Het omgevingsplan van de gemeente bevat de regels voor de fysieke leefomgeving op gemeentelijk niveau. Elke gemeente stelt één omgevingsplan op waarin alle gemeentelijke regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zijn opgenomen.

In het omgevingsplan worden regels gesteld over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan bevat voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze regels kunnen dus onder andere worden gesteld voor activiteiten.

Overgangsfase omgevingsplan 2021-2029

Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet beschikken gemeenten over een tijdelijk omgevingsplan. Dit tijdelijk omgevingsplan ontstaat van rechtswege. In de periode van de inwerkingtreding van de wet tot 2029 moeten gemeenten het tijdelijk omgevingsplan omzetten in het omgevingsplan nieuwe stijl: een omgevingsplan dat voldoet aan alle regels van de Omgevingswet. Deze periode noemen we overgangsfase.

Tot 2021 - oefenen met opstellen omgevingsplan

In de periode tot 2021 kan de gemeente al oefenen met het opstellen van een omgevingsplan. Er zijn geen verplichte onderdelen die de gemeente voor 2021 af moet hebben, wel zijn er onderdelen waarvan het erg wenselijk is dat de gemeente ze voor 2021 klaar heeft. Deze onderdelen staan aangegeven in de roadmap invoering Omgevingswet.

De algemene regels die nu nog op rijksniveau zijn opgenomen, maar vanaf 2021 aan gemeenten worden overgelaten,  worden ook wel de bruidsschat genoemd. Dit zijn de regels die worden gedecentraliseerd, deze worden (naar alle waarschijnlijkheid) opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan.  Bij de consultatieversie van het Invoeringsbesluit is een deel van de bruidsschat gepubliceerd.

Er zijn meerdere manieren om te komen tot een omgevingsplan. Voorbeelden hiervan zijn te vinden op de Aandeslagkaart of onder praktijkproeven en pilots.

Vanaf 2021 - van rechtswege tijdelijk omgevingsplan

Op het moment dat de Omgevingswet in 2021 in werking treedt, krijgt elke gemeente een omgevingsplan van rechtswege. In dit plan zijn onder andere de bestaande bestemmingsplannen, beheersverordeningen en wijzigings- en uitwerkingsplannen opgenomen. (Zie voor een volledig overzicht, artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet). De lokale gemeentelijke verordeningen maken nog geen deel uit van het tijdelijke omgevingsplan, deze kunnen in principe tot 2029 nog blijven bestaan. De gemeente hoeft deze plannen dus niet opnieuw vast te stellen. De bestaande plannen en verordeningen zijn echter nog niet opgesteld in de geest, of volgens de regels van de Omgevingswet. 

Het nieuwe omgevingsplan kan vanaf 2021 per locatie worden opgebouwd, door een nieuw deel van omgevingsplan vast te stellen, of thematisch worden opgebouwd, door regels over een bepaald thema voor het hele grondgebied vast te stellen. De exacte mogelijkheden van het overgangsrecht, zijn bekend als de Invoeringswet en Invoeringsbesluit zijn vastgesteld.

Het Rijk zorgt ervoor dat de bruidsschatregels deel zullen uitmaken van het tijdelijke omgevingsplan. Van 2021 tot 2029 kunnen gemeenten deze regels intrekken of aanpassen.

Tot 2029 - overgangsfase nieuwe regels

In bestemmingsplannen staan alleen ruimtelijke regels, terwijl in het omgevingsplan alle regels over de fysieke leefomgeving waaronder ook milieu en erfgoed, komen te staan. Daarom is er tot 2029 een overgangsfase waarin de gemeente nieuwe regels in het omgevingsplan kan opnemen ter vervanging van de oude ruimtelijke plannen en verordeningen. Ook moeten in dit omgevingsplan de instructieregels vanuit het Rijk en de provincie verwerkt worden.

Meer informatie

De VNG ontwikkelt staalkaarten voor het omgevingsplan. Staalkaarten geven inzicht in de nieuwe mogelijkheden die de systematiek van de Omgevingswet biedt. Een staalkaart geeft een representatief deel (gebied of thema) van het omgevingsplan weer, binnen de daarvoor geldende wettelijke eisen op grond van de Omgevingswet. Een staalkaart dient enerzijds ter inspiratie en anderzijds als een representatief voorbeeldmodel van een omgevingsplan. Het zijn dus géén modelverordeningen, maar ze laten wel zien hoe het zou kunnen. Het is uiteindelijk aan de raad om te bepalen welke doelen zij heeft met het omgevingsplan en hoe zij het gemeentelijk beleid omzet in het omgevingsplan.

Het casco

Het eerste deelproduct is de Structuur van het Omgevingsplan, ook wel ‘het Casco’ genoemd. Het Casco is een voorbeeldstructuur voor de juridische regels in het omgevingsplan. Deze structuur laat zien op welke wijze een omgevingsplan zou kunnen worden opgebouwd. Het gaat als het ware om het casco van een huis, waarvan de kamers moeten worden ingericht. De structuur voor het omgevingsplan kan door elke gemeente worden gevuld met de specifieke regels voor de opgaven van die gemeente. 

