Met deze wijziging hebben gemeenten de opdracht om in een verordening regels op te stellen ten behoeve van het ondersteunen bij maatschappelijke participatie. Met name voor die situaties waarin de gemeente de bijstandsgerechtigde een aanbod wil doen tot maatschappelijke participatie.
Hoofdlijnen
- Treedt in werking per: 1-1-2027 met gedoogjaar 2026 (fase 3)
- Was: Ondersteuning bij arbeidsinschakeling
- Wordt: Ondersteuning bij arbeidsinschakeling én bij maatschappelijke participatie
- Wetsartikel: Artikel 8a en 10, Participatiewet
- Verplichte wijziging: Ja
- Beleids- en uitvoeringsimpact: substantieel
- Intensieve begeleiding om maatwerk en vakmanschap van de werkconsulenten verder te ontwikkelen (spoor 3).
- Werkinstructies en instrumenten om bijstandsgerechtigden intensief te ondersteunen bij maatschappelijke participatie.
- Houd al rekening met de wijziging ‘Toespitsen verplichtingen op individu’ die ook per 1 januari 2027 in werking treedt
- Lokale verordening: Ja, modelverordening VNG verwerken in lokale verordening.
- Lokaal beleid: Ja
- Fiscale impact: Nee
- Impact op toeslagen: Nee
- ICT-impact: Beperkt, aanpassingen in systemen ten behoeve van vastlegging ondersteuning
- Bestandsonderzoek en selectie lopende gevallen nodig: Ja, bestandsonderzoek, mogelijk bestandsmigratie en individueel maatwerk en begeleiding naar opleiding, vrijwilligerswerk, mantelzorg. In principe alle uitkeringsgerechtigden opnieuw beoordelen.
- Nieuwe beschikking nodig: Ja, als er nieuwe (participatie-)afspraken zijn gemaakt
Waarom is deze wijziging onderdeel van de Participatiewet in Balans?
De gemeenten kunnen maatschappelijke participatie aanbieden als een voorziening gericht op arbeidsinschakeling in het kader van de re-integratieverplichting, maar ook mensen voor wie arbeidsinschakeling nog niet mogelijk is ondersteunen naar maatschappelijke participatie.Een bijstandsgerechtigde kan zelf vormgeven aan maatschappelijke participatie.
Complementair daaraan creëert deze wijziging ook een aanspraak op ondersteuning hierbij, als betrokkene niet zelfstandig in staat is om hier invulling aan te geven. Ondersteuning hoeft niet altijd in te houden dat de gemeente activiteiten of voorzieningen aanbiedt. Het kan ook betekenen dat mensen over een drempel worden geholpen om zelf in beweging te komen of dat zij door de gemeente worden gewezen op bestaande initiatieven en activiteiten waar de persoon aan deel kan nemen.
De gemeenten krijgen in verband hiermee de opdracht om bij verordening regels te stellen ten behoeve van het ondersteunen bij maatschappelijke participatie. Niet alleen voor die situaties waarin de bijstandsgerechtigde hiertoe zelf het initiatief neemt, maar juist voor die situaties waarin de gemeente de bijstandsgerechtigde een aanbod doet van maatschappelijke participatie.
Wat betekent dit voor gemeenten?
Deze wijziging vraagt:
- Intensieve transitie: Vrijwel het gehele bestand (op de ontheffingen na) heeft in 2027 een nieuwe beschikking nodig (Fase 2). Dit kan niet gestandaardiseerd, maar vergt individueel maatwerk en kost daarmee meerdere maanden, ná opleiding medewerkers.
- Ontwikkelen lokaal beleid of verbinden: Er is lokaal beleid nodig voor de ondersteuning van bijstandsgerechtigden die aangewezen zijn op maatschappelijke participatie niet gericht op arbeidsinschakeling. Hier ligt een belangrijke verbinding met het gemeentelijke welzijns- en Wmo-beleid.
- Handvatten voor de uitvoering: Werkconsulenten dienen goed zicht te hebben op de mogelijkheden die binnen de gemeente voorhanden zijn (denk aan buurthuizen, culturele instellingen, sportverenigingen, welzijnsorganisaties en vrijwilligersorganisaties).
- Daarnaast moet de gemeente vaststellen welke vormen van ondersteuning en voorzieningen zij bij maatschappelijke participatie aan wil bieden.