee pilots om de taaie sumoworstelaar te bestrijden: injecteren van het chemische middel glyfosaat in plantenstengels en het onderzoeken van effectieve biologische bestrijding. Onze voorkeur gaat uit naar niet-chemische bestrijding, maar het blijft ook een kwestie van budget vanwege de omvang van het probleem. Helemaal uitroeien is het doel, maar dat lijkt vooralsnog lastig.’ (MW) 

Een levende sprei

Het staat Edward Bronts, adviseur bij Dierplaagbeheersing van de GGD Amsterdam, nog helder op het netvlies. Op een dag inspecteerde hij de woning van een mevrouw die melding maakte van kakkerlakkenoverlast. Bronts keek rond en zag een mooi glimmende sprei op bed liggen. Dat bleek echter een levend kleed van kakkerlakken. ‘Ik heb nog nooit zoveel kakkerlakken op een hoop gezien. Mijn collega vluchtte bijna naar buiten.’
Kakkerlakken zijn dragers van bacteriën waaronder salmonella en bevuilen voedsel. Kijkend naar de meldingen die bij de GGD binnenkomen, noemt Bronts de bestrijding van kakkerlakken succesvol. ‘In de jaren tachtig en negentig kwamen er zo jaarlijks zo’n 1500 meldingen binnen. Dit jaar zijn er tot nu toe een stuk of 20, tegen 86 over heel 2017.
‘Dat succes danken we aan nieuwe bestrijdingsmethoden. Vroeger werden kakkerlakken bestreden door te sproeien. Daarvoor moest een huis leeggehaald worden en de bewoners eruit. Nogal wat mensen raakten moegestreden. Met de komst van de gels is dat niet meer nodig. Enkele druppels volstaan en de mensen hoeven hun huis niet uit. Daartoe nam de bereidheid toe om de kakkerlak te bestrijden. Het beestje vormt niet echt een probleem meer.’ (MM) 

Broeden voorkomen

Opengetrokken vuilniszakken, etensresten verspreid over straat. In kustgemeente Katwijk weten ze er alles van. De overlast begint in februari als de meeuwen een broedplek zoeken en bereikt een top zodra de jongen leren vliegen: als ze 5 tot 7 weken oud zijn.
Om de meeuwenoverlast te beperken, is in opdracht van de gemeente onderzoek gedaan. Daaruit blijkt dat inwoners een grote rol kunnen spelen bij het tegengaan van voortplanting. ‘Zij moeten zelf maatregelen treffen om te voorkomen dat meeuwen gaan broeden’, legt een woordvoerder uit. Bijvoorbeeld door voordat het broedseizoen half april begint elke dag over het dak te lopen, want daar nestelen meeuwen zich graag. Takjes en mos zo veel mogelijk weghalen, daar maken de vogels hun nestjes mee. Ook netten spannen werkt nestwerend.
Preventieve maatregelen werpen hun vruchten af. Op de bekendste locaties is de overlast inmiddels afgenomen of zelfs verdwenen, zegt de gemeente. Dat neemt niet weg dat inwoners – en bezoekers – gevraagd blijft worden geen vuilniszakken op straat te zetten en de beesten niet te voeren. ‘Daar moeten we met z’n allen alert op zijn. Als meeuwen eenmaal weten waar voedsel te vinden is, komen ze het jaar erop terug.’ (CC) 

Boren naar berenklauw


‘In de bossen rond de gemeente zijn ze massaal aanwezig en ze rukken steeds verder op richting bebouwde kom’, zegt John de Vries, beleidsmedewerker Milieu van de Zeewolde. Hij heeft het over de reuzenberenklauw, in de negentiende eeuw in Europa geïntroduceerd als sierplant en daarna verwilderd.
De plant produceert duizenden zaden per jaar waardoor ze inheemse vegetatie verdringt. Wie de reuzenberenklauw op een zonnige dag aanraakt, kan daar lelijke brandwonden aan overhouden. Door samenwerking met Staatsbosbeheer, die de plant in het bos onder meer met schapen bestrijdt, en het inzetten van vrijwilligers bij het verwijderen blijft de situatie in Zeewolde beheersbaar.
De Vries: ‘Leerlingen van het Technasium Harderwijk ontwierpen de “Beerboor” die de wortel van de reuzenberenklauw kapotmaakt en samen met vrijwilligers worden reuzenberenklauwen in een ring van veertig meter rond de bebouwde kom verwijderd.’
Hoewel de strijd tegen de plant succesvol lijkt, is er volgens De Vries nog wel een aandachtspuntje: ‘Rond kerst verkopen tuincentra de reuzenberenklauw met goud en zilver gespoten als decoratie voor 12 euro. Sommigen vinden dat wat prijzig en knippen in het bos gedroogde bloemschermen af voor thuis. Hierdoor wandelt de plant via de zaden alsnog de gemeente binnen.’ (MW)                                                               