Staalkaart 'intergratie vier verordeningen'

De staalkaart “Een integratie van vier verordeningen” bouwt voort op de structuur van het Casco. In deze staalkaart zijn voor vier activiteiten regels vanuit de model-APV in de structuur van het Casco gezet. Voor elke activiteit zijn er verschillende varianten uitgewerkt, om te laten zien op welke verschillende manieren activiteiten in een omgevingsplan kunnen worden geregeld. In de toelichting worden de gevolgen van de verschillende varianten uitgelegd.

Voor de regels voor het maken van uitritten is bijvoorbeeld een variant met algemene regels (zoals breedte van de uitrit) gecombineerd met een verplichte melding en een variant mét een vergunningplicht opgenomen. De gemeente kan bijvoorbeeld aan de hand van het type gebied (veel of weinig verkeer) een variant opnemen in het omgevingsplan. Waarschijnlijk is er niet één variant die naadloos aansluit op het beleid en grondgebied van een hele gemeente. Er zullen als gevolg van gebiedskenmerken en/of ambities verschillende combinaties van varianten ontstaan in de omgevingsplannen van gemeenten.

Staalkaart 'bestaande woonwijk'

Deze staalkaart geeft voorbeeldregels over de bestaande woonwijk die in het omgevingsplan kunnen worden opgenomen.  De bestaande woonwijk is een wijk waar iedere gemeente er wel één of meer van heeft. Het is een wijk waar geen grote ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden, maar waar wel een aantal vraagstukken op het gebied van de fysieke leefomgeving spelen. De staalkaart geeft inzicht in hoe de systematiek van het omgevingsplan kan werken als ruimtelijke regels én milieuregels in het omgevingsplan worden geïntegreerd.  

Ontwerpvragen

Voordat een gemeente aan de slag gaat met het opstellen van een omgevingsplan is het verstandig om eerst een aantal ontwerpvragen te doorlopen: Wat zijn mijn kaders, wat wil ik regelen en hoe wil ik het regelen? Bij het beantwoorden van deze vragen maakt de gemeente keuzes, die bepalen hoe het omgevingsplan eruit komt te zien. In de staalkaarten wordt in de toelichting uitgelegd hoe de ontwerpvragen hebben geleid tot de verschillende varianten in de staalkaart.

Project staalkaarten

Het programma Aan de Slag met de Omgevingswet heeft in 2018 de vier staalkaarten gepubliceerd die zijn ontwikkeld binnen het project Handvatten Omgevingsplan. De VNG ontwikkelt onderdelen van deze eerste versies door in het project 'gemeentelijke staalkaarten voor het omgevingsplan 2018-2020'. In deze tweede fase werkt de VNG aan de verdere ontwikkeling van de staalkaarten, samen met gemeenten en in nauwe samenwerking met de programma’s Aan de Slag en Eenvoudig Beter van het Ministerie van BZK en de overige koepels en overheidsorganisaties.

De deelproducten van de gemeentelijke staalkaarten komen in een intensieve samenwerking tussen het regieteam van de VNG, de (gemeentelijke) opdrachtnemers, betrokken overheidsorganisaties en koepels en het gemeentelijk veld tot stand. Elk deelproduct wordt tevens beoordeeld door de Reflectieraad: een commissie van onafhankelijke experts.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met staalkaarten@vng.nl

Meer informatie

De Omgevingswet zorgt voor een samenhangende benadering van de fysieke leefomge­ving. In de Omgevingswet worden daardoor het ruimtelijk spoor en het milieuspoor verder geïntegreerd. Het gemeentelijke omgevingsplan is straks hét instrument waarin deze integratie op lokaal niveau plaatsvindt. Vooruitlopend op de komst van het omgevingsplan en de Omgevingswet kunnen gemeenten op grond van de Crisis- en herstelwet experimenteren met het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Door een wijziging van de Crisis- en herstelwet (Transitiewet) kan een project laagdrempelig worden aangemeld voor een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Dit maakt het gemakkelijker onder het huidige recht te anticiperen op de Omgevingswet.

Meer informatie

Veel gemeenten zijn op dit moment bezig met de voorbereiding op het opstellen van een omgevingsplan. De Omgevingswet stelt eisen aan dit kerninstrument en biedt mogelijkheden. 

Dit spiekbriefje geeft antwoord op de volgende vragen:

  • Wat zijn verplichtingen (zonder keuzemogelijkheden)?
  • Waar heeft u als gemeente een verplichting met een keuzemogelijkheid?
  • Waar moet u keuzes maken indien er sprake van is in uw gemeente?
  • Waar heeft u geen verplichting, enkel een keuze?

Op basis van de spiekbriefjes zijn voor een aantal belangrijke keuzes de mogelijke gevolgen en effecten uitgewerkt.

Het spiekbriefje geeft geen compleet overzicht van alle eisen en keuzemogelijkheden, maar maken de meest relevante onderwerpen voor het omgevingsplan inzichtelijk


Eind juli 2019 heeft een beperkte update plaats gevonden op het spiekbriefje omgevingsplan. De 1.1 versie bevat een klein aantal wijzigingen en toevoegingen vergeleken met de 1.0 versie, dit geldt voor deze onderwerpen: 

  • Bruidsschat
  • Voorbereidingsbesluit
  • Verzwaard adviesrecht gemeenteraad

Meer informatie