Blog Pascale Georgopoulou voor de VNG Raadsledennieuwsbrief – november 2021

De instrumenten van de Omgevingswet zijn nu wel bekend bij raadsleden. Wat zet je in de omgevingsvisie en wat in het omgevingsplan en hoe geef je vergunningen af, dat weten ze nu wel. In de beginjaren van de Omgevingswet lag de nadruk op de kansen, nu lijken de zorgen de overhand te krijgen. De aandacht is verschoven. Het gaat niet meer om plannen mogelijk te maken, maar om ontwikkelingen tegen te houden.

Centraal stond telkens de vraag: wat willen we?

Eerst waren het vragen, zoals hoe gaan we dingen regelen? Nu zijn het zorgen, en wat als we iets over het hoofd zien? Eerst waren het uitdagingen, hoe gaat het ons lukken om meer woningbouw te realiseren of klimaatmaatregelen te nemen? Nu zijn het strakke kaders, hoe voorkomen we dat het straks een kant opgaat die we niet willen? Eerst waren het puzzels, hoe gaan we alle belangen, én die van de initiatiefnemer én die van omwonenden, meewegen? Nu zijn het duivelse dilemma’s, hoe zorgen we dat iedereen tevreden is? We weten steeds meer over de Omgevingswet en begrijpen steeds beter wat er allemaal gaat veranderen. Maar veel vrolijker is het er niet op geworden, als ik afga op de vragen die ik tegenwoordig van raadsleden krijg. Misschien is het de vermoeidheid die toeslaat aan het staartje van een raadsperiode, maar er wordt wat afgetobd in de raden in het land.

Niet eens zo lang geleden ging het voornamelijk over het benutten van de Omgevingswet bij lokale opgaven, het ging over kansen. Niet wat de wet is, maar wat je ermee kunt. Zo, hield ik mijn gehoor telkens voor, komen er straks misschien wel 352 Omgevingswetten, voor elke gemeente een passende. Uiteraard is er maar één wettelijk kader en niet alles kan, nee, zeg, stel je voor! Maar er is veel ruimte om zaken lokaal in te regelen en op maat te maken. In de ene gemeente zal het gaan om 3 en in de andere om duizend woningen. Het zal gaan om functiewijzigingen, in de ene gemeente van kantoren naar woningen en in de andere van agrarisch naar recreatie. Centraal stond telkens de vraag: wat willen we? En het antwoord zou komen, niet uit een raadszaaltje ergens achteraf, maar in gesprek met inwoners, ondernemers, partners, andere overheden.

Tegenwoordig lijkt het niet meer te gaan over wat er wél kan, maar over hoe houden we iets tegen. Hoe zorg ik dat er geen geitenhouderij/bloembollenteelt/windmolens komen in mijn gemeente? Hoe voorkom ik grootschalige woningbouw/NIMBY/verdozing van het landschap? Kan ik dat opnemen in mijn omgevingsvisie? In het omgevingsplan? Maakt niet uit waar, als het maar ergens staat en onmogelijk wordt gemaakt. We kunnen toch gewoon zeggen: dat willen we niet, punt!

Misschien is het een verlate reactie op de “Ja, mits”-mantra van de Omgevingswet. We blijven voor mijn gevoel hangen op het “ja”, alsof dat automatisch het enige antwoord is. Er komt een initiatiefnemer en die moeten we verplicht welwillend en positief bejegenen en als het effe kan maken we zijn initiatief mogelijk. Welwillend inderdaad. Maar niet ten koste van iedereen en alles. Aan het “ja” hangt onafscheidelijk het woordje “mits”. Te vervatten in voorwaarden. Niet in onmogelijkheden, maar in reële en doordachte grenzen. Onder welke voorwaarden kan/mag een bepaalde ontwikkeling? Die geitenhouderij? Mag die helemaal nergens of juist niet in de buurt van woningen vanwege het gezondheidsrisico? En op welke afstand dan, 2 kilometer of nog verder weg? En zijn er alternatieven? Idem voor bollen, bespoten of niet. Op welke afstand en mag het met een groenbuffer eromheen? En hoe versterken ook de biodiversiteit?

Waar er ook in ons landje met al onze wensen en beperkingen een spade de grond in gaat, zal er maatschappelijke onrust of weerstand zijn. Het plan kan niet passend zijn, te groot, te veel onduidelijkheden of risico’s enz. Breng dat in kaart, ga op zoek naar de acceptabele mitsen en kijk wat mogelijk is. Tussen “nee, tenzij” (vaak synoniem aan: niets kan) en “ja, mits” (vaak ervaren als: alles kan) zit heel veel ruimte om goede en verstandige keuzes te maken.