Verjaagd door roofvogel

In het najaar komen vanuit Noord- en Midden-Europa veel spreeuwen naar Nederland om te overwinteren. Dat levert, vooral tijdens de avondschemering als ze met duizenden tegelijk hun slaapplaats opzoeken, ‘dansende’, fascinerende zwermen in de lucht op. Dat kan gepaard gaan met overlast: veel gekwetter en ondergescheten auto’s - hoewel er ook mensen zijn die genieten van dit schouwspel.
Ook gewassen zijn niet veilig: vooral bessentelers klagen soms steen en been dat spreeuwen hun oogst vernietigen. Desondanks zijn er, voor zover de Vogelbescherming weet, geen gemeenten die specifiek beleid voeren om de overlast van spreeuwen tegen te gaan. ‘Vanwege de beschermde status is het verboden zelf actie te ondernemen’, aldus een woordvoerder.
Erkende bedrijven die over een ontheffing beschikken, kunnen, in opdracht van een gemeente, inwoner of bedrijf, spreeuwen die overlast veroorzaken, verjagen. ‘Maar dan moet er wel een groter belang in het geding zijn’, zegt de woordvoerder. ‘Zoals de volksgezondheid of de veiligheid rondom Schiphol.’ Zo’n bedrijf zet ter bestrijding bijvoorbeeld roofvogels in. Als er regelmatig een roofvogel opduikt rond de eet- of slaapplek van spreeuwen, wordt deze plek onaantrekkelijk en onveilig en gaan ze op zoek naar een andere locatie. (CC)  

Steeds beter samenleven

Steenmarters zijn geen plaag, maar de dieren kunnen wel lastig zijn.’ Dat zegt Erik Lam, ecoloog en beleidsmedewerker van de gemeente Deventer. ‘Ze kunnen voor overlast zorgen en voor schade in huizen en aan kabels van auto’s. Bij een plaag denk ik eerder aan honderden kakkerlakken in een flat.’
Steenmarters werden rond 2000 voor het eerst gesignaleerd in Deventer. ‘Tien jaar geleden verergerde de overlast. Steenmarters zijn beschermd, dus ze mogen niet bestreden worden. Ontheffing van dat verbod is mogelijk, dat kunnen wij als gemeente doen omdat we een steenmarterplan hebben. We hebben overigens pas twee keer een verzoek gehad van inwoners die een steenmarter wilden vangen en ergens anders uitzetten. Dat heeft doorgaans weinig zin, ze komen toch weer terug.’
Deventer helpt zijn inwoners wel om overlast en schade door steenmarters te beperken. ‘We hebben een meldpunt, we geven voorlichting, en we bezoeken corporaties en particulieren. Je ziet bijvoorbeeld steeds vaker dat woningen steenmarterproof worden gemaakt bij renovatie.’
Hoewel hun aantal de laatste jaren stabiel bleef, nam het aantal klachten over de diertjes af. ‘Deventenaren kunnen steeds beter met de steenmarter samenleven. Onze jarenlange voorlichting lijkt vruchten af te werpen.’ 
(PvdZ)                                                                                 

Zorgplicht

Veel gemeenten laten de rattenbestrijding over aan de markt. Zo niet Leudal, dat zich verantwoordelijk voelt voor zijn inwoners en daarom de bestrijding van de zwarte rat tot kerntaak heeft verheven. De zorgplicht van de gemeente gaat verder dan het geven van een telefoonnummer. ‘Het is ook een lastig probleem’, zegt Marleen Verboeket, chef buitendienst van Leudal. ‘Daarom hebben wij met onze buurgemeenten, bedrijven en organisaties afgesproken dat we het gezamenlijk aanpakken.’
De zwarte rat is al jaren aan een snelle opmars bezig, vanuit Frankrijk en België kwam hij naar Zuid-Nederland en gedijt inmiddels ook in de Achterhoek en zelfs de Randstad. 
Ze komen langzamerhand overal voor waar voedsel wordt geproduceerd of verwerkt: fabrieken, winkels, agrarische bedrijven. Door de schaalvergroting van bijvoorbeeld agrarische bedrijven wordt het steeds lastiger om het probleem te beheersen, zegt Verboeket.
Toch doet Leudal dappere pogingen. Ooit grepen boeren naar het geweer als ze een rat zagen. Dat mag niet meer. ‘Een klem zetten mag wel, maar daarmee pak je er maar één. Wij hebben een val ontwikkeld waarin we soms wel twintig ratten tegelijk vangen, levend. Deze dieren worden door WUR Wageningen, de VU en het RIVM gebruikt voor onderzoeksdoeleinden.’ (LM